Tagarchief: Mobilis

Mobilis legt letterlijk de basis voor 380 kV verbinding

Lees het gehele artikel

Mastfundaties voor Wintrackmasten tussen Borssele en Rilland

TenneT legt in Nederland diverse nieuwe 380 kV hoogspanningsverbindingen aan, zo ook tussen de plaatsen Borssele en Rilland. BAM Infra en SWITCH Zuid-West, bestaande uit Mobilis B.V. en Strukton Civiel Projecten B.V., werkt samen aan de totstandkoming van de 48 km lange hoogspanningslijn. Mark Pijnenburg, Projectmanager bij Mobilis, vertelt over het betonwerk dat Mobilis verricht.

“Er zit veel regelwerk bij dit project, we hebben op onze 52 locaties alleen al te maken met circa 40 perceeleigenaren.”

52 van de 107 Wintrack locaties

“De nieuwe hoogspanningsverbinding bestaat uit 107 Wintrack locaties”, schetst Mark. “Daarvan vallen er 52 onder de competentie van SWITCH Zuid-West, het bouwconsortium met Mobilis en Strukton Civiel Projecten. De totale verbinding is namelijk opgedeeld in twee percelen, van Borssele naar Willem-Annapolder en van Willem-Annapolder naar Rilland. Voor de komst van de Wintrackmasten doet SWITCH Zuid-West de betonfundaties op het traject Willem-Annapolder – Rilland. Het andere perceel wordt uitgevoerd door BAM Infra. TenneT combineert de nieuwe 380 kV verbinding met de bestaande verbindingen in de Zak van Zuid-Beveland en tussen Willem-Annapolder en Rilland.”

Mark Pijnenburg, projectleider bij Mobilis.

Er wordt gewerkt met paalfundaties, bestaand uit Tubex palen, Vibro palen en Fundex palen. “TenneT heeft gekozen in het ontwerp al naar gelang de situatie welke paalfundering op welke plek ingezet moet worden. Na het plaatsen van de palen wordt de bemaling erop gezet. Daarna worden de palen uitgegraven en worden de ‘koppen gesneld’. Op de palen maken we eerst een constructieve werkvloer die de stortbelasting van de poer kan dragen. Daarna vlechten we de poer en bouwen we er bekisting omheen om de poeren te kunnen storten. Is dat eenmaal gebeurd, dan vullen we de ruimte rondom de poeren weer aan met grond. Vervolgens wordt de ontstane ’terp’ klaar gemaakt voor VDL, die de Wintrackmasten plaatst.”, samen met Volker Wessels.”

104 poeren storten

Per locatie staan er twee betonpoeren voor een Wintrackmast. “In totaal storten we op ons perceel dus 104 poeren, verdeeld over de 52 locaties. Onder elke poer zitten 32 fundatiepalen. Mobilis is verantwoordelijk voor het betonwerk, de funderingswerkzaamheden worden uitgevoerd door Voorbij en Terracon. Vanuit Strukton is de firma Molhoek betrokken voor het uitvoeren van grondwerk en cultuurtechnisch werk”, aldus Mark.

Onder elke poer zitten 32 fundatiepalen.

Gevraagd naar de dagelijkse werkzaamheden op het project, antwoordt Mark: “Ik vorm de brug tussen wat er buiten gebeurt en TenneT. Door contact te onderhouden met de mensen in het veld en te monitoren hoe alles loopt, kan ik verslag uitbrengen bij alle de achterban en de opdrachtgever. Er zit veel regelwerk bij dit project, we hebben op onze 52 locaties alleen al te maken met circa 40 perceeleigenaren. Iedere stakeholder heeft individuele belangen, sommigen van hen zijn akkerbouwers, anderen zijn fruitteler. Een deel van de percelen is in handen van TenneT zelf.”

Onderwaterbeton toepassen

Er zijn situaties waarin bemaling niet mogelijk is. In zulke gevallen maakt Mobilis gebruik van van bouwkuipen met onderwaterbeton. “Bemaling kan soms niet in verband met zoetwaterbellen. Akkerbouwers en fruittelers maken zich dan zorgen over de grondwaterstand. Dan komt het probleemoplossend vermogen en de expertise van Mobilis en Strukton weer goed van pas. We maken dan een bouwkuip met damwanden en storten onderwaterbeton. Dat kost uiteraard meer tijd, maar het is wel een perfecte technische oplossing voor de situatie”, zegt Mark tot besluit. 

Natuur Naardermeer lift mee met spoorproject: ecoducten groot succes

Lees het gehele artikel

Boommarters, dassen, watervleermuizen, kikkers en zelfs ringslangen weten de ecoducten onder het spoor in natuurgebied Naardermeer te vinden. Twee jaar na oplevering van de onderdoorgangen is hard bewijs geleverd via camera’s en analyse. De atypische samenwerking tussen ProRail, Mobilis, Natuurmonumenten en de provincie bleek een gouden greep: ‘Natuur kan succesvol meeliften bij een spoorproject. Dit kan veel vaker.’

Vlnr: Luuk van Hengstum van ProRail, Bart van den Heijkant van Mobilis en Luc Hoogenstein van Natuurmonumenten

“Eigenlijk wist ik drie dagen na oplevering van de ecoducten al dat het werkte. Toen vond ik  de eerste reeënsporen onder het spoor”, wijst boswachter Luc Hoogenstein van Natuurmonumenten naar diverse camera’s die het wild in de gaten houden. De zogenoemde cameravallen leveren hard bewijs dat dieren van de ene kant naar de andere kant hoppen en zo profiteren van een veel groter leefgebied. Inmiddels zijn honderden reeën, dassen, vossen en kikkers vastgelegd. De camera floept aan zodra er een dier passeert. “In werkelijkheid liggen de aantallen veel hoger, want niet elke passage wordt geregistreerd”, weet de boswachter uit ervaring. 

Gouden kans

Met eigen ogen gaan we kijken in het bijzondere natuurgebied onder de rook van Amsterdam dat van zonsopgang tot zonsondergang vrij toegankelijk is voor wandelaars en fietsers. Verzamelpunt is gasterij Stadszigt dat ook tijdens het spoorproject het vertrekpunt was: alle bouwvakkers, hun warme en koude maaltijden en kleine bouwmaterialen werden met bootjes vervoerd. Het is een unieke samenwerking waarbij de bouwer, de spoorbeheerder, de provincie en de natuurorganisatie samen optrokken en elkaar uitdaagden. Van de werkzaamheden in augustus 2019 is niets meer te zien, behalve het resultaat.

