Tagarchief: Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat gunt onderhoud tunnels aan Croonwolter&Dros

ketheltunnel
Lees het gehele artikel

Samen met Rijkswaterstaat wordt de beschikbaarheid optimaal gehouden en installaties vernieuwd. Na een transitieperiode is Croonwolter&dros per 1 september 2021 verantwoordelijk voor het onderhoud van de volgende tunnels: 

  • Beneluxtunnel
  • Drechttunnel
  • 2e Heinenoordtunnel
  • Noordtunnel 
  • Sytwendetunnels 
  • Ketheltunnel (vanaf 2023) 

Multidisciplinair onderhoud 

Croonwolter&dros wordt verantwoordelijk voor het multidisciplinaire onderhoud van slagboom tot slagboom. Deze verantwoordelijkheid beperkt zich niet alleen tot de technische installaties, maar geldt ook voor het civiele en groene onderhoud in en rondom de tunnels.

Drechttunnel

Onderhoud op het juiste moment

De komende jaren wordt er in samenwerking met Rijkswaterstaat ingezet op predictive maintanence: niet preventief te vroeg of correctief te laat, maar onderhoud precies op het moment dat het nodig is. Door middelen nét voordat ze versleten zijn te vervangen, worden grote ingrepen voorkomen. Zo is predictive maintenance niet alleen duurzaam, maar levert het ook kostenbesparingen op.

Noordtunnel

Energiereductie en minimalisering CO2 uitstoot

Rijkswaterstaat wil een energieneutraal tunnelareaal in 2030. De komende jaren wordt er geïnvesteerd om deze ambitie te verwezenlijken. Croonwolter&dros zet elektrisch vervoer en duurzaam materiaal in waarmee de CO2 uitstoot door de monteurs beperkt wordt.

Meer weten over onderhoud op het juiste moment?
Predictieve Maintenance

Samenwerking cruciaal bij grootschalige reparatieklus stuw Linne

DSC_1173 kopiëren
Lees het gehele artikel

Schade aan tenminste vier jukken -de stalen staanders die onderdeel van de stuwconstructie zijn- waardoor de stabiliteit van de stuw niet meer gegarandeerd kon worden.

Stabiliteit blijvend borgen

Direct na het incident is in opdracht van Rijkswaterstaat de onderhoudsaannemer Combinatie Mourik-Dynniq ter plekke gekomen en is Mourik Infra toegevoegd aan het crisisteam. “Wij wilden de stabiliteit van de stuw continu monitoren en Mourik Infra heeft hiervoor een real-time monitoringssysteem opgezet”, zegt Jens op het Veld, technisch manager van Rijkswaterstaat. “Om de stabiliteit van de stuw te kunnen borgen en de schade te kunnen inspecteren en repareren, is Paans Van Oord door Mourik Infra benaderd om een tijdelijke breuksteendam in de Maas te leggen. Een breuksteendam realiseren is voor Paans Van Oord bijna dagelijkse kost. Maar een dam maken bij hoge stroomsnelheden, bovenstrooms op vier meter van een stuw? “Dat kan met recht een uitdaging worden genoemd”, zegt Peter Brand, werkvoorbereider bij Paans Van Oord. “Het was een gevecht tegen de klok en het water. Maar dankzij de intensieve inzet door alle betrokkenen, fantastische samenwerking én ons hoogwaardige materieel was er binnen een kort tijdsbestek weer een waterveilige situatie.” De dam neemt de waterkerende functie over van de stuw waarmee de waterstand goed op peil gehouden wordt, ook als de wateraanvoer afneemt.

Realisatie van de tweede benedenstroomse dam.

Een enorme klus

“De reparatie aan stuw Linne is een enorme klus, waar normaal gesproken zo’n twee jaar voorbereidingstijd aan vooraf gaat”, legt Op het Veld uit. Roel van Oudheusden, projectmanager bij de Combinatie Mourik-Dynniq vult aan: “Veel uitdagingen op technisch gebied en dat onder de nodige tijdsdruk, dat werkt alleen als er sprake is van een extreem goede samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de opdrachtnemer. In goed onderling overleg en na zorgvuldige afweging, is er besloten ook een breukstenen dam benedenstrooms aan te leggen om zo een droge bouwkuip te realiseren.” Op het Veld: “Omdat bij Rijkswaterstaat de renovatie van deze stuw al op de planning stond, ergens binnen nu en vijf jaar, hebben we besloten om álle jukken te vervangen. Inspectie van de overige jukken die geen zichtbare schade hadden opgelopen is behoorlijk tijdrovend en we willen de stabiliteit van het geheel waarborgen natuurlijk.”

