Tagarchief: Projecten

Slimme ERP voor de GWW

Lees het gehele artikel

Projecten worden steeds groter en complexer, waardoor de risico’s ook toenemen. Steeds meer verantwoordelijkheid komt bij de aannemer te liggen. Een verkeerde inschatting kan grote gevolgen hebben voor de aannemer, zeker met het oog op de dunne marges in de branche. Het bewaken van de kosten en opbrengsten versus het budget is dan ook van groot belang. Met 4PS Construct houdt een bedrijf overzicht en blijft het in control, zodat het tijdig kan bijsturen wanneer nodig.

Grip hebben en houden op een project begint volgens Marcel van Noord van 4PS al bij een goede werkbegroting. “Afspraken maken op welke posten er bewaakt gaan worden en het vastleggen van verplichtingen geeft een goed inzicht in de te verwachte kosten. Dat voorkomt verrassingen achteraf met als gevolg snel een negatief resultaat. Belangrijk daarin is dat de uren dagelijks/wekelijks bij de bron (lees: op het project) worden vastgelegd, want de gewerkte uren vormen vandaag de dag een groot onderdeel van de totale begroting. Door het verwachte resultaat tijdig te prognoticeren bestaat in veel gevallen nog de mogelijkheid om gedurende het project tijdig in te grijpen. Tenslotte is het goed vastleggen van meer- en minderwerk een belangrijk aspect dat bepalend kan zijn voor het eindresultaat van een project.”

Dijkversterking Lauwersmeerdijk.

Microsoft Dynamics

Voor de aannemer is het van groot belang dat bovengenoemde processen goed geregeld zijn in de organisatie. 4PS biedt op basis van Microsoft Dynamics 365 Business Central een modern platform dat deze processen kan ondersteunen. Van Noord: “Veel aannemers hebben de afgelopen twintig jaar input geleverd om samen met ons een krachtige tool te ontwikkelen die grip biedt op projecten. Steeds meer aannemers in de GWW-branche kiezen dan ook voor dit moderne platform dat volledig beschikbaar is als cloudoplossing.” Zo ook Jelle Bijlsma BV, een GWW-bedrijf uit Friesland met 150 medewerkers actief in de infra, grondverzet, baggerwerkzaamheden, transport, groenonderhoud, grondrecycling en betonbouw. Het familiebedrijf heeft enkele jaren geleden zelf een app laten ontwikkelen om tot op detailniveau de inzet van mens en machines real-time te loggen. “Deze app koppelde slechts beperkt met ons oude ERP-systeem. Reden om op zoek te gaan naar een professioneel en modern ERP”, zegt Jelle Coen Bijlsma.

Marcel van Noord

Dichter op projecten

“De keuze viel al snel op 4PS Construct, vooral vanwege het gebruiksgemak en het feit dat het een Microsoft-toepassing betreft”, vervolgt Bijlsma. “Dat laatste betekent dat we als eindgebruiker automatisch meeliften op alle verbeteringen die worden doorgevoerd. Het ERP-systeem blijft dus voortdurend op een hoog niveau. Het systeem lijkt bovendien heel erg op andere Office-toepassingen van Microsoft. Dat maakt dat onze medewerkers getriggerd worden om alle opties en functionaliteiten te benutten. Dankzij 4PS zijn alle projectgegevens tot op detailniveau beschikbaar en kunnen we heel nauwkeurig monitoren waar we bijvoorbeeld uit de bocht dreigen te vliegen om daar vervolgens op bij te sturen. We zitten veel dichter op het project qua financiële gegevens en komen niet achteraf voor voldongen feiten te staan. Een ander groot voordeel is dat we de papierstroom tot nul hebben kunnen reduceren. Er raakt niets meer kwijt, papierwerk hoeft niet meer langs verschillende bureaus, want alles is keurig netjes digitaal te vinden in één systeem. Dat scheelt tijd en minimaliseert de kans op fouten.”

Brug Tjalleberterkrite in Tjalleberd.

Standaardiseren

Bijlsma: “We zijn nu bezig met een groot waterbouwproject voor Waterschap Friesland waarbij we een aantal grote gemalen vervangen. Vrijwel alle disciplines binnen onze organisatie zijn hierbij betrokken. Met 4PS kunnen we het complexe project veel eenvoudiger monitoren dan voorheen. Overigens lopen er bij ons voortdurend zo’n dertig tot veertig verschillende projecten gelijktijdig. Dankzij 4PS weten we via één overzichtelijk dashboard direct wat er speelt en waar we eventueel moeten bijsturen. Zo zijn we altijd in control.”

Jelle Bijlsma heeft net een groeifase achter de rug door de overname van een ander bedrijf. “We zijn sinds vorig jaar ook actief in de betonbouw”, zegt Bijlsma. “Het risico van groei in omvang en complexiteit, is dat je de grip mogelijk kwijtraakt. Het standaardiseren van alle interne processen is nodig om op termijn weer een volgende stap te kunnen maken.”

Benieuwd naar wat 4PS voor u kan betekenen? Marcel van Noord maakt graag een keer kennis met uw organisatie!  

