Tagarchief: Mobiliteit

Smart Mobility” innovaties genoeg. Tijd om concreet te worden!

fum-linkedin-ilse-harms-kopieren
Lees het gehele artikel

Mobiliteit en verstedelijking horen bij elkaar. Een succesvolle combinatie is alleen mogelijk als rijk en regio de handen ineenslaan om echt stappen te zetten. Maar wat is hiervoor nodig? Welke ontwikkelingen, innovaties en samenwerkingen zijn cruciaal om mobiliteit en verstedelijking optimaal te laten functioneren? We staan anno 2020 voor een flinke uitdaging als het gaat om mobiliteit. Er ligt een demobiliteitsopgave voor ons. Dit vereist nieuwe vervoersmodellen, zero emission stadslogistiek en de inzet van technologie voor intelligent mobility.

Data delen. Het liefst zo uitgebreid mogelijk. En zo snel mogelijk. Op korte termijn ook nog. Dat is welke richting wij als Nederland op moeten. Het delen van data tussen het Rijk, de gemeentes, de provincies, maar ook met private ondernemers. De kracht ligt juist hier. Als de inzet van intelligent mobility wordt gerealiseerd door de samenwerking tussen deze partijen. Verkeersstromen die op deze manier gestroomlijnd kunnen worden of zelfs beter kunnen worden voorspeld. Door intelligentere routes en tijdstippen voor te stellen aan weggebruikers kan dit een positieve invloed hebben op de filevorming in steden en randwegen, maar ook zeker op de veiligheid. “Mobiliteit van morgen moet meer dan ooit verbindend zijn op straatniveau, in ons dagelijkse leven en qua behaalde voordeel.” aldus Paul van Koningsbruggen, Director Mobility bij Technolution. Paul van Koningsbruggen is niet de enige met die mening. Ook Hans Hugo Smit, gebiedsmarketeer BPD, stelt dat nieuwe mobiliteitstoepassingen ervoor zorgen dat we de stad weer kunnen vormgeven rondom de mens in plaats van de auto.

Over deze visies gaan beleidsmakers, directeuren en managers op 19 maart 2020 in Delft met elkaar in gesprek tijdens Future Urban Mobility 2020. Voor welke uitdagingen staan we? Met op het podium onder andere:

Lars van der Meulen, directeur CSR

 

Ger Baron, gemeente Amsterdam

 

Cathelijne Hermans, Royal HaskoningDHV

 

Hoe ziet de toekomst van het Nijmeegse stationsgebied eruit?

harriet
Lees het gehele artikel

In gesprek met wethouder Harriet Tiemens.

Harriët Tiemens is sinds mei 2014 wethouder bij de gemeente Nijmegen. Zij is verantwoordelijk voor Financiën, Duurzaamheid (Klimaat&Energie), Groen &Water en Mobiliteit. Tiemens studeerde HBO Milieukunde en later Bestuurskunde in Leiden. Daarna werkte zij als organisatieadviseur in de zakelijke dienstverlening en hielp bedrijven en overheden bij beleids- en organisatieontwikkeling. Ze werd in 1999 lid van GroenLinks en meteen actief in de partij. In 2002 werd ze raadslid in de gemeente Rheden. Van 2007 tot 2014 was ze hier wethouder.

‘Mobiliteitsknooppunten zijn katalysatoren voor stedelijke gebiedsontwikkeling.’

Stations zijn tegenwoordig niet meer alleen plekken waar je komt om te reizen. Juist de goede bereikbaarheid van stationsgebieden maakt dat deze plekken heel aantrekkelijk zijn voor allerlei functies. In de Nijmeegse stationsomgeving zien we op dit moment dan ook al veel marktpartijen die  hier vastgoed hebben gerealiseerd of dit binnenkort gaan doen. Het gaat daarbij om wonen, maar ook om plekken om te leren of te werken, winkel- en horecafuncties en hotelkamers. De afgelopen jaren is er vooral gebouwd aan de centrumzijde van het station.  De komende jaren zal ook flink geïnvesteerd gaan worden aan de westkant.

