Tagarchief: wUrck

Opera ‘De Entree van Amsterdam’

Lees het gehele artikel

Speciaal voor GWW magazine gaf wUrck architecten haar visie op het project, op een treffende en bijzondere wijze. wUrck vergeleek het project met het uitvoeren van een opera en wist op fraaie wijze het werk weer te geven in diverse akten.

Akte 1-Een andere rol

Verregaande specialisatie binnen de verschillende vakdisciplines, een andere aanbestedingscultuur en een verdeling van de verantwoordelijkheden heeft tot een nieuwe positie van de architect geleid. Anders dan in andere landen, waar de architect ook voor constructieve en installatietechnische aspecten verantwoordelijk is, wordt in Nederland elk specialisme in een ander hoekje geplaatst. De rol als overkoepelende figuur die de architect ooit was, de generalist, hoofdrolspeler die het overzicht houdt en alles samenbrengt, is voorbij. Naarmate je minder verantwoordelijkheid hebt, krijgt je ook minder macht in het ontwerp en bouwproces. De architect heeft een nieuwe plek in de bouwwereld moeten vinden en definieerde zijn rol opnieuw. Zijn rol als dirigent is voorbij maar hij is nog lang geen figurant!

Akte 2-Multidisciplinair ontwerp

De aard van de architectuur in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw is veranderd ten gunste van het integrale ontwerp. De terugtredende overheid en toenemende marktwerking leidden in de bouw tot publiek-private samenwerkingen waarin de verschillende ontwerpfasen tegelijkertijd aan de orde zijn. Daarnaast vragen Europese aanbestedingen en integrale ontwikkelcompetities, die vaak turnkey in de markt worden gezet, om multidisciplinaire ontwerpteams.

Akte 3-Samenwerking

Samenwerking in de bouwketen is daardoor voor ontwerpers en andere adviseurs steeds belangrijker geworden. Verbinden en samenwerken zijn cruciaal, zowel in de analoge wereld als in de digitale wereld, waar BIM een steeds centralere rol speelt. Samenwerking komt het meest voor in de vorm van bouw- en ontwerpteams. Deze vorm van samenwerking is ook kenmerkend van het project De Entree in Amsterdam.  

Akte 4-Synergie

In een (bouw)team, speelt iedereen een rol en zoals in een orkest voor een goede prestatie de muzikanten (adviseurs) en dirigent (aannemer) als één geheel moeten optreden voor en samenwerken met de componist als opdrachtgever en met een steeds grotere betrokkenheid van het publiek. In een orkest gaat het vooral over synergie, het effect van een samenwerking tussen de muzikanten moet groter zijn dan wat elk van de partijen afzonderlijk zou kunnen bereiken. De rollen moeten dus goed worden gedefinieerd, het geheel goed worden geleid én vaak moeten we ook allemaal tegen de clichés vechten.

De monumentale hoofdentree legt een visuele relatie tussen het maaiveld en de stalling.

Akte 5-Clichés

‘De architect denkt alleen over het uiterlijk en wil alles mooi en duur maken; bovendien verdient hij/zij er zelf geen cent aan.’

‘De aannemer maakt nooit wat er in de tenderfase is beloofd en stuurt voor alles meerwerknota’s.’

‘De constructeur is niet creatief en neemt geen risico’s, uurtje factuurtje.’

‘De installatieadviseur is nooit proactief en doet zo min mogelijk.’

‘De opdrachtgever neemt nooit beslissingen en stelt zijn uitgangspunten altijd bij.’

Akte 6-Ingespeeld

Het breken van dit stereotype gedrag en het begrip en respect voor ieders rol is een plicht. Een langdurige samenwerking tussen de verschillende orkestleden, het zorgen voor een op elkaar ingespeelde groep die eerdere vergelijkbare processen heeft meegemaakt, is essentieel. De continuïteit van eerder betrokkene leden tijdens de initiatief- en/of tenderfase in de verdere uitwerking van het plan is een must. Men moet het stuk door en door kennen om het te kunnen spelen.

Akte 7-Betrokkenheid

Voor de ontwerpers is het noodzakelijk om betrokken te blijven bij alle fases van het proces, om zo de oorspronkelijk ambities te bewaken. Het is kenmerkend voor de samenwerkingen tussen architecten en aannemers dat vanaf een bepaalde fase de verdere uitwerking door de aannemer en/of het ingenieursbureau wordt gedaan. Dat verzwakt de positie van de architect en leidt tot frustraties en kwaliteitsverlies.

Akte 8-Mandaat

Het streven naar kwaliteit vanuit aannemer Max Bögl & Partners en de gemeente Amsterdam heeft ertoe geleid dat de architect een duidelijk mandaat kreeg en optreedt als supervisor voor de architectonische componenten.