“Het was een gouden kans om het natuurgebied te verbinden en die mogelijkheid hebben we benut. Op deze manier konden de ecoducten betaalbaar meeliften bij de geplande werkzaamheden. Maar dat ging niet zomaar. Deze partijen weten elkaar niet als vanzelfsprekend te vinden. Ik ben nog steeds trots dat het is gelukt. En het geeft extra voldoening om te weten dat het zo goed werkt”, vertelt Luuk van Hengstum van ProRail als we op een druilerige donderdagochtend de verschillende onderdoorgangen in het gebied verkennen.

Watervleemuizen, dassen en marters

Natuurmonumenten weet veel van natuur, maar weinig van bouwen. Voor Mobilis, ProRail en de provincie Noord Holland geldt het omgekeerde. Toch wisten de vier partijen elkaar te vinden om geschikte locaties te bedenken voor ecoducten. “We begonnen met 27 potentiële plekken voor onderdoorgangen vanuit de natuur bekeken. Daar kwam de strenge ‘bouw- en spoorblik’ overheen: Paste zo’n constructie op die plek onder het spoor? Hoe groot kon de onderdoorgang worden? Kwamen de dieren, die gebruik moeten maken van de passages, überhaupt voor op de verschillende locaties? En was dat financieel haalbaar? Na veel wikken en wegen bleven er 9 locaties over”, haalt spoorprojectmanager Luuk herinneringen op. In totaal zijn 9 passages aangelegd, waarvan Mobilis 2 nieuwe duikers met faunapassages heeft aangelegd en 2 bestaande duikers voorzien van faunapassages.

Ottersporen.

Het zijn heel verschillende onderdoorgangen geworden. De een staat onder water – ‘ook geschikt voor vissen en watervleermuizen en zelfs vogels als waterral en waterhoen’ -, de ander is gecombineerd met een voetpad en geschikt voor reeën, vossen en dassen. En weer twee andere ecoducten zijn holle spoorbielzen waar alleen kleine dieren doorheen passen. Ze worden allemaal gebruikt, is inmiddels aangetoond. Boswachter Luc is nog elke dag blij met het resultaat en vindt dat bij elk bouwproject moet worden gekeken naar slimme combinaties om de natuur ruim baan te geven. “Vroeger dacht ik; ‘bouw toch even zo’n tunneltje voor de dieren’. Maar zo simpel is het natuurlijk niet.”

Krappe planning 

Van een passerende trein blijken ze niet onder de indruk. Het gras aan de overkant blijkt groener te lokken. “Er zijn hier veel boommarters en dassen. Die verwacht je eigenlijk meer in het bos.” Elke twee jaar evalueert Natuurmonumenten de natuur in het gebied. Daarnaast is de provincie een onderzoek gestart op basis van het DNA van de heikikker om aan te tonen dat de beschermde diersoort zijn soortgenoten aan de ander kant van het spoor weet te vinden. 

Slechts 9 dagen had Mobilis samen met combinatiepartner Hegeman de tijd om de faunapassages te bouwen, binnen de gehele buitendienststelling van 23 dagen om het hele spoortracé aan te pakken. “De planning was krap. We wisten dat collega Dura Vermeer op ons moest wachten om weer verder te kunnen met het spoorwerk. We gingen 24 uur per dag door en hadden alles tot in de puntjes voorbereid, maar het bleef spannend”, weet Bart van den Heijkant, destijds projectmanager bij Mobilis, zich nog goed te herinneren.

Drijvende bouwkeet

De bouwlocaties waren alleen over het water en spoor bereikbaar. De speciale grote bouwkraan op rails werd ingezet – ‘de Obelix’ – en was precies op tijd op locatie om te hijsen.  Op z’n ipad staan nog de filmpjes van een  nachtelijke boottocht onderweg naar een van de bouwlocaties op een eiland in het Naardermeer. “Echt pikkedonker met steeds het risico op zandbanken. Het was een avontuur.” Een avontuur waar hij met veel plezier op terugkijkt. Mobilis bouwt vaker ecopassages, zoals ecoduct Weerterbergen, de natuurpassage bij Dwingelderveld, faunapassage Kootwijkerzand en nog acht ecoducten over de A1 op de Veluwe en de Utrechtse en Sallandse Heuvelrug. “Met je eigen bootje naar de drijvende bouwkeet. Dat was wel een hoogtepunt.”

Bijna hadden de zeldzame purperreigers roet in het eten gegooid bij dit project. In het oudste  natuurgebied van Nederland gelden strenge regels. De buitendienststelling van het spoor tussen Naarden en Weesp stond al twee jaar gepland voor 3 augustus. Zo’n deadline op het drukke spoortraject is niet te verschuiven. Maar voor de spoorrenovatie waren harde eisen gesteld aan broedseizoen en bouwterrein. Als er nog vogels zouden broeden, moest het hele project worden afgeblazen. En precies dat voorjaar streken maar liefst vijf paren met purperreigers neer om een nestje te bouwen naast het spoor. Half juli vloog het kroost uit, net op tijd voor het spoorproject met de 9 faunapassages. “Het heeft zo moeten zijn.” 

Vracht gaat vanaf nu weer over de gracht

DSC_8727
Lees het gehele artikel

Oude tijden herleven op een nieuwe manier in Amsterdam

De elektrische duwboot van City Barging verzorgt een sereen schouwspel in de Amsterdamse binnenstad. Niet alleen de Amsterdammer, maar ook de toerist geniet van de activiteit die op het water plaatsvindt. Er wordt, in stilte en volledig emissieloos, vracht vervoerd naar het hart van de stad. Net als vroeger, toen de trekschuit moest zorgen voor transport. Oude tijden herleven op een nieuwe manier. City Barging is een groene onderneming, oorspronkelijk opgericht door de Rutte Groep. TBI Infra en Aannemingsmaatschappij H. van Steenwijk hebben eind 2021 een strategisch belang in City Barging genomen. We spreken met Sven Hiskemuller van der Zijden, directeur en mede-eigenaar van de Rutte Groep en Robert Jan Feijen, directeur TBI Infra/Mobilis.

De schone, fluisterstille oranje vloot is niet te missen.

Geen uitstoot, geen hinder, geen schade

“Amsterdam is gebouwd voor wat wij doen.” Een statement van Sven en helemaal waar. “Dit soort transport over water was er al voordat de auto was uitgevonden. Vracht vervoeren over water is een hele logische manier van transporteren. Dat was het toen, dat is het nu en vandaag de dag ook de meest wenselijke.” City Barging werkt met elektrische boten die vracht voortduwen of achter zich aan trekken. Vracht die anders met vrachtwagens door de smalle, overbelaste straten langs de grachten vervoerd had moeten worden. Met het risico op schade aan gebouwen, op ongelukken met voetgangers en fietsers, met een fikse belasting voor de oude kademuren en met de nodige uitstoot en geluidsoverlast. Hoe anders is het om de boten van City Barging in stilte voorbij te zien komen.

