Tagarchief: Ondergronds bouwen

Meer dan een kwart eeuw complexe ondergrondse puzzels oplossen

COB_Participantenparade_illustratie-Tanja-Beltman(ENT_ID=169105
Lees het gehele artikel

Karin de Haas, directeur van het COB, vertelt: “Door de slappe grond zou de Noord/Zuidlijn een vraagstuk worden met complexe puzzels. Daar konden we alleen met vereende krachten de juiste oplossingen voor vinden. Later zijn de opgaven verbreed, niet alleen binnen de tunnelsector, maar voor het hele COB-netwerk. Ook op het gebied van kabels en leidingen hebben partijen elkaar nodig en ligt er dus een taak voor het COB.”

Edith, Karin en Gijsbert voor de jubileumsposter “Participantenparade” die bij het COB op kantoor hangt.

Brede thema’s

Vandaag de dag is het COB als kenniscentrum, denktank en vliegwiel niet meer weg te denken uit de wereld van de ondergrondse infra. “Op alle ondergrondse vakgebieden zijn de opgaven op dit moment groot”, vervolgt Karin. “De aanpak van wegtunnels, die door hun leeftijd vrijwel allemaal aan vervanging of renovatie toe zijn. De grote vragen rondom de energietransitie, klimaatadaptatie en de verdichting van steden, met alle gevolgen van dien voor ondergrondse kabels en leidingen. De rol van digitalisering … Als COB fungeren we als een spin in het web.”

“Kennisdeling en -ontwikkeling zijn essentieel voor het netwerk. Zeker voor sommige ‘nieuwe’ onderwerpen”, aldus Karin. “Er lopen bij ons bijvoorbeeld verschillende projecten rondom duurzaamheid; voor de tunnelwereld is dit heel actueel. Ook digitalisering speelt vandaag de dag natuurlijk een grote rol, maar wat betekent dat in de praktijk, bijvoorbeeld voor beheerders? Door op zulke onderwerpen slim samen te werken, wordt iedereen er uiteindelijk beter van. Sterker nog: zonder de juiste samenwerking komen we er niet, gezien de breedte van deze onderwerpen.”

Waardevol

Gijsbert Schuur werkt al meer dan 25 jaar voor Antea Group als senior-adviseur op het gebied van bodem, ondergrond en energietransitie. Sinds 2017 is hij tevens coördinator bij het COB. Hij geeft onder meer leiding aan het platform Waardevol ondergronds ruimtegebruik. Gijsbert: “Waarde is net als duurzaamheid een overkoepeld onderwerp, het komt op meerdere plekken terug. Vaak wordt ondergronds bouwen weggezet als duur, maar als je naar het complete plaatje kijkt, dus ook naar de winst in ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid, is het maar zeer de vraag of dat klopt.”

“Het COB is geen lobbyist voor ondergronds bouwen”, vult Edith Boonsma aan. Zij werkt sinds 2009 bij het COB en is met name betrokken bij het aandachtsgebied Kabels en leidingen. “We willen dat ondergronds bouwen op een eerlijke manier wordt meegewogen bij oplossingen voor een ruimtelijk probleem. En dáár is meer kennis voor nodig; kennis over techniek, samenwerking, beleid, projectmanagement, menselijk gedrag. Dat komt allemaal terug in de projecten van het COB.”

Het gaat ook om kruisbestuiving tussen disciplines. Gijsbert: “Daar is het project Visie ontwerpende aannemers bijvoorbeeld op gericht. Hierin wil het COB-netwerk laten zien welke waarde er vanuit het perspectief van de aannemer toe te voegen is aan ondergronds bouwen.”

Schematisch overzicht ‘Tunnels en veiligheid’ en ‘Kabels en leidingen’. (Klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Vertrouwen en gedrag

Edith is onder meer programmamanager van de Kennisarena kabels en leidingen. Edith: “Als het gaat om het aanleggen of aanpassen van kabels en leidingen, heeft elke partij andere belangen. Vaak zijn deze belangen tegenstrijdig, maar voor de energietransitie, vervangingsopgave en klimaatopgave heb je elkaar nodig; dat zien partijen wel. Door privatisering heeft ieder zijn eigen infranetwerk en werkt ieder voor zich. Iedereen snapt dat het efficiënter kan – en moet! Met name de afgelopen twee jaar is dat heel erg gebleken. In de Kennisarena ontmoeten partijen elkaar. Daar delen ze kennis en ervaring en werken ze samen aan oplossingen die alle partijen kunnen helpen. Samen komen we waar we naartoe willen. Daarbij komt er meer en meer nadruk op gedrag te liggen, dat blijkt vaak toch de crux. Er wordt daarom steeds vaker gedragswetenschappers en antropologen betrokken bij onderzoeksprojecten.”

