Platform over civiele techniek & infrastructuur
Jaarboek

Verduurzaming in de betonsector is niet alleen materiaalgebonden

COM-2019-044-Paul-Ewalds
Paul Ewalds is coördinator van Beleid & Regelgeving van Betonhuis.

Tekst | Jan Mol

Beeld | Betonhuis

21 december 2021 Leestijd 8 minuten

Deel dit artikel

De Vereniging van Ondernemers van Betonmortelfabrikanten in Nederland verenigt 110 betoncentrales, die het gebruik van secundaire en gerecyclede materialen, alsmede de CO2-footprint registreren in een benchmark. Deze benchmark maakt deel uit van de certificatie van de Concrete Sustainability Council (CSC). Het is een certificatiesysteem voor een duurzame productie van beton en verantwoorde herkomst van grondstoffen dat zekerheid geeft aan de afnemers. Paul Ewalds is coördinator van Beleid & Regelgeving van Betonhuis, wij spreken hem over de duurzaamheids-rapportage 2018-2019 van de sector Betonmortel.

Meer CO2-uitstoot in 2019, maar verklaarbaar

Uit de benchmark valt af te lezen dat beton in volume is toegenomen, maar de aanvoer van grondstoffen met beperkte CO2-uitstoot is afgenomen. Wat betekent dat? Ewalds: “Door de beperkte beschikbaarheid van grondstoffen met beperkte CO2-uitstoot is er mee CEM1 gebruikt, met als gevolg meer CO2-uitstoot. Dat probleem zit vooral aan de kant van de bindmiddelen. Is dat een probleem? Voor de betonsector wel, maar voor Nederland niet. Het houdt in dat andere industrieën minder afval zijn gaan produceren. Dat betekent wel dat we naar alternatieven moeten kijken die de CO2-uitstoot in onze sector weer terugdringen. Gecalcineerde klei kan een oplossing zijn.”

Duurzame ambities

Het Betonakkoord wijst de weg naar duurzaam werken en de lat ligt hoog. “De sector Betonmortel wil zelfs 55% CO2-reductie halen in 2030 (ten opzichte van 1990). In 2050 willen 100% CO2-neutraal beton hebben. Die ambitie kunnen we niet alleen waarmaken, daarvoor kijken we ook in de richting van de andere partijen in de bouwketen”, legt Ewalds uit. “De betonindustrie levert vaak wat wordt gevraagd. Als onze industrie duurzame oplossingen voorstelt, dan kan dat betekenen dat opdrachtgevers plannen moeten loslaten of juist meer geld moeten investeren voor bepaalde zaken. Maar ook dat bouwers en ontwerpers hun werkwijze en plannen tegen het licht moeten houden, wachttijden anders in moeten richten, constructies moeten aanpassen, hergebruiken of slanker moeten construeren. Er zal dus duurzaam besteld moeten worden en meer samengewerkt moeten worden. De besteller moet aangeven hoeveel milieu-impact hij wil maken. Minder CO2-uitstoot betekent dus minder CEM1 en meer CEM3 verwerken, meer hoogovenslak toepassen et cetera. We zullen als betonindustrie in overleg moeten treden met onze opdrachtgevers. Bij gunning van publieke opdrachtgevers telt voor hen vaak de MKI-waarde, maar dat zijn geen echte kosten. Niet publieke opdrachtgevers kunnen werken met het CSC-keurmerk, met de module voor secundair materiaal. Voor 2022 staat er ook een CO2-module in de planning. Dan kun je beton bestellen met een duurzaamheidsfactor, uitgedrukt in 1 tot en met 5 sterren. Dat werkt internationaal, in Nederland gaan we die sterren hoogstwaarschijnlijk een MKI-referentie meegeven (in het buitenland kent men MKI niet).”

Duurzaamheidsrapportage 2018-2019 Betonhuis Betonmortel.

CO2-uitstoot veroorzaakt door import belasten

In Europa wordt gerekend met het EU ETS, European Emissions Trading System. “De huidige ETS-systematiek moet aangepast worden. Het wordt steeds strenger qua vrije rechten, maar het moet wel een eerlijk speelveld blijven. Als we over de gehele CO2-uitstoot ETS-rechten betalen, dan wordt het een Europese aangelegenheid en wordt CO2-uitstoot die wordt veroorzaakt door import ook belast.”

Aan de zijlijn speelt nog iets anders volgens Ewalds: “Er is net een rapport genaamd ‘Carbon Based Design’ uit, van TNO/RVO. We proberen al te bouwen met zo min mogelijk CO2-uitstoot, maar het rapport geeft aan dat waar de CO2-uitstoot van materialen een factor 1 is, het gebruik van het gebouw een factor 7 is. Minder materialen gebruiken betekent minder CO2-uitstoot, maar houdt wel meer stoken en koelen in. Wat ik daarmee wil aangeven is dat materialen niet solo aan de basis van CO2-uitstoot liggen. Een groot deel van de uitstoot zit aan de kant van de opdrachtgever, de ontwikkelaars en de constructeurs, op een niet-materiaalgebonden manier. Aan de kant van het bouwwaardenmodel dus, aan de kant van de levensduur en het circulaire ontwerp. Dan kun je de duimschroeven op de MKI wel steeds meer aandraaien in de betonindustrie, maar de niet-materiaalgebonden kant moet ook bekeken worden. Dat is echter nergens vastgelegd.”

Conclusie

De conclusie die we kunnen trekken is dat de benchmark niet alles zegt, omdat de uitkomsten zijn gebaseerd op kubieke meters beton. “Het gaat echter over het geheel”, zegt Ewalds. “De huidige benchmark past in de tijdsgeest van 2014, als drijfveer om te verduurzamen. Nu het Betonakkoord er is kunnen we op een hele andere manier monitoren. Breder, vollediger. Een stuk evolutie.”

Belangrijkste conclusies rapportage
De toegenomen vraag naar beton komt door de toename van grote infrawerken in 2019, zoals Sluis IJmuiden en Afsluitdijk. Bovendien vragen dergelijke infrawerken veel cement van een kwaliteit die bestendig is tegen zeewater en dat betekent hogere milieuklassen die zorgen voor meer CO2. 

– Door de groeiende markt zijn er in verhouding per m3 minder (CO2-neutrale) secundaire grondstoffen gebruikt én was er tegelijkertijd minder aanbod van CO2-neutrale stoffen als vliegas en H-slak.

– Er is relatief veel hoogbouw gepleegd en daarmee meer vraag naar hogere sterktes. Dat vraagt hogere percentages cement in het beton wat bijdraagt aan een hoger volume CO2.   

 

Nieuwsbrief

Meld u aan om nieuws & updates te ontvangen.

Contact

Wouter Jansen

Projectmanager

Uw organisatie promoten via het Grond/Weg/Waterbouw netwerk? Ik help u graag verder.

0%

    Stuur ons een bericht