Kritische maatvoering

Ingenieursbureau Boorsma ontfermde zich, in opdracht van Mourik Infra, over het complete ontwerp van de gehele stuwrenovatie, waaronder ook de jukken. Het gehele ontwerp is in nauw overleg met Rijkswaterstaat gerealiseerd, waarbij Rijkswaterstaat omwille de tijd verantwoordelijk is voor de ontwerpkeuzes. Jan Wessels, adviseur bij Boorsma, vertelt dat de jukken qua geometrie lijken op de oude, maar anders zijn van vorm én voldoen aan de huidige norm. Het is een groot voordeel bij een dergelijke klus dat het ontwerp en de engineering voor de disciplines waterbouwkunde (breuksteendam), geotechniek, beton- en staalconstructie en werktuigbouwkunde in één huis verzorgd worden. Voor Boorsma was Linne de derde grote stuwrenovatie; eerder waren de stuwen in Sambeek en Belfeld al aan de beurt, beiden ook in opdracht van Mourik Infra. Wessels geeft aan dat het zeker geen routinewerk is: “Ook bij Linne waren er voor onze specialisten volop uitdagingen in het ontwerp.”

De poireestuw bestaande uit nieuwe jukken en brugdelen.

De jukken zijn gefabriceerd bij Mourik Infra, locatie Echt. Door de kritische maatvoering en de bijzondere combinatie van de onderling te lassen materialen, is alle vakmanschap vereist geweest die Mourik Infra in huis heeft. Van Oudheusden licht toe: “Vanwege de krappe planning ben je aan het ontwerpen en fabriceren tegelijkertijd. Dus start je als eerste aan de meest tijdskritische componenten. Tijdens het werk stuit je op technische uitdagingen, maar dankzij korte lijnen tussen de projectteams en snelle besluitvorming vanuit Rijkswaterstaat, krijg je het voor elkaar.”

Demontage van de bestaande jukken.

Sublieme samenwerking

Inge Beckers, projectleider bij Mourik Infra noemt als voorbeeld dat er een versterking nodig was in het achterdraaipunt van de jukken. “De stuw moet natuurlijk voldoen aan de huidige normen en weer twintig jaar meegaan. Door het ontwerp van de jukken aan te passen, hebben we de stuw naar het huidige normbeleid gebracht.” Ook zijn er nieuwe brugdelen ontworpen en is er een lierconstructie aangebracht. Op het Veld: “Doordat de jukken onderling verbonden zijn met kabels, kunnen de jukken met één druk op de knop door een 65-tons lier gelijktijdig gestreken én gezet worden.” Na een drukke periode van ontwerp, fabricage en voorbereidingen is eind augustus gestart met het monteren van de eerste van de veertien jukken van de stuw. Het opbouwen van de stuw is onverminderd door gegaan, waarbij de stuw voor 1 november 2020 weer volledig zelfstandig het water in de Maas kon keren. Precies op tijd voor de start van het hoogwaterseizoen. 

Het moge duidelijk zijn: dankzij het oplossend vermogen van de projectteams en het onderlinge goede vertrouwen, is het mogelijk een klus van dergelijke omgang zonder afgekaderd contract te realiseren binnen zo’n krappe tijd. “Zélfs in coronatijd en uiteraard met de gewenste en vereiste kwaliteit”, besluit een tevreden Op het Veld.    

Rijkswaterstaat zoekt informatie over circulaire innovaties in de GWW

Lees het gehele artikel

Om de Nederlandse klimaatdoelstellingen te halen en de economie te versterken verduurzaamt de overheid de rijksinfrastructuur. Als grote opdrachtgever wil Rijkswaterstaat in 2030 volledig klimaatneutraal en circulair werken, met hoogwaardig hergebruik van alle materialen. Hiervoor is Rijkswaterstaat op zoek naar informatie over circulaire innovaties.

Er is al een groot aantal circulaire innovaties, producten en procesinnovaties ontwikkeld voor de grond, weg- en waterbouwsector (GWW). In 2018 is een eerste overzicht gemaakt door het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE). Inmiddels is de rijksstrategie voor klimaatneutrale en circulaire infraprojecten 2030 in uitvoering. Om meer inzicht te krijgen in het huidige aanbod aan innovaties en in het innovatief vermogen van de markt om de strategische doelen te helpen bereiken voeren we nu een onderzoek uit.