Karin vult aan: “Een goed voorbeeld daarvan is het project Samen zonder schade. Ondanks allerhande regels en hulpmiddelen voor een zorgvuldig graafproces, ontstaat er nog steeds veel graafschade. Daarom wordt nu de vraag gesteld waarom mensen zich gedragen zoals ze doen. Er is een spel ontwikkeld om de realiteit na te bootsen, zodat een gedragspsycholoog kan analyseren wat er gebeurt en voorstellen kan doen voor effectieve interventies.” Edith noemt daarbij het voorbeeld of er wel of geen grondonderzoek gedaan wordt bij een project: “Stel dat er geen vooronderzoek gedaan wordt en er blijkt toch vervuiling of een onverwachte kabel in de grond te zitten, is het dan fair om de laatste schakel verantwoordelijk te stellen?” Karin: “Door professionals te laten meekijken naar gedragsprocessen, krijgen we daar hopelijk meer vat op. Wanneer je het waarom snapt, dan kun je gedrag positief beïnvloeden.”

Niet lullen maar poetsen

“We moeten intenties omzetten in acties”, aldus Edith. “Er wordt heel veel gesproken over samenwerking, in discussies is iedereen het erover eens dat samenwerken de juiste weg is. De praktijk laat echter zien dat daar weinig van terechtkomt. We moeten ervoor zorgen dat het niet bij beloften blijft, maar dat er daadwerkelijk tot actie wordt overgegaan.” Karin beaamt dat en zegt: “Daarom stellen we als COB concrete doelen. We programmeren onderzoek over langere termijn, maar in behapbare stukjes, zodat werkgroepen elk jaar een succes kunnen vieren.” Gijsbert benadrukt dat het overgrote deel van de deelnemers kosteloos meedoet: “Wij zorgen ervoor dat iedereen kan meedelen in de kennis en kan participeren. Kennis opdoen door meedoen, dat is de leuze van het COB.”     

Ontoelaatbare elektromagnetische beïnvloeding voorkomen bij ondergrondse kabels- en leidingen?

DSC_0011 kopiëren
Lees het gehele artikel

EMC is de afkorting van Elektro Magnetische Compatibiliteit. Als een product Compatibel is dan kunnen diverse elektrische en elektronische producten, zonder verlies van eigenschappen, naast elkaar functioneren. Om ervoor te zorgen dat er geen EMC-problemen optreden, zijn er EMC-eisen opgesteld. Deze EMC-eisen gelden ook voor ondergrondse kabels en leidingen. In dit stuk gaan we dieper in op de norm NEN 3654 die wat zegt over de beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op leidingen. 

SGS Roos+Bijl, onderdeel van SGS Nederland, is specialist in de ondergrondse infrastructuur en ontwerpt technische kabel- en leidingnetwerken voor distributie en transport en verzorgt de begeleiding bij het aanleggen, verleggen of verwijderen van kabels en leidingen. Hier gaan vaak specialistische berekeningen aan vooraf waaronder beïnvloedingsberekeningen. We spreken met twee specialisten op dit gebied: Projectmanager Remco van der Wel en Engineer Eric Lorsheijd.

NEN 3654

SGS Roos+Bijl maakt beïnvloedingsberekeningen volgens de NEN 3654 norm. Remco legt uit: “De norm gaat over de wederzijdse beïnvloeding van buisleidingen en hoogspanningssystemen. Onder hoogspanningssystemen worden hoogspanningskabels en hoogspanningslijnen verstaan. Conform de norm wordt laagspanning tot 1000 Volt (1 kV) gezien. Boven de 1000 Volt (1 kV) betreft hoogspanning. De NEN 3654 beschrijft primair hoe moet worden vastgesteld dat buisleidingen en hoogspanningssystemen elkaar nadelig beïnvloeden uit oogpunt van veiligheid en corrosie.” De norm hanteert een aantal verschillende stappen die doorlopen worden. Er wordt gekeken naar zowel de elektrische beïnvloeding als de thermische beïnvloeding.

Elektrakabels in een sleuf.

