Tagarchief: olie- en vetafscheider

Waaraan moet een goede olie- en vetafscheider eigenlijk ècht voldoen?

Wapening_Def
Lees het gehele artikel

In de vorige editie van dit magazine heeft u kunnen lezen hoe het kan dat olie- en vetafscheiders die weliswaar een CE-keurmerk dragen, toch enorm door de mand vallen als het gaat om kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid. Zoals beloofd wordt in deze nieuwe editie uitgelegd waaraan een goede olie- en vetafscheider eigenlijk zou moeten voldoen.

Janssen resumeert: “ in Annex ZA zijn de ‘essentiële kenmerken’ vastgelegd waaraan de afscheiders moesten voldoen. De CE-markering is een verplichting voor elke fabrikant, de bewijsvoering dat de producten voldoen aan de normeisen van deze essentiële kenmerken wordt echter in belangrijke mate bij de fabrikant zelf neergelegd. Zij voorzien hun producten dus zelf van een CE markering (CE label) en leveren een ondertekende prestatieverklaring (DOP) mee, waarin verklaard wordt aan welke essentiële kenmerken het product voldoet. Dat gaat echter niet in alle gevallen even goed.”

Twijfel over de aanwezigheid van essentiële kenmerken en Technisch Constructiedossier

“In de praktijk zien we dat fabrikanten die voor de intrede van CE-markering hun producten gecertifieerd hadden, ook al een Technisch Constructiedossier hadden (meestal de KOMO-producten). Wat we helaas echter ook zien, is dat er producten gemaakt worden waaraan men serieus mag twijfelen of deze voldoen aan de essentiële kenmerken voor CE-markering en of de fabrikant wel een Technisch Constructiedossier heeft”, constateert Janssen. De essentiële kenmerken voor olie- vetafscheiders en slibvangputten zijn:

  • brandklasse
  • waterdichtheid
  • effectiviteit
  • sterkte en stabiliteit
  • duurzaamheid

“Alleen de beoordeling van de brandklasse in geval van brandbare afscheiders (zoals van kunststof) moet door een geaccrediteerd laboratorium (notified body) gedaan worden. De overige essentiële kenmerken mag de fabrikant zelf bepalen. Maar let op: de bewijslast dat er voldaan wordt aan de essentiële kenmerken, moet door de fabrikant verplicht vastgelegd worden in het ‘Technisch Constructiedossier’ (TCD) zodat nationale toezichthouders (ILT) indien nodig hierop kunnen controleren”, legt Janssen uit. “We zien helaas echter te vaak producten die als inferieur betiteld mogen worden en waarbij gerede twijfel bestaat of er voldaan wordt aan de essentiële kenmerken voor CE-markering. Dat roept dan meteen de vraag op, of er überhaupt een TCD aanwezig is.”

De toegankelijkheid van de afscheider moet conform de norm zijn.

Afscheider kapot? Komt dat door nalatigheid of is het gewoon ‘vette’ pech?

Als het aankomt op sterkte en stabiliteit, waterdichtheid en duurzaamheid van betonafscheiders, dan is dit vooral een kwestie van het produceren met (de juiste) wapening, schetst Janssen. “Afscheiders worden vaak onderworpen aan (zware) verkeersbelastingen en moeten hier ook gedurende de gebruiksduur van 20 jaar tegen bestand zijn. Om te bewijzen dat de afscheider voldoet aan de stabiliteitseisen zal de gehele betonconstructie op sterkte moeten worden berekend of worden beproefd. De sterkte van de constructie is in belangrijke mate afhankelijk van de betonkwaliteit, hoe hoger de betonklasse hoe sterker. De norm (CE) gaat uit van een minimale betonklasse C35/45 en stelt geen eisen aan minimale wand/bodemdikte en wapening is niet verplicht”, licht Janssen toe. “Met name dat laatste is een vreemde zaak. Op zich is beton sterk en kunnen er grote drukkrachten opgevangen worden. Beton heeft echter ook een nadeel: het kan slecht trekkrachten opvangen, waardoor het kan scheuren en dus lekken kan veroorzaken. Om deze trekkrachten op te vangen kunnen constructies worden voorzien van staalwapening in de dekplaat en in putwand en -bodem.”

De grootste krachten komen op de dekplaat, op de bodem en op de hoek bodem/wand. Janssen: “Als je een betonput en dekplaat constructief volgens de regels berekent, dan wordt er rekening gehouden met een max. toelaatbare scheurbreedte van 0,2 mm. We zien dan dat er minimale wanddiktes van 100-120 mm nodig zijn, in combinatie met bodem, -wand, en dekplaatwapening. De berekeningen houden rekening met dynamische verkeersbelastingen, gronddrukken, hoge grondwaterstanden, kortom de meest ongunstige bedrijfssituaties. Dan is het vreemd om vast te stellen dat dit geen thema is bij CE-markering.” Een betonafscheider zonder wapening kan dus een behoorlijk gevaar voor het milieu opleveren. Is er bij scheuren dan sprake van ‘vette’ pech, of mag je dit onder het hoofdstuk ‘nalatigheid’ scharen. De kennis om het goed te doen is volop aanwezig, de keuze om het niet te doen, wordt bewust gemaakt. “Als dat een prijskwestie is, dan is dat beschamend. Schade die in het milieu door lekkage van olie en vet wordt aangericht, kost de maatschappij veel en veel meer dan op voorhand investeren in een kwalitatief hoogwaardig product”, zegt Janssen.