Meld uw innovatie aan

We vragen marktpartijen circulaire innovaties aan te melden voor het onderzoek van NIBE. Deze innovaties beoordelen we met een aantal impact indicatoren conform Leidraad 2.0 Meten van circulariteit van Platform Circulair Bouwen ’23. Hieruit volgt een ‘shortlist’ van koplopers met de meest kansrijke circulaire innovaties, die Rijkswaterstaat actief onder de aandacht wil brengen bij fysieke testruimten zoals de ‘Innovatiestrook A58’ of relevante aanlegprojecten. Bovendien zullen de resultaten van deze studie actief met u gedeeld worden.

U kunt uw circulaire innovatie tot 9 september 2020 aanmelden.

Innovatief vermogen van de markt

Hoe innovatief zijn bedrijven die actief in de Nederlandse grond-, weg- en waterbouw? Stelt uw organisatie innovaties uit óf grijpt uw organisatie de kans aan om verder te digitaliseren, de concurrentiepositie te verbeteren, of verder te verduurzamen? Het Amsterdam Centre for Business Innovation van de Universiteit van Amsterdam voert jaarlijks De Nederlandse Innovatie Monitor uit.

Op verzoek van Rijkswaterstaat wordt deze monitor ook separaat uitgevoerd onder bedrijven die actief zijn in de Nederlandse grond-, weg- en waterbouw. U kunt tot 9 september 2020 deelnemen aan De Nederlandse Innovatie Monitor. Dit vergt ongeveer 10 minuten.

Wat gebeurt er met het resultaat?

Met de informatie over beschikbare circulaire innovaties en het innovatief vermogen van de GWW zal Rijkswaterstaat haar strategie bepalen om samen met marktpartijen de doelen voor klimaatneutraliteit en circulair werken te halen. Daarom nodigen wij marktpartijen uit om deel te nemen aan dit onderzoek. Uw gegevens worden vertrouwelijk behandeld. Alvast hartelijk dank voor uw deelname.

Nieuwe keersluizen beschermen achterland van de Afsluitdijk

Lees het gehele artikel

Om de schutsluizen van de Afsluitdijk en het achterland te beschermen tegen zeer hoge waterstanden en de kracht van het water bouwt consortium Levvel (BAM, Van Oord en Rebel) in opdracht van Rijkswaterstaat twee keersluizen, ook wel stormvloedkeringen genoemd. Dit gebeurt zowel bij het Noord-Hollandse Den Oever als bij het Friese Kornwerderzand (aan de kant van de Waddenzee). Onder normale omstandigheden zullen de keersluizen open staan en bij zeer hoge waterstanden zijn de keersluizen gesloten en is doorvaart voor de schepen dan tijdelijke volledig afgesloten.

We zijn in gesprek met Jens Wijnants (BAM), werkvoorbereider keersluis Kornwerderzand en Johan Bentlage (Van Oord), uitvoerder keersluis Kornwerderzand en Coupure Vismigratierivier (VMR).

Jens Wijnants (BAM), werkvoorbereider keersluis Kornwerderzand.

 

Minder hinder bij alle werkzaamheden

“We zijn twee maanden geleden begonnen met de uitvoering van de werkzaamheden aan de keersluis in Den Oever”, opent Wijnants het gesprek. “Levvel maakt beide keersluizen onder het motto ‘minder hinder’. Minder hinder voor het wegverkeer, de scheepvaart en de ecologie. Het plaatsen van de damwanden in de eerste fase gebeurt vanaf het water met zo min mogelijk hinder voor de scheepvaart. Onze schepen liggen buiten de vaarweg en er wordt bijvoorbeeld niet gehesen als er op dat moment een schip passeert. Veiligheid staat voorop en we zorgen ervoor dat schepen zo lang mogelijk gebruik kunnen maken van beide vaarwegen. Als de damwanden zijn aangebracht zullen we daarachter zand aanvullen tot een droge situatie, om daarna vanaf het land verder te werken.”

Johan Bentlage (Van Oord), uitvoerder keersluis Kornwerderzand en Coupure Vismigratierivier

 

Bentlage voegt toe: “Ook worden er tijdelijke geleidewerken geïnstalleerd om aanvaringen met tijdelijke bouwkuipen te verhinderen en schade aan passerende scheepvaart te voorkomen.” Er wordt nu nog volledig vanaf het water gewerkt. “In totaal spreken we over de inzet van een ponton met daarop een graafmachine voor het baggerwerk, twee slijtbakken voor afvoer van het baggermateriaal, een ponton met een rupskraan voor het intrillen van de tijdelijke bouwkuipen, een ponton voor de aanvoer van de stalen damwandplanken en enkele sleepboten. Tevens vaart er een surveyboat om de gebaggerde dieptes te meten”, somt Bentlage op. Vanaf eind oktober zal de vaarweg in Den Oever toch enkele maanden volledig gestremd moeten worden. “Dan wordt het betonwerk gedaan”, verklaart Wijnants. Het scheepvaartverkeer kan dan omvaren via Kornwerderzand. Bij Kornwerderzand zijn we nu overigens bezig met het treffen van de laatste voorbereidingen om te starten, naar verwachting zal dat aan het eind van de zomer dit jaar zijn.”