Elektromagnetisch veld

“Op een stalen buisleiding kan spanning komen te staan door een parallel lopende hoogspanningsverbinding, ten gevolge van het elektromagnetisch veld”, geeft Eric aan. “Deze elektrische beïnvloeding kan resulteren in onveilige situaties omdat er aanraakspanningen kunnen ontstaan of er kunnen beschadigingen optreden op nabij gelegen installaties en buisleidingen door wisselstroomcorrosie.” Remco vult aan: “De mate waarin een buisleiding nadelig wordt beïnvloed wordt groter naarmate de parallelloop langer wordt in combinatie met de onderlinge afstand tussen de buisleiding en de hoogspanningsverbinding.

Rondom bijvoorbeeld een 10 kV hoogspanningsverbinding is een elektromagnetisch veld van ruim 1 km aan beide zijden aanwezig. Indien hier buisleidingen parallel lopen aan de kabelverbinding, kan er nadelige beïnvloeding plaatsvinden op de buisleidingen. Bij deze nadelige beïnvloeding wordt rekening gehouden met de grootte van de optredende elektrische en thermische beïnvloeding en de gevolgen die dit met zich mee brengt. “Daarom is het zo belangrijk om vooraf beïnvloedingsberekeningen te maken. Hiermee voorkom je nare verrassingen. Je begrijpt dan ook dat beïnvloedingsberekeningen niet alleen voor één sleuf gelden, ze gelden voor de gehele zone waarin beïnvloeding kan optreden door een hoogspanningsverbinding “, aldus Remco.

Warmteontwikkeling

Eric: “Een ander probleem dat kan optreden door ondergrondse hoogspanningskabels, is warmteontwikkeling. Deze warmte kan thermische schade veroorzaken aan buisleidingen in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding. De verhoogde bodemtemperatuur kan namelijk leiden tot schade aan de buisleiding door een verhoogde coatingdegradatie, verhoogde corrosiesnelheid en thermische spanningen. Ook kan het getransporteerde medium worden aangetast door bijvoorbeeld bacteriegroei.”

Gedetailleerde berekeningen

Voor het maken van de berekeningen wordt er een aantal factoren geïnventariseerd. Eric somt op: “Je dient te weten hoe de grondopbouw eruit ziet en wat de grondweerstand is. Is een buisleiding gecoat, of niet? Zo ja, waaruit bestaat die coating dan? Van welk materiaal is de leiding gemaakt? De afstand tussen de kabelverbinding en de buitenkant van de buisleiding is van belang, waarbij je moet weten hoe lang deze parallel lopen.” Remco voegt toe: “Veel informatie halen we bij de kabelbeheerder. Daar achterhalen we de diepte waarop de hoogspanningskabel ligt, of de kabels in plat vlak of een driehoek liggen, de lengte van de kabel, de spanning, de stroom, de kortsluitstroom en de afschakeltijd.” Er dient dus veel informatie te komen van de kabel- en leidingbeheerder. Eric: “Werken volgens de NEN-norm betekent breed beginnen met het onderzoek en middels het doorlopen van de verschillende stappen kijken wat er onder uit ‘de trechter’ komt. Waarbij er gedetailleerde berekeningen gemaakt dienen te worden.”

Eric: “Veel informatie halen we bij de kabelbeheerder. Daar achterhalen we de diepte waarop de hoogspanningskabel ligt, of de kabels in plat vlak of in een driehoek liggen, de lengte van de kabel, de spanning, de stroom, de kortsluitstroom en de afschakeltijd.”

Simuleren van leidingstelsel

Een van de stappen is het in kaart brengen/simuleren van het buisleidingnetwerk. “Daarin worden bijvoorbeeld ook de aanwezige koppelingen, isolatiestukken en drainages meegenomen”, legt Remco uit. “We kijken wat de maximale toelaatbare spanning op de buisleiding is. Tevens wordt er gekeken of een bestaande situatie kan veranderen door de komst van nieuwe kabels. Deze gegevens worden door ons opgevraagd bij de betreffende buisleidingeigenaren. Zij toetsen ook de berekeningen alvorens gestart mag worden met de fysieke uitvoering. Steeds meer buisleidingeigenaren eisen vooraf een beïnvloedingsberekening.”

