Tagarchief: Jan De Nul Group

Jan De Nul maakt ambitieuze CO₂-reductiedoelstellingen bekend

jan-de-nul-commits-to-reduce-co2-emissions-kopieren
Lees het gehele artikel

Jan De Nul Group engageert zich om jaarlijks 15% minder CO₂ uit te stoten bij de onderhoudsbaggerwerken in de kustjachthaven van Nieuwpoort. Het is de eerste baggeraar ter wereld die zo’n percentage ambieert in commerciële toepassing op een project. Het bedrijf wil samen met de Vlaamse overheid tegen 2022 ook werken aan een verplichting van minimum 15% CO₂-reductie in 80% van de onderhoudsbaggercontracten in Vlaanderen.

Bij de aanbesteding voor de onderhoudsbaggerwerken in de kustjachthaven van Nieuwpoort gaf de Vlaamse overheid, agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust, de markt maximaal kansen om via innovatie in te zetten op CO₂-reductie. Jan De Nul Group haalde het contract binnen met het engagement jaarlijks 15% minder CO₂ uit te stoten. Dat is ongezien binnen de sector. Nog nooit ambieerde een baggeraar in commerciële toepassing op een project een verminderde CO₂-uitstoot van deze omvang.

Drop-in biobrandstof

Jan De Nul Group zet onder meer in op drop-in biobrandstof om de ambitieuze CO₂-reductiedoelstelling te halen. Dat is een hoogwaardige brandstof, een duurzame vervanger van fossiele diesel, gemaakt van plantaardige oliën of afvalstromen. “Drop-in” houdt in dat motoren niet aangepast moeten worden om het te kunnen gebruiken. Bovendien reduceert niet alleen de CO₂-uitstoot, er belandt ook fors minder fijn stof in de lucht. De verbranding gebeurt heel wat efficiënter dan de verbranding van conventionele diesel. Omdat drop-in biobrandstof afvalstromen als grondstof gebruikt, is het ook nog eens bevorderlijk voor de circulaire economie. Omdat het tot slot een erg schone brandstof is, is het uiterst geschikt voor hoogwaardige motoren

Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) binnen het departement Mobiliteit en Openbare Werken, toont met deze aanpak en de keuze voor Jan De Nul hoe het een voortrekker is binnen de Vlaamse overheid om de reductiedoelstellingen voor België te halen. In het kader van het klimaatakkoord van Parijs heeft ons land zich ertoe verbonden om, vergeleken met 2005, 15% minder CO₂ uit te stoten tegen 2020.

Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap MDK: “Als maritieme overheidspartner binnen de Vlaamse overheid willen we op alle mogelijke manieren inzetten op het verkleinen van onze ecologische voetafdruk. Bij de bestekken die we in de markt zetten, besteden we dan ook bijzondere aandacht aan groene criteria. Dat leidt vandaag al tot concrete CO₂-reductie, onder meer door aandacht te hebben voor de milieuvriendelijke uitvoering van de baggerwerken en de aannemers waarmee we samenwerken.”

“Het agentschap MDK besteedt niet enkel aandacht aan klimaateisen bij de opmaak van aanbestedingscontracten”, aldus nog Nathalie Balcaen. “Ook binnen onze eigen werking nemen we onze verantwoordelijkheid op. We vergroenen ook onze eigen vaartuigen om onze eigen CO₂-emissie te reduceren. We zijn bijvoorbeeld een elektrisch veer aan het bouwen.”

Sectorbreed CO₂ reduceren

Maar ook voor Jan De Nul past het project binnen de ambitie om een voortrekkersrol te spelen en een sectorbreed CO₂-uitstootreductieprogramma uit te rollen. De baggeraar wil tegen 2022 in 80% van de onderhoudsbaggercontracten in Vlaanderen een verplichting tot minimum 15% CO₂-reductie laten opnemen. “Wij willen maximale inspanningen leveren en daarmee andere bedrijven binnen onze sector inspireren om in te zetten op kansrijke energie- of CO₂-reductiemaatregelen”, zegt Bart Praet, afdelingshoofd Baggerwerken Benelux bij Jan De Nul Group. “We voeren dan ook graag de dialoog met de Vlaamse overheid en de Vlaamse Waterbouwers VZW, en werken nauw samen met Zero Emission Solutions en de sector van de geavanceerde duurzame brandstoffen.”

