Tagarchief: Klimaatadaptie

‘Betonsector in voorhoede van klimaatadaptatie’

p1010327-kopieren
Lees het gehele artikel

We staan voor een enorme maatschappelijke bouwopgave en tegelijk een enorme uit­daging op het gebied van klimaat en milieu. Die op­gave is niet zonder beton te verwezenlijken. Aan het woord is Rob van Gijzel, voorzitter van Betonhuis. De cement- en beton­industrie, verenigd in Betonhuis, neemt zijn verant­woordelijkheid om de maatschappelijke, in­no­va­tieve en duurzaamheids­uitdagingen nog beter te kunnen vormgeven.

De betonsector loopt voorop als het gaat om klimaatadaptatie, vindt Van Gijzel. “Het Betonakkoord is daar een goed voorbeeld van, waarbij de sector gezamenlijk zijn verantwoordelijkheid neemt. Voor bouw­materialen als hout of staal is er nog geen vergelijkbaar initiatief.” Van Gijzel geeft wel aan dat de betonsector wereldwijd nog een paar uitdagingen heeft, met het terugdringen van de CO2-uitstoot als belangrijkste element. “Een opgave die niet eenvoudig is, maar waar Nederland wel in voorop loopt. Zo maken we al gebruik van alternatieve bindmiddelen in de vorm van reststromen van andere industrieën, zoals slakken uit de staalindustrie en vliegas van kolengestookte energiecentrales. Ook met betrekking tot hergebruik loopt ‘beton’ voorop, de betonindustrie kent namelijk geen afval. Ze kan betonnen bouwdelen hergebruiken of op een andere manier inzetten door bij sloop vrijgekomen beton te breken waarmee betongranulaat ontstaat dat dan weer in nieuw beton kan worden toegepast maar ook kan worden gebruikt in het fundatiepakket onder wegen met aantoonbare lagere milieulast.”

Beton in de GWW

Om de infrasector te verduurzamen, is het volgens Van Gijzel belangrijk dat voor iedere opgave het meest geijkte bouwmateriaal wordt gekozen. “Beton is een belangrijk bouwmateriaal in de infrasector, zeer zeker ook om te anticiperen op het veranderende klimaat. Zo hebben we te maken met periodes van droogte enerzijds en verdrassing als gevolg van korte maar hevige regenval anderzijds. Dat laatste vraagt om een gedoseerde afvoer van water, niet te snel want dat versterkt de verdroging. Betonnen waterbufferproducten vormen dan een uitkomst, om maar eens wat te noemen.” Van Gijzel geeft een ander voorbeeld: “De Rijn is de laatste jaren getransformeerd van een sneeuw- naar een regenwaterrivier. Er zullen extra maatregelen genomen moeten worden om het water beter gereguleerd naar de zee te kunnen afvoeren. Grote infrastructurele werken zoals stuwen, sluizen en bufferbakken zijn essentieel om het water in goede banen te leiden. Tegelijkertijd moet bij een enorme overvloed aan regenwater wel voldoende opvang zijn. Een eerste aanzet daarvoor is gemaakt met het project Ruimte voor de Rivier. Dat kan ook gepaard gaan met een versterking van de biodiversiteit. Door onderzoek van de Universiteit van Wageningen, in opdracht van Cascade, is aangetoond dat het winnen van grondstoffen voor beton (zand en grind) een positieve uitwerking heeft op de biodiversiteit.”

Gebrek aan innovatie

De tendens in de infrasector is dat grote bouwbedrijven de risico’s van een groot infrastructureel project niet meer kunnen inschatten en massaal afhaken. “zorgwekkend”, vindt Van Gijzel. “Er moet veel meer samenspel komen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer om processen beter beheersbaar te maken en de continuïteit te waarborgen. In zijn algemeenheid ontbreekt het in de bouw aan de wil om te innoveren. In de betonsector zit enorm veel materiaal- en marktkennis die vaak nauwelijks wordt benut. Een gemiste kans, zeker met het oog op de toekomst. In de betonindustrie wordt die kennis al ingezet en dat leidt tot vele mooie (product)ontwikkelingen.” Verder is Van Gijzel van mening dat de infrasector meer in prefab moet denken. “Het verhoogt de kwaliteit, verkort de bouwtijd op locatie en minimaliseert de faalkosten. Bovendien is prefabriceren een antwoord op adaptief bouwen om een betonnen kunstwerk bijvoorbeeld in een latere fase een tweede of derde leven te geven.”