Akte 8-Counterpartner

Het streven naar kwaliteit vanuit de opdrachtgever wordt nog eens versterkt door het aanstellen van een counter partner voor de architect binnen de gemeente. Een nauw betrokken supervisor (architect Simon Sprietsma) voor de openbare ruimte, die dezelfde taal spreekt als de architect wUrck, ondersteunt en beoordeelt de ontwerpkeuzes. Een soort gepersonaliseerde welstand, die samen met de architect als kwaliteitsbewaker fungeert. Daardoor zijn er sneller belangrijke ontwerpbeslissingen genomen en is het project beter geworden.

Akte 9-Repetitie

Performance ontstaat niet vanzelf door pas aan het einde het stuk op te voeren. De voorbereiding voorafgaand aan de uitvoering van het stuk vereist repetities, dan pas kom je samen tot een goede uitvoering. Daarbij moet je fouten maken en elkaar niet afvallen, maar ervan leren. Want het moet nog beter en het moet worden bijgesteld. We werken daarom met workshops en clash sessies in het 3D BIM-model, daarbinnen komt alles samen en leren we van elkaars fouten. 

Akte 10- Try-out

Voor project De Entree werken we met een ‘libretto’ (handboek) van de gemeente, maar waar noodzakelijk wijken we daar gefundeerd vanaf. Als try-out maken we varianten en zelfs mock up’s (proefstukken) die we samen beoordelen en waar we van leren en waarbij we het ontwerp weer verbeteren zodat we tijdens de uitvoering niet voor verrassingen komen te staan.

Akte 11-Finale

Zijn we voor De Entree in staat geweest om grotendeels de stereotypen en clichés bij te stellen? Misschien krijgen we het antwoord pas als we de opera helemaal hebben geluisterd. Maar we hopen dat we in ieder geval niet vals hebben gespeeld.     


Opera: ‘De Entree van Amsterdam’

Compositie: De gemeente Amsterdam zet de toon

Dirigent: Max Bögl & Partners

Piano: wUrck

Koperblazers: IV-infra

Houtblazers: Geo-2

Slagwerkers: Installatie Techniek Louwer

Concertmeester: Projectleiding gemeente Amsterdam

Eerste viool: Supervisors

Publiek: Inwoners Amsterdam en bezoekers uit de hele wereld

Oriol Casas Cancer: Architect-partner wUrck

Paul Kersten: Landschapsarchitect-partner wUrck

Vernieuwing stations­gebied is puzzelen op de vierkante meter | De Entree

fietsenstalling-voor-bij-artikel-iv-infra-2
Lees het gehele artikel

Zo’n beetje alles gaat op de schop en wordt volledig vernieuwd. Alle wegverhardingen, de traminfra, steigers, kades, openbare verlichting, verkeerslichten, kabels en leidingen en de bomenstructuur. Iv-Infra is als multidisciplinair ingenieursbureau verantwoordelijk voor het integrale ontwerp van project De Entree. Maar hoe pas je in dit drukke gebied, waar het puzzelen is op de vierkante meter, alle plannen samen in één integraal ontwerp, terwijl het leven van alledag gewoon door kan blijven gaan?

Drukste punt van Amsterdam
Het projectgebied aan de centrumkant van Amsterdam Centraal is een van de drukste punten van de stad. Alles komt hier samen: voetgangers, fietsers, trein, tram, metro, bus, rondvaartboten en touringcars. Dagelijks komen hier 300.000 mensen langs en er vertrekken ruim 1.300 tramritten per dag. Met meer dan 600 kabels en leidingen, funderingen en metrobuizen is het ondergronds net zo druk als bovengronds. De grootste uitdagingen bij de vernieuwing van De Entree zijn dan ook om alle losse onderdelen binnen het geheel in te passen en de vele raakvlakken te managen. 

Ontwerpen zonder verrassingen
We willen geen verrassingen. Niet tijdens de uitvoering, niet voor de gemeente bij oplevering van het project en niet ten aanzien van gemaakte afspraken. Ontwerpen zonder verrassingen vormt een rode draad gedurende het hele ontwerptraject. Omdat de omgeving geen ruimte biedt voor improvisatie, is dan ook gekozen voor een ‘hufterproof-ontwerp’ met een bewuste keuze voor traditionele en beproefde oplossingen. Om clashes tijdens de uitvoering te voorkomen is werkelijk elk onderdeel van het project in 3D ontworpen en vervolgens ‘virtueel gebouwd’ in een 4D BIM-model.

Huidige omgeving in beeld
Juist omdat het puzzelen op de vierkante meter is in het gebied, moet je exact weten hoe de bestaande situatie eruitziet om alles goed en zonder clashes te kunnen inpassen. Wat bevindt zich waar precies en wat zijn de afmetingen van alle elementen in het gebied. Omdat door de jaren heen veel is veranderd, klopten de tekeningen vaak niet. Bij start van het project is het gehele projectgebied ingescand. De bruggen in het gebied zijn in de afgelopen jaren meerdere malen aangepast. De beschikbare areaalgegevens waren hierdoor niet in alle gevallen betrouwbaar. Om het integrale ontwerp goed te kunnen inpassen op de bestaande constructies heeft Iv-Infra aanvullend, vanaf het water, de bruggen met 3D-laserscanning in beeld gebracht.

