Tagarchief: Hendrik Postma

Nederland en water: denken vanuit de toekomst

JGU_20210601_001_3128_Boskalis
Lees het gehele artikel

Het is tijd voor een overkoepelende, lange termijnvisie vanuit de politiek Als het aan Andrea Vollebregt en Hendrik Postma ligt, moet de overheid stoppen met het doorverwijzen van lokale waterproblematiek naar de regio’s. Andrea is directeur bij de Nederlandse Vereniging van Waterbouwers en Hendrik is voorzitter van het bestuur van de vereniging. In een interview met beiden kijken we naar de toekomst, niet op de korte termijn, maar juist op de lange termijn. 

“De politiek moet de moed hebben om na te denken over hoe Nederland er over 100 jaar uitziet”, zegt Hendrik. “Als we dat niet doen, lopen we constant achter de feiten aan. Nederland is te klein, je kunt niet steeds de problematiek doorverwijzen naar de regio’s. Er is een verregaande samenwerking nodig, met een overkoepelende centrale visie op de inrichting van ons land.”

‘Begin with the end in mind’

De klimaatverandering heeft ons allemaal in haar greep. De zeespiegel stijgt, er is sprake van enorme pieken en dalen in neerslag en de temperatuur loopt op. “Daar moet een plan voor komen dat verder reikt dan morgen, dat verder reikt dan de klimaatdoelstellingen van 2050”, schetst Andrea. “Het onlangs gepubliceerde IPCC-rapport vertelt niets nieuws, wat we al wisten wordt alleen nog eens aangescherpt. We moeten NU handelen. Het rapport maakt duidelijk dat er ‘bold moves’ nodig zijn, willen we nog iets wezenlijks kunnen doen.” 

Hendrik schetst dat er eerst een plan op tafel moet komen dat verder kijkt dan 2050. De klimaatdoelstellingen gaan over de mitigerende maatregelen, het plan moet gaan over de adaptieve maatregelen.  “De sector snapt de urgentie wel, de overheid is nu aan zet om duidelijkheid te scheppen en echte actie te ondernemen. En ja, drastische maatregelen leveren soms pijn op. Er zullen groepen zijn die zich meer geraakt voelen dan anderen, er zal een gevoel van onevenredigheid heersen. Maar met een goede transparante uitleg moet mogelijk zijn dat het beoogde resultaat gehaald wordt.” Andrea concludeert: “Begin with the end in mind. Met andere woorden: stel een doel en werk daar naartoe, met alle middelen en mogelijkheden die je hebt. Dit gaat niet meer over groepen, over geld, over politiek. Dit gaat over het voortbestaan van een land en haar inwoners, over veiligheid en leefbaarheid. De rekening die komt als je het niet doet, is vele malen groter dan de offers die je brengt om het doel te bereiken.”

Andrea Vollebregt, directeur van de Vereniging van Waterbouwers. Beeld: Ardito.

Schrijf niet de oplossing voor, maar schrijf een doel voor

“Het probleem is dat we het bedrijfsleven momenteel om de oren slaan met oplossingen die men moet doorvoeren. Dat remt af. Schrijf niet de oplossing voor, maar schrijf een doel voor. Vertel gewoon hoeveel CO2-uitstoot ze wanneer moeten gaan besparen en laat hen zelf bepalen hoe ze dat doen. Dan kunnen bedrijven gebruik maken van hun eigen kracht en wellicht komen daar nog verrassende methoden uit voort, waar iedereen van leert. Door iedereen de kans te geven het op zijn eigen manier te doen, motiveer je mensen. Dat voelt gewoon anders”, aldus Hendrik.

Nederland in een voortrekkersrol

“We wonen in een Delta, dus we zullen onze bijdrage moeten leveren. We moeten ons hard maken voor Europa, omdat we veel expertise hebben maar we het ook niet alleen kunnen. De wereld kun je niet in je eentje redden, maar we kunnen er als land wel voor zorgen dat we met onze kennis en kunde een voortrekkersrol hebben”, is de mening van Andrea. “Geef je het goede voorbeeld, dan gaat je geloofwaardigheid omhoog, ook al zijn we nog zo’n klein land. De waterbouw heeft wereldwijd al een ijzersterke reputatie.” Daar voegt Hendrik aan toe: “Het moet een gezamenlijke inspanning worden, we kunnen al onze kennis en kunde inzetten, maar de waterbouwsector bepaalt niet wat er gebeurt. Laten we met vereende krachten ons gezond verstand gaan inzetten en invulling geven aan een waterveilige wereld na 2050. Simpel gezegd geldt voor iedereen dat men zich minder moet laten leiden door de waan van de dag. Communicatie is daarbij van cruciaal belang. Kijk naar wat er onlangs in Limburg is gebeurd. Je moet weten wat je buurlanden van plan zijn in dergelijke noodsituaties. Als daar het protocol is dat het water zo snel mogelijk het land uit moet, dan worden wij hier verrast met een enorme water toestroom. Een Europees hoogwaterbeschermingsprogramma is dan op zijn plaats. Langs de kust is een hoogwaterbeschermingsplan makkelijker uit te voeren dan langs de rivieren. In Limburg is iedereen weer even wakker geschud, maar hoe houd je dat gevoel van urgentie vast? Het is uiteindelijk een probleem van ons allemaal.”

Hendrik Postma, voorzitter van het bestuur van de Vereniging van Waterbouwers. Beeld: Fred Ernst.