Hoe gaat de westkant van het station eruit zien?

Nijmegen is op dit moment nog het enige grotere station met maar één ingang. Dat gaat gelukkig veranderen! Nijmegen maakt als eindpunt van de lijn Schiphol Utrecht Nijmegen onderdeel uit van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer dat ProRail realiseert in opdracht van het Ministerie. Station Nijmegen krijgt er een perron bij en de perrontunnel wordt doorgetrokken naar de westkant van het station. Op deze manier kunnen we hier een volwaardige stationsingang maken, compleet met alle bijbehorende voorzieningen, zoals een fietsenstalling en een kiss&ride plek.

De nieuwe ingang zal er niet alleen voor zorgen dat het station veel makkelijker bereikbaar wordt voor de inwoners van Nijmegen-West; het zorgt er ook voor dat de westzijde – nu nog echt een achterkant- een hele aantrekkelijk locatie wordt voor vastgoedontwikkeling.  De eerste plannen voor de westzijde liggen er al. Het is de bedoeling dat pal naast de nieuwe ingang een congrescentrum komt, in combinatie met woningen en werkplekken en kleinschalige bedrijvigheid.

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor het station?

We verdichten steeds meer in de stad en we zien dat de nieuwe generatie graag dicht bij het station woont. Die toenemende vraag naar woningen in de omgeving van het station trekt investeerders aan maar betekent ook dat je mobiliteitsknooppunten moet mee ontwikkelen.  Op dit moment is de ruimte in en rondom het station aan de krappe kant en ontstaan er logistieke problemen. Het is daarom belangrijk en in ieders belang om samen met andere partijen de ontwikkeling van het stationsgebied op te pakken.  Zo ontstaat er een wisselwerking en verbinden we gebiedsontwikkeling, mobiliteit en economie. Een goed functionerend stationsgebied is tenslotte niet alleen belangrijk vanuit mobiliteit, het is een belangrijke katalysator voor de stedelijke gebiedsontwikkeling.

Gemeente Nijmegen is de Official Host van het Nationaal Stationscongres dat op 30 januari plaatsvindt in de Vereeniging in Nijmegen. Ben je benieuwd naar de plannen voor de Nijmeegse stationsomgeving of ben je benieuwd naar wat de andere gemeenten in het gemeentendebat te bespreken hebben? Download hier de brochure van het Nationaal Stationscongres!

Werken Trekfietsviaduct in Den Haag gaan eindfase in

visual-trekfietsviaduct-2019-08-08-1200×628-kopieren
Lees het gehele artikel

De bouw van het Trekfietsviaduct – een onderdeel van het Trekfietstracé van Ypenburg naar Den Haag – gaat de eindfase in. In twee opeenvolgende nachten – 8 tot 10 augustus – plaatste Hillebrand de stalen brugonderdelen in opdracht van hoofdaannemer Dura Vermeer. De opdrachtgever (gemeente Den Haag) kijkt uit naar de ingebruikname van de burg die gepland staat voor eind oktober.

Terwijl Dura Vermeer de zeven betonnen pijlers en de twee tijdelijke ondersteuningen maakte, was Hillebrand verantwoordelijk voor de productie en montage van de brugdelen zelf, in totaal goed voor circa 900 ton staal. De brugonderdelen werden gefabriceerd in de vestigingen te Middelburg en Vlissingen en zijn per schip en wegtransport naar Den Haag gebracht waar ze hun definitieve plaats kregen.

Meer dan de som der delen

Gezien de lengte van het viaduct, maar liefst 330 meter, bestaat ze uit meerdere delen. Delen A en B werden in de nacht van 8 op 9 augustus boven de rijbaan van de snelweg geïnstalleerd nadat ze geproduceerd werden in Middelburg. Brugdelen C en D volgden in de nacht van 9 op 10 augustus en lopen boven de invoeg- en uitrijbanen van de snelweg. Beide brugdelen werden geproduceerd door Hillebrand in Vlissingen. Delen E tot en met I lopen naast de snelweg en worden in september en oktober geplaatst.

