Tagarchief: Jubileum

De Pen | ‘Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst’

dsc_1362-kopieren
Lees het gehele artikel

Het 10-jarig jubileum van dit vakmagazine is een mooie gelegenheid om te kijken waar de GWW-sector anno 2019 staat. Het World Economic Forum heeft daar een uitgesproken mening over. Volgens dit toonaangevende instituut behoort onze infrastructuur dit jaar tot de top vier van de wereld.

Wie ons land bekijkt door de ogen van de buitenlander begrijpt die bewondering. Nederland is een ware openluchttentoonstelling van duurzame weg- en waterbouwkundige iconen. Ook in de afgelopen tien jaar zijn daarvan mooie voorbeelden tot stand gekomen.

Neem bijvoorbeeld de landtunnel in de A2 in Maastricht. Sinds deze tunnel in 2016 is opengesteld voor het verkeer, vervuilt het doorgaande verkeer de stad niet langer. De woonwijken die jarenlang werden gescheiden door de A2 zijn weer met elkaar verbonden. Bovenop de 2,3 kilometer lange tunnel is nu een groene loper uitgerold met nieuwe ruimte voor recreatie en wonen.

Een tweede icoon is voor mij de Markerwadden. In september 2018 is het eerste eiland geopend van een eilandenarchipel die een gezonde leefplek biedt aan vogels, vissen en waterplanten. Een mooi staaltje duurzame samenwerking tussen Rijkswaterstaat, Natuurmonumenten en de aannemer.

Een derde icoon van duurzame innovatie vind ik het circulaire viaduct bij Kampen. Dat viaduct hebben we in het afgelopen jaar samen met de markt ontwikkeld en het is inmiddels weer succesvol gedemonteerd. Waar gewone viaducten na 30 tot 50 jaar worden gesloopt, is de levensduur van dit circulaire viaduct met 200 jaar ongeveer zes keer zo lang.

Luchtfoto Oosterscheldekering, (Beeld: Thomas Fasting)

 

Uit elk van deze voorbeelden blijkt dat werken aan een gezonde, natuurlijke leefomgeving inmiddels een belangrijke competentie van ons is geworden. Die kennis en ervaring is in deze tijd waardevoller dan ooit. De samenleving verandert steeds sneller en ingrijpender. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie, de bevolkingsgroei, de klimaatverandering, de duurzaamheidsambitie van het kabinet en de groeiende mobiliteit. Al die ontwikkelingen raken aan gezondheid en milieu en aan de inrichting van de openbare ruimte.

Ook de komende decennia gaat ons land verder op de schop. Niet alleen om woningen te bouwen en windmolen- en zonneparken aan te leggen. Maar ook vele extra rijstroken om verkeersknelpunten op te lossen. Wat de infrastructuur betreft, zullen we vooral druk zijn met ‘houden wat we hebben’. Honderden bruggen, viaducten, sluizen en stuwen, hebben een opknapbeurt nodig of moeten worden vervangen.

Dat belooft een grote, ingewikkelde opdracht te worden. We zullen overal aan het werk zijn, en Nederland mag niet vast mag komen te staan. Aan ons is de uitdaging om overlast voor het verkeer en omwonenden te beperken. In lijn met de Omgevingswet, die in 2010 in werking treedt, gaan we burgers nog intensiever betrekken bij elke ingreep in de leefomgeving.

Het standbeeld van Cornelis Lely. Op de bronzen gedenkplaat onder dat monument prijkt de indringende spreuk: ‘Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst’. (Beeld: Henri Comont)

 

Bovendien zullen we steeds meer klimaatneutraal en circulair moeten werken. Met de Stikstof- en Pfas-problematiek hebben we een enorm complexe puzzel op te lossen. We doen er alles aan om Nederland in beweging te houden, maar het plannen van infrastructurele projecten is er niet makkelijker op geworden.