 

Een titatenklus bestaand uit 53 bruggen, 74 PLC’s en 3 bediencentrales

pilz-pss4000-closeup
Lees het gehele artikel

‘De Kerstboom’, was de troetelnaam van de testopstelling. Wereldwijd waren er nog nooit zoveel PLC’s in één project gegaan. Pilz deed het, in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, een project waarin de automatisering van 53 bruggen gemoderniseerd moest worden. De testopstelling bij Pilz bestond uit platen vol elektronica die tegen elkaar aangezet waren. Projectengineer Ricardo Duijser meent zich te herinneren dat het de directie was die bij binnenkomst, net voor Kerst, de opstelling met alle knipperende lichtjes liefdevol ‘De Kerstboom’ noemde. “Sindsdien was dat de werktitel van ons project”, zegt Duijser.

De testopstelling was een droge simulatie van het project. Duijser “Het eindresultaat was een stabiel draaiend systeem, dat we met het volste vertrouwen durfden uit te rollen. De eerste testen hadden we een jaar geleden gedaan, op het Merwedekanaal. Daar hebben we toen 2 bediencentrales op 8 bruggen aangesloten. Dat werkt nu meer dan een jaar storingsvrij. Met de uitrol van de rest, van in totaal 53 bruggen, zijn we begonnen in augustus 2018.”

Elke brug dynamisch te koppelen aan elke centrale
“Vroeger kon een brug aan maximaal 2 centrales gekoppeld worden. Dat is nu veranderd, elke brug is nu dynamisch aan elke centrale te koppelen. Dat vergroot de veiligheid enorm”, schetst Duijser. “In de oude situatie werd het PSS 3000 (Pilz Safety System) systeem gebruikt, deze is uitgefaseerd. De nieuwe PSS 4000 die we toegepast hebben in deze uitrol biedt veel meer mogelijkheden. Door gebruik te maken van het ethernet protocol zijn er geen BUS-beperkingen meer.”

De Kerstboom

De omvang van dit project is gezien het aantal PLC’s dat is gebruikt wereldwijd nog niet vertoond.

In het kader van de beschikbaarheid staat alles in verbinding met elkaar. Dat maakt dat bij een storing een centrale makkelijk om te zetten is. “De centrale regelt de bediening, per centrale zijn er tussen de 8 en 16 bedienplekken”, licht Duijser toe. “De omvang van dit project is gezien het aantal PLC’s dat is gebruikt wereldwijd nog niet vertoond. Dat vraagt veel van onze organisatie en mensen. Om even te schetsen: In totaal zijn er 23.694 regels code nodig geweest om het systeem te laten draaien. Het project bevat 554.989 locale variabelen, waarvan er 8698 de spreekwoordelijke ether in geslingerd worden om te communiceren met de buitenwereld. Maar liefst 319 Modbusverbindingen zijn actief om met de bedienplekken te communiceren. Om alle data op de juiste plaats te krijgen, zijn er 540 SafetyNetp verbindingen, ons ethernet gebaseerde safety protocol.”

De Kerstboom

Door gebruik te maken van het ethernet protocol zijn er geen BUS-beperkingen meer.


Allemaal de schouders eronder
De uitrol over de 53 bruggen werd gestart in augustus 2018. De bruggen werden aangepast, de migratie van het systeem vond in november plaats. Duijser schetst: “Drie centrales moesten een voor een worden omgezet. Ieder weekend namen we een centrale voor onze rekening, met de bijbehorende bruggen. Terugkijkend kunnen we tevreden zijn over een echt team effort. Deze titanenklus laat zien hoe Pilz in elkaar steekt: samen de schouders eronder zetten. We durven de uitdaging aan om een stap verder te gaan, omdat dit soort werk ons allemaal bindt bij Pilz. Daar ben ik trots op.” 

Met de lift van 1984 naar 2019 in Zaltbommel

knipscheer-project-zaltbommel-006
Lees het gehele artikel

Op station Zaltbommel wordt de reiziger sinds 1984 getrakteerd op de aanwezigheid van twee liften, geheel naar het ontwerp van architect Van der Gaast. In oorspronkelijke staat bestonden de liften uit een gesloten, betonnen schacht, waar een trap omheen wentelt. De liften waren aan vervanging toe, waarbij er rekening gehouden moest worden met de eisen van de huidige tijd.

De liftrenovatie is door ProRail aanbesteed en was in handen van Knipscheer Rail-Infra. Arjan Beens, bedrijfsleider bij Knipscheer Rail-Infra, licht toe hoe men hierbij te werk is gegaan. “Een belangrijk aspect voor de nieuwe liften was het vergroten van de sociale veiligheid waarbij er rekening gehouden moest worden met karakteristieke architectuur van destijds. Transparantie was hier het sleutelwoord”, aldus Beens.

Een visueel caleidoscopisch spektakel
“Het toepassen van een lift die helemaal uit glas opgetrokken is, was niet mogelijk. De reden hiervoor was het feit dat de trap die om de liftschacht heen draait een integraal onderdeel van de betonnen schacht vormt. Om die reden is er gekozen voor een glazen liftcabine, met uitsparingen in de betonnen liftschacht”, legt Beens uit. “De glazen lift zelf (en de bijbehorende techniek) is niet door Knipscheer geleverd, wel hebben wij de coördinatie hiervoor verzorgd. Het ontwerp en de uitvoering van de bouwkundige aanpassingen kwamen wel van onze hand.”