Opdrachtgevers stimuleren om duurzaam te werken

Robert Jan: “City Barging past helemaal binnen onze visie over emissieloos bouwen. Daarom zijn we samen met Van Steenwijk ingestapt in dit mooie initiatief. We willen opdrachtgevers in Amsterdam stimuleren om duurzaam te werken. Rutte Groep, Van Steenwijk en Mobilis zijn hard bezig met de renovatie van de stad. We houden de stad in ere en City Barging draagt daar wezenlijk aan bij. Er zit zowel een commercieel als een maatschappelijk voordeel aan: opdrachtgevers zetten vaak in hun uitvraag dat een project duurzaam gebouwd moet worden en in de exploitatiefase duurzaam moet zijn. Met City Barging helpen we actief mee om ook in de realisatiefase zo duurzaam mogelijk te werken. We willen daarom opdrachtgevers stimuleren om duurzaam te werken. Logistiek gezien hebben we het zo goed voor elkaar, dat we niet eens hoeven te concurreren met vracht over de weg, in de binnenstad. We zijn op alle fronten namelijk preferabel.”

“In plaats van een vrachtwagen die de straat blokkeert, zouden we vanaf het water kunnen leveren.”

“Iedereen die werkzaamheden nabij of aan het water heeft, of gebruik wil maken van watertransport kan ons inhuren”, zegt Sven. “We werken graag voor derden. Onze vloot bestaat momenteel uit twee elektrische duwboten die volop in de vaart zijn, er zijn er twee in aanbouw, dan beschikken we nog over een hybride boot en hebben we een elektrisch kraanschip, waarvan uiteraard ook de kraan elektrisch werkt.” 

Afleveren kan bij de hubs

Al die vracht die over de grachten verder vervoerd wordt, zal toch eerst ergens gelost moeten worden. “Daarvoor zijn hubs ingericht die goed te bereiken zijn. Er is een grote hub in de Dirk Metselaarhaven en er zijn twee hubs nabij het centrum, de Dijksgracht en de Nieuwe Houthavens. Verder beschikken we over een kleine hub bij het foodcenter. Het mooie is dat bedrijven die regelmatig vracht naar het centrum getransporteerd willen hebben, een eigen hub kunnen huren op een van onze terreinen Hoe mooi wil je het qua logistiek hebben? Opdrachtgevers zijn dan niet alleen duurzaam bezig, maar winnen enorm veel tijd door alle verkeerschaos in de drukke binnenstad te mijden”, aldus Sven. De ligplaatsen zijn ook meteen de laadplaatsen voor de boten van City Barging.

Zero Emissie, daar mag Amsterdam trots op zijn.

Logistiek die steeds breder wordt

“City Barging vervoert nu vooral bouwvracht en afval. Ga je echter nadenken over wat je nog meer over het water kunt vervoeren, dan lijken de mogelijkheden eindeloos”, schetst Robert Jan. “Alles wat binnen de maatvoering van onze boten blijft, kan over het water. Zo zou je kunnen denken aan het aanleveren van goederen aan bedrijven en horeca langs de grachten. In plaats van een vrachtwagen die de straat blokkeert, zouden we vanaf het water kunnen leveren. The sky is the limit. Je zult zien dat onze inzet de komende jaren steeds breder wordt.”

Mobilis maakt gebruik van City Barging bij de bouw van de parkeergarage onder de Singelgracht (De Marnix Garage).

Brengt dat niet een bepaalde verantwoordelijkheid met zich mee, als het steeds drukker wordt op het water met elektrische vrachtbootjes? Robert Jan: “Uiteraard en daar anticiperen we ook op. Kijk eens naar woonboten… we varen figuurlijk ‘door iemands achtertuin’. Het wordt zaak om toeristisch en zakelijk transport goed te coördineren. De positieve impact die City Barging op de binnenstad heeft, maakt dat we er met zijn allen de schouders onder moeten zetten. Daarom werken we volledig transparant. Wij zijn ervan overtuigd dat er meer steden met grachten zullen volgen, denk aan Leiden of Utrecht. Dit is het begin van veel meer.”    

Onafhankelijke duurzame stroomvoorziening op elke plek

Lees het gehele artikel

In dit magazine heeft u in januari 2020 al kennis kunnen maken met het resultaat van een revolutionair idee, ontstaan bij Mobilis. In een interview vertelde de ‘geestelijk vader’ van de e-CO2tainer, Jeroen Ritzer-van Dinther, uitgebreid over de oplossing die Mobilis had gevonden voor onafhankelijke, mobiele stroomvoorziening. Een idee dat toen net het levenslicht had gezien, wordt nu actief ingezet door bouwconsortium De Groene Boog. We hebben het genoegen om Ritzer-van Dinther opnieuw te mogen spreken, ditmaal over een duurzame oplossing die volwassen geworden is.

‘Power uit een container’

“De e-CO2tainer is doorontwikkeld tot een volledig inzetbare oplossing voor het verschaffen van duurzame energie op iedere plek”, zegt Ritzer-van Dinther. “Na de introductie destijds, bij Mobilis, hebben we niet stilgezeten en heb ik van de e-CO2tainer mijn eigen tak van sport mogen maken. Daarvoor is het bedrijf Electure in het leven geroepen. Het eindresultaat mag er zijn: we spreken over een container van 6 x 2,5 x 2,5 meter die volgepakt zit met energietechnologie. Zo treffen we aan boord een aggregaat aan dat functioneert op HVO 100, de schone biobrandstof waar De Groene Boog voor gekozen heeft. Verder bevindt zich in de container een indrukwekkende batterij aan LFD-accu’s, naast alle elektronica die alles aanstuurt en de communicatie met de buitenwereld verzorgt. Het is ‘power uit een container’ en nog schoon ook.”

Eerste Euro 5 gecertificeerde HVO-generator

De generator aan boord van de e-CO2tainer is het eerste Euro 5 gecertificeerde HVO-aggregaat ter wereld. “Daar zijn we trots op. Naast de generator hebben we accu’s aan boord die samen goed zijn voor 240 kWh aan stroom. Aan de buitenkant van de container is een deur aangebracht voor de aannemer, die toegang verschaft tot een display met tal van monitoringsfuncties en contactgegevens. Ook aan de buitenzijde van de container: een 380 V 3-fasen netaansluiting. Met deze aansluiting zijn de accu’s op te laden en kan er bijgesprongen worden door het net als er piekverbruik is. Uitgaande power wordt geregeld via CEE-stekkers, 380 V, 1 x 125 Ampère en 2 x 63 Ampère. Daar kun je alles op aansluiten waar stroom naartoe moet. Dat kan een ‘verdeel paddenstoel’ zijn op de bouw, maar ook elektrisch aangedreven materieel en voertuigen. We kunnen instellen welke power outlet prioriteit heeft.