De aankondiging van de doelstellingen komt vlak na de beslissing van de Vlaamse regering om in te stemmen met een driejarig pilootproject waarbij de CO₂-prestatieladder getest wordt voor overheidsopdrachten. Die ladder werd in 2009 in Nederland ontwikkeld als instrument en certificeringsschema om CO₂-reductie te stimuleren, en bleek daar een groot succes. Het Vlaamse pilootproject start in september 2019 en duurt tot september 2022. Het gevolg moet zijn dat aannemers opdrachten toegewezen zullen krijgen als ze maximale kwaliteit, minimale CO₂-uitstoot en een faire prijs aanbieden.

“Wij zijn ervan overtuigd dat Jan De Nul hier een absolute voortrekkersrol kan spelen”, aldus nog Bart Praet. “Wij willen als een van de eerste aannemers een significante bijdrage leveren aan het Vlaamse pilootproject en als een van de eersten daadwerkelijke CO₂-reductie realiseren op een project.”

Bart Praet: “Ons project in Nieuwpoort is een concreet voorbeeld waarmee we een dialoog rond reductie-eisen willen op gang brengen. We willen onze sectorgenoten in de branche aanzetten om via innovatie snel en krachtig uit de hoek te komen met concrete kansrijke energie- en CO₂-reductiemaatregelen.”

Innovatief: mv-stelling met vrijhangende makelaar

soetaert-201810114425-antwerpen-kanaaldok
Lees het gehele artikel

De haven van Antwerpen groeit gestaag. Om in de toekomst ook grotere schepen te kunnen laten aanmeren bij de nieuwe tankterminal, wordt de bestaande kademuur in Kanaaldok B2 getrans­formeerd naar een diepzeekade. Jan De Nul Group investeerde in de techniek voor het plaatsen van de verankeringspalen (mv-palen) van de nieuwe combiwand. Maak kennis met de mv-stelling met 60 meter lange vrijhangende makelaar, uniek in de Benelux.

47 moten
De nieuwe kademuur is 800 meter lang en wordt gefaseerd vóór de bestaande kademuur gebouwd. Het betreft een combiwandconstructie, bestaande uit 280 buispalen met een doorsnede van 2 meter en evenveel damplanken. De combiwand wordt verankerd met in totaal 240 mv-palen die over de buispalen worden aangebracht. Het geheel wordt afgewerkt met een betonnen kesp. “We hebben de nieuwe kademuur opgesplitst in 47 moten van elk 24 meter lang, bestaande uit zes buispalen en telkens 360 m3 beton”, zegt Jan Landuyt van Soetaert-Soiltech, 100% onderdeel van Jan De Nul Group. “Het hele project wordt binnen de groep gemanaged en uitgevoerd.”

mv-stelling

In plaats van een vast frame maken wij gebruik van een vrijhangende makelaar.

600-tons kabelkraan
Het heien van combiwanden is Jan De Nul Group niet vreemd. Landuyt: “We hebben veel expertise in het plaatsen van combiwanden in Nederland en België tot zelfs in Polen. Het aanbrengen van mv-palen daarentegen was nieuw voor de groep. Slechts enkele partijen in de Benelux beheersen de techniek. In de openbare aanbesteding voor dit project werd deze techniek voorgeschreven en na gunning werd er geïnvesteerd in passend materieel. Het grote verschil van ons systeem zit hem in het materieel. In plaats van een vast frame maken wij gebruik van een vrijhangende makelaar van Liebherr gehesen door een 600-tons kabelkraan. Zo hoeven we geen sporen aan te leggen om de mv-stelling te verplaatsen. Dit is steeds een héél tijdrovende bezigheid.” 

mv-stelling

Jan De Nul Group investeerde in de techniek voor het plaatsen van de verankeringspalen (mv-palen) van de nieuwe combiwand.