Knipscheer Rail-Infra

Het dak is veranderd en heeft een daglichtkoepel gekregen.

Alles is geheel volgens het door architect Peter Heideman opgestelde architectonische plan uitgevoerd en wordt omschreven als een ‘visueel caleidoscopisch spektakel’. Beens: “Het dak is veranderd en heeft een daglichtkoepel gekregen. Het plunjer duwsysteem om de lift in werking te zetten heeft plaatsgemaakt voor een liersysteem bovenin de schacht. Mede door het witte stucwerk aan de binnenkant van de liftschacht, de uitsparingen en de daglichtkoepel komt het daglicht nu tot alle niveaus. De trap is behouden gebleven. Qua werk kunnen we zeggen dat het ‘een verbouwing met de winkel open’ was, gedurende het hele project heeft de reiziger gewoon gebruik kunnen maken van de trap.” Al met al was het project een behoorlijke investering. “Gezien het eindresultaat kunnen we rustig zeggen dat dit de investering meer dan waard is geweest”, zegt Beens tot besluit.  

Er slingert een fraai lint van stilte door Utrecht

knipscheer-rail-infra-station-utrecht-maart2018-063
Lees het gehele artikel

Geluidsreductie is voor woonomgevingen belangrijk om de kwaliteit van wonen te waarborgen. ProRail heeft binnen het project ‘UtARK’ om die reden een geluidsscherm voorzien van 1.200 meter lengte. In het project ‘UtARK’ worden de sporen tussen Utrecht Centraal en Leidsche Rijn verdubbeld van twee naar vier sporen. Naast de spoorwerkzaamheden, realisatie van kunstwerken en de bouw van een brug, welke door BAM zijn uitgevoerd, lag er van rijkswege ook een geluidssaneringsopgave voor dit traject. Het gevolg hiervan is dat er geluidsschermen aangelegd moesten worden.

Middels een aanbesteding heeft ProRail het ontwerp en de bouw van de geluidsschermen als een separaat project in de markt gezet. ProRail heeft daarbij de voorwaarde gesteld dat de bouw gelijktijdig uitgevoerd moest worden met de door BAM uit te voeren werkzaamheden. De uitvoerende partij voor de realisatie van de geluidsschermen binnen UtARK is Knipscheer Rail-Infra. We spreken met Arjan Beens, bedrijfsleider bij het bedrijf, over dit bijzondere project.

Trillingsvrij werken voor minder overlast
“In Utrecht kom je het scherm dat we nu gebouwd hebben op meerdere plaatsen tegen. Ontworpen door een architect, slingeren deze geluidsschermen door de stad, allen in een uniforme uitstraling, maar wel individueel vormgegeven en graffiti en vandalismebestendig”, opent Beens het gesprek. “Allereerst hebben we voor dit geluidsscherm stalen funderingspalen in eigen beheer aangebracht. Dit is trillingsvrij gebeurd, om de omgeving niet te belasten. Op de palen is een betonnen deksloof aangebracht, waarop stalen, modulaire opzetstukken gemonteerd zijn, met transparante panelen en aluminium liggers.”

Reeds in 2008 werd door Knipscheer Rail-Infra één van de eerste geluidsschermen uit deze serie geplaatst. “Nu is het scherm binnen het UtARK project er gekomen, in totaal 1.200 meter lengte met hoogtes variërend van 1,5 meter tot 4,5 meter. De geluidsisolatie bedraagt 30 dB, daarmee is voor het achterliggende woongebied het treingeluid tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht”, schetst Beens. 

Een contractueel huwelijk met een ‘gouden randje’
De oplevering van het geluidsscherm vond op 31 januari van dit jaar plaats. Beens is erg tevreden over de samenwerking met BAM: “In deze context is het de eerste keer dat wij als nevenaannemer met BAM hebben samengewerkt op zo’n postzegel. We gingen een contractueel huwelijk aan en dat pakte goed uit voor beide partijen. De samenwerking op de bouwplaats was ronduit prettig te noemen, mede dankzij de wederzijdse heldere communicatie en korte lijnen.”    

Ingenieursbureau als verbindende factor bij Project Hoekse Lijn

sgs-roosenbijl_2_ingraven-tractie-kabel
Lees het gehele artikel

Met de realisatie van het project Hoekse Lijn werkt Metropoolregio Rotterdam Den Haag hard aan de verbetering van het openbaar vervoer. Het bestaande tracé tussen Schiedam en Hoek van Holland gaat van gewone spoorlijn naar moderne metro, waarbij de bestaande infrastructuur zoveel mogelijk gebruikt moet worden en goederenvervoer na de ombouw nog steeds mogelijk moet zijn. Een uitdagende klus die vraagt om de juiste expertise.

Theo Vos, adviseur bij SGS Roos+Bijl, licht toe waarom juist zij hiervoor de aangewezen partij zijn: “Wij zijn een ingenieursbureau met veel ervaring op het gebied van ondergrondse infrastructuur, in de breedste zin van het woord. Van ontwerp tot begeleiding bij de uitvoering. Omdat we al achttien jaar voor RET werken, hebben we veel ervaring met RET-installaties. Die combinatie heeft ervoor gezorgd dat wij onze rol binnen dit project goed hebben kunnen invullen.” 