Bediening via een handige app

Het in- en uitschakelen van de e-CO2tainer gebeurt handig via een app. “Dat doen we op afstand, wel is het zo dat dit de ‘achterkant’ van het systeem is, alleen wij hebben toegang”, legt Ritzer-van Dinther uit. Ten tijde van dit schrijven is er één e-CO2tainer reeds actief, in deelgebied 1 van het project, waar hij de bouwplaats van stroom voorziet. In totaal zijn er 5 e-CO2tainers gepland voor De Groene Boog. Duurzaamheid komt niet alleen van de inzet van HVO als brandstof of het gebruik van accu’s, maar ook van slim energiebeheer. Ritzer-van Dinther licht toe: “Bij ‘normale’ dieselaggregaten is het zo dat deze continu in bedrijf zijn, ook wanneer er geen stroom afgenomen wordt. Dat veroorzaakt veel uitstoot van CO2 en fijnstof. De e-CO2tainer laat zijn aggregaat alleen draaien wanneer het echt nodig is, bij off-grid gebruik loopt alles over de batterijen namelijk. Staat hij on-grid, dus aan het vaste net gekoppeld, dan kijken we naar de relatie tussen power input en power output. Zo kunnen we de e-CO2tainer altijd op een zo efficiënt mogelijke manier inzetten.”

Een rekensom

“Een e-CO2tainer kent hogere vaste kosten (aanschaf), maar lagere variabele kosten (verbruik). Een dieselaggregaat ‘oude stijl’ koop je voor minder, maar het verbruik ligt vele malen hoger. Ook de combinatie van de e-CO2tainer en een netaansluiting maakt hem interessant als het gaat om variabele kosten en duurzaamheid. Een win-win situatie dus. Ik geloof heilig in de e-CO2tainer als het gaat om TCO (total cost of ownership).”

De e-CO2tainer is een echt ‘TBI-kindje’ volgens Ritzer-van Dinther. “Bij Mobilis ontwikkeld destijds en nu gebouwd door ons zusterbedrijf Eekels. Mooi om te zien hoe dit concept doorontwikkeld is tot een in de praktijk inzetbare oplossing!”     

‘Het gaat niet om geld, maar om toekomstige generaties’

Mobilis-5 kopiëren
Lees het gehele artikel

Robert Jan Feijen over duurzame ambities bij Mobilis

Kijken we naar duurzame innovaties binnen de vaderlandse infra, dan valt op dat er bedrijven zijn die een voortrekkersrol hebben aangenomen. We zien dat deze ‘drive’ om te verduurzamen stevig verankerd is binnen de TBI-bedrijven, zo ook bij Mobilis. Wat maakt dat Mobilis de kar trekt op weg naar een duurzame wereld? Een vraag die we voorlegden aan Robert Jan Feijen, directeur Mobilis. Zijn antwoord is helder: “Het gaat niet om geld, maar om toekomstige generaties.” We spreken hem over de energietransitie, over duurzaam werken en over de samenwerking tussen de TBI-bedrijven.

Leggen van de liggers voor de nieuwe Amstelstroombrug. (Beeld: Paul Poels)

Wat doe je als hoofdaannemerop de bouwplaats?

“Die vraag stelt Mobilis zichzelf elke keer, als het gaat om duurzaamheid, innovaties en het goede voorbeeld geven. Ik denk dat rond 2017 het besef ontstond binnen de organisatie dat we in de infra mee moesten met de energietransitie. Als hoofdaannemer heb je invloed op wat er gebeurt op de bouwplaats, dus dan zul je zelf het goede voorbeeld moeten geven. Weten waarmee je bezig bent, welke processen er plaatsvinden, hoe anderen werken en welke impact het werk heeft op energieverbruik en milieu zijn dan van cruciaal belang. Mobilis heeft de capaciteiten om de daarvoor benodigde gegevens te produceren”, legt Feijen uit.

Innovaties in de frontlinie

Mobilis heeft een paar mooie ‘wapenfeiten’ op naam staan, in de strijd voor een duurzame wereld. Feijen: “Door kritisch te kijken naar de energieconsumptie op bouwplaatsen, zijn we tot de conclusie gekomen dat er verandering moet komen in de manier waarop er met stroomvoorziening wordt omgegaan. In plaats van de hele dag diesel aggregaten te laten draaien, die maar af en toe een piekspanning moeten leveren, wilden we tot een situatie komen waarbij stroom ‘on demand’ afgenomen kan worden. Bij reserveringen van netstroom zagen we bovendien dat er enorm ‘overpowered’ werd aangevraagd. Dat kost geld en gaat ten koste van beschikbaarheid van stroom. Mobilis heeft aan de basis gestaan van de ontwikkeling van de e-CO2tainer, een mobiel energiestation dat is voorzien van een aggregaat op biobrandstof (HVO), een indrukwekkende batterij aan lithium-ion accu’s en de mogelijkheid om aan het net gehangen te worden. We faciliteren daarmee intelligente energievoorziening op iedere denkbare plek. Er wordt nooit meer verbruikt dan nodig is.”

Een ander goed voorbeeld is de betrokkenheid van Mobilis bij de ontwikkeling en inzet van Geopolymeerbeton. “Ook daar zit winst als het aankomt op het verminderen van CO2-uitstoot. Traditioneel is het bindmiddel in beton de grote boosdoener als het om CO2 gaat. Bij Geopolymeerbeton vindt er een enorme reductie aan CO2-uitstoot plaats aan de kant van het bindmiddel. We bieden de klant nu de keuze om met traditioneel beton of met Geopolymeerbeton te werken. We hebben in deze innovatiefase namelijk nog steeds traditioneel beton nodig, maar wie mee wil op weg naar duurzamer werken, krijgt bij ons de kans om in te stappen.

Ruimte voor morgen

Wat maakt dat Mobilis de nek durft uit te steken en deze stappen durft te zetten, ver voor de meute uit? “Dat komt door de cultuur die er binnen TBI aanwezig is. We krijgen vanuit de holding als TBI-ondernemingen allemaal de ruimte om ons te ontwikkelen, om innovaties op de proef te stellen en door te voeren. We doen op de achtergrond veel meer dan er aan de voorkant het nieuws haalt. Het komt voort uit onze gezamenlijke drive tot verbetering.”

Innoveren betekent soms pijn lijden. Ook Mobilis loopt regelmatig tegen achterhaalde regelgeving aan die het moeilijk maakt om innovaties door te voeren. Hoe wordt daarmee omgesprongen? Feijen glimlacht en zegt: “Soms is overtuigingskracht belangrijker dan de aantoonbaarheid van innovaties. Je hebt er gewoon een lange adem voor nodig. Die lange adem wordt ons gegund binnen TBI. Door de tijd die we ons kunnen permitteren om iets door te voeren, creëren we langzaam de ruimte om dit te doen. Daarmee plaveien we de weg voor iedereen.”