Over de kop heien
De kabelkraan houdt zowel de makelaar als de mv-paal met behulp van tuikabels in de juiste hoek (45 graden) en positie. Landuyt beschrijft de werkwijze: “We laten de makelaar tot op de grond zakken en kunnen zo vrij snel het profiel inschuiven. Het gaat om forse profielen van het type HEM600 in lengtes van 43 meter en met een gewicht van 12,5 ton per stuk. Het profiel, de hamer en makelaar wegen bij elkaar zo’n 72 ton. Vervolgens hijsen we het geheel omhoog tot boven de buispaal. De door onszelf geëngineerde voet klemmen we vast op de buispaal, zodanig dat we de makelaar vrij kunnen manipuleren en uitlijnen. Het maakt dat we de profielen vanuit variabele posities kunnen aanbrengen en zelfs over de kop kunnen heien, waarbij de stelling boven het water hangt.”

Jan De Nul Group is vrij succesvol van start gegaan met de nieuwe stelling. “We slaan vier tot vijf palen per dag, een mooi aantal”, meent Landuyt. “Als de nieuwe kademuur volledig is geïnstalleerd wordt de oude kademuur afgebroken en zal de waterdiepte toenemen van 6 naar 18 meter. Eind dit jaar kunnen dan de grote zeeschepen aanmeren aan Kanaaldok B2.” 

Jan De Nul Group 2018: duurzaam investeren in de toekomst

jan-de-nul-financial-report-2018
Lees het gehele artikel

Kerncijfers

  • Stabiele omzet van EUR 1.708 miljoen
  • EBITDA-marge van 16% of EBITDA van EUR 277 miljoen in lijn met het sectorgemiddelde
  • Nettowinst van EUR 31 miljoen
  • Bijzonder hoge solvabiliteitsratio van 73% dankzij een continue winstreservatie
  • Vrij van netto schuld voor het vijfde jaar op rij
  • Gestegen orderportefeuille ten opzichte van eind 2017 met 27% (EUR 3,3 miljard)
  • Aanhoudend Hoog investeringsniveau, in het bijzonder in de sector van de offshore hernieuwbare energie, én met aandacht voor het klimaat

Met een ultra-sterk balansprofiel verder investeren in de toekomst
Niet totaal onverwacht was het jaar 2018 een verderzetting van de uitdagende marktomstandigheden van 2017. De internationale baggeractiviteiten worden al enkele jaren op rij aanhoudend geconfronteerd met een krappe markt door een gebrek aan publieke en private investeringen. Bijkomend kende de offshore sector nog steeds geen significante heropleving in de olie- en gasmarkt. Jan De Nul Group zet zich echter sinds enkele jaren sterk in op de markt van offshore hernieuwbare energie met een verhoogde activiteit als gevolg, zowel binnen als buiten Europa (o.m. Azië). De civiele activiteiten van de groep houden goed stand dankzij een sterke vastgoedmarkt in combinatie met de klassieke infrastructuurmarkt. De milieudivisie blijft, als kleinste activiteitentak van Jan De Nul Group, stabiel.

Jan De Nul Group realiseerde dan ook in 2018 een jaaromzet van 1.708 miljoen euro. De EBITDA bedroeg 277 miljoen of 16,22% van de omzet, een prestatie in lijn met het sectorgemiddelde. Jan De Nul Group blijft zich onderscheiden door zijn ultra­sterk balansprofiel, met een eigen vermogen van meer dan 2,8 miljard euro en een solvabiliteit van maar liefst 73%. De groep steunt bovendien op een aanhoudend sterke liquiditeitspositie met een netto cash­overschot van 376 miljoen euro.

