Wegbeheerders, asfaltaannemers, leveranciers, ontwerpers, kwaliteitsborgers en kennisinstellingen krijgen de komende jaren grote uitdagingen te verwerken..

03:11
08-07-2020

Circulariteit en duurzaamheid in wegenbouw en bij wegonderhoud

GWW Magazine in gesprek met Bouwend Nederland

“Asfalt is (in principe) 100% circulair.  We gooien niets weg, we gebruiken alles opnieuw met uitzondering van teerhoudend asfalt.” Een uitspraak van Ron Wesseling, Manager Vakgroep Bitumineuze Werken bij Bouwend Nederland. “Dit wordt echter op een verantwoorde manier uit de keten gehaald waarna een deel van de gereinigde materialen weer opnieuw kan worden toegepast. Het punt is dat we geen afspraken hebben gemaakt over de definitie van circulariteit. Wij maken in de wegenbouw meer asfalt dan we van de weg frezen. Dus is dat dan nog circulair? Natuurlijk, we verwerken zoveel mogelijk gerecycled asfalt. Dat neemt niet weg dat de productie van nieuw asfalt, zolang er meer asfalt nodig is dan vrijkomt, altijd nodig is.”

Met ‘Asfalt-Impuls’ worden de handen ineengeslagen

Wesseling vervolgt zijn verhaal: “Wegbeheerders, asfaltaannemers, leveranciers, ontwerpers, kwaliteitsborgers en kennisinstellingen krijgen de komende jaren grote uitdagingen te verwerken. Voorbeelden van deze uitdagingen zijn het invulling geven aan de circulaire economie, het Klimaatakkoord en de Green Deal duurzaam GWW 2.0. Allemaal het liefst met minder kosten, minder hinder en met aandacht voor het economisch belang van de asfalt producerende en verwerkende bedrijven. Daarom heeft de sector de handen ineengeslagen in het programma ‘Asfalt-Impuls’. Alleen door samen te werken kunnen we als sector komen tot oplossingen voor alle vraagstukken.”

De partners die zich verenigd hebben binnen Asfalt-Impuls zijn Rijkswaterstaat, de 12 provincies, gemeenten, CROW, TU Delft, Universiteit Twente, Bouwend Nederland (Vakgroep Bitumineuze Werken), onafhankelijke asfaltproducenten/aannemers, Eurobitume, TNO, Aveco de Bondt, Sweco, Kiwa Nederland, Kiwa KOAC en De Wegenscanners. “Samen zoeken we naar oplossingen om asfalt te verduurzamen”, legt Wesseling uit. “Verduurzaming is een continu proces. Innovaties die gedaan worden moeten echter wel als oplossing geaccepteerd worden. Soms staan bepalingen een innovatie in de weg. De eis om gebruik te maken van ‘proven technology’ is een ‘kip en ei’ situatie. Innovatie kan alleen proven technoloy worden wanneer het in de praktijk wordt toegepast.”

Duidelijke afspraken maken

Onder verduurzaming in de wegenbouw wordt vooral verstaan dat asfalt langer meegaat en er minder CO2-uitstoot plaatsvindt. Wesseling: “Maar wanneer weet je of je duurzaam bezig bent, als er geen duidelijke afspraken over bestaan? Als je een asfaltmengsel ontwikkelt dat wel 10 x zolang meegaat op de weg, maar om te produceren meer CO2-uitstoot oplevert. Mag dat dan? Op dat soort vragen willen we antwoorden hebben. Bouwend Nederland is met de Vakgroep Bitumineuze Werken de verbinder in deze discussie. We voeren de discussie zonder commercieel oogmerk. Eigenlijk zijn we neutraal Zwitserland binnen de groep van partners. Bouwend Nederland dient een hoger doel, niet alleen onze eigen sector, maar ook de BV Nederland en de burger. We promoten veilig werken en een gelijk speelveld, op een duurzame, circulaire wijze -waar mogelijk- en willen standaarden vastleggen en definities bepalen. De winst zit hem in efficiënter kunnen werken, dus aan de kant van de kostenbesparing.”