Energietransitie

Door de energietransitie is er steeds meer vraag naar beïnvloedingsberekeningen. “Ons team is er drukker dan ooit mee. We hebben een grote diversiteit aan klanten, waaronder netbeheerders, buisleidingeigenaren, aannemers, zonnepark eigenaren, windmolenparken… We krijgen tegenwoordig van allerlei partijen aanvragen om voor hen de berekeningen te verzorgen. Tevens vindt er veel uitbreiding op bestaande netten plaats of zijn stroomnetten aan vervanging toe. Ook in deze gevallen dient er eerst aangetoond te worden dat de wijziging geen nadelige beïnvloeding veroorzaakt. Dit kan dan middels het uitvoeren van een beïnvloedingsberekening. Ook als het slechts om een gedeeltelijke vervanging van een bestaande verbinding gaat dient dit opnieuw te worden geïnventariseerd”, zegt Remco. Tot besluit voegt Eric toe: “We zijn continu in gesprek met buisleidingeigenaren om onze berekeningen zo nauwkeurig mogelijk uit te kunnen voeren”.     

Het geografisch informatiesysteem voor goed onderbouwde beslissingen 

construction workers sprung a leak
Lees het gehele artikel

De data voor de antwoorden op deze vragen zijn vaak wel beschikbaar, maar versnipperd. GIS, het geografisch informatiesysteem van Esri Nederland, kan deze data combineren, analyseren en visualiseren en daarmee de vragen beantwoorden.

Dankzij de Basisregistratie Ondergrond (BRO) zijn ook publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond voorhanden.

De eerste versie van het geografisch informatiesysteem (GIS) van Esri ontstond in 1969 en sinds de tachtiger jaren is zij wereldwijd marktleider op dit gebied. Alleen al in Nederland zijn dagelijks 180 medewerkers actief om het digitale platform te optimaliseren. Om haar klanten zo goed mogelijk te bedienen, maakt Esri gebruik van private en publieke databronnen zoals de Basisregistratie Ondergrond (BRO), de centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond. Dat maakt het platform voor klein- en grootschalige partijen tot hét geografische informatiesysteem.

Kleurgebruik verduidelijkt de weergave.

Geografische ligging als uitgangspunt

Met ArcGIS, het GIS-platform van Esri, kunnen uiteenlopende data worden verzameld en gevisualiseerd; kabels, leidingen, waterbergingen, grondsoorten, bomen, wegen en meer. ArcGIS sorteert deze gegevens op geografisch ligging, waardoor de gebruiker vaak meer informatie krijgt dan hij nodig heeft. Maar hier duikt het onderscheidende vermogen van ArcGIS op ten opzichte van andere systemen. “De gebruiker selecteert de betreffende locatie,” vertelt Frank de Zoeten, business developer bij Esri Nederland, “en ‘schuift’ vervolgens de gewenste informatielagen eroverheen. Zo krijgt hij van ArcGIS een compleet maatwerkverhaal, bijvoorbeeld in de vorm van een ‘storymap’.”

Risico’s voorkomen

Om de aangeleverde informatie nog actueler en nauwkeuriger te maken, hebben TNO Geologische Dienst Nederland en de Wageningen Universiteit ondersteunende modellen ontwikkeld. De Zoeten: “Met één model kan de ondergrond in plakken van 100x100x0,5 meter dik worden gesneden, die per volumepixel kunnen worden bekeken. Zo ontstaat een zeer gedetailleerd beeld en worden risico’s voorkomen.” 

Gebouwen kunnen driedimensionaal inclusief ondergrond worden weergegeven.

Digital twins

ArcGIS-gebruikers kunnen deze informatie ook combineren met andere datasets en een ‘digital twin’ maken, een digitale kopie van de werkelijke omgeving waarin alle mogelijkheden worden gevisualiseerd. Zo kan de impact van werkzaamheden worden ingeschat, het juiste materiaal voor de ondergrond worden ingepland en mogelijke overlast voor omwonenden inzichtelijk worden gemaakt. 

ArcGis brengt de loop van het gasnetwerk helder in beeld.

Ook voor toekomstige ontwikkelingen

Voor partijen zoals Rijkswaterstaat, waterschappen, spoorbedrijven, havenbedrijven, aannemers, ingenieurs, en nutsbedrijven is het gebruik van ArcGIS niet meer weg te denken. Wereldwijd maken ruim 350.000 organisaties gebruik van de technologie. Zij gebruiken de software voor het inwinnen van actuele ondergrondse informatie, maar ook om ontwikkelingen inzichtelijk te maken zoals dijkversterkingen, de diepte van vaargeulen en de aanleg van kabels en leidingen. De volgende stap kon niet uitblijven. Ook ontwerpen worden steeds vaker rechtstreeks in ArcGIS gevisualiseerd, zodat mogelijke clashes in de ruimtelijke context op voorhand worden voorkomen.