Het integrale ontwerp
Iv-Infra is binnen dit project verantwoordelijk voor het gehele integrale ontwerp. Dit omvat het ontwerp van de maaiveldinrichting, de weginfra en de herinrichting van het Stationsplein, aanpassingen aan de bruggen en kades en het constructieve ontwerp van de nieuwe fietsenstalling, het integreren van de spoorinfra, riolering, kabels en leidingen, verkeersregelinstallaties en de bovenleidingen van de tram. De nieuwe fietsstalling komt onder het water te liggen, en op termijn wordt er een ondergrondse verbinding tussen de fietsenstalling en de nieuwe metroverdeelhal voor het centraal station gerealiseerd. Iv-Infra heeft het constructieve ontwerp voor deze fietsenstalling gemaakt. Hierbij is nauw samengewerkt met wUrck, die het architectonisch ontwerp van de stalling heeft gemaakt en GEO2 Engineering voor de geotechnische vraagstukken en het ontwerp van de fundering en de bouwkuip. 

Slimme ontwerpoplossingen
Op de Prins Hendrikkade en het Stationsplein wordt de gehele traminfra vernieuwd. Van de sporen, wissels, wisselbesturing en bovenleiding tot de tramhaltes zelf. Voor het alignement van de tram was al een ontwerp gemaakt door het GVB. Dit ontwerp was leidend voor de weginfra. Iv-Infra heeft het tramontwerp verder uitgewerkt in 3D, zodat eventuele clashes met andere elementen in het gebied inzichtelijk konden worden gemaakt en het ontwerp daarop kon worden aangepast. 

Vanaf het Stationsplein leiden diverse bruggen naar het centrum. De toegangsbrug in het midden, ter hoogte van het Victoria hotel, wordt verbreed. Om risico’s te voorkomen is voor een traditionele constructieve oplossing gekozen. Voor het verbreden van de brug is gekozen voor prefabliggers, die ervoor zorgen dat de onderzijde van de brug gelijk blijft liggen aan die van de bestaande. Hierdoor is de verbreding in de eindsituatie niet zichtbaar en blijft de doorvaarthoogte gelijk. 

De Prins Hendrikkade vormt de waterkering voor het centrum van Amsterdam.       
De nieuwe fietsenstalling komt in deze waterkering te liggen. In overleg met het waterschap is gekozen om de waterkering functioneel gescheiden te houden van de fietsenstalling. De vervangende waterkering wordt uitgevoerd als een verankerde damwand. Constructief maakt deze damwand geen onderdeel uit van de stalling. Door deze ontwerpoplossing hoeft de constructie van de fietsenstalling niet als onderdeel van de waterkering te worden beschouwd en kon ook de vergunningverlening worden vereenvoudigd. In de bouwfase vormt de vervangende waterkering een deel van de bouwkuip. Door de fietsenstalling ook in 3D te ontwerpen is geverifieerd of alles goed gaat met bestaande constructies zoals de palen onder de naastgelegen bruggen en de ankers van de huidige kade.

wUrck

Artist impression van de nieuwe fietsenstalling.

Managen van raakvlakken
Met de vele verschillende disciplines en stakeholders die bij dit project betrokken zijn, is beheersing van de raakvlakken de belangrijkste ontwerpopgave. Hiervoor is een gerichte aanpak gekozen. Om het definitieve ontwerp in het korte tijdsbestek te kunnen realiseren, is gestart met een eisen-clashanalyse met de gemeente Amsterdam. Samen hebben we alle eisen kritisch beschouwd en middels contextdiagrammen zijn de ontwerpraakvlakken geïnventariseerd. Aansluitend zijn middels leansessies de planningsraakvlakken tussen de verschillende ontwerpopgaven vastgesteld. Tijdens het uitwerken van het definitieve ontwerp is het ontwerp afgestemd met diverse raakvlakpartijen. Voor de geïnventariseerde raakvlakken zijn concrete beheersmaatregelen vastgesteld. De bewaking hiervan is geïntegreerd in de systems engineeringstool binnen Relatics. Verder waren er ook regelmatig afstemmingsoverleggen, waar inhoudelijke afstemming plaatsvond. 

Voorwaarde voor afronding van het definitieve ontwerp was de beheersing van alle raakvlakken. Dit werd geborgd door interne reviews en clashcontrole op basis van de gecombineerde 3D-modellen in BIM. Ook tijdens de fase van het uitvoeringsontwerp, waar het project zich nu in bevindt, wordt continu getoetst aan het integrale definitieve ontwerp, om de raakvlakken blijvend te borgen.