Jan De Nul Group blijft ook in moeilijkere marktomstandigheden verder investeren in zijn toekomst: de totale investeringswaarde van de lopende investeringen in nieuwbouwbaggerschepen eind 2018 bedroeg 400 miljoen euro. In juli 2018 werd het offshore jack­up installatieschip Taillevent aangekocht om onmiddellijk een verhoogde capaciteit te bieden aan de offshore windactiviteiten van de groep. Jan De Nul’s geloof in de toekomst van deze markt wordt verder bevestigd door de bestelling, eerder dit jaar, van de Voltaire, een next generation installatieschip. Dit schip zal opgeleverd worden begin 2022 en zal windmolens tot 270 meter hoog kunnen installeren, uniek in de markt.

Jan De Nul Group kijkt dan ook met vertrouwen de toekomst tegemoet. Ook in mogelijk blijvende volatiele marktomstandigheden kan de groep het verschil maken. Dit bewijst het stijgend orderboek van 3,3 miljard euro of een stijging van maar liefst 27% in vergelijking met eind 2017.

Activiteiten in 2018
Ook in 2018 speelt het gros van de activiteiten van Jan De Nul Group zich af binnen de maritieme bagger- en offshore sector met een omzetgeneratie van 75% van de totale omzet van de groep.

In 2018 was Jan De Nul Group onder meer actief op grote kustbeschermingsprojecten zoals in het Nederlandse Texel, waar Jan De Nul een duurzame dijk in de vorm van duinen en achterliggend natuurgebied aanlegde om het eiland te beschermen tegen invloeden van de zee.

Voorts was Jan De Nul betrokken in de bouw van meerdere offshore windparkprojecten zoals Trianel Windpark, Borkum Riffgrund 2, Race Bank en Kriegers Flak. Na de succesvolle realisatie van volledige windmolenparken op zee door Jan De Nul Group (Nobelwind Offshore Wind Farm in België en Tahkoluoto Offshore Wind Farm in Finland), breidde Jan De Nul zijn portfolio gevoelig uit. Jan De Nul Group werd in 2018 gecontracteerd voor de bouw van het offshore windpark Northwester 2 in België en haalde in 2018 de eerste contracten binnen voor de bouw van windmolenparken buiten Europa: het ontwerp en de installatie van offshore windparken in Changhua en Formosa 1 Fase 2 in Taiwan en ook de installatie van offshore windturbines in de Verenigde Staten.

Het financiële jaar 2018 bevestigt opnieuw het continue belang van de civiele activiteiten binnen Jan De Nul Group door de realisatie van 21% van de totale omzet van de groep. In 2018 voerde Jan De Nul een verscheidenheid aan civiele bouw- en onderhoudsprojecten uit o.a. residentiële gebouwen, scholeninfrastructuur, zorginstellingen, wegeninfrastructuur, viaducten, kaaimuren en sluizen. Jan De Nul Group zet ook steeds meer in  op de private markt. Bijkomend zet de groep zijn gerichte uitbreiding in de civiele markt van Nederland en Luxemburg voort, in het bijzonder voor complexe infrastructuurwerken

Envisan, de milieudivisie van Jan De Nul Group, focust zich op milieutechnologische oplossingen. De activiteiten blijven stabiel op 4% van de totale omzet. Ter ondersteuning van deze milieuactiviteiten bezit en beheert de groep zes reinigings- en valorisatiecentra in België en Frankrijk. Net zoals in de voorgaande jaren, werkt de milieuafdeling nauw samen met de maritieme en civiele afdeling, en in het bijzonder met de brownfieldontwikkelaar PSR Brownfield Developers.

Hoge solvabiliteit en netto schuldenvrij
Jan De Nul Group hield in het financiële jaar 2018 zijn hoge solvabiliteitspositie aan met een ratio van 73% (75% in 2017). Het eigen vermogen steeg van 2.823 miljoen euro in 2017 naar 2.859 miljoen euro in 2018.