Uitdagingen het hoofd bieden
“Door de initieel zeer beperkte planning (maar dertien weken om alles uit te voeren), hebben we gezocht naar oplossingen om alvast aan de slag te kunnen. Enkele werkzaamheden zijn al in ProRail-tijd uitgevoerd, terwijl de baan nog in gebruik was. Dat betekent extra veiligheidsmaatregelen treffen, zoals het plaatsen van schrikhekken over het gehele tracé (21 kilometer lang). Met duidelijke onderlinge afspraken hebben we in goede harmonie met ProRail kunnen werken aan ons deel van het traject”, vervolgt Theo. “Op het moment dat het traject treinvrij was, zijn er enorm veel mensen aan de slag gegaan op een relatief klein werkgebied. Sloop, bouw, verbouw, alles ging van start. Dan is goede coördinatie van de aanleg en de verleggingen van kabels en leidingen (derden) natuurlijk uitermate belangrijk. We hebben ondersteuning kunnen bieden in de vorm van directievoering.” De uitdagingen die Theo schetst, zijn slechts enkele voorbeelden waaruit blijkt dat oplossingsgericht denken een kracht is van SGS Roos+Bijl. Ook het behoud van goederenvervoer op de lijn, na ombouw, is één van die uitdagingen. “Lightrail is echt iets anders dan heavyrail en bij project Hoekse Lijn is het voor het eerst in Nederland dat metro’s en goederentreinen over dezelfde spoorlijn gaan rijden. Onze jarenlange ervaring én kennis op het gebied van zowel lightrail als heavyrail, hebben we hier in kunnen zetten. We zijn in diverse fasen betrokken geweest. Vooraf en ook later bij de uitvoering. Je kunt wel stellen dat we dé verbindende factor tussen de diverse onderdelen van het project zijn geweest, zowel in theorie als in de praktijk”, besluit Theo.

Liftvoorzieningen voor Station Den Helder-Zuid

unknown
Lees het gehele artikel

Op Station Den Helder-Zuid worden momenteel door K_Dekker bouw & infra liftvoorzieningen aangebracht. Dit in het kader van de ambitie van ProRail om in 2030 alle stations in Nederland toegankelijk te hebben voor mensen met een functionele beperking (visueel, auditief en motorisch).

Iedereen in Nederland moet zelfstandig met de trein kunnen reizen vindt ProRail, ook mensen met een functiebeperking. In 2030 moet het zover zijn. Om deze ambitie te verwezenlijken, heeft ProRail middels een vierde Tranche twee contracten op de markt gezet (hellingbanen en liften), waarvan K_Dekker het liftencontract heeft aangenomen. “We realiseren de liftvoorzieningen van negen kleinere treinstations”, aldus projectleider Rob van ‘t Hoff. “Station Bloemendaal is inmiddels opgeleverd, Tilburg is bijna gereed en Den Helder-Zuid loopt op schema.”

Werkzaamheden in Den Helder
Waaruit bestaat het werk in Den Helder voor K_Dekker? Er loopt daar een bestaande voetgangers- en fietstunnel onder het spoor door die twee wijken met elkaar verbindt. Pal daarnaast heeft de aannemer aan beide zijden van het spoor een liftschacht gerealiseerd, zodat de perrons niet alleen per trap maar voortaan ook per lift bereikbaar zijn. Uitvoerder Dick Hendrikse: “De bouwkuipen met daarin het betonwerk, het civiele gedeelte, is inmiddels gereed. We hebben deze ruwbouwconstructie gerealiseerd door damwanden, onderwaterbeton, een verticale injectie en een kleine bemaling toe te passen. Verder is de bouwkuip gegraven, drooggemaakt en zijn de wapening en het betonwerk aangebracht. Al het beton is in het werk gestort, alleen op het te monteren stalen loopbordes komen prefab betonplaten.” De staalconstructies, bestaand uit loopbordessen, hekwerken, liftschachten (voorzien van glas) worden tot medio maart 2019 gemonteerd, waarna de liftinstallatie door een derde partij wordt aangebracht.

Station Den Helder-Zuid

De ontwerpen zijn middels de BIM-filosofie uitgewerkt.

Uitdagend project
Een bijzonder project noemt Van ‘t Hoff het. “Een UAV-Gc contract in de meest zuivere vorm. Aan de hand van de eisen van ProRail hebben we zelf oplossingen aangedragen voor de stations. We hebben samen met de architect en het ingenieursbureau een ontwerp en de bijbehorende ramingen gemaakt. De ontwerpen zijn middels de BIM-filosofie uitgewerkt. Een uitdaging!” Hetzelfde geldt voor de buitendienststelling van het spoor. Om de bouwkuipen te kunnen aanbrengen, moest het treinverkeer 52 uur stilgelegd worden tijdens een TVP. In die tijd moesten ook alle kabels omgelegd worden om de damwanden aan te brengen. Daarna moest het nieuwe installatiesysteem draaien op het station. Van ‘t Hoff: “Snelheid was geboden, maar het is, zoals altijd, weer gelukt.” 