Ieder idee telt mee

Feijen geeft aan dat niet alleen hij, maar de hele organisatie zich graag laat inspireren door de jonge garde, het aanstormend talent. “De jeugd die bij ons komt werken is anders opgevoed, die hebben een duurzame wieg gehad. De jongeren denken heel anders over duurzaamheid en worden niet gehinderd door oude denkbeelden. Dat inspireert enorm en werkt aanstekelijk. Wie een goed idee heeft, wordt gehoord. Daar zorgt de horizontale programmering binnen alle TBI-bedrijven voor.”

Mobilis wil graag van invloed zijn op de hele bouwkolom. “Om die reden hebben we een sloopbedrijf ingelijfd binnen de TBI-organisatie. Zo kunnen we kennis opbouwen omtrent circulariteit, versnellen en innoveren”, zegt Feijen tot besluit.   

Mobilis BV
Fauststraat 3, 7323 BA Apeldoorn
T. +31 555 38 22 22
E. info@mobilis.nl
www.mobilis.nl

Projectspecifieke A-frame dredger ingezet bij de bouw van een parkeergarage onder de Singelgracht in Amsterdam

IMG_5657
Lees het gehele artikel

Pal onder de Singelgracht, in het centrum van Amsterdam, bouwt Mobilis in opdracht van de gemeente Amsterdam aan een ondergrondse parkeergarage: de Singelgrachtgarage-Marnix. Een ambitieus project waarbij Voorbij Funderingstechniek is gevraagd de fundering te realiseren. 

Bij het aanbrengen van de groutankers op de bodem van de Singelgracht komt grout vrij dat uiteraard verwijderd moet worden. Hiervoor is Bell Dredging ingeschakeld. “Na een proef van een week, waarin wij met behulp van een zelfontwikkelde A-frame dredger hebben laten zien dat we op deze manier in staat zijn het grout te verwijderen, kregen we de definitieve opdracht”, vertelt Luca Stoop, rental manager bij Bell Dredging.

Bell 100 baggerpomp met flat barge head voordat hij wordt neergelaten in de gracht.

Zelfvoorzienende A-frame dredger

“In slechts drie weken tijd hebben wij een compleet autonome A-frame dredger ontwikkeld voor dit project. Deze bestaat uit drie pontons waar in het midden voorop het A-frame staat waar onze Bell 100 baggerpomp aan hangt. Ook het power pack (voor de aandrijving van de pomp) en de water jet pomp (om het materiaal los te jetten van de bodem) bevinden zich op de pontons. Er is slechts één operator nodig om de dredger te besturen.” Stoop legt uit dat de dredger in het water ligt en met een draad vanuit elke hoek vast aan de damwanden bevestigd zit, waardoor de dredger zich als een schaatsenrijder op het water kan voortbewegen.

Binnenstedelijke uitdagingen

“Door middel van kabels laten we de pomp zakken en wordt het materiaal snel en efficiënt van de bodem weggezogen, zonder de groutankers daarbij te beschadigen.” Bell Dredging stort vervolgens het vrijgekomen materiaal in beunbakken (te water) die met behulp van duwboten naar de loslocatie worden gevaren. “Minder hinder, minder transport en beter voor het milieu: belangrijke factoren bij een binnenstedelijk project en voor de gemeente Amsterdam.” Stoop besluit: “We zijn er trots op dat we snel en adequaat hebben gereageerd op de vraag en projectspecifieke oplossingen hebben aangedragen en zo een mooie bijdrage leveren aan dit fantastische project in Amsterdam.”     

Scheiding hoog- en laagfrequent treinverkeer in en rond Geldermalsen

Lees het gehele artikel

De Lingense Alliantie heeft het project goed op de rails staan

Onder de naam ‘SpoorOmgeving Geldermalsen’ (SOG) werd begin 2019 het project gelanceerd om het hoog- en laagfrequent van elkaar te scheiden, in en rond Geldermalsen. De uitvoering werd gegund aan Mobilis en Dura Vermeer, die samen met opdrachtgever ProRail onder de naam ‘De Lingense Alliantie’ opereren. Hun werk: het uitbreiden van het emplacement van twee naar vier perrons en het aanleggen van een derde spoor, genaamd ‘De Merwede-Lingelijn, die zal lopen tussen Dordrecht en Geldermalsen. GWW Magazine spreekt hierover met Peter Boonen, senior Uitvoerder bij Mobilis, Hoofduitvoerder bij De Lingense Alliantie.

Peter Boonen: “Binnen een alliantie is het anders werken”. Foto: Bouwfotografe.

In december circa 80% opgeleverd

“De bouw is begin 2019 gestart”, opent Peter het gesprek. “Voor het hele project zijn vijf buitendienststellingen ingecalculeerd. In de buitendienststelling van zomer 2020 is het complete emplacement in ongeveer 700 uur omgebouwd, in een zes weken durende buitendienststelling. De treinenloop werd tijdens deze periode minimaal verstoord. Vanaf dat moment is de focus verlegd naar een zevendaagse buitendienststelling, die afgelopen zomer 2021 plaatsvond. Inmiddels is het derde spoor, de Merwede-Lingelijn, aangesloten en in dienst gesteld. Geldermalsen beschikt nu dus over drie sporen vanaf het noorden.”

Treinen hoeven nu dus geen gebruik meer te maken van een wissel, maar rijden op eigen spoor richting station Geldermalsen. “Het afgelopen jaar hebben we de perrons voorbereid op deze uitbreiding”, vervolgt Peter. “Zo is de luifel boven de perrons klaargemaakt en is op het station zelf een nieuwe reizigerstunnel in gebruik genomen. De oude voetgangersbruggen zijn verwijderd. We verwachten in december 2021 zo’n 80% te hebben opgeleverd.”

Binnen de strakke planning hoort ook dat er ‘s avonds en ‘s nachts doorgewerkt wordt. Foto: Bouwfotografe.

Splitsing civiele en railwerken

Binnen de alliantie zijn de taken goed verdeeld. TBI-onderneming Mobilis neemt de civiele kant voor haar rekening. Daaronder vallen de uitbreiding van de spoorbaan, die nu verbreed is met het derde spoor, er zijn drie onderdoorgangen gebouwd, er is een derde spoorbrug over de Linge gebouwd, de reizigerstunnel onder het station is gerealiseerd en de nieuwe perronoverkappingen zijn gemaakt. Dura Vermeer Rail is verantwoordelijk voor het aanleggen van de spoorbaan en de spoorse kabels en leidingen. “Vorig jaar zomer is er veel spoor weggehaald en zijn de sporen voorbereid voor de buitendienststelling, om afgelopen zomer weer in dienst te kunnen geven”, legt Peter uit. “Om de grootste tunnel (de auto- en fietstunnel) te kunnen inrijden is een hellingbaan gegraven, de tunnel zelf is in de naburige weilanden opgebouwd en via de randweg naar zijn bestemming gebracht.”

