Tagarchief: NEN

Een hogere standaard voor PE-lassen door samenwerken

PE-lassen_beeld_alleen-voor-artikel-NEN-gebruiken
Lees het gehele artikel

Verzin iets om de vele afkeur van PE-lassen te voorkomen, anders mag je de methode binnenkort niet meer gebruiken. Dat was de opdracht die Netbeheer Nederland enkele jaren geleden kreeg van toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen. Hoe alle betrokkenen de handen in elkaar sloegen en gezamenlijk kwamen tot een NTA en twee certificatieschema’s, leggen twee van hen uit.

Roger Janssen is werkzaam bij Enexis, één van de Nederlandse netbeheerders, en lid van het college van deskundigen dat zich bezighoudt met de certificatieschema’s voor PE-elektrolassen. Eerder was hij betrokken bij de ontwikkeling van de NTA 8828. Dat geldt ook voor Jorn Bronsvoort van  certificerende instelling QS, die eveneens vanaf het begin deelneemt aan het proces. Dat maakt hen de juiste personen om over het proces te vertellen.

Netbeheerders zijn verantwoordelijk voor duizenden kilometers gasleidingen die in de Nederlandse bodem liggen. Die leidingen zijn tegenwoordig van een kunststof dat aan elkaar versmolten wordt via de techniek die we Polyethyleen-Elektromof lassen noemen. Hoe nauwkeuriger dat gebeurt, hoe veiliger de las en hoe langer de levensduur.

Het probleem

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) is de onafhankelijk toezichthouder op de veiligheid van het gasnetwerk. Bij controles bleek een aantal jaren geleden dat veel van de elektrolassen afgekeurd werden. Te veel volgens het SodM, die liet weten dat de kwaliteit moest verbeteren. Gebeurde dat niet, dan lag een embargo op de methode in het verschiet.

Alle belanghebbenden uit de markt besloten de handen ineen te slaan om het probleem op te lossen. De oorzaken waren snel gevonden. ‘Men dacht wat te makkelijk over de lastechniek. Er was geen specifieke opleiding, men deed het erbij’, aldus Jorn. Verder werkte iedereen volgens eigen instructies, wat de kwaliteit ook niet ten goede kwam. De eerste conclusie was daarom dat er gezamenlijke afspraken gemaakt moesten worden. Dan kom je al snel bij NEN terecht als je op zoek bent naar een organisatie die dat proces kan begeleiden.

De oplossing

Samen met brancheverenigingen van netbeheerders en aannemers, maar ook met leveranciers van materialen en opleidingsinstituten, werd de NTA 8828 ontwikkeld. Hierin staan uitgebreide richtlijnen om een goede en veilige PE-verbinding te maken. Vervolgens hebben de betrokkenen twee certificatieschema’s opgesteld met daarin de eisen voor goed gekwalificeerde lassers en lastoezichthouders. De NTA en certificatieschema’s zijn gemaakt voor gasleidingen, maar kunnen ook toegepast worden op bijvoorbeeld waterleidingen.

De opleiding

Er is een degelijke opleiding ontwikkeld die wordt afgerond met een theorie- en een praktijkexamen. Dat was hard nodig, want de eisen van NTA en van de certificatieschema’s liegen er niet om. ‘We hebben bewust de lat heel hoog gelegd, want kwaliteit in het werk wordt steeds belangrijker’, zegt Roger daarover.

De opleidingsafdelingen van de certificerende instellingen verzorgen de opleidingen. ‘Wij hebben de kennis van de techniek en kennen de regels omtrent opleiden en praktijk-examineren’, vertelt Jorn. De vragen voor het theorie-examen zijn bedacht door een groepje mensen vanuit het college van deskundigen. Dat zijn vertegenwoordigers uit de markt die zich bezighouden met de ontwikkeling, validatie en het beheer van een certificatieschema. Om de onafhankelijkheid te waarborgen werd examenspecialist Cito gevraagd om het ontwikkelen van de examenvragen te begeleiden en de theorie-examens af te nemen. Op die manier blijft de rol van examinator gescheiden van de rol van opleider.