Engineering civiele constructies voor ProRail-project Onderdoorgang Haren

boorsma_1a_haren-sationsplein-tunnel-11-05-2018-3
Lees het gehele artikel

Een nieuwe, moderne onderdoorgang bij station Haren gaat voor een veilige verbinding voor fietsers en voetgangers zorgen tussen het westelijk deel van Haren en Oosterhaar. Ook wordt het hele stationsgebied aangepakt: van de riolering tot aan de inrichting van station en stationsplein. 

Tot aan de zomer van 2017 is er door Ingenieursbureau Boorsma in samenwerking met de aannemer van het werk, Reimert Bouw en Infrastructuur, gewerkt aan het aanbiedingsontwerp van de onderdoorgang. Na de gunning van het project heeft Boorsma eerst alle hoofdafmetingen en materialen van de civieltechnische en geotechnische onderdelen vastgelegd in het Definitief Ontwerp (DO) en vervolgens alle benodigde vorm- en wapeningstekeningen opgesteld in het uitvoeringsontwerp (UO). 

Een breed, deskundig en meedenkend bureau
Ingenieursbureau Boorsma, een bureau dat opdrachten uitvoert in verschillende disciplines binnen civiele techniek en bouw, telt circa vijftig medewerkers, verdeeld over de vestigingen Drachten, Amersfoort en Urk. Aan het woord is Anne Jan Breimer, verantwoordelijk voor de ontwerpleiding binnen project Haren. “In 1969 is ons bureau opgericht door de heer Kees Boorsma. We vieren dit jaar ons vijftigjarig bestaan. In totaal hebben we acht disciplines: Bouwtechniek, Constructies, Bouwfysica, Waterbouwkunde, Infrastructuur, Bouwmanagement, Milieu en Geologie. We zijn breed actief op het gebied van (beweegbare) bruggen en sluizen maar ook in de bouwtechniek. Zo werkten we mee aan planvoorbereiding van de bruggen en sluisdeuren voor de Sluis Terneuzen en waren we betrokken bij de herstelwerkzaamheden aan de aangevaren stuw bij Grave. Op het gebied van de bouwtechniek en constructies hebben we inmiddels heel wat IKEA-vestigingen gerealiseerd. De laatste waren IKEA Zwolle en IKEA Utrecht. Doordat we voor zowel de publieke sector (Rijkswaterstaat, Provincies en Waterschappen) als in opdracht van aannemers werken, beslaan we het complete speelveld van de markt.”

Project Onderdoorgang Haren
“Het ontwerp van een onderdoorgang, zoals het project in Haren, is ons op het lijf geschreven. Bij de start van de DO fase zijn er diverse werksessies georganiseerd met ProRail en later ook de gemeente Haren. Doordat deze aan het begin hadden plaats gevonden, zorgde dit voor een breed gedragen ontwerp bij alle de partijen. Op een aantal punten zijn we tot verbeterde oplossingen gekomen ten opzichte van het aanbiedingsontwerp. Dit was mogelijk door breder te denken in aspecten als veiligheid, bereikbaarheid en onderhoudbaarheid. Zo is de ingang van de waterkelder naar het zuiden verplaatst, wat voor de gemeente gunstig was voor het onderhoud van de pompen in de waterkelder. Dankzij onze jarenlange ervaring in beweegbare bruggen, sluizen en stuwen, waarbij we op voorhand al rekening houden met onderhoud van installaties, konden we hier ook goed in adviseren. Ook de afmetingen van de onderdoorgang zijn verder geoptimaliseerd, wat gunstig was voor aannemer Reimert ten aanzien van het aantal m3 aan beton en wapeningsstaal.”

De onderdoorgang betreft hier een in het werk te storten betonconstructie van vloer en wanden (gemiddeld 500 mm dik en C30/37). De spoordekken (700 mm dik en C35/45) zijn voorzien van met voorspanning en worden voorgebouwd op de locatie en vervolgens ingereden of ingehesen. Voor het project Haren is de ontwerpleiding uitgevoerd door ir. Anne Jan Breimer, dit in samenwerking met de collega’s ing. Korné Soldaat (constructeur spoordekken), ing. Jeroen de Boo BSEng (constructeur onderdoorgang), ing. Erik Jonker (constructeur onderwaterbeton en toetsende rol) en Patrick Kok (3D Revit modelleur). 

Onderdoorgang Haren

Artist impression station Haren. (Beeld: ProRail)


Grote verantwoordelijkheid in de rol van hoofdconstructeur
Anne Jan vervolgt: “Binnen project Haren lag de verantwoordelijkheid voor de rol van hoofdconstructeur bij Boorsma. Tekeningen en berekeningen van derden zijn door ons daarom ook gecontroleerd. Bij de tijdelijke damwanden hebben we berekeningen gecontroleerd, gekeken naar raakvlakken en deze afgestemd met de diverse betrokken partijen. Omdat we van huis uit in de breedte adviseren, reikt onze bemoeienis verder dan uitsluitend civieltechnische constructies. Voor aannemer Reimert betekende dit één aanspreekpunt en dus korte lijnen.”