Duurzame mobiliteit

Het Trekfietsviaduct draagt bij tot een slimme mobiliteit in en rond Den Haag. Het vormt de laatste schakel in het Trekfietstracé, dat loopt van Ypenburg naar het centrum van Den Haag. Het duurzame karakter wordt nog versterkt door de plaatsing van een zogenaamde ‘zonneboom’, een paal waarop meerdere zonnepanelen zijn geplaatst. De hiermee opgewekte elektriciteit wordt gebruikt voor de zuinige ledverlichting waarmee de brug verlicht wordt. Dat maakt het viaduct volledig energieneutraal.

Afwerking en brugmeubilair

Nu de basisconstructie klaar is, is het einde van de werken in zicht. Naast de eerder vermelde zonneboom, wordt de brug onder meer voorzien van windschermen en een handregel met geïntegreerde ledverlichting.

Verwachte einddatum werken: eind oktober 2019.

Vervanging en renovatie in de infrastructuur

naamloos-3-kopieren
Lees het gehele artikel

We staan voor de grootste onderhoudsopgave in onze geschiedenis. De komende jaren vervangt en renoveert Rijkswaterstaat tientallen bruggen, tunnels, sluizen en viaducten. Veel daarvan zijn gebouwd in de jaren 50, 60 en 70 en dringend toe aan een opknapbeurt. Het gaat om een enorme klus waarbij samenwerking tussen de overheid en de markt belangrijker is dan ooit.


Jan Slager, directeur Vervanging en Renovatie bij Rijkswaterstaat en spreker op het congres Beheer en Onderhoud van infrastructuur.

Programma vervanging en renovatie

Met het Programma vervanging en renovatie voor bruggen, tunnels, sluizen en wegen wil het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de bestaande infrastructuur verjongen, vernieuwen en verduurzamen. Veel bestaande infrastructuur is tientallen jaren oud. In de tussentijd is niet alleen de infrastructuur veranderd, maar ook het transport en daarmee de belasting van onder andere bruggen en viaducten. Bij vervanging of renovatie van bestaande infrastructuur wordt gekeken naar het gebruik ervan in de toekomst. Hierbij wordt ook de (veranderende) omgeving en de impact hiervan op de infrastructuur meegenomen in de besluitvorming.

“Je kunt niet zomaar bestaande infrastructuur vervangen. Een brug bijvoorbeeld is ontworpen op basis van criteria waar die toentertijd aan moest voldoen. Een van de opties is om te bekijken hoe die brug nog tientallen jaren mee kan. In dat geval gaan we voor het verlengen van de levensduur. Slimme monitoring is in dit geval nodig. Dat kan met behulp van data. Op deze manier kun je verandering in belasting meten waardoor je kunt bepalen of onderhoud intensiever moet. Een andere optie is vervanging van de brug. In dat geval moet gekeken worden of er opnieuw voor eenzelfde brug moet worden gekozen, of dat de toekomst vraagt om iets anders.”

 

Bouw Instituut

Bron: Rijkswaterstaat. A16 en Van Brienenoordbrug over de Nieuwe Maas.

 

Prognose
Rijkswaterstaat maakt een prognose waarin wordt aangegeven wat er in de aankomende jaren moet worden vervangen of gerenoveerd. Dit gebeurt elke twee jaar en kan je zien als een soort APK keuring. Rijkswaterstaat heeft het wegennet en het waternet in beheer. “We moeten gaan bekijken hoe we dat gaan organiseren. We kunnen niet alles tegelijkertijd, want dan staat heel Nederland bij wijze van spreken stil. Samen met onze partners; gemeenten en provincies staan voor eenzelfde opgave.”