Oude systemen zullen gedemonteerd worden en de onderdelen die aan de procedure voldoen worden hergebruikt.

 

De stikstofdiscussie

Johan Asscheman, Secretaris Vakgroep Civiele Betonbouw en Specialistische Wegenbouw bij Bouwend Nederland, haakt in op de kwestie rondom de CO2-uitstoot. “Bouwend Nederland is met de overheid in overleg hierover, omdat een dergelijk overleg alleen gevoerd kan worden met representanten. Dat zijn wij, voor onze sector. De vraag die wij stellen is ‘Waar ligt het belang?’ De discussie rondom stikstof wordt gevoerd door het Ministerie van Landbouw, daar ligt het dossier. Wij zijn in overleg met zowel het Ministerie van Landbouw als met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het probleem is echter ministerie overstijgend, daarom zijn we blij met het onderzoek dat de commissie Remkes deed. Er moet een drempelwaarde voor de bouw worden vastgesteld. Minister Carola Schouten moet daarmee aan de slag van de regering”, aldus Asscheman. “Bouwend Nederland pleit ervoor dat de minister de adviezen uit het eindrapport van Remkes zo spoedig mogelijk omzet in beleid en komt met een drempelwaarde.”

Duurzaamheid in geleiderails

Wanneer we naar geleiderails kijken met het oog op duurzaamheid, weet Addy van Doorn, voorzitter van de Commissie Geleiderail van de Vakgroep Specialistische Wegenbouw van Bouwend Nederland het volgende te vertellen: “Vanuit RWS is een werkgroep actief die kijkt hoe we bestaande geleiderails kunnen recyclen. Daarvoor is een nieuwe procedure in het leven geroepen, waarmee aantoonbaar gemaakt wordt dat het huidige model veilig is en aan de CE-norm voldoet. Oude systemen zullen gedemonteerd worden en de onderdelen die aan de procedure voldoen worden hergebruikt. Daarmee voldoen we zoveel als mogelijk aan circulair werken.”

Onderhoud van geasfalteerde wegen

Binnen de duurzaamheidsgedachte is het wenselijk om bestaand asfalt een langere levensduur te geven, dan het te vervangen. Ton Kneepkens van Arcadis (technisch partner van de commissie EAB binnen Bouwend Nederland) vertelt: “We zetten al langere tijd emulsie-asfaltbeton in om geasfalteerde wegen een verbeterde deklaag te geven. De toplaag van asfalt slijt door verkeer en weer. Vaak met textuurschade en deformatie tot gevolg. Met emulsie-asfaltbeton kunnen we die deklaag herstellen, het is als het ware een bitumineuze coating die de weg optimaliseert. Een voorwaarde is wel dat de betreffende weg geen ernstige structurele schade heeft, we zetten emulsie-asfaltbeton preventief in. Des te beter de ondergrond, des te langer de nieuwe coating mee zal gaan. Gemiddeld hebben we het over een levensduur verlengend effect van circa 7 of meer jaar. Het is een koude techniek, het mengsel wordt op locatie gemaakt in een mobiele verwerkingsunit. De hoeveelheid is afgemeten, dus geen verspilling. Door te besparen op energie die nodig is in een asfaltcentrale om warm asfalt te maken, geen energieverslindend transport te hebben en niet te hoeven stoken op locatie, reduceren we de CO2-voetafdruk aanzienlijk. En het mooie? Na gemiddeld een half uur is de toplaag van emulsie-asfaltbeton al berijdbaar. Over minder hinder gesproken…”.     

Tekst | Jan Mol  Beeld | Bouwend Nederland

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen rondom civiele techniek & infrastructuur

Lees ons « Privacy statement » voor nadere informatie.

GROND/WEG/WATERBOUW partners