Het effect

In eerste instantie waren de betrokkenen niet echt overtuigd van de noodzaak van de opdracht van SodM om afspraken over PE-lassen te maken. Hoewel er veel lassen werden afgekeurd, was er nog nooit een groot incident geweest. Inmiddels komen de voordelen steeds meer in beeld. Roger en Jorn kunnen er wel een paar opnoemen. Een nieuwe functie is die van lastoezichthouder. Een noodzakelijke functie. ‘Als je geen strenge controle uitoefent, is het risico groot dat de kwaliteit van het werk achteruit gaat’, weet Roger. ‘Een minder goede las geeft misschien niet meteen lekkages, maar gaat wel veel minder lang mee. Een goede las heeft een levensduur van wel 50 jaar’, vertelt Jorn.

Ook werkt iedereen nu volgens dezelfde richtlijnen en worden er veel minder lassen afgekeurd dan voorheen. Het goedkeurpercentage is de laatste jaren gestegen van 80% tot bijna 100%. Een van de gevolgen hiervan is dat het werk geen vertraging oploopt. Dat zie je terug in de kosten.

Een bijkomend voordeel is dat men goed de vinger aan de pols kan houden van het proces. Roger: ‘De lastoezichthouders zien wat er speelt in het veld en kunnen eventuele problemen terugkoppelen. Dan kunnen wij als college van deskundigen onderzoeken of we bijvoorbeeld het certificatieschema of de NTA moeten aanpassen. Ook bij de opleidingen komen soms onderwerpen naar voren die tot een verbetering van de NTA kunnen leiden.’

De gevolgen

De NTA en de certificatieschema’s hebben nogal wat gevolgen gehad voor de lassers. PE-lassen is nu een gespecialiseerd beroep. ‘Er is nog ongeveer een derde van de lassers overgebleven’, aldus Jorn. Een certificaat is ook een stok achter de deur om je werk goed te doen. Want er wordt nog steeds regelmatig gecontroleerd en als de kwaliteit niet goed genoeg is, volgt een waarschuwing. Bij meerdere waarschuwingen verliest de lasser zijn certificaat en mag hij het werk niet meer doen. Daar zit natuurlijk niemand op te wachten.

Allemaal mooie argumenten voor de ontwikkeling van NTA en certificatieschema’s, die niet alleen voor PE-lassen gelden, maar die het hele normalisatie- en certificatietraject reden van bestaan geven. Werken volgens normen betekent allemaal op dezelfde manier werken. Met veel aandacht voor betrouwbaarheid en veiligheid. Certificatie heeft als gevolg dat er betere vakmensen komen. Goed opgeleid en met aandacht voor hun werk.

De samenwerking

Als je Roger vraagt wat nu het allerbelangrijkste van het hele proces is geweest dan weet hij het antwoord meteen: de samenwerking van alle betrokkenen. ‘Als je meegedaan hebt in de ontwikkeling van NTA en certificatieschema, dan sta je er ook achter en draag je deze uit aan de rest van de markt.’

Jorn voegt toe: ‘Iedereen had er belang bij dat het vertrouwen hersteld werd en de kwaliteit verbeterd. Dat maakte het makkelijk om alle partijen bij elkaar te krijgen.’ Dat gold voor de netbeheerders en de leden van Bouwend Nederland, maar bijvoorbeeld ook voor leveranciers van materialen. Die hebben er belang bij dat ze hun materialen kunnen blijven leveren.

Daarnaast maakt deelname het mogelijk om de uitvoerbaarheid van de richtlijnen en regels te bewaken. Roger deed dat als vertegenwoordiger van een netbeheerder, Jorn namens een certificerende instelling en andere deelnemers zaten er met de belangen van bijvoorbeeld de aannemers voor ogen. Roger: ‘Dat zorgde regelmatig voor stevige discussies, maar altijd met een gezamenlijk besluit tot resultaat.’

Consensus bereiken is niet altijd even simpel. ‘Gelukkig zijn de consultants van NEN heel bedreven in discussies op een goede manier leiden’, laat Roger weten.

De rol van NEN

NEN heeft een belangrijke rol in het proces. De consultants voeren het secretariaat voor het opstellen en eventueel herzien van de NTA en de certificatieschema’s. Daarnaast is NEN de beheerder van het certificatieschema en van het register. Op de website van NEN kun je de gegevens van alle gecertificeerde PE-lassers en lastoezichthouders en de NTA en de certificatieschema’s vinden.

NTA voor IFD-bouw beweegbare bruggen gepubliceerd

NTA 8086
Lees het gehele artikel

NEN heeft in samenwerking met bruggenbouwers, ingenieursbureaus, bouwbedrijven en opdrachtgevers NTA 8086 IFD-bouw beweegbare bruggen herzien.