Er zijn niet zoveel bureaus van deze omvang die zowel de kennis van een staal- als betonconstructie van bijvoorbeeld een beweegbare brug (inclusief bewegingswerken) in huis hebben. “Soms was het project hectisch”, vertelt Anne Jan, “bijvoorbeeld wanneer er na goedkeuring van de documenten toch nog een vraag kwam op de tekeningen kort voor een treinvrijeperiode (TVP). Door alert hierop te reageren en in overleg te gaan, hebben we die ad hoc situaties gezamenlijk goed opgelost. Om overal lering uit te trekken en altijd het beste van onszelf te kunnen geven, hebben we een ‘lessons learned’ dossier opgesteld. Dat kunnen we weer gebruiken bij volgende projecten.”

Officiële ProRail-erkenning
“In het verleden ontwierpen we al in een samenwerkingsverband diverse grote spoorse werken binnen geïntegreerde contracten. Van een officiële erkenning was het echter nog niet gekomen. ProRail heeft project Onderdoorgang Haren aangemerkt als erkenningstraject. Nu de erkenning binnen is, kunnen we voortaan rechtstreeks voor de aannemers in het spoorse werken. Het betreft werken binnen de geïntegreerde contracten voor zowel spoordragende als niet-spoordragende constructies”, besluit Anne Jan trots.   

Bosrijk station over de A12

img_8658
Lees het gehele artikel

Met een viaduct over de A12 worden bij station Lansingerland-Zoetermeer straks trein, RandstadRail, bus, auto en fiets met elkaar verbonden. Het station kent een duurzaam en groen ontwerp en is een ware eyecatcher. Niet in de laatste plaats door de unieke gevelvormen met een takkenstructuur. Een knap staaltje vakwerk van Concrete Valley.

Het ontwerp van het nieuwe station komt van de hand van Team V Architectuur / (Arcadis) en kenmerkt zich door een parkachtige uitstraling met veel groen in de vorm van bomen en struiken op de overkluizing. In feite manifesteert het station zich straks als één grote groene laan over de A12 met een lengte van 190 meter bij 44 meter breed. In opdracht van Aannemingsmaatschappij VOBI heeft Concrete Valley een wezenlijke bijdrage geleverd aan de uitstraling van het ‘bosrijke station’.

Beeldbepalende elementen
Voortbordurend op de groene uitstraling is de gevel rondom uitgevoerd met betonnen elementen in de vorm van een takkenstructuur. De gevel over de A12 is volgens Ron van Boven van Concrete Valley de meest in het oog springende met deels geperforeerde elementen tot wel 7 meter hoog. De beeldbepalende elementen vormen tevens de afscheiding van de bovenverdieping van de overkluizing. “Concrete Valley is dé plek waar nieuwe ontwikkelingen worden bedacht en geëngineerd. Wij geloven dat materiaal nooit een belemmering mag zijn voor een ontwerper”, stelt Van Boven. “De unieke gevelinvulling van station Lansingerland-Zoetermeer is daar een mooi bewijs van. Er werden hoge eisen aan gesteld. De elementen moeten niet alleen constructief veilig zijn, maar ook duurzaam. De betonnen ‘takken’ komen terug bij een aantal dichte wanden op de begane grond. Op diverse plaatsen zijn sparingen gemaakt in de elementen die zijn voorzien van roosters. Ook zijn er cannelures in de betonstructuur aangebracht. De elementen worden hydraulisch gelost omdat ze niet zelflossend zijn, maar juist zo haaks en scherp mogelijk zijn vormgegeven.”

Lansingerland-Zoetermeer

De beeldbepalende elementen vormen tevens de afscheiding van de bovenverdieping van de overkluizing.


Opzienbarende projecten
Als specialist in voorgemodelleerd beton verrast Concrete Valley de wereld regelmatig met opzienbarende projecten, zoals recent de witte voile-façade van Mall of the Netherlands of het dak van Arnhem Centraal waarmee de Europese Betonprijs in de wacht werd gesleept. Concrete Valley is een productielocatie gelegen op een 80.000 m2 industrieterrein in Bergen op Zoom. Het is dé thuisbasis van verschillende onderscheidende en complementaire bedrijven die zich gespecialiseerd hebben op gebied van hoogwaardige en innovatieve betonproducten. Op dit moment wordt Concrete Valley vertegenwoordigd door drie bedrijven; Microbeton, Waco en mbX met ieder zijn eigen specialisme. 