HDPE binnenbekleding of coating vormt een absolute meerwaarde

Aangezien enerzijds een afscheider waterdicht moet zijn en blijven en anderzijds chemisch bestand moet zijn tegen de milieugevaarlijke -vaak betonagressieve- inhoud, wordt er door de fabrikanten een inwendige beschermlaag toegepast. “Deze bestaat uit een betoncoating of een ingestorte HDPE lining. Die coatings en linings moeten volgens de CE eisen op chemische bestendigheid worden beproefd en zijn goedgekeurd. Dit zijn kostbare, lange duurtesten met zeer agressieve media. Als fabrikant moet je kunnen aantonen dat er getest is, indien erom gevraagd wordt. Maar daar zit de crux wederom: wie vraagt ernaar? Het is namelijk volgens de CE normeisen geen must om een binnenbekleding toe te passen. Wie een beetje verstand heeft van beton, zal snappen dat beton langzaam weggevreten wordt door de zure vloeistoffen en de organische afbraakproducten van de afscheiderinhoud. Je zou denken dat iedereen het belang van een lining of coating wel inziet. Toch worden er in de praktijk steeds meer afscheiders zonder inwendige beschermlaag verkocht. Dan mag je je gerust afvragen of dat beton getest is. En zo ja, wie geeft dan de garantie dat de betonafscheider een periode van 20 jaar lang intact en sterk blijft?”

Waterdichtheid is van cruciaal belang

Dat een afscheider volledig (water) vloeistofdicht moet zijn en blijven gedurende de gehele gebruiksduur, moge duidelijk zijn. Daarin zijn de CE normeisen dan ook streng in zijn. Ook alle verbindingen in de afscheiderconstructie moeten waterdicht zijn en de primaire dichtingen die in direct contact komen met de afscheiderinhoud, moeten ook nog eens chemisch bestendig zijn tegen die afscheiderinhoud. Janssen: “Automatisch kom je dan uit op rubber dichtingen in de kwaliteit NBR (nitrile rubber) De secondaire dichtingen, tussen put en dekplaat en de onderdelen van de opbouwschacht mogen van een lagere rubber kwaliteit zijn, zoals SBR. De waterdichtheid moet voor een CE markering bewezen worden. Om hieraan te voldoen zie je in de praktijk een combinatie van een put met geknevelde dekplaat met vlakke verbinding, met een rubberdichting of een zogenaamde mof/spie verbinding met rubberen dichting. Het zal inmiddels niemand meer verbazen dat er in de praktijk helaas ook putten de grond ingaan met slechts een mortelverbinding tussen put- en dekplaat. Onder het mom van ‘een mortelverbinding maakt van put en dekplaat een geheel’ misschien? Uit testen blijkt echter dat een mortelverbinding tussen put en dekplaat absoluut niet tot 5 meter waterkolom dicht is en daarmee dus een potentieel gevaar is voor bodemvervuiling. Laat staan dat de mortelverbinding bestand is tegen de agressieve afscheiderinhoud gedurende de gebruiksduur van 20 jaar.”

Alleen met een coating of HDPE binnenbekleding is beton bestand tegen de af te scheiden vloeistoffen.

Er is nog meer aan de hand

“Aan de afscheidernormen zit de EN 476 gekoppeld als het gaat om de toegangsschachten en is dus onderdeel van de CE markering. De EN 476 schrijft duidelijk voor dat een toegangsschacht een minimale diameter moet hebben van 60 cm, tot een maximale hoogte van 45 cm. Wil men dieper gaan, dan moet er vanaf 45 cm diepte een verloop komen naar minimaal 800 mm, tot max. 1000 mm schachtdiameter. Ook op dat vlak wordt er tekort geschoten. De praktijk wijst maar al te vaak uit dat er op de afscheider torens van 1 meter diep staan, slechts bestaande uit betonringen zonder dichting, met een diameter van 60 cm en zelfs kleiner.”

De conclusie luidt: er is kennis en materiaal genoeg aanwezig om een betonafscheider 20 jaar veilig dienst te laten doen. In de praktijk wordt er echter flink bezuinigd op kwaliteit, waardoor er -letterlijk- milieugevaarlijke producten de grond ingaan. “Het wordt tijd dat het besef gaat leven dat dit een foute manier van geld besparen is. Er is maar één juiste weg om te bewandelen, willen we het milieu kunnen behoeden voor de rampzalige gevolgen van lekkage in een olie- en vetafscheider. Gewoon als inkopende partij je verantwoordelijkheid nemen en niet meteen in zee gaan met de goedkoopste aanbieder, als deze een inferieur product aanbiedt”, besluit Janssen.