De bouwsector wil in 2050 circulair zijn. Het industrieel, flexibel en demontabel (IFD) bouwen van bruggen draagt bij aan deze stip op de horizon door afspraken te maken over terminologie, brugelementen en methoden in een Nederlandse Technische Afspraak (NTA).

NTA 8086 geldt als een voorbeeld hoe circulariteit op basis van afspraken een impuls kan krijgen. Er wordt niet alleen invulling gegeven aan de klimaatdoelstellingen, maar het is ook één van de oplossingen voor de bruggenopgave waar Nederland voor staat. Door IFD-bouwen worden raakvlakken tussen bouwdelen en onderdelen van bruggen gestandaardiseerd. De kracht van het NTA-principe is dat verschillende partijen in de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW) samenwerken om tot afspraken te komen.

Herziening NTA 8086

De NTA voor beweegbare bruggen is in samenwerking met verschillende belanghebbenden herzien. Iedere partij heeft zijn expertise ingebracht. Partners uit de gehele GWW sector hebben samen de inhoud bepaald en vastgesteld. Er is rekening gehouden met de bestaande normen, elektrotechnische installaties en levensduur.

De belangrijkste meerwaarde van de nieuwe NTA 8086 zijn de maatklassen voor verschillende details, verbreding van het toepassingsgebied naar andere typen bruggen en de definitie van raakvlakken van de aansturing.

Meer informatie

NTA 8086 is vrij beschikbaar voor iedereen die er gebruik van wil maken. Meer informatie over IFD en achtergrondinformatie over NTA 8086 is ook te vinden op nen.nl/ifd.

Van Bouwrijp maken tot reconstructie

img_9011
Lees het gehele artikel

De eigenschappen van Argex maken het materiaal een veel voorkomend product in de GWW van bouwrijp maken tot reconstructie, van lichtbeton tot lichte aanvullingen. Met de nodige certificaten en NEN normeringen wordt Argex in veel vakgebieden toegepast. De normering NEN EN 15732 is gemaakt voor civiel technische ontwerp met geëxpandeerde klei.

Argex produceert ongeveer 20 gradaties, hiervan worden er 5 in de GWW sector gebruikt. 

Argex zorgt ervoor dat ook de kabels en leidingenstroken veel langer meegaan en de zettingen minimaliseren.

Bufferbekken, infiltratie en zuivering

Argex AR8/16-340 en AR4/10-430 zijn ronde materialen met veel holle ruimtes in en tussen de korrels. Ze bevatten circa 45% opslagruimte tussen en 40% in de korrels. Dit maakt Argex een product dat toepasbaar is in watermanagement projecten.

 

Reconstructies rioleringen en wegen

Argex AG4/8-370 en AG0/4-500 zijn gebroken materialen welke meer haakweerstand hebben en goed verdichtbaar zijn. Soortelijke gewichten van 700-1000kg/m³ in het werk zorgen ervoor dat projecten op slecht draagkrachtige gronden goed uitgevoerd kunnen worden en er zo een zettingsarme constructie ontstaat.

Bouwrijp maken

Ook hiervoor wordt er een Argex zand of gebroken materiaal toegepast. Bouwwegen welke in veengebieden goed berijdbaar moeten zijn zonder verzakkingen en het dempen van sloten zijn enkele toepassingen waar Argex een plek vindt in het bouwrijp maken van kavels.

Reconstructies damwanden en kademuren

Argex reduceert de horizontale en verticale zettingen, waardoor er met lichtere damwandprofielen en lichtere verankering gerekend kan worden. Bij reconstructies vermindert Argex de druk op de bestaande kademuren of damwanden.

Kabels en Leidingen

Niet alleen wegen en rioleringen zijn onderhevig aan verzakkingen: ook de kabels en leidingen worden getroffen. Argex zand is hier een prima oplossing, een licht zand met een soortelijk gewicht van ca. 900-1000kg/m³. Dit zorgt ervoor dat ook de kabels en leidingenstroken veel langer meegaan en de zettingen minimaliseren. Argex is dan ook door de meeste kabels en leidingen exploitanten goedgekeurd.

Op-afritten 

Deze moeten een behoorlijke hoogte overbruggen bij overgangconstructies, bij op- en afritten en viaducten. Meters traditioneel materiaal geven veel zettingen en ze zijn onderhoudsgevoelig. Argex lichtgewicht zettingsarme constructies, die ook het regenwater en runoff-water kunnen bergen, zijn hier een product bij uitstek.