De keersluis in Den Oever

Bentlage: “De keersluis in Den Oever komt aan de kant van de Waddenzee, voor de schutsluis te liggen. Deze keersluis wordt voorzien van zogenaamde ‘puntdeuren’, deze zien we vaak toegepast worden bij sluizen. Deze sluisdeuren worden gemaakt van staal en aangedreven door hydraulische cilinders. De puntdeuren worden gesloten bij zeer hoge waterstanden, nodig om de schutsluis en het achterland te beschermen tegen de kracht van het water. Ze werken dus als stormvloedkering. Onder normale weersomstandigheden staan ze open, zodat schepen er doorheen kunnen varen. Naar verwachting zal de keersluis een paar keer per jaar moeten sluiten. Door veranderende klimaatomstandigheden en de stijgende zeespiegel verwachten we dat dit in de toekomst steeds vaker moet gebeuren. Bij zeer hoge waterstanden is de doorvaart voor de schepen dan tijdelijk afgesloten.”

Luchtfoto van de werkzaamheden aan de keersluis bij Den Oever.

 

De keersluis bij Kornwerderzand

De keersluis bij Kornwerderzand wordt aangelegd aan de Waddenzeezijde van de bruggen. In Kornwerderzand wordt een roldeur gebruikt, vervaardigd uit stalen profielen en platen en hydraulisch aangedreven door lieren en kabels. Bentlage licht toe: “Er is gekozen voor een roldeur vanwege de breedte van de vaarweg. Deze roldeur weegt maar liefst 900.000 kg, meet 56 meter breedte en 12 meter hoogte en wordt dichtgeschoven bij zeer hoge waterstanden. Zo worden de schutsluis en het achterland beschermd tegen de kracht van het water, om dezelfde redenen als bij de keersluis in Den Oever. De betonnen railbalk elementen voor de betonnen rolbaan zullen elders worden geproduceerd en als prefab-elementen met gebruik van een drijvende bok worden ingehangen. Met deze methode verkorten we de bouwtijd aanzienlijk en kunnen de schepen eerder doorvaren. Ook het betonmengsel voor de elementen is goed doordacht, het is hogesterktebeton en volledig samengesteld met het oog op de zware last die over de betonbaan moet rollen. Een lange levensduur van de constructie is daardoor gewaarborgd. Een andere tijdbesparende maatregel is het gebruik van prefab betonnen schorten aan de waterzijde van de definitieve damwanden. Later worden de damwanden afgestort met beton.”

Aanleg van de keersluis bij Den Oever

 

Innovatief en duurzaam werken

Er wordt door Levvel op alle vlakken innovatief, duurzaam en ecologisch verantwoord gewerkt. Als voorbeeld noemt Wijnants de tijdelijke hoogwaterkering die nodig is voor de aanleg van de doorgang van de dijk (coupure) bij de Vismigratierivier. Deze is opgebouwd uit Levvel-blocs. “Als de tijdelijke hoogwaterkering zijn functie heeft vervuld, verplaatsen we de Levvel-blocs naar hun definitieve plek op de dijk. Een andere innovatie is de betonnen rolbaan die is voorzien bij de keersluis bij Kornwerderzand. Normaliter loopt een roldeur over stalen rails. Deze zijn echter gevoelig voor vervorming en onderhoud. Beton is wat dat betreft veel duurzamer en het zorgt voor een langere levensduur van de keersluis. Het toepassen van een betonnen rolbaan voor de roldeur is absoluut een nieuw fenomeen.”

Met het oog op de ecologie

Tot besluit lichten Wijnants en Bentlage toe hoe zorgvuldig er met de ecologie rondom de Afsluitdijk wordt omgesprongen. “Levvel is een stap verder gegaan door bij beide keersluislocaties een ecologisch team in te zetten, dat per locatie een toetsing heeft gedaan op de invloed van de keersluizen op de aanwezige flora en fauna. De eindconclusie is gunstig: beide keersluizen hebben weinig tot geen invloed op de omringende ecologie.”     