Sinds het financieel jaar 2014 is Jan De Nul Group netto schuldenvrij. Dit is vrij opmerkelijk gezien het sterk én noodzakelijk investeringskarakter van de groep.  De netto cash positie nam zelfs toe in 2018 tot een niveau van 376 miljoen euro (345 miljoen euro in 2017). Dit solide balansprofiel is een grote troef van Jan De Nul in het kader van toekomstige investeringen in o.a. zijn vloot of bij belangrijke opportuniteiten.

Omzetverdeling geografisch
Jan De Nul Group is sterk aanwezig in Europa. 56% van de omzet in 2018 werd gerealiseerd op het Europese continent, een stijging van 10% in vergelijking met vorig jaar. Deze toename is hoofdzakelijk te danken aan de groei van Jan De Nul Group’s aandeel op de Europese markt van offshore hernieuwbare energie. Voorts was Jan De Nul Group in 2018 actief in Azië en het Midden-Oosten (19%), Amerika (17%), Afrika (7%) en beperkt actief in Australië (1%).

Orderportefeuille groeit met 27%
2018 sloot af met een orderboek van 3,3 miljard euro of een stijging van 27% in vergelijking met eind 2017. Het orderboek van Jan De Nul Group bevat onder meer volgende belangrijke projecten:

  • In Ecuador ondertekende Jan De Nul Group de concessie voor de verdieping en het onderhoud van het 95-km lange kanaal naar de haven van Guayaquil. Niet alleen zal Jan De Nul Group instaan voor de verdieping van het bestaande toegangskanaal, maar ook voor het onderhoud en de exploitatie van het kanaal gedurende 25 jaar na de verdiepingswerken.
  • Jan De Nul Group ondertekende het contract voor de bouw van Northwester 2, het zevende windmolenpark voor de Belgische kust. Hiermee gaat Jan De Nul voor de derde keer een samenwerking met windparkontwikkelaar Parkwind aan. Het Northwester 2 windmolenpark ligt 48 kilometer uit de kust en zal over de grootste en krachtigste windturbines beschikken die vandaag op de markt beschikbaar zijn. De installatiewerken zullen starten in juni 2019 waarbij Jan De Nul het ontwerp van de funderingen op zich neemt, verantwoordelijk is voor de aankoop en de installatie van de funderingen, en de installatie van de kabels en de windturbines.
  • Het Luxemburgse Ministerie van Duurzame Ontwikkeling en Infrastructuurwerken kende het contract voor de verbreding van het viaduct ‘La Passerelle’ toe aan Jan De Nul Group. Deze negentiende-eeuwse brug is UNESCO-werelderfgoed en vormt de zuidelijke toegang tot het centrum en het station van de stad Luxemburg. Jan De Nul heeft de opdracht om het wegdek van de brug te verbreden.
  • Het Ministerie van Welzijn en Leefomgeving in Benin koos in 2018 voor het in-house ontwikkelde concept van Jan De Nul Group waarbij voor de kust een onderwaterdijk wordt aangelegd die de kustlijn zal beschermen tegen de invloeden van de Atlantische Oceaan. De dijk zorgt ervoor dat de kracht van de golven van de Atlantische Oceaan gebroken wordt nog vóór ze de kust bereiken. Tussen de dijk en de kust ontstaat zo een golfluw gebied. De impact op de stranden zal hierdoor aanzienlijk verlagen, waardoor het zand zich minder zal verplaatsen en de erosie zal afnemen. Na de bouw van de onderwaterdijk zullen sleephopperzuigers van Jan De Nul Group de aangetaste stranden opnieuw aanvullen met nieuw, gebaggerd zand. De werken worden verwacht in 2021 voltooid te zijn.