“Dat is misschien wel de beste samenvatting van onze ambitie”, besluit de Zoeten. “Met ArcGIS willen we organisaties slimmer maken. Dankzij onze technologie hebben zij toegang tot heel veel open data. Is dit niet genoeg, dan kan eigen informatie of informatie van een andere leverancier eenvoudig in het systeem worden toegevoegd. Zo krijgen organisaties meer inzicht, kunnen zij hun processen beter ondersteunen en onderbouwde beslissingen nemen.”     

Meer dan een kwart eeuw complexe ondergrondse puzzels oplossen

COB_Participantenparade_illustratie-Tanja-BeltmanENT_ID169105
Lees het gehele artikel

Karin de Haas, directeur van het COB, vertelt: “Door de slappe grond zou de Noord/Zuidlijn een vraagstuk worden met complexe puzzels. Daar konden we alleen met vereende krachten de juiste oplossingen voor vinden. Later zijn de opgaven verbreed, niet alleen binnen de tunnelsector, maar voor het hele COB-netwerk. Ook op het gebied van kabels en leidingen hebben partijen elkaar nodig en ligt er dus een taak voor het COB.”

Links; Gijsbert Schuur, coördinator bij het COB. (Beeld: Vincent Basler) | Midden; Edith Boonsma: “We moeten intenties omzetten in acties”. | Rechts; Karin de Haas, directeur van het COB. (Beeld: Vincent Basler) .

Brede thema’s

Vandaag de dag is het COB als kenniscentrum, denktank en vliegwiel niet meer weg te denken uit de wereld van de ondergrondse infra. “Op alle ondergrondse vakgebieden zijn de opgaven op dit moment groot”, vervolgt Karin. “De aanpak van wegtunnels, die door hun leeftijd vrijwel allemaal aan vervanging of renovatie toe zijn. De grote vragen rondom de energietransitie, klimaatadaptatie en de verdichting van steden, met alle gevolgen van dien voor ondergrondse kabels en leidingen. De rol van digitalisering … Als COB fungeren we als een spin in het web.” “Kennisdeling en -ontwikkeling zijn essentieel voor het netwerk. Zeker voor sommige ‘nieuwe’ onderwerpen”, aldus Karin. “Er lopen bij ons bijvoorbeeld verschillende projecten rondom duurzaamheid; voor de tunnelwereld is dit heel actueel. Ook digitalisering speelt vandaag de dag natuurlijk een grote rol, maar wat betekent dat in de praktijk, bijvoorbeeld voor beheerders? Door op zulke onderwerpen slim samen te werken, wordt iedereen er uiteindelijk beter van. Sterker nog: zonder de juiste samenwerking komen we er niet, gezien de breedte van deze onderwerpen.”

Edith, Karin en Gijsbert voor de jubileumsposter “Participantenparade” die bij het COB op kantoor hangt.

Waardevol

Gijsbert Schuur werkt al meer dan 25 jaar voor Antea Group als senior-adviseur op het gebied van bodem, ondergrond en energietransitie. Sinds 2017 is hij tevens coördinator bij het COB. Hij geeft onder meer leiding aan het platform Waardevol ondergronds ruimtegebruik. Gijsbert: “Waarde is net als duurzaamheid een overkoepeld onderwerp, het komt op meerdere plekken terug. Vaak wordt ondergronds bouwen weggezet als duur, maar als je naar het complete plaatje kijkt, dus ook naar de winst in ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid, is het maar zeer de vraag of dat klopt.”

“Het COB is geen lobbyist voor ondergronds bouwen”, vult Edith Boonsma aan. Zij werkt sinds 2009 bij het COB en is met name betrokken bij het aandachtsgebied Kabels en leidingen. “We willen dat ondergronds bouwen op een eerlijke manier wordt meegewogen bij oplossingen voor een ruimtelijk probleem. En dáár is meer kennis voor nodig; kennis over techniek, samenwerking, beleid, projectmanagement, menselijk gedrag. Dat komt allemaal terug in de projecten van het COB.”

Het gaat ook om kruisbestuiving tussen disciplines. Gijsbert: “Daar is het project Visie ontwerpende aannemers bijvoorbeeld op gericht. Hierin wil het COB-netwerk laten zien welke waarde er vanuit het perspectief van de aannemer toe te voegen is aan ondergronds bouwen.”

Schematisch overzicht Kennisarena ondergrondse infra.