De Pen | ‘Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst’

dsc_1362-kopieren
Lees het gehele artikel

Het 10-jarig jubileum van dit vakmagazine is een mooie gelegenheid om te kijken waar de GWW-sector anno 2019 staat. Het World Economic Forum heeft daar een uitgesproken mening over. Volgens dit toonaangevende instituut behoort onze infrastructuur dit jaar tot de top vier van de wereld.

Wie ons land bekijkt door de ogen van de buitenlander begrijpt die bewondering. Nederland is een ware openluchttentoonstelling van duurzame weg- en waterbouwkundige iconen. Ook in de afgelopen tien jaar zijn daarvan mooie voorbeelden tot stand gekomen.

Neem bijvoorbeeld de landtunnel in de A2 in Maastricht. Sinds deze tunnel in 2016 is opengesteld voor het verkeer, vervuilt het doorgaande verkeer de stad niet langer. De woonwijken die jarenlang werden gescheiden door de A2 zijn weer met elkaar verbonden. Bovenop de 2,3 kilometer lange tunnel is nu een groene loper uitgerold met nieuwe ruimte voor recreatie en wonen.

Een tweede icoon is voor mij de Markerwadden. In september 2018 is het eerste eiland geopend van een eilandenarchipel die een gezonde leefplek biedt aan vogels, vissen en waterplanten. Een mooi staaltje duurzame samenwerking tussen Rijkswaterstaat, Natuurmonumenten en de aannemer.

Een derde icoon van duurzame innovatie vind ik het circulaire viaduct bij Kampen. Dat viaduct hebben we in het afgelopen jaar samen met de markt ontwikkeld en het is inmiddels weer succesvol gedemonteerd. Waar gewone viaducten na 30 tot 50 jaar worden gesloopt, is de levensduur van dit circulaire viaduct met 200 jaar ongeveer zes keer zo lang.

Luchtfoto Oosterscheldekering, (Beeld: Thomas Fasting)

 

Uit elk van deze voorbeelden blijkt dat werken aan een gezonde, natuurlijke leefomgeving inmiddels een belangrijke competentie van ons is geworden. Die kennis en ervaring is in deze tijd waardevoller dan ooit. De samenleving verandert steeds sneller en ingrijpender. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie, de bevolkingsgroei, de klimaatverandering, de duurzaamheidsambitie van het kabinet en de groeiende mobiliteit. Al die ontwikkelingen raken aan gezondheid en milieu en aan de inrichting van de openbare ruimte.

Ook de komende decennia gaat ons land verder op de schop. Niet alleen om woningen te bouwen en windmolen- en zonneparken aan te leggen. Maar ook vele extra rijstroken om verkeersknelpunten op te lossen. Wat de infrastructuur betreft, zullen we vooral druk zijn met ‘houden wat we hebben’. Honderden bruggen, viaducten, sluizen en stuwen, hebben een opknapbeurt nodig of moeten worden vervangen.

Dat belooft een grote, ingewikkelde opdracht te worden. We zullen overal aan het werk zijn, en Nederland mag niet vast mag komen te staan. Aan ons is de uitdaging om overlast voor het verkeer en omwonenden te beperken. In lijn met de Omgevingswet, die in 2010 in werking treedt, gaan we burgers nog intensiever betrekken bij elke ingreep in de leefomgeving.

Het standbeeld van Cornelis Lely. Op de bronzen gedenkplaat onder dat monument prijkt de indringende spreuk: ‘Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst’. (Beeld: Henri Comont)

 

Bovendien zullen we steeds meer klimaatneutraal en circulair moeten werken. Met de Stikstof- en Pfas-problematiek hebben we een enorm complexe puzzel op te lossen. We doen er alles aan om Nederland in beweging te houden, maar het plannen van infrastructurele projecten is er niet makkelijker op geworden.

We staan dus voor een uitdagende toekomst waarbij niet alles meer kan op de manier die we gewend zijn. Zijn we daar als sector wel op voorbereid? Die vraag legde ik eind 2018 voor aan adviesbureau McKinsey. ‘Het kan alleen lukken met een vitale, gezonde, innovatieve, duurzame markt,’ zo luidt de conclusie. Dat betekent iets voor de marktsector én voor Rijkswaterstaat. De sector zal productiever moeten worden en moeten werken aan minder faalkosten en meer rendement.      

Ook Rijkswaterstaat zal in zijn rol van opdrachtgever moeten veranderen. Het is tijd om af te dalen uit onze ivoren toren. Wij moeten de omslag leren maken van ‘veel op papier naar voeten in de klei’. Rijkswaterstaat zal projecten beter moeten leren beheersen en meer inhoudelijk gaan opdrachtgeven. Bovendien willen we investeren in andere contracten en in een betere verdeling van risico’s bij projecten. Zodat bedrijven die voor ons werken een eerlijke beloning krijgen voor hun werk.