Duurzame investeringen voor de toekomst
Jan De Nul Group blijft ook in de huidige krappe marktomstandigheden investeren in de toekomst:

  • In maart 2019 leverde de Keppel Singmarine scheepswerf in Nantong (China) de eerste van drie 3.500 m³ sleephopperzuigers op: de Afonso de Albuquerque. De twee zusterschepen Diogo Cão en Tristão da Cunha volgden in april 2019.
  • Op de Keppel Offshore & Marine scheepswerf in Singapore boekte men vooruitgang met de bouw van de twee 6.000 m³ sleephopperzuigers Sanderus en Ortelius. De schepen zullen tegen eind 2019 worden opgeleverd.
  • In de loop van 2018 verfijnde de COSCO scheepswerf in Dalian (China) het ontwerp van de 18.000 m³ sleephopperzuiger en kocht het de nodige scheepsonderdelen aan. In januari 2019 startten de staalconstructiewerken voor de scheepsromp. De bouw verloopt geheel volgens planning. Oplevering van het schip is voorzien in de loop van 2020.
  • In 2018 kocht Jan De Nul Group drie offshore bevoorradingsschepen. De schepen worden omgebouwd tot waterinjectie baggerschepen (Water Injection Dredgers of WID). Dit type schepen wordt gebruikt om de zeebodem te nivelleren of te verdiepen door middel van een waterinjectiesysteem dat de bodem in suspensie brengt en verplaatst. Deze dieselelektrische schepen, voorzien van dynamische positionering (Dynamic Positioning of DP), krijgen de namen Giovanni Venturi, Henry Darcy en Henri Pitot.
  • Begin april 2019 bestelde Jan De Nul Group bij de scheepswerf COSCO Shipping Heavy Industry (China) een groot offshore jack-up installatieschip. Dit jack-up schip zal worden uitgerust met een hoofdkraan van meer dan 3.000 ton en zal in waterdieptes van meer dan 80 meter kunnen werken. Het schip zal in staat zijn om de nieuwe generatie van zeer grote offshore windturbines te installeren.

In een wereld van klimaatverandering en een globaal toenemend milieubewustzijn heeft Jan De Nul Group ervoor gekozen om zijn nieuwste generatie van schepen uit te rusten met een eigen ontwikkeld ingenieus filtersysteem om toxische substanties uit de uitlaatgassen te elimineren. De schepen uitgerust met deze filters beantwoorden aan de strengste emissievoorschriften van de Europese regelgeving voor de binnenvaart (Stage V) – strenger dan de huidige IMO-regelgeving voor de zeevaart. Jan De Nul Group is de eerste in zijn sector die schepen in de vaart brengt die voldoen aan de strengste Europese emissienormen. Aan de schepen wordt een ULEv-notatie (Ultra-Low Emission vessel) toegekend vanuit het onafhankelijke, en wereldwijd gekende, inspectie- en classificatieorgaan: Bureau Veritas.

Online jaarverslag 2018
Op annualreport.jandenul.com kunt u het volledige activiteiten- en financieel verslag van Jan De Nul Group raadplegen. Ook stellen we u hier graag enkele sterprojecten van Jan De Nul Group in 2018 voor.

Nieuwegein, De Prinses Beatrixsluis

Lees het gehele artikel

Prinses Beatrixsluis vernieuwd met respect voor historie

De Prinses Beatrixsluis in Nieuwegein is de grootste monumentale binnenvaartsluis van Nederland en ligt in het Lekkanaal. Dit kanaal is de belangrijkste rechtstreekse verbinding tussen de havens van Rotterdam en Amsterdam. Omdat steeds meer en steeds grotere schepen het Lekkanaal gebruiken, dreigt de Prinses Beatrixsluis een knelpunt te worden. Daarom zorgt Sas van Vreeswijk in opdracht van Rijkswaterstaat voor de aanleg van een 3e kolk, de aanleg van extra ligplaatsen en de verbreding van het Lekkanaal.