Het afgelopen jaar is de luifel boven de perrons klaargemaakt en is op het station zelf een nieuwe reizigerstunnel in gebruik genomen. (Beeld: Daisy Komen)

Balans vinden tussen werkdruk en veilig werken

Peter noemt als een van de grootste uitdagingen het vinden van de balans tussen de werkdruk (die altijd groot is bij buitendienststellingen) en veilig werken, in het bijzonder voor de reizigers. “Veiligheid gaat voor alles. Maar om toch aan de werkdruk te kunnen voldoen, moet er slim gefaseerd worden. Tevens moet je vooruit kunnen werken, zodat je in die zeven dagen buitendienststelling nog ruimte overhoudt. In die buitendienststelling hebben we vooral werk gedaan dat echt alleen maar in dat tijdvak gedaan kon worden.”

“Binnen een alliantie is het anders werken”, benadrukt Peter. “ProRail is ook onderdeel van de ontwerpende partij. Risico’s worden gedeeld, de portemonnee wordt gezamenlijk beheerd. In de alliantie is de uitdaging om de belangen van de afzonderlijke partijen ondergeschikt te laten zijn aan die van de alliantie. Daarin zijn we goed geslaagd.” Wat gaat er nu gebeuren, vragen we. “Afgelopen zomer zijn de geluidsschermen geplaatst, nu kunnen we zonder hinder voor het treinverkeer onze werkzaamheden buiten de geluidsschermen uitvoeren. Tot die werkzaamheden behoren onder andere het realiseren van de onderdoorgang Nieuwsteeg bestaand uit de aanleg van de hellingbanen en trapopgangen voor de onderdoorgang. Verder zullen we het station afbouwen, vooral detailwerk. Denk aan het aanbrengen van betegeling, led-lichtlijnen, plafonds en straatwerk. Langs het spoor leggen we calamiteitenpaden aan, vluchtwegen en afrastering.”

Wanneer in december het grootste deel van het project is opgeleverd, is station Geldermalsen toekomstbestendig. Dankzij slim plannen, efficiënt werken en een goede communicatie binnen de alliantie kan iedereen tevreden terugkijken op een project waarbij zo min mogelijk hinder is ontstaan.     

Raamcontract RWZI Tilburg gegund aan de combinatie Mobilis-Croonwolter&dros

RWZI-Tilburg-Noord-1-kopiëren
Lees het gehele artikel

Waterschap De Dommel heeft het raamcontract voor diverse aanpassingen aan de Rioolwaterzuivering Tilburg gegund aan de combinatie Mobilis-Croonwolter&dros (CMC), en haar partners in de Water Zuiveringen Alliantie (WZA) Tauw en RWB. Voor een periode van 3 jaar met verlengingsoptie van nog eens 3 jaar zullen in bouwteamverband grootschalige aanpassingen verricht worden aan de waterzuivering.

Integrale samenwerking

De raamovereenkomst zal uitgevoerd worden in een integrale samenwerking tussen Mobilis en Croonwolter&dros. Voor adviesdiensten en engineering is TAUW betrokken en voor de werktuigbouwkundige activiteiten is RWB Water de vaste ketenpartner.

De opdracht werd onder andere gegund op basis van een plan van aanpak en een interview, waarin de visie op de lange termijn samenwerking, organisatie, kostenefficiëntie, planning en ruimte voor innovatie en kansen de centrale thema’s waren.

Ondertekening

De gunning werd officieel bekrachtigd tijdens de Project Start Up op 15 september door Jan-Evert van Veldhoven van Waterschap De Dommel en Wim de Jong vanuit de combinatie Mobilis- Croonwolter&dros.

RWZI Tilburg

De rioolwaterzuivering in Tilburg zuivert het afvalwater van Tilburg, Udenhout, Berkel-Enschot en Biezenmortel. De zuivering heeft momenteel een capaciteit van 340.000 inwoners equivalenten (dit wordt verhoogd tot 425.000 in dit project) en loost het gezuiverde water op de rivier de Zandleij. In 2017 is op het terrein van de rioolwaterzuivering Tilburg de energiefabriek geopend. Slib van alle rioolwaterzuiveringen van Waterschap De Dommel wordt hier verwerkt en vergist. Hierbij wordt biogas gevormd. Een warmtekrachtinstallatie wekt met dit biogas warmte en elektriciteit op. De zuivering Tilburg werkt daardoor energieneutraal en blijft er zelfs biogas over. Het overschot aan biogas wordt momenteel geleverd aan buurman Attero die het omzet naar aardgaskwaliteit. Dat wordt weer geleverd op het centrale gasnet. Waterschap De Dommel wil in 2025 helemaal energieneutraal zijn en gaat medio 2022 ook een eigen opwerkinstallatie naar groengas in gebruik nemen waarbij al het biogas kan worden omgezet in groengas dat geleverd wordt aan het centrale gasnet. De CO2 die bij het opwerken vrij komt wordt ook opgeslagen.

Mobilis is op zoek naar nieuw talent!

Lees het gehele artikel

Wij willen nog 100 jaar met trots toonaangevende projecten bouwen. Een doel dat wij alleen bereiken met onze mensen. Onze mensen die dagelijks werken als constructeur, werkvoorbereider, uitvoerder, bedrijfsondersteuner en nog veel meer. Om nieuwe projecten te kunnen bouwen zijn wij op zoek naar civiel technisch talent. 

Onze projecten zijn verspreid door heel Nederland en België. Wij werken onder andere aan de nieuwe A16 Rotterdam, de Amstelstroombrug, de Oosterweelverbinding in Antwerpen en aan nieuwe rioolwaterzuiveringsinstallaties in Limburg. En we zijn hier maar wat trots op! 

Naast het serieuze werk houden wij ook van plezier en gezelligheid! Post corona komen wij meerdere keren per jaar met het bedrijf samen om up-to-date te blijven van de ontwikkelingen. Dit doen we met een presentatie en een gezellige barbecue of buffet. Bijna alle collega’s zijn hierbij aanwezig en dit zorgt altijd voor een gezellige avond! Daarnaast worden er per afdeling leuke teamuitjes georganiseerd. 

Klinkt goed, niet waar? 

Kom dan ook werken bij Mobilis! Kijk voor alle vacatures op www.werkenbijmobilis.nl en solliciteer op één van de openstaande vacatures of doe een open sollicitatie op jouw droomvacature.   