We staan dus voor een uitdagende toekomst waarbij niet alles meer kan op de manier die we gewend zijn. Zijn we daar als sector wel op voorbereid? Die vraag legde ik eind 2018 voor aan adviesbureau McKinsey. ‘Het kan alleen lukken met een vitale, gezonde, innovatieve, duurzame markt,’ zo luidt de conclusie. Dat betekent iets voor de marktsector én voor Rijkswaterstaat. De sector zal productiever moeten worden en moeten werken aan minder faalkosten en meer rendement.      

Ook Rijkswaterstaat zal in zijn rol van opdrachtgever moeten veranderen. Het is tijd om af te dalen uit onze ivoren toren. Wij moeten de omslag leren maken van ‘veel op papier naar voeten in de klei’. Rijkswaterstaat zal projecten beter moeten leren beheersen en meer inhoudelijk gaan opdrachtgeven. Bovendien willen we investeren in andere contracten en in een betere verdeling van risico’s bij projecten. Zodat bedrijven die voor ons werken een eerlijke beloning krijgen voor hun werk.

Bovendien kunnen we veel meer profiteren van nieuwe technieken, ICT en data. Om ons land klimaatbestendiger te maken, bijvoorbeeld. Maar ook om onze infrastructuur slimmer te maken. ‘Verjongen, vernieuwen en verduurzamen’, luidt ons credo. Al tijdens het renoveren van een weg, kunnen we deze verduurzamen en klaarmaken voor de mobiliteitsbehoefte van de toekomst.

De Afsluitdijk wordt het icoon van verjongen, vernieuwen en verduurzamen. (Beeld: Ivo Vrancken)

 

Dat gaat alleen lukken als we samenwerken. We zullen steeds vaker andere sectoren bij ons werk moeten betrekken en leren werken in wisselende samenstellingen. De GWW zal niet langer vanzelfsprekend de hoofdaannemer van grote projecten zijn. Als de opgave daarom vraagt, zullen steeds vaker ICT- of Elektrotechnische bedrijven de kar gaan trekken.

De toekomstige opgaven vergen, kortom, een transitie in de hele bouwsector. Zowel voor opdrachtgevers als opdrachtnemersrol. Inmiddels werk ik samen met de markt aan een plan van aanpak. Op basis daarvan wil ik toegroeien naar een vitale sector die de bouw en onderhoudsopgave van ons land kan vormgeven.

Hoe lastig die opgave ook lijkt: ik weet dat het kan. In ons land zie ik namelijk nu al iconen die getuigen van die duurzame innovaties en vernieuwende samenwerking.

De renovatie van de IJsselbruggen in de A12 vind ik een mooi voorbeeld van vernieuwend opdrachtgeverschap. Rijkswaterstaat gaat het renovatieproces opdelen in twee fasen. De prijs voor de onderdelen met de meeste risico’s bepalen we pas als we die risico’s goed kunnen inschatten. Daarnaast gaan we experimenteren met zogenoemde portfoliocontracten. Die bieden de sector kansen om te innoveren en de mogelijkheid om investeringen over meerdere projecten heen terug te verdienen.

De renovatie van de Wantijbrug tussen Papendrecht en Dordrecht vind ik een toonbeeld van het benutten van data en IT in ons werk. Deze brug krijgt als eerste het nieuwe ‘3B-Bouwblok’ ingebouwd. Het bouwblok maakt de brug slimmer en efficiënter te bedienen, te beheren en storingsvrij te houden. Met deze nieuwe software en hardware kan Rijkswaterstaat ook andere tunnels, sluizen en bruggen op een gestandaar diseerde manier klaar maken voor de toekomst.

Brug in de Markerwadden. (Beeld: Shutterstock)

 

En tenslotte kom ik uit bij de Afsluitdijk. Tot 2022 bouwen we dit 87-jarige waterveilig heidsicoon om tot een veilige, duurzame, slimme dijk. De dijk wordt het icoon van verjongen, vernieuwen en verduurzamen. Met een nieuwe bekleding van 75.000 betonnen reuzestenen, met nieuwe, krachtige spuisluizen, met een duurzame vismigratierivier en met technieken om energie op te wekken uit zeewater.

Eén ding aan de nieuwe Afsluitdijk blijft onveranderd. Op de plaats waar de dijk ooit werd gesloten, staat ook straks het standbeeld van de grote Cornelis Lely. Op de bronzen gedenkplaat onder dat monument prijkt de indringende spreuk: ‘Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst’.