Vertrouwen en gedrag

Edith is onder meer programmamanager van de Kennisarena kabels en leidingen. Edith: “Als het gaat om het aanleggen of aanpassen van kabels en leidingen, heeft elke partij andere belangen. Vaak zijn deze belangen tegenstrijdig, maar voor de energietransitie, vervangingsopgave en klimaatopgave heb je elkaar nodig; dat zien partijen wel. Door privatisering heeft ieder zijn eigen infranetwerk en werkt ieder voor zich. Iedereen snapt dat het efficiënter kan – en moet! Met name de afgelopen twee jaar is dat heel erg gebleken. In de Kennisarena ontmoeten partijen elkaar. Daar delen ze kennis en ervaring en werken ze samen aan oplossingen die alle partijen kunnen helpen. Samen komen we waar we naartoe willen. Daarbij komt er meer en meer nadruk op gedrag te liggen, dat blijkt vaak toch de crux. Er wordt daarom steeds vaker gedragswetenschappers en antropologen betrokken bij onderzoeksprojecten.”

Karin vult aan: “Een goed voorbeeld daarvan is het project Samen zonder schade. Ondanks allerhande regels en hulpmiddelen voor een zorgvuldig graafproces, ontstaat er nog steeds veel graafschade. Daarom wordt nu de vraag gesteld waarom mensen zich gedragen zoals ze doen. Er is een spel ontwikkeld om de realiteit na te bootsen, zodat een gedragspsycholoog kan analyseren wat er gebeurt en voorstellen kan doen voor effectieve interventies.” Edith noemt daarbij het voorbeeld of er wel of geen grondonderzoek gedaan wordt bij een project: “Stel dat er geen vooronderzoek gedaan wordt en er blijkt toch vervuiling of een onverwachte kabel in de grond te zitten, is het dan fair om de laatste schakel verantwoordelijk te stellen?” Karin: “Door professionals te laten meekijken naar gedragsprocessen, krijgen we daar hopelijk meer vat op. Wanneer je het waarom snapt, dan kun je gedrag positief beïnvloeden.”

Schematisch overzicht ‘Tunnels en veiligheid’ en ‘Kabels en leidingen’.

Niet lullen maar poetsen

“We moeten intenties omzetten in acties”, aldus Edith. “Er wordt heel veel gesproken over samenwerking, in discussies is iedereen het erover eens dat samenwerken de juiste weg is. De praktijk laat echter zien dat daar weinig van terechtkomt. We moeten ervoor zorgen dat het niet bij beloften blijft, maar dat er daadwerkelijk tot actie wordt overgegaan.” Karin beaamt dat en zegt: “Daarom stellen we als COB concrete doelen. We programmeren onderzoek over langere termijn, maar in behapbare stukjes, zodat werkgroepen elk jaar een succes kunnen vieren.” Gijsbert benadrukt dat het overgrote deel van de deelnemers kosteloos meedoet: “Wij zorgen ervoor dat iedereen kan meedelen in de kennis en kan participeren. Kennis opdoen door meedoen, dat is de leuze van het COB.”

Met de sector, voor de sector

Naamloos-2 kopiëren
Lees het gehele artikel

Het Centrum Ondergronds Bouwen maakt zich sterk voor het delen van kennis in de ondergrond-, weg- en waterbouw. Een speciaal platform binnen de organisatie richt zich volledig op duurzaamheid in ondergronds bouwen. We spreken met Onno Sminia, Coördinator Duurzaamheid bij het COB, over het delen van kennis en het bieden van ondersteuning aan de sector.

“We hebben afgelopen jaar een aantal projecten gelanceerd binnen dit platform Duurzaamheid”, opent Sminia het gesprek. “Allereerst heeft de ‘Duurzaamheidschecklist voor bestaande tunnels’ het levenslicht gezien. Deze checklist hebben we samen met de sector ontwikkeld.”

Structural Health Analysis

“In 2019 hebben we op de Duurzaamheidsdag belanghebbenden om terugkoppeling gevraagd op de eerste versie van de Duurzaamheidschecklist. De resultaten daarvan zijn verwerkt in een update, die in 2020 is verwerkt in een tweede versie. Die is nu verwerkt in de bredere COB tunnelanalyse aanpak genaamd Structural Health Analysis. Bij het analyseren van de staat van een bestaande tunnel wordt er nu dus ook gekeken naar de duurzaamheid. De uitslag van het invullen van die checklist kan een reden zijn om maatregelen te nemen om duurzaamheid te vergroten”, aldus Sminia.