Bovendien kunnen we veel meer profiteren van nieuwe technieken, ICT en data. Om ons land klimaatbestendiger te maken, bijvoorbeeld. Maar ook om onze infrastructuur slimmer te maken. ‘Verjongen, vernieuwen en verduurzamen’, luidt ons credo. Al tijdens het renoveren van een weg, kunnen we deze verduurzamen en klaarmaken voor de mobiliteitsbehoefte van de toekomst.

De Afsluitdijk wordt het icoon van verjongen, vernieuwen en verduurzamen. (Beeld: Ivo Vrancken)

 

Dat gaat alleen lukken als we samenwerken. We zullen steeds vaker andere sectoren bij ons werk moeten betrekken en leren werken in wisselende samenstellingen. De GWW zal niet langer vanzelfsprekend de hoofdaannemer van grote projecten zijn. Als de opgave daarom vraagt, zullen steeds vaker ICT- of Elektrotechnische bedrijven de kar gaan trekken.

De toekomstige opgaven vergen, kortom, een transitie in de hele bouwsector. Zowel voor opdrachtgevers als opdrachtnemersrol. Inmiddels werk ik samen met de markt aan een plan van aanpak. Op basis daarvan wil ik toegroeien naar een vitale sector die de bouw en onderhoudsopgave van ons land kan vormgeven.

Hoe lastig die opgave ook lijkt: ik weet dat het kan. In ons land zie ik namelijk nu al iconen die getuigen van die duurzame innovaties en vernieuwende samenwerking.

De renovatie van de IJsselbruggen in de A12 vind ik een mooi voorbeeld van vernieuwend opdrachtgeverschap. Rijkswaterstaat gaat het renovatieproces opdelen in twee fasen. De prijs voor de onderdelen met de meeste risico’s bepalen we pas als we die risico’s goed kunnen inschatten. Daarnaast gaan we experimenteren met zogenoemde portfoliocontracten. Die bieden de sector kansen om te innoveren en de mogelijkheid om investeringen over meerdere projecten heen terug te verdienen.

De renovatie van de Wantijbrug tussen Papendrecht en Dordrecht vind ik een toonbeeld van het benutten van data en IT in ons werk. Deze brug krijgt als eerste het nieuwe ‘3B-Bouwblok’ ingebouwd. Het bouwblok maakt de brug slimmer en efficiënter te bedienen, te beheren en storingsvrij te houden. Met deze nieuwe software en hardware kan Rijkswaterstaat ook andere tunnels, sluizen en bruggen op een gestandaar diseerde manier klaar maken voor de toekomst.

Brug in de Markerwadden. (Beeld: Shutterstock)

 

En tenslotte kom ik uit bij de Afsluitdijk. Tot 2022 bouwen we dit 87-jarige waterveilig heidsicoon om tot een veilige, duurzame, slimme dijk. De dijk wordt het icoon van verjongen, vernieuwen en verduurzamen. Met een nieuwe bekleding van 75.000 betonnen reuzestenen, met nieuwe, krachtige spuisluizen, met een duurzame vismigratierivier en met technieken om energie op te wekken uit zeewater.

Eén ding aan de nieuwe Afsluitdijk blijft onveranderd. Op de plaats waar de dijk ooit werd gesloten, staat ook straks het standbeeld van de grote Cornelis Lely. Op de bronzen gedenkplaat onder dat monument prijkt de indringende spreuk: ‘Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst’.

Wat mij betreft is dat het motto dat ons ook in deze tijd drijft. Onder onze handen krijgt Nederland de komende decennia opnieuw vorm. Door samen te werken aan duurzame innovaties, die we met zorg inpassen in de leefomgeving van onze kinderen en kleinkinderen.

Ik wens de Grond-Weg- en Waterbouw een duurzame, uitdagende toekomst toe!   

Michèle Blom,

Directeur-generaal Rijkswaterstaat.

Hoe Internet of Things en GIS elkaar versterken

fotogis_2
Lees het gehele artikel

Om data effectief in te zetten, zijn heldere analyses nodig. GIS Specialisten is de schakel tussen data en de analyses. Afgelopen jaar heeft zij het Nationaal Data Wegverkeer, Rijkswaterstaat en Skylab ondersteund om verkeersdoorstromingen te verbeteren.