Lansingerland-Zoetermeer

Het station is een ware eyecatcher, niet in de laatste plaats door de unieke gevelvormen met een takkenstructuur.

mbX is gespecialiseerd in het realiseren van de meest vooruitstrevende esthetisch hoogwaardige betonoplossingen. Daarbij wordt slimme engineering gecombineerd met een innovatieve methode om te produceren. Hieruit ontstaan unieke betonproducten. . Uitgangspunt is dat een ontwerper nooit moet worden beperkt door het materiaal. Met inspirerende technieken realiseert mbX unieke en indrukwekkende elementen voor uitdagende en complexe architecturale projecten, al dan niet dubbel gekromd en in diverse kleuren en nabewerkingen. Waco concentreert zich op zijn beurt meer op het constructieve en functionele, toepasbare en doelmatige aspect en produceert betonelementen voor de industrie die met name in de infrastructuur en utiliteitsbouw terug te vinden zijn. Denk aan bruggen, duikers en constructieve elementen, bijvoorbeeld voor de nieuwe Elizabeth Line in Londen. Voor deze nieuwe metrolijn verzorgt Waco de balken- en kolommenstructuur, zijnde beeldbepalende elementen in de twee nieuwe tickethallen van Bond Street. Tevens is Waco de producent van de internal cladding aldaar. Tot slot focust Microbeton zich op de ontwikkeling van lichtgewicht ferrocement-elementen. Het betreft hier zeer lichte en ranke betonelementen die geschikt zijn als balkon- en gevelelementen. Microbeton heeft bijvoorbeeld alle gevelelementen voor het Gelders Huis geleverd, uitgeroepen tot Gebouw van het Jaar 2018.    

‘Het einde van de onbewaakte spoorwegovergang is nabij’

mg_2598_bewerkt
Lees het gehele artikel

Nederland behoort bij de koplopers als het gaat om overwegveiligheid. Toch gaat het bij de Niet Actief Beveiligde Overwegen (NABO’s), waarvan ons land er nog ruim honderd telt, regelmatig mis. Reden voor ProRail om vaart te maken met het afsluiten of ombouwen van de onbewaakte spoorwegovergangen. Ingenieurs- en adviesbureau Antea Group neemt de komende vijf jaar 50 NABO’s onder handen.

Het spoor- en wegverkeer in ons land groeit. Overwegen die niet zijn beveiligd door spoorbomen en bellen zijn dan ook niet meer van deze tijd. “Mensen vergissen zich in de snelheid waarmee een intercity voorbijraast”, benadrukt Adviseur Björn Heijmer van Antea Group. “Ze worden niet gewaarschuwd. Levensgevaarlijk, zeker in situaties wanneer het zicht ook nog eens beperkt is.” Eerder voerde ProRail al een verkenning uit naar het afsluiten en ombouwen van alle openbare niet beveiligde overwegen in Nederland. Daarvan zijn er de afgelopen jaren al 25 gesloten. “Van de overige 120 binnen het NABO-programma wordt circa één derde definitief afgesloten, voor ruim 50 spoorwegovergangen wordt een alternatief door ons uitgewerkt en de locaties waar dat geen oplossing biedt worden voorzien van actieve beveiliging (AHOB)”, zegt David Verspeek, Adviesgroepmanager Rail bij Antea Group.

Maatschappelijk belang
In de verkenningsfase heeft ProRail voor de beoogde 50 locaties vier oplossingsrichtingen uitgestippeld; een trap over het spoor, een onderdoorgang, de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg of het toepassen van een zogenaamde U-bak waarbij de recreant ter plaatse van een spoorbrug over het water het spoor onderlangs kan passeren. Antea Group zal voor deze 50 NABO’s een ontwerp maken van de gekozen oplossingsrichting, alsmede het aanbestedingsdossier opstellen en later ook de uitvoeringsbegeleiding verzorgen. “Voor ons ingenieurs- en adviesbureau een mooie opdracht met een groot maatschappelijk belang”, stelt David Verspeek. “De opdracht is ons mede gegund door onze flexibiliteit, waarbij we pieken in capaciteitsbehoefte goed kunnen opvangen en vrij snel intern kunnen opschalen. Dit project raakt namelijk meerdere disciplines binnen Antea Group. We trekken de opdracht vanuit Adviesgroep Rail, maar ook de disciplines Wegen, Kunstwerken en Contracten worden er afhankelijk van de gekozen alternatieven nauw bij betrokken.”

Beste alternatief
Over de oplossingsrichtingen gesproken, ProRail is intussen per locatie met stakeholders in gesprek om het beste alternatief te kiezen uit een van de vier alternatieven voor de NABO’s. Björn Heijmer: “Op het moment dat de keuze is gemaakt, komen wij in beeld om de conditionerende onderzoeken uit te voeren waarop we een principe-ontwerp maken dat past bij die locatie.    

Onbewaakte spoorwegovergangen

Mensen vergissen zich in de snelheid waarmee een intercity voorbijraast.

   

Iedere situatie is namelijk uniek. Denk aan de grondgesteldheid, het waterstandsniveau, het aantal sporen, de beschikbare ruimte, enzovoort. Dat betekent dus ook dat we voor iedere locatie een unieke variant creëren op basis van de voorkeursoplossing. Daarbij streven we wel naar een zekere gestandaardiseerde aanpak om elk overwegproject snel en efficiënt tot realisatie te brengen. Doel is immers zo snel mogelijk de gevaarlijke situaties op te heffen.” Het aanbestedingsdossier dat door Antea Group per NABO wordt opgesteld bevat volgens David Verspeek functionele omschrijvingen. “Het D&C-contract geeft de aannemer de vrijheid zodat deze geprikkeld wordt om met een functionele en efficiënte oplossing te komen.”

Onbewaakte spoorwegovergangen

Een Andreaskruis waarschuwt weliswaar, maar de situatie blijft even gevaarlijk.