Mobilis als onderdeel van combinatie Rinkoniên kan officieel aan de slag met Oosterweelknoop en renovatie Royerssluis

royerssluis_afbeelding1
Lees het gehele artikel

Eerder dit jaar maakten Lantis en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken al bekend dat ze voor de uitvoering van de werken kozen voor het aannemersconsortium Rinkoniên. De voorbije maanden werd er achter de schermen onderhandeld over het samenwerkingscontract tussen de verschillende partijen. Dat document kreeg vandaag de handtekening van alle betrokkenen. De werken aan de Oosterweelknoop en de Royerssluis zullen in de loop van de zomer starten.

Nieuwe aansluiting naar de Ring voor haven en Eilandje

Het toekomstige op- en afrittencomplex, de zogenaamde Oosterweelknoop, geeft het zuidelijk deel van de haven en het Eilandje een rechtstreekse aansluiting op de Antwerpse Ring. Het complex vormt de schakel tussen de Scheldetunnel en de Kanaaltunnels. In 2030 rij je van hieruit naar Linkeroever via de Scheldetunnel of naar het noordelijk deel van de Ring via de Kanaaltunnels. De nieuwe aansluiting zal het vracht en sluipverkeer richting Groenendaallaan en Schijnpoort aanzienlijk verminderen. Aannemersconsortium Rinkoniên, dat bestaat uit Artes-Roegiers, Cit Blaton, Boskalis, Mobilis en Stadsbader, staat in voor de bouw van het knooppunt.

Remco Hoeboer, directeur Mobilis: als Nederlandse aannemer werken wij al aan de Linkeroever van de Oosterweelverbinding (Lot1) en zijn dan ook trots dat wij ook het Oosterweelknooppunt en de renovatie van de Royerssluis mogen gaan uitvoeren.

Betere toegankelijkheid haven en Albertkanaal

Rinkoniên neemt ook de renovatie van de Royerssluis voor zijn rekening. De sluis verbindt de Schelde met de dokken en met het verderop gelegen Albertkanaal. Na meer dan 100 jaar trouwe dienst is de sluis aan vernieuwing toe en wordt ze omgebouwd naar een performante binnenvaartsluis.

De renovatie is een belangrijke stap in de modal shift naar duurzamere vervoersmiddelen binnen het goederentransport. De Royerssluis wordt namelijk aanzienlijk langer (van 180 naar 230 meter lengte) én breder (van 22 naar 36 meter). “Dat maakt het mogelijk om meer en grotere binnenschepen makkelijk te versassen en zo het transport op het Albertkanaal te verhogen. Zo halen we meer vrachtwagens van de baan en verbeteren we de doorstroming op de weg,” benadrukt minister Peeters.

Krachten bundelen voor een klimaatneutraal 2050

Lees het gehele artikel

TV-presentator Lucas de Man vroeg dit aan drie bedrijven namelijk Mobilis, Van Gelder en Boskalis Nederland, concullega’s in de infrawereld. Conclusie: in de markt kun je eigenlijk niet anders dan de krachten te bundelen om deze ambitie waar te kunnen maken.  Dit geeft een noodzakelijke beweging en dynamiek in de keten om te kunnen veranderen. Het is duidelijk dat dit een ambitie is waar we heel hard aan moeten werken, die wellicht op het randje ligt van haalbaarheid. Maar het belangrijkste hierin is niet zozeer die ambitie, maar de bewustwording. De bewustwording van ons als bedrijven en van onze medewerkers dat we ook echt het verschil willen maken.

Robert Jan Feijen, directeur TBI-onderneming Mobilis: “onze grootste ambitie is een emissievrij project te realiseren waarbij ook nagedacht is over de exploitatie en modulaire bouw zodat het object (bijvoorbeeld een brug) verplaatsbaar is.

De drie bedrijven Mobilis, Van Gelder en Boskalis Nederland werken graag met elkaar samen. Dit omdat de drie bedrijven complementair zijn aan elkaar en over dit vraagstuk hetzelfde denken “mooie woorden alleen brengen ons nergens”. Alle drie de bedrijven zijn ook niet bang om te investeren in deze duurzame toekomst en delen de gezamenlijke visie graag in de onderstaande video.

Regio en Rijk investeren 100 miljoen in bereikbaarheid en waterveiligheid

Ondertekening Combinatie Roggebot 2 kopiëren
Lees het gehele artikel

De provincies Flevoland en Overijssel en het ministerie van IenW investeren gezamenlijk 100 miljoen euro in bereikbaarheid en waterveiligheid van de regio IJsseldelta. De combinatie Roggebot (Mobilis, Van Gelder en Van den Herik) gaat de werkzaamheden uitvoeren. Vandaag werd hiervoor de overeenkomst ondertekend, door onder meer gedeputeerde Jan de Reus van Flevoland, Bert Boerman van Overijssel en vertegenwoordigers van de opdrachtnemer. In verband met de coronamaatregelen vond geen feestelijke bijeenkomst plaats, maar zetten alle betrokkenen thuis of op kantoor hun handtekening.

Het project is het sluitstuk van het programma Ruimte voor de Rivier IJsseldelta, dat het rivierengebied van Nederland veiliger en mooier heeft gemaakt. Met het slopen van de Roggebotsluis kan het hoogwater van de IJssel ook via het Reevediep worden afgevoerd naar het IJsselmeer. Ook geeft het project opnieuw een impuls aan de doorstroming op de verbinding A-Z (Alkmaar-Zwolle).

Doorstroming N307 beter

Door de sloop van de sluis komt er op deze plek een nieuwe 300 meter lange brug, die aanzienlijk minder vaak opengaat voor de scheepvaart. “Nagenoeg 100 procent van de beroepsvaart en 90 procent van de recreatievaart kan straks onder de brug door. Bovendien krijgt autoverkeer in de spits voorrang op het scheepvaartverkeer. “Dat geeft een enorme impuls aan de doorstroming”, zegt gedeputeerde Jan de Reus. Ter plekke krijgt de N307 ook een opwaardering, er worden parallelwegen aangelegd en maatregelen genomen voor fietsveiligheid. “We blijven ook tijdens de realisatie van de nieuwe infrastructuur in gesprek met aanwonenden en bedrijven. En de aannemer heeft beloofd om de hinder voor de omgeving zo klein mogelijk te houden”, zegt gedeputeerde Bert Boerman. Inmiddels zijn buiten de eerste voorbereidende werkzaamheden al te zien. Na de zomer is begonnen met het verleggen van kabels en leidingen in het gebied.