GIS, ofwel Geografisch Informatie Systeem, wordt steeds prominenter. Niet verwonderlijk want GIS brengt ruimtelijke verbanden en patronen in kaart. Data uit allerlei bronnen worden verwerkt in een GIS en vervolgens geanalyseerd en ook gevisualiseerd. Een situatie, probleem of trend wordt zo inzichtelijk gemaakt in begrijpelijke taal.  Dit varieert van metingen van de luchtkwaliteit en sensoren in afvalcontainers tot indoormapping van gebouwen. De experts van GIS specialisten kunnen een dergelijke gestructureerde GIS-afdeling opzetten en onderhouden, inclusief de inwerking van de (vaste) medewerkers. 

Vlot doorrijden

Ook verkeersstromen kunnen middels GIS inzichtelijk gemaakt worden en op basis van die gegevens verbeterd worden. Zo heeft Rijkswaterstaat vanaf midden 2019 door heel Nederland honderden speciale Internet of Things sensoren geplaatst op belangrijke bruggen, dit om verkeersdoorstromingen te verbeteren. “De sensoren meten drie situaties, slagboom open, dicht of niet-functionerend”, legt Marlex de Jong uit. “Onze bijdrage is dat we de data live beschikbaar hebben gemaakt via het platform Blauwe Golf Verbindend en de Nationale Databank Wegverkeersgegevens en andere verkeersinformatie en navigatiesystemen zoals Flitsmeister en Waze. Dit zorgt voor een betere verkeersdoorstroming op de weg en het water waardoor hulpdiensten sneller ter plaatse zijn. Ook dragen deze innovatieve sensors en platforms bij aan de reductie van de uitstoot van CO2.”

The Things Network

Dit project is een mooi voorbeeld van het samenbrengen van Internet of Things en GIS. Vandaag de dag worden heel veel sensoren gebruikt om van alles te meten. In veel gevallen heeft iedere sensor een eigen app. Bovendien zijn de data lang niet altijd beschikbaar. De Jong: “Wij werken echter uitsluitend met sensoren in The Things Network. Data van verschillende sensoren ‘vangen’ wij op en vertalen deze naar een positie in het GIS systeem. Zo kun je heel goed analyses maken. Belangrijk voordeel is dat de data eigendom blijven van de klant. Met name (semi)overheid wil data kunnen delen met publiek om innovaties te stimuleren.”   

Mijlpaal in baanbrekend onderzoek naar beweegbare bruggen

antea-group-2-1
Lees het gehele artikel

Unieke proefopstelling gereed

Het onderzoek van ingenieurs- en adviesbureau Antea Group, Rijkswaterstaat en de Provincie Zuid-Holland naar de levensduur van beweegbare bruggen bereikt 27 juni een mijlpaal. Op de TU Delft wordt dan een unieke proefopstelling geopend. Deze opstelling maakt het mogelijk om voor het eerst theoretische berekeningen in de praktijk te testen.

Nederland telt honderden beweegbare bruggen. De status van de mechanische uitrusting is cruciaal voor de vraag of een brug gerenoveerd of vervangen moet worden. Hiervoor is een herbeoordeling van het bestaande bewegingswerk nodig. Dit onderdeel is voor veel beheerders een grote worsteling aangezien de theoretische rekenregels die we hanteren de praktijk niet lijken te volgen. Bewegingswerken worden hierdoor mogelijk onnodig (vroeg) vervangen.

Antea Group Beweegbare bruggen onderzoek

Meer veiligheid, minder kosten

Antea Group onderzoekt met TU Delft, Rijkswaterstaat en Provincie Zuid-Holland de dynamica en constructieve veiligheid van beweegbare bruggen. Dit onderzoek leidt tot een realistischer model om de levensduur van beweegbare bruggen te beoordelen. De verwachting is dat dit model grote maatschappelijke en financiële voordelen biedt. Hiermee kunnen brugbewegingsmechanismen kostenbewust in stand worden gehouden zonder dat de veiligheid in het geding komt. Sonja Riesen, projectmanager Beweegbare Bruggen: “Met dit onderzoek werken wij aan het ontwikkelen en toepassen van duurzame oplossingen in onze leefomgeving. Daarnaast past het onderzoek goed bij onze ambitie om tot de top van Nederland te behoren op het gebied van beweegbare bruggen”.

Modellen in de praktijk testen

Het promotie-onderzoek van Kodo Sektani, ingenieur Antea Group, resulteerde al in nieuwe theoretische modellen waarmee de belastingen van brugbewegings-mechanismen in verschillende situaties voorspeld kunnen worden. Sektani: “Nu is het zaak om de modellen te verifiëren en te valideren. Vanaf 2018 werk ik samen met veertien sponsoren aan een proefopstelling die in staat is om antwoord te geven op de vraag met welke krachten een bewegingswerk te maken krijgt en hoe alle mechanische onderdelen op elkaar inwerken”.