Voorkomen van storingen
Een van de merkbare gevolgen van ouder wordende infrastructuur, zijn storingen waardoor wegen en vaarwegen – tijdelijk – worden afgesloten. “De impact op het vaarwegennet en wegennet van storingen is groot, dus die wil je voorkomen. We hebben nog wel eens last van storingen. Bijvoorbeeld door motoren die aan het eind van hun leven zijn, of motoren waarbij te laat onderhoud heeft plaatsvonden. Dat kun je voor zijn met metingen, hierdoor kun je tijdig repareren. Hierdoor kun je het onderhoud doen op het moment waarop het gewenst is in plaats van wanneer het noodzakelijk is. Op deze manier veroorzaak je minder overlast voor gebruikers en de omgeving. Daarnaast levert dit vaak besparingen op.”

Data in de infrastructuur
Die storingen wil je zo veel mogelijk voorkomen. Monitoring van bijvoorbeeld de bruggen die nog niet op de lijst staan om te worden vervangen, kan dan helpen. “Die monitoring levert data op die iets vertellen over de staat van de brug. Die data stellen we beschikbaar aan de markt. Samen met de markt willen wij toewerken naar predictive maintenance, met als doel storingen voor te zijn.”

Innovatie in de infrastructuur
De onderhoudsopgave speelt niet alleen in Nederland, maar in een groot deel van West Europa waaronder Duitsland, Italië en België. Dit betekent dat Nederland in samenwerking met andere landen gezamenlijk kan optrekken als het gaat om innovatie in infrastructuur waardoor de levensduur hiervan verlengd kan worden. Zo wordt er wereldwijd vergelijkend onderzoek verricht naar slimme methodieken om met behulp van data voorspellingen te doen over de levensduur van infrastructuur.

Toekomstperspectief
“De vervanging en renovatie van infrastructuur in Nederland zal nooit klaar zijn. We kijken nu zo’n 30 jaar vooruit. Alles van vroeger moet nu vervangen of gerenoveerd worden. Als dat gebeurd is moet de infrastructuur worden aangepast die nu of recent gebouwd is. Naast renovatie heb je ook te maken met het reguliere onderhoud. Gezien deze opgave moeten we het anders gaan doen dan hiervoor. We moeten onderkennen dat het niet iets eenmaligs is waarmee we daarna klaar zijn. Dit betekent dat we structureler moeten gaan nadenken over het vervangen of renoveren van infrastructuur waarbij ook moet worden gekeken naar het gebruik in de toekomst, toekomstige functionaliteiten en nieuwe criteria zoals circulair en duurzaamheid. Hoe verder je vooruitkijkt, hoe ongewisser de toekomst. Wat betekent de opkomst van autonome auto’s en drones bijvoorbeeld voor de belasting van de infrastructuur in de toekomst? Dit soort vragen zijn nu in beeld, alleen de antwoorden hierop zijn nog niet te geven. Voor een deel denken we zelf na over mogelijke toekomstige scenario’s, maar we bespreken dit ook met de markt.”

Dialoog met de markt
“We zijn nu samen met marktpartijen aan het kijken hoe we deze opgave gezamenlijk gaan realiseren. Hierbij gaat het ook over beschikbare kennis en capaciteit die nodig zijn om de onderhoudsopgave te kunnen realiseren. Veel medewerkers gaan met pensioen de komende jaren. Tegelijkertijd leveren technische opleidingen niet voldoende potentiele nieuwe medewerkers af om dit gat op te vangen. Hier hebben niet alleen wij mee te maken, maar ook de marktpartijen.”

Prioriteiten stellen
“Geen idee of er voldoende financiële middelen voorhanden zijn om alle toekomstige opgaven te realiseren. Natuurlijk maken we een prognose, maar pas later krijg je op basis van uitgebreider onderzoek meer inzicht in de daadwerkelijke kosten. Op basis van technische urgentie, beschikbare capaciteit en financiële middelen en uiteraard de politieke keuzes daarin zullen we gaan prioriteren wat met voorrang moet worden vervangen of gerenoveerd. Uiteraard staat het waarborgen van de veiligheid hierbij altijd voorop.”