Antea Group heeft inmiddels de eerste twee NABO’s in behandeling. “In Almen (gemeente Lochem) is voor een onderdoorgang gekozen en in Terborg voor een trap over het spoor”, weet Björn Heijmer. “De NABO in Terborg is op dit moment afgesloten omwille van de gevaarlijke situatie. Als straks de trap is gerealiseerd, wordt direct een historische wandelroute weer in ere hersteld.” De komende vijf jaar volgen nog eens 48 NABO’s. “We zijn er trots op dat we dit belangrijke project voor ProRail mogen realiseren en dat we hiermee een bijdrage leveren aan meer veiligheid op en rond het spoor”, besluit David Verspeek. 

Onbewaakte spoorwegovergangen

Vattenfall aan de slag voor Amsterdamse warmte

hwc-en-warmtebuffer-amsterdam
Lees het gehele artikel

Vattenfall begint een project om de Amsterdamse warmtenetten nog verder te optimaliseren en met elkaar te verbinden. Dit is een belangrijke stap in het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de warmtenetten. Hiermee wil de organisatie de transitie van aardgas loze stad door middel van stadswarmte versnellen. Dit project maakt onderdeel uit van een voorlopige gezamenlijke investeringsagenda (Vattenfall en AEB Amsterdam werken samen in Westpoort Warmte) van 400 miljoen euro voor stadswarmte in Amsterdam tot 2022. 

De Amsterdammers ontvangen nu hun stadswarmte vanuit twee verschillende bronnen. De warmte van Amsterdam Zuid Oost komt  vanuit de Diemen centrale en de warmte in Noord West vanuit de centrale) van AEB Amsterdam. De gebieden Nieuw West en Zuideramstel zullen met elkaar verbonden worden door een 3.8 kilometer lange pijplijn. Voor beide gebieden is tot 2025 een groei voorzien van totaal zo’n 20.000 woningen. En dat betekent ook meer vraag voor stadswarmte.

Warmtebuffer en Hulpwarmtecentrale
Niet alleen de netten zullen aan elkaar gekoppeld worden, ook komt er langs de A10 in de bocht bij de A4 een warmtebuffer waar 3600 kubieke meter warm water in opgeslagen kan worden. Dit is een kleinere versie van de warmtebuffer, die Vattenfall al enige jaren bij de Diemen centrale heeft staan. Hierdoor kan er meer warmte vanuit het AEB Amsterdam naar het bestaande net in Zuid Oost Amsterdam worden gevoerd. Ten slotte komt op dezelfde locatie een hulpwarmtecentrale (HWC) voor de aller koudste dagen van het jaar en voor een nog meer betrouwbare stadsverwarming.

Groeiende vraag
“Amsterdam is zich steeds meer aan het voorbereiden op een leven zonder aardgas”, zegt Alexander van Ofwegen warmte directeur Vattenfall. “De warmtevraag neemt daarmee ook toe. Dat geldt overigens niet alleen in nieuwbouw, ook zien we dat er vanuit bestaande bouw steeds meer de vraag komt om te worden aangesloten op het warmte net. Hierin willen we graag kunnen voorzien.”

Het is belangrijk om goed te kunnen inspelen op de groei van het aantal woningen in de stad. De koppeling zorgt voor een robuuster en betrouwbaarder systeem waardoor de leveringszekerheid gegarandeerd kan worden voor de toekomst.

Fossielvrij
“Vattenfall wil het mogelijk maken om fossielvrij te leven binnen één generatie. Voor warmte betekent dit dat wij dit product fossielvrij willen maken om te komen tot volledig CO2 vrije warmtelevering in 2040. Door deze leidingen aan elkaar te koppelen, is het ook mogelijk om meer warmte te kunnen brengen naar woningen vanuit een bron als AEB Amsterdam. Vattenfall Warmte is al actief bezig met het ontwikkelen en het gebruik maken van verschillende duurzame bronnen op haar warmtenet. Door de netten aan elkaar te koppelen, kunnen we ook meer duurzame bronnen toevoegen en beschikbaar maken voor de hele stad,” aldus Van Ofwegen.

Vattenfall heeft voor de uitvoering van de werkzaamheden gekozen voor de bedrijven: ENGIE  Services West B.V.  (verantwoordelijk voor de aanleg van de hulpwarmtecentrale en de buffer) en Denys Engineers & Contractors B.V., aannemer voor het leggen van de warmteleiding. Vanaf maart 2019 begint de aanleg van de leiding en vanaf juli 2019 de bouw van de hulpwarmtecentrale en de buffer.

Over Vattenfall
Vattenfall is een toonaangevend Europees energiebedrijf, dat al meer dan 100 jaar de industrie elektrificeert, energie levert aan mensen thuis en het dagelijks leven moderniseert door innovatie en samenwerking. Vattenfall wil het mogelijk maken fossielvrij te leven binnen één generatie. Daarom jaagt het bedrijf de transitie naar een duurzamer energiesysteem aan met groeiende duurzame productie en slimme energieoplossingen voor klanten. Vattenfall heeft ongeveer 20.000 medewerkers en opereert met name in Zweden, Duitsland, Nederland, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Finland en Frankrijk. Vattenfall is een Zweeds staatsbedrijf.