Sminia schetst de omvang van de opgave voor de sector: “We hebben met elkaar een verantwoordelijkheid te nemen. Een grote opgave, waarbij kennis delen en samenwerken de sleutelwoorden zijn.” Het product wordt inmiddels goed opgepakt en er is inmiddels een aantal Structural Healthy Analysis checks uitgevoerd. “Dat leidt tot nieuwe inzichten bij tunnelbeheerders, die uiteindelijk kunnen leiden tot het ondernemen van actie.”

Van theorie naar praktijk

Een tweede project binnen het duurzaamheidsplatform bij het COB is een denktank die helpt bij het uitvoeren van het duurzaamheidsdeel in de Structural Health Analysis. “Wie met vragen zit kan zelf naar de denktank komen, om kennis te vergaren”, legt Sminia uit. “Een mooi en werkbaar initiatief dat helpt om de theorie naar de praktijk te vertalen.”

Geheel in lijn met de andere projecten, bestaat het derde project uit het samenstellen van een maatregelen catalogus voor energiereductie in tunnels. “Dat is een groeiboek waar iedereen die zoekt naar energiereductie inzage in heeft”, licht Sminia toe. “Dit groeiboek wordt periodiek voorzien van updates, dus is altijd actueel. Innovaties worden met name door participanten van het COB aangeleverd. We ontvangen ook veel aanmeldingen van buitenaf.” Het vierde project haakt specifiek in op tunnelverlichting, in het licht van de beoogde energiereductie in tunnels, want dit is de grootste enegieverbruiker in een tunnel. “We hebben allerlei verbeterpunten geïdentificeerd en onderzoeksvoorstellen gedaan die moeten leiden tot energiereductie van tunnelverlichting. Daarvoor zoeken we ook Europese partners, vandaar ook onze betrokkenheid bij ‘Beyond a Tunnel Vision’. Op 27 november 2020 vond de tweede -ditmaal volledig digitale- Europese conferentie plaats over tunnel renovatie. De gemene deler is minder CO2-uitstoot en circulariteit bevorderen.”

Kennisniveau in de sector neemt toe

Volgens Sminia is duurzaamheid een thema dat vraagt om een blik vanuit meerdere perspectieven. “Weet je wat ook duurzaam is? Jezelf afvragen of iets wel nodig is. ‘Rethink!’ is het credo, soms wil men duurzaam doen tegen wil en dank. ‘Think smart’ is het devies. 

In de sector neemt het kennisniveau toe, volgens Sminia. “Iedereen is bezig. Het afgelopen jaar hebben we drie circulaire zomer sessies gedaan, online. Samen verkenden we het onderwerp circulariteit en ook daar is een groeiboek uit voortgekomen. Daarin staat bestaande kennis, aangevuld met nieuw opgedane kennis over circulariteit, ook uit bekende sectoren. Het was mooi om te zien welke energie er te bespeuren was onder de deelnemers, er ontstond een grote bereidwilligheid om samen door te pakken op het gebied van circulariteit. Het allerbelangrijkste is en blijft een gemotiveerd mens achter alle plannen.”

Tot slot licht Sminia een tipje van de sluier op omtrent een ander lopend project: het creëren van een een manier om restlevensduur van materialen in de sector te verkennen “Mooi om samen met de sector zoiets op te zetten. Na een verkenning gedaan te hebben, bleek maar liefst 75% van de participanten hier de schouders onder te willen zetten!”   

Uit het oog, maar niet uit het hart

cob_cartoonkl_conditionering
Lees het gehele artikel

In deze editie van het magazine Grond Weg Waterbouw, waarin ondergronds bouwen centraal staat, mag het COB niet ontbreken. Het COB is namelijk het Nederlands kenniscentrum voor ondergronds bouwen en ondergronds ruimtegebruik. Hier komen ingenieurs, aannemers, opdrachtgevers, bevoegd gezag en kennisinstellingen bij elkaar om kennis uit te wisselen en te ontwikkelen op het gebied van bijvoorbeeld tunnels, kabels en leidingen en ondergrondse ruimtelijke ordening. Mijn naam is Stanley Hunte, ik ben coördinator van het platform Kabels en leidingen, waar zo’n 75 personen bij aangesloten zijn.

Wat ik van platformleden vaak hoor, is dat er in praktijkprojecten te weinig rekening wordt gehouden met onverwachte objecten in de ondergrond. Daarom is een artikel in een blad zoals dit een uitgelezen kans om de aanwezigheid en het belang van ondergrondse en daarmee onzichtbare objecten te benadrukken. Zorgen voor bewustwording op het gebied van ondergrondse objecten – en in bredere zin van de ondergrond – is één van de doelstellingen van het COB. Volgens ons is de ondergrond een volwaardig onderdeel van de openbare ruimte en essentieel voor elk object dat gebouwd wordt, ook binnen de GWW-sector. In mijn geval ligt de focus op kabels en leidingen, maar is de blik een stuk breder.