Wat mij betreft is dat het motto dat ons ook in deze tijd drijft. Onder onze handen krijgt Nederland de komende decennia opnieuw vorm. Door samen te werken aan duurzame innovaties, die we met zorg inpassen in de leefomgeving van onze kinderen en kleinkinderen.

Ik wens de Grond-Weg- en Waterbouw een duurzame, uitdagende toekomst toe!   

Michèle Blom,

Directeur-generaal Rijkswaterstaat.

Jubileum in teken van verdere groei

gww-be-1903-pladdet-02-kopieren
Lees het gehele artikel

Pladdet mag dan een jubileum vieren, de groei is er nog lang niet uit. Dat bewezen de aanwezige buitenlandse dealers tijdens de open dagen. “We zetten sterker in op export en willen ook buiten Nederland verder groeien”, zegt mededirecteur Jonathan de Putter. “Vandaar dat we veel buitenlandse dealers op bezoek hebben tijdens deze twee open dagen.” Ze vielen overigens nauwelijks op tussen de duizenden andere bezoekers, zo druk was het in Biervliet.

Een geïnteresseerde bezoeker krijgt uitleg bij de walsmachine waarmee de staalplaten van de bakken in vorm worden gebracht.

 

De Tweede Wereldoorlog was nog in volle gang toen de broers Krijn en Ko Pladdet in Zeeuws-Vlaanderen een agrarisch loonbedrijf startten. Al gauw werden er ook machines verkocht en nam de vraag naar aanbouwdelen voor graafmachines sterk toe. Groeien doet Pladdet dus al vanaf het begin. Inmiddels staat de derde generatie aan het roer in Bier­vliet, de landelijk gelegen vestigingsplaats.

Een overduidelijke wegwijzer naar de open dagen van Pladdet in Biervliet.

 

Jonathan de Putter en Gerrit Cazant zijn schoonbroers en jeugdvrienden en ze zien allebei kansen op internationaal gebied. Vandaar dat ze vanaf hun aantreden in 2009 bezig zijn een wereldwijd dealernetwerk uit te bouwen. Pladdet floreert, ontwikkelt en vernieuwt en dat altijd weer vanuit de familiewaarden kwaliteit en betrouwbaarheid. “Daarom”, zeggen beide directieleden, “zetten wij ons steeds in voor het leveren van een goed product tegen een eerlijke prijs.” En zorgen ze goed voor hun ruim honderd eigen werknemers en trouwe klanten, waarbij het dealership van topmerk Hitachi uiteraard een grote rol speelt.

Op het demoterrein was er grote belangstelling voor de nieuwe grond/ballastzuiger aan een Hitachi Zaxis 210LC.

 

Het werkt

De vraag is natuurlijk of dat werkt. Wel, die vraag werd op vrijdag 24 en zaterdag 25 mei beantwoord door de bezoekers, die in groten getale kwamen opdagen. Trok de vorige open dag in 2010 al zo’n 3.500 bezoekers, dit keer waren het er ruim meer dan 5.000. Een complimenteuze drukte dus voor de medewerkers van Pladdet. Dat de bezoekers elkaar niet in de weg liepen, heeft een eigen reden. Toen ondergetekende enkele jaren geleden het bedrijf bezocht, waren er al wat productiehallen bijgebouwd. Tijdens de open dagen eind mei bleken er nog eens drie hallen te zijn bijgebouwd. Een logisch gevolg van de verdere groei van het productgamma.

In de hallen met de vacaturestand en de presentaties van toeleveranciers was het een komen en gaan van nieuwsgierige bezoekers.

 

Leuke nieuwtjes

Niet alleen in aantallen, ook in de soort van producten groeit Pladdet gestaag verder. Zo zagen we een uitgebreide uitstalling van SMP tiltrotators en aanverwanten, waren de houtgrijpers en –splitters van Woodpecker niet over het hoofd te zien, draaide een Hitachi graafmachine met een (grind)zuigbak en vertelde Jonathan de Putter ons over het dealership van Movax. Het Finse bedrijf staat bekend om de innovatie methoden om damwanden en heipalen in de grond te plaatsen, heeft grondboren en voorboorders en dat alles voor een breed toepassingsgebied: van weg en rail tot water en energie.