Combinatie Roggebot aan het werk

De bedrijven Mobilis, Van Gelder en Van den Herik vormen samen de Combinatie Roggebot, die het project gaat uitvoeren. Begin september vond de gunning plaats. De voorbereiding voor de uitvoering is inmiddels opgestart. “We gaan eerst, in samenspraak met verschillende partijen, de ontwerpen verder uitwerken en waar mogelijk optimaliseren. Voor de toeritten van de nieuwe brug beginnen we in januari 2021 met het opbrengen van zand, zodat zich dat kan zetten. Ook de bouwkundige voorbereidingen gaan dan van start”, zegt Robert Maat namens de combinatie. “De nieuwe brug wordt naast de huidige weg boven de sluis gebouwd, zodat tijdens de gehele bouwperiode het verkeer gewoon door kan rijden en de veiligheid voor weggebruikers en bouwers gegarandeerd is. En natuurlijk houden we rekening met alle belangen van mensen, bedrijven en flora en fauna in de omgeving.”

Bijzondere schuifmethode in de nieuwe A16 Rotterdam

Lees het gehele artikel

Rijkswaterstaat legt een nieuwe snelweg aan tussen de A13 bij Rotterdam The Hague Airport en de A16/A20 bij het Terbregseplein. De 11 km lange A16 Rotterdam zorgt ervoor dat het verkeer op de A13, A20 en omliggende lokale wegen straks vlotter door kan rijden. De nieuwe verbinding draagt bij aan een betere bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio. In de bouwcombinatie De Groene Boog bevinden zich onder andere de TBI-ondernemingen Mobilis en Croonwolter&dros, de eerste voor de civieltechnische onderdelen, de tweede voor alle installaties, waaronder de tunneltechnische installaties. We spreken met Martijn Jansen, ontwerpleider bij Mobilis.

Viaduct wordt een huzarenstuk

Bij het Terbregseplein wordt het viaduct over de bestaande infrastructuur een huzarenstuk. We schuiven in het werk gestorte kokerliggers over het Terbregseplein heen, zonder het verkeer te hinderen. Ook wel de Incremental Launching Method genoemd”, opent Jansen het gesprek. “Dit is een methode in de civiele techniek van het bouwen van een compleet brugdek vanaf slechts één kant op de brug, waarbij de bovenbouw van de brug in secties naar de andere kant wordt geduwd. We praten over 400 meter per ligger/rijrichting. Momenteel werken we aan de pijlers, waar straks de kokerliggers overheen geduwd worden. Deze methode is uniek voor Nederland.” Er wordt geduwd met een snelheid van circa 0,5 meter per uur. “Volledig veilig, maar voor het verkeer dat er onderdoor rijdt wellicht een bijzonder gezicht. Er wordt geschoven vanaf de noordzijde, waar de bouwfabriek staat.”

Ook de kruising met de HSL is een uitdaging, de werkzaamheden mogen de bestaande infrastructuur niet beïnvloeden. De A16 Rotterdam die over de HSL komt, bevindt zich 8 meter boven het maaiveld. Jansen: “Er wordt opgehoogd met EPS. Micropalen zorgen voor de nodige fundering, die als grondankers op druk functioneren. In de lagen van de fundering van de HSL maken we de micropalen los door middel van PVC buis als omhulsel. Alle belastingafdracht vindt dus plaats onder de laag van de fundering van de HSL bak. Ook de kruising met de Rotte is uitvoeringstechnisch een uitdaging, we maken ter plekke een tunnel onder de rivier. Veilig en waterdicht.” 

Verkeer richting Den Haag niet meer over de ring

“De 11 km lange A16 Rotterdam gaat ervoor zorgen dat het verkeer op de A13, A20 en de omliggende wegen straks sneller en soepeler door kan rijden”, vertelt Jansen. “Naast een soepele verkeersdoorstroming levert dit minder hinder op voor de omwonenden langs de A20 en A13 bij Overschie, is er minder geluidsoverlast en reduceren we uitstoot.”

De A16 gaat over het bestaande Terbregseplein heen en gaat daarna in het Terbregseveld als tunnel verder, onder de Rotte door. “Daarna loopt de A16 door als een half verdiepte tunnel, onder het Lage Bergse Bos. Je hoort, ziet en ruikt de nieuwe A16 hier dus niet. Dit was dan ook een eis van Rijkwaterstaat zoals vermeld in het tracébesluit. Aan de noordkant van Rotterdam komt de half verdiepte tunnel uit de grond. Om de HSL en Randstadrail te kruisen komen er nieuwe viaducten over het spoor, daarna loopt de A16 parallel aan de N209, waarna de aansluiting volgt op de A13”, schetst Jansen.

Energieneutraal concept sleept Duurzame Parel in de wacht

De A16 Rotterdam kent een hoogwaardige inpassing, dankzij het feit dat je hem op veel locaties niet ziet, hoort of ruikt. Tevens is de snelweg ’s werelds eerste energieneutrale snelweg met een tunnel. Jansen licht toe: “Veel is aangesloten op zonnepaneelvelden, ook de installaties die zich in de tunnel bevinden. Het project A16 Rotterdam is hiervoor onderscheiden met een ‘duurzame parel’, een prijs voor projecten die de Aanpak Duurzaam GWW op een unieke wijze toepassen. Duurzame Parels worden uitgereikt aan een combinatie van opdrachtgever en opdrachtnemer die in een GWW-project meer dan gemiddelde aandacht hebben besteed aan het toepassen van de Aanpak Duurzaam GWW of elementen daaruit.”

De bouwcombinatie De Groene Boog, bestaat uit BESIX, Dura Vermeer, Van Oord en TBI-ondernemingen Croonwolter&dros en Mobilis. Jansen: “In de aanbestedingsfase zijn ambitieuze toezeggingen gedaan op het gebied van materiaalgebruik en energie in de gebruiksfase. Daarnaast heeft het consortium ingeschreven met CO2-prestatieladder niveau 5 met minimaal 10 procent CO2-reductie als doel. De CO2-uitstoot wordt tot een minimum teruggebracht. Naast gebruik van velden met zonnepanelen, en ledverlichting, passen we ook elektrisch vervoer en hybride materieel toe.” De project slogan is dus niet voor niets ‘Groen en Groos’.

Drie deelgebieden

Het project A16 Rotterdam is door bouwcombinatie De Groene Boog opgesplitst in drie deelgebieden. Het gebied ten noorden van Rotterdam, de tunnel en het gebied rondom het Terbregseplein. Jansen was in de VO fase na gunning verantwoordelijk voor alle kunstwerken en nu voor het ontwerp van de civiele objecten in het gebied ten noorden van Rotterdam. “De tunnel kun je zien als één complex integraal project, waarbij er veel interactie is met de omgeving, omwonenden, ondernemers en stakeholders zoals het Recreatieschap Rottemeren. Het gebied ten noorden van Rotterdam vormt een geotechnische uitdaging, vanwege de slappe ondergrond en de grote hoeveelheid kruisingen. Bij het Terbregseplein gaan we dus te werk met de zogenaamde Incremental Launching Method. Een unieke methode in Nederland die Mobilis toepast in de realisatie van de A16 Rotterdam.”