Met een lengte van minimaal 276 meter en een breedte van 25 meter wordt de Prinses Beatrixsluis geschikt voor schepen tot en met CEMT-klasse Vb met een diepgang tot 4 meter. Sinds september 2016 werkt de Belgische/Nederlandse aannemerscombinatie Sas van Vreeswijk aan de uitvoering van het project. We spreken met projectdirecteur EPC (Engineering, Procurement & Construction) Koenraad van Regenmortel, van Jan De Nul Group.

De Prinses Beatrixsluis

In februari 2019 zal de nieuwe kolk operationeel zijn.


Derde kolk inmiddels volledig gebouwd
en afgewerkt
“Binnen Sas van Vreeswijk bevinden zich de bedrijven Besix Group, RebelValley, TDP, Heijmans en Jan De Nul Group. De combinatie is verantwoordelijk voor het ontwerpen, bouwen en financieren van de nieuwe kolk en voor het verbreden van het Lekkanaal, alsook voor het onderhoud van het vernieuwde sluizencomplex gedurende 27 jaar. De bouw is gestart in het najaar van 2016 en wordt uitgevoerd door Besix, Heijmans en Jan De Nul. “Op dit moment zijn we zo goed als klaar met de bouw en zijn we bezig met het afwerken van de toegang naar de sluis”, legt Van Regenmortel uit. “Tevens zijn we nu bezig met de industriële automatisering, met name de aansturing van de sluisdeuren, het installeren van alle ondersteunende netwerken met grote aandacht voor redundantie en het ontwikkelen en testen van de benodigde bedienings- en veiligheidssoftware. Het credo van de combinatie is om een veilige, maar ook uiterst betrouwbare sluis te bouwen met hoge beschikbaarheid voor de binnenscheepvaart. Daarom bouwen we een sluis, niet met twee of drie deuren, maar met vier deuren. De vier roldeuren zijn in augustus en september geïnstalleerd, inclusief de motoren, de vlinderkleppen en de pennenbaan. De eerste testen met de software en de werkelijke aansturing van de deuren worden nu gedaan, alles wordt CE-gekeurd voor openstelling.”

‘De Witte Huisjes’ in oude glorie hersteld
In februari 2019 zal de nieuwe kolk operationeel zijn. Van Regenmortel: “Als we de nieuwe kolk opengesteld hebben, dan gaan we één voor één de oude kolken renoveren. Deze renovatie bestaat uit een volledige vervanging van de aandrijving bovenaan in de heftorens. Ook worden de oude oostelijke remmingswerken verwijderd, het huidige bediengebouw dat geen deel uitmaakt van het originele monument wordt gesloopt alsmede wat betonherstel. Deze werkzaamheden moeten tegen de zomer klaar zijn.”

Het renovatieplan houdt rekening met de historie van de Prinses Beatrixsluis. Bij het sluizencomplex bevinden zich de zogenaamde ‘Witte Huisjes’. “Dit waren vroeger dienstwoningen van personeel van Rijkswaterstaat. We hebben ervoor gekozen om deze huisjes te behouden en in ere te herstellen. Deze huisjes worden nu ingericht voor de bediening van het vernieuwde sluizencomplex”, vervolgt Van Regenmortel zijn verhaal. “De nieuwe kolk is ontworpen als een snede in het landschap om het vrije zicht op de monumentale heftorens van de oude kolken te behouden. Het geheel krijgt weer de originele monumentale uitstraling.” Een opmerkelijk feit: Rijkswaterstaat heeft Sas van Vreeswijk een prijs voor landschappelijke integratie toegekend vanwege het getoonde respect voor de historie en de omgeving.

De Prinses Beatrixsluis

De sluiskolk en kanaal noord.