De Pen | Michèle Blom

Column-De-Pen
Lees het gehele artikel

De toekomst start nu!

De GWW-sector is enorm in beweging. We hebben de crisis definitief achter ons gelaten. Overal in het land gonst het van de bouwactiviteit. Maar wie tot over zijn oren het werk zit, neemt nogal eens te weinig tijd om vooruit te kijken. En juist dat is in deze tijd hard nodig. Er doen zich in ons land namelijk vele ontwikkelingen voor die vragen om bezinning.

Kijk alleen maar naar de klimaatverandering. Het weer wordt grilliger. 2018 was daarvan het overtuigende bewijs. Begin januari hebben we voor het eerst al onze vijf stormvloedkeringen keringen tegelijk moeten sluiten. Na een voorjaar met extreem hoogwater op de rivieren volgde een zomer die de droogste was in de recente geschiedenis.

We ontkomen er dus niet aan ons land klimaatbestendig en waterproof te maken. Alleen al tot 2028 moeten meer dan 1100 kilometer aan dijken en 256 sluizen en gemalen worden versterkt. En we willen het IJsselmeer snel omturnen in een duurzaam zoetwaterreservoir.

Maar het klimaat is niet de enige uitdaging waarvoor we de komende decennia staan. Het instorten van de brug in Genua heeft het belang van goed onderhoud nog eens onderstreept. De komende decennia hebben honderden bruggen, viaducten, sluizen en stuwen een grondige opknapbeurt nodig. Daarmee staan we in dit land voor de grootste onderhoudsopgave in onze geschiedenis.

Daar komt nog bij dat de mobiliteit sinds de crisis weer enorm toeneemt. Om onze nationale transporteconomie te beschermen, is tot 2032 nog minstens 1.000 kilometer aan extra asfalt nodig.

Werk te over, dus. Nederland moet ingrijpend op de schop. Maar wie zich verdiept in de uitvoering daarvan, ziet ook de dilemma’s. We zullen de komende decennia werkelijk overal in het land aan het werk zijn. Hoe voorkomen we dat Nederland vast komt te staan?

Hoe gaan we om met hinder, storingen en gevaarlijke situaties? En hoe bemensen we al die projecten?

Bovendien hebben we dringender dan ooit behoefte aan duurzame innovaties. De infrastructuur waaraan we werken moet immers functioneren in de wereld van morgen. Hoe maken we onze wegen nu al geschikt voor zelfrijdende auto’s en slimme mobiliteit? Hoe komen we in 2030 tot een klimaat neutrale infrastructuur en tot maximaal hergebruik van materialen? 

We worstelen met vele vragen. Maar duidelijk is wel dat de opgave voor onze sector veelomvattend, urgent en ingewikkeld is. Die vraagstukken zijn niet op te lossen op de oude vertrouwde manier. De innovatiegraad in onze bouwsector land moet echt snel omhoog.

Daarom wil ik samen met de sector de belangrijkste vraagstukken bij de kop pakken. We moeten ons buigen over de ontwikkelingen die ons werk tot 2030 gaan domineren en afspraken maken over hoe we het samen anders gaan doen.

Daarmee doel ik niet alleen op onze productie- en innovatieopgave. Ook ons opdrachtgever-opdrachtnemerschap hoort op tafel. We zullen samen op moeten trekken. Elkaar willen ontzorgen en beschermen. Innoveren en experimenteren gaat immers altijd gepaard met aanloopproblemen en kinderziektes. Die risico’s willen we niet eenzijdig neerleggen bij de markt.

De uitdaging is te komen tot een rendement dat gezond is voor de samenleving, voor de sector en de aandeel¬houders. Als er een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid op je schouders ligt, mag daar een eerlijke beloning tegenover staan. Ik maak me sterk voor afspraken en contracten die fair zijn, die prikkelen tot innovatie en efficiency en die de faalkosten verminderen. Daar wil ik in het komende jaar met de GWW-sector in gesprek.

We kunnen niet te lang wachten. Tussen de tekentafel en de oplevering van een project gaapt al snel een periode van tien jaar. Daarom is het motto van Rijkswaterstaat: ‘De toekomst start nu!’. Laten we nu al nadenken over een klimaatbestendig, duurzaam ingericht land. Met een robuuste, toekomstfitte infrastructuur. En een innovatieve, concurrerende en florerende GWW-sector!

Michèle Blom

Michèle Blom, Directeur-Generaal Rijkswaterstaat