Zonder ondergrondse kabels en leidingen geen energietransitie
Onvoldoende kennis en zicht op ondergrondse objecten zoals duikers, vuilcontainers, maar vooral kabels en leidingen kan tot onnodige vertraging en kosten leiden bij projecten. Daarnaast is die infrastructuur essentieel voor de economie en levensbehoeften; zonder gasleidingen bijvoorbeeld geen industrie, zonder spanningskabels geen duurzame energie van windmolenparken, zonder waterleidingen geen drinkwatervoorziening. Zonder ondergrondse kabels en leidingen dus geen energietransitie! Maar daar kom ik later op terug. Bij het COB bepaalt het netwerk de agenda. Platformleden die vanuit de eigen invalshoek afzonderlijk van elkaar tegen vraagstukken aanlopen, kaarten zo’n onderwerp aan tijdens een platformbijeenkomst, waarna we er met elkaar over discussiëren. Is er vanuit het platform voldoende animo, dan wordt er een project opgestart, zoals “Worstelen met kabels en leidingen in grote infraprojecten” in 2017. In het platform werd geconstateerd dat personen die zijn betrokken bij infraprojecten veel van elkaar leren kunnen over het omgaan met kabels en leidingen. Er is daarom een inventarisatie uitgevoerd om gemene delers en bruikbare inzichten te verzamelen.

COB

Bij de aanleg van de spoortunnel in Delft was er weinig tot geen ruimte voor tijdelijke en definitieve kabel- en leidingtracés. (Beeld: Flickr/Sander van der Wel)

Leren van de praktijk en elkaar
In totaal zijn zes projecten beschouwd, waarbij betrokkenen van het ene project de gang van zaken bij het andere project documenteerden. Op deze manier wordt er geleerd van de praktijk én van elkaar. Tevens hebben studenten onderzoek verricht en verslag gedaan bij de medestudenten. 

Bij alle onderzochte projecten is het verleggen van kabels en leidingen onderdeel van de conditionering van het projectgebied, maar is de verantwoordelijkheid van de conditionering bij verschillende partijen ondergebracht. Hoewel de conditionering normaalgesproken slechts een klein percentage van de totale projectkosten betreft, kan het niet goed in kaart brengen van de ondergrond voor grote problemen en hoge gevolgschade zorgen, zo blijkt uit het onderzoek. Het rapport bevat een set aanbevelingen voor de verschillende projectfasen en rollen binnen een project. Door tijdig te informeren en relevante data te delen kan een significante efficiëntieslag gemaakt worden en kunnen risico’s beperkt worden. 

COB

Het komt vaak genoeg voor dat binnen het projectgebied onverwachte leidingen gevonden worden; geregistreerde informatie over kabels en leidingen is vaak niet volledig of helemaal correct. (Beeld: COB/Cartoon Blanche)

Common ground voor ondergrondse infra
Een efficiëntieslag is een mooie brug naar een ander project van het COB: “Common ground voor ondergrondse infra”. Zoals gezegd spelen kabels en leidingen een belangrijke rol in de energietransitie. Maar er zijn meer maatschappelijke opgaven die impact hebben op de ondergrond, zoals de renovatie- en vervangingsopgave (veel kabels en leidingen zijn aan het einde van hun levensduur), de klimaatopgave (aanpassen riolering, waterbergingen aanleggen), de uitrol van 5G (extra glasvezelnetwerk) en de verstedelijking (sneller bouwen, meer aansluitingen). Ook híer is een efficiëntieslag nodig, want als al deze opgaven los van elkaar worden aangepakt, gaat het niet passen en niet werken. Het project Common ground voor ondergrondse infra heeft als doel een overall-strategie te ontwikkelen voor aanleg, beheer en onderhoud van ondergrondse kabels en leidingen. De eerste stap is al gezet: op 12 april 2019 werd een kennisanalyse gepresenteerd, zie www.cob.nl/commonground.

Rapporten zoals “Worstelen met kabels en leidingen” en “Common ground voor ondergrondse infra” zijn gratis te downloaden. Met de kennisbank van het COB is zeer veel informatie vrij toegankelijk. Tevens staat het COB-team te allen tijde klaar om mensen op weg te helpen. Zo zijn ondergrondse objecten zoals kabels en leidingen uit het oog, maar NIET uit het hart!