Historische elementen Nieuwe Hollandse Waterlinie gespaard gebleven
Langs het Lekkanaal bevonden zich historische elementen die onderdeel uitmaken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Door het verbreden van het Lekkanaal en de aanleg van de derde kolk moesten deze elementen verplaatst worden. Van Regenmortel licht het huzarenstuk, dat zich in 2017 heeft afgespeeld, toe: “We hebben er alles aangedaan om dit unieke militaire erfgoed ongeschonden te verplaatsen. Dit was ook belangrijk om de nominatie van de NHW als UNESCO-werelderfgoed niet in gevaar te brengen. Met Mammoet als onderaannemer hebben we in totaal drie kazematten, een kleine sluis, een duikerhoofd en een palengroep verplaatst. Een zeer bewerkelijke operatie, maar uniek en zeer geslaagd.”

Aandacht voor mens, dier en omgeving
Om zo min mogelijk hinder te veroorzaken, zijn de wanden van de derde kolk gebouwd met diepwanden. Dat is een trillingsvrije manier van werken. “Wanneer er wel geluidsoverlast veroorzaakt zou worden, informeerden we op voorhand de bewoners in de omgeving. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het aanbrengen van de lange damplanken voor de sluishoofden.”

Ook was het een uitdaging om de habitat van de vleermuizen zo min mogelijk te verstoren. Er staan her en der vleermuizenkasten in de omgeving en het sluizencomplex is een oversteekzone. Van Regenmortel: “Aangezien vleermuizen alleen ‘s avonds en ‘s nachts actief zijn, zouden zij enorm gestoord kunnen worden door de verlichting van het sluizencomplex. Om dat te voorkomen hebben we lang gezocht naar ‘vleermuisvriendelijke verlichting’, die enerzijds de vleermuizen niet verjaagt, maar anderzijds voldoende licht biedt aan de bedienaars van de sluis. Ook hierin zijn we geslaagd.”

Een ‘huwelijk’ van 27 jaar
In februari wordt de derde kolk in gebruik genomen, waarna de renovatie van de oude sluizen zal starten. Van Regenmortel schetst: “In de zomer van 2019 zal het hele complex opgeleverd worden, inclusief de gerenoveerde oude sluizen. Sinds de start van de werkzaamheden in 2016 is Sas van Vreeswijk al verantwoordelijk voor het onderhoud van het bestaande complex, na afronding zijn we, samen met Agidens en Martens en Van Oord, voor een periode van 27 jaar verantwoordelijk voor het onderhoud van het vernieuwde complex.”  

Nederlandse Prinses Beatrixsluis officieel geopend

Lees het gehele artikel

Sinds september 2016 werkt Jan De Nul Group in de aannemerscombinatie Sas van Vreeswijk aan de bouw van de derde Prinses Beatrixsluis nabij Utrecht in Nederland.

Gisteren, 6 februari 2019, opende de Nederlandse Prinses Beatrix officieel de sluis in het bijzijn van de Nederlandse Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen. Met het luiden van een scheepsbel gaf zij het startsein voor de eerste officiële doorvaart van schepen door de nieuwe sluis.

Met de officiële opening komt een einde aan een bouwperiode van 2,5 jaar. De twee sluishoofden zijn elk 30 x 60 meter. Ieder sluishoofd bevat twee sluisdeuren van elk 490.000 kilogram, 28 meter breed, 14 meter hoog en 6,25 meter dik. In deze nieuwe sluis is 44.875 m³ beton en 17.900 ton wapening verwerkt. Sas van Vreeswijk was ook verantwoordelijk voor het verbreden van de toegang in het Lekkanaal naar de sluizen. Hiervoor werd 2 miljoen m³ ontgraven.

Jan De Nul Group heeft jarenlange ervaring in sluizenbouw. Zo was de civiele afdeling van Jan De Nul betrokken bij de bouw van de Kieldrechtsluis in de haven van Antwerpen, de binnenvaartsluizen in Harelbeke, Evergem en Ivoz-Ramet, en de nieuwe sluizen in het Panamakanaal. Bovendien is de derde Prinses Beatrixsluis het eerste PPS-contract voor Jan De Nul in Nederland.