Daarnaast is Pladdet inmiddels een bekende naam in de sloopwereld, met een eigen lijn sloophamers en zien we ook vergruizers, combischaren en schrootscharen liggen in de magazijnrekken.

De open dagen bij Pladdet hadden voor groot en klein het nodige te bieden.

 

Aanpassen van machines

De duizenden bezoekers werden via een slingerende looproute door het hele bedrijf heen geleid. Met eigen ogen konden ze zien hoe aanbouwdelen en uitrustingsstukken door de medewerkers van Pladdet van begin tot eind worden gefabriceerd. Van het ontwerpen met behulp van 3D-tekenprogramma’s, waarvan de tekeningen machines in de werkplaats aansturen, tot het vele handwerk bij het samenstellen en aflassen van die veelheid aan eigen producten. De lijst is lang en naast de vele standaardproducten (grijpers, bakken, palletframes…) gaat het vaak ook om op maat gemaakte aanbouwdelen. Speciale tak van sport is het aanpassen van machines: de bouw van triple booms, verlengen van gieken (long-fronts), versterken van sloopgieken, ombouwen tot verstelbare/kantelbare cabines, ballastverzwaringen, enzovoort.   

Specialist in verticaal transport viert jubileum

netwerk-professionele-distributeurs-in-de-benelux-kopieren
Lees het gehele artikel

Ze zijn helemaal klaar voor de toekomst. Opgericht in 1968 vierde het West-Vlaamse familiebedrijf De Lille vorig jaar haar 50-jarig bestaan. Medezaakvoerder Stijn De Lille, verantwoordelijk voor de verkoop, vertelt dat anno 2019 De Lille NV een specialist is in verticaal transport. Dit dankzij de meer dan 30 jaar ervaring met import en distributie van Merlo-verreikers en sinds kort ook het Venieri wiellader gamma.

Zo kan De Lille haar klanten een compleet gamma aanbieden. Van compacte kniklader tot roterende verreiker met een werkhoogte van bijna 35 meter. Om haar klanten over zo’n dichtbevolkt grondgebied te bedienen bouwde De Lille over die periode een netwerk uit van 30 distributeurs.

ondersteuning-distributeurs-interventies-eigen-werkplaats-kopieren

De Lille zet altijd in op een vlotte beschikbaarheid van onderdelen en het aanbieden van service na verkoop.

 

Altijd een stap extra voor de klant

Maaike De Lille, medezaakvoerder en verantwoordelijk voor de service vertelt dat het een en ander niet stopt bij de verkoop en De Lille altijd inzet op een vlotte beschikbaarheid van onderdelen en het aanbieden van service na verkoop. Naast haar distributeursnetwerk beschikt De Lille NV over een eigen uitgerust serviceapparaat. “De Lille NV doet meer dan alleen aan- en verkoop van machines. Klanten weten dat ze bij ons kunnen rekenen op kennis en kunde, opgebouwd over meer dan 30 jaar ervaring in Merlo en meer dan 50 jaar ervaring in de mechanisatie. Als voorbeeld kan aangehaald worden de hybride-elektrische aandrijving, de oplossingen ten behoeve van asbestsanering, et cetera. We onderscheiden ons met een groot magazijn OEM onderdelen, krachtige software om op het juiste moment de juiste informatie terug te vinden, de mogelijkheid voor partners om steeds meer elektronisch op te zoeken/bestellen en toch via een helpdesk contact te hebben met ervaren medewerkers. Onze kennis delen we met onze distributeurs en partners in ons recent gerenoveerd opleidingscentrum maar ook eindgebruikers kunnen bij De Lille NV terecht voor kundig onderricht”, vertellen zaakvoerders Stijn en Maaike De Lille. De Lille NV kijkt zo de toekomst tegemoet en biedt letterlijk en figuurlijk de middelen om zaken naar een hoger niveau te tillen.