Inspraak is goed, maar besluiten moeten genomen durven worden

Nederland is het land van polderen; er zijn veel mogelijkheden tot inspraak en we werken net zo lang aan een compromis tot de meeste partijen tevreden zijn. Maar daarnaast hebben we een sterke overheid nodig die op korte termijn een richting durft te kiezen voor de lange termijn, gebaseerd op feiten en urgentie, niet op sentimenten en meningen. Het klimaatprobleem raakt ons allemaal, nu, maar in de toekomst nog meer. Alleen voelt niet iedereen dat nog op die manier. “Er moet een collectieve gedachte gaan heersen waarbij de acceptatiegraad van goede maatregelen prioriteit nummer 1 wordt. En laat hierbij voldoende ruimte voor innovatie. Ik ben er namelijk van overtuigd dat we die hard nodig hebben. Niet alleen in Nederland, maar ook ver daarbuiten. Waterbouwers laten al eeuwen zien hierin voorop te lopen en daarmee zowel ons land als menig andere delta te vormen.” 

Hendrik sluit af met de conclusie dat behalve dat ondernemers ruimte moeten krijgen om mitigerende maatregelen op eigen initiatief door te voeren, er nu aandacht moet komen voor adaptieve maatregelen. “Verzamel met elkaar de moed om de blik 100 jaar verder te richten dan vandaag, zodat elke stap die we zetten past in de kronkelige weg daar naartoe. De waterbouwers zijn klaar om ervoor te zorgen dat we ook in actie kunnen komen en onze sector in leven blijft met nieuwe aanwas. Er zullen fondsen moeten komen die dat mogelijk maken. Als wij het hier goed doen, komen de klanten uit het buitenland vanzelf kijken hoe we dat doen en ons vragen bij hun soortgelijke werken uit te voeren. Hiermee zet je eigenlijk een kettingreactie in gang en kun je als klein land toch veel doen om de wereld een stukje te redden.”     

We krijgen ondanks alles toch te maken met temperatuurstijging

Postma-2500_0315410-1-HiResMax-Ardito kopiëren
Lees het gehele artikel

“Klimaatmitigatie is heel belangrijk. We moeten ons echter wel realiseren dat hoe goed we ook ons best ook doen, er ondanks dat toch sprake zal zijn van een temperatuurstijging. Met dat in gedachten dienen we ons dus ook voor te bereiden op de gevolgen daarvan.” Aan het woord is de voorzitter van de Vereniging van Waterbouwers, Hendrik Postma.

Ten tijde van ons gesprek vindt de Climate Adaption Summit 2021 plaats. “Hoe toepasselijk”, vervolgt Postma. “We dienen de balans te vinden tussen klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. We zijn als land een delta en daarom moeten we wel vooroplopen, maar in ons eentje kunnen we het tij niet keren. Dat betekent dat we moeten proberen zoveel mogelijk Europees en liefst mondiaal de zaken op te pakken.”

Hoe voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering?

De leden van de Vereniging van Waterbouwers zijn druk bezig met het verduurzamen van de sector. “Daar hoort ook infrastructuur bij. Want wat heb je aan elektrificatie van materieel, als er geen stopcontacten op cruciale punten zijn? En dan graag stopcontacten met groene stroom natuurlijk. Daar ligt een taak voor de overheid, naar mijn mening. Je kunt wel subsidies uitdelen en gaan voorschrijven dat projecten zoveel mogelijk klimaat neutraal dienen te worden uitgevoerd, maar dan is er ook een zorgplicht voor de bijbehorende infrastructuur en regelgeving die de aannemer uitdaagt en het mogelijk maakt zijn innovaties toe te passen.”

Postma ziet een samenwerkingsverband tussen de overheid en de ondernemers in de sector als een ideale manier van werken. “De overheid heeft sowieso een bepaalde mate van verantwoordelijkheid als het gaat om het creëren en in stand houden van een basis infrastructuur. Elke omslag kost geld, dat moge duidelijk zijn. Als de branche wordt uitgedaagd om te gaan verduurzamen, dan horen daar ook de financiële consequenties bij. Ga je dan met de duurzame aannemer in zee, of met de goedkopere collega, die nog op diesel draait? Daar mag nog wel een stuk visie in komen, vind ik. Een visie waar we met elkaar voor gaan staan en waarvan we samen de consequenties aanvaarden. Laat het een ‘stretched goal’ zijn, maar ook niet ‘overstretched’.”

Geef de natuur de kans om mee te veranderen

Er moet volgens Postma pragmatisch gewerkt worden. De uitdaging moet van diverse kanten worden aangepakt. “Wat daar ook bij hoort is een gelijkwaardig kennisniveau van opdrachtgever en opdrachtnemer. De juiste mensen, met de kennis van zaken en het benodigde mandaat, op de juiste plek. Spreek dezelfde taal en verschuil je niet achter procedures, maar zorg voor een inhoudelijke focus.” Een ander belangrijk punt betreft de natuur: “We moeten gaan nadenken over hoe het klimaat in Nederland er in de toekomst uit gaat zien en dan de natuur de kans geven zich daarop in te richten. De WUR heeft daar al een mooie aanzet voor gegeven. Dat werkt beter dan te proberen de natuur die hoort bij het oude klimaat in stand te houden. Meegaan in de evolutie, want dat wordt het namelijk, is belangrijk en dat is door de eeuwen heen altijd de kracht van ons land geweest. Dat vraagt van de politiek een lange termijnvisie. En ik hoop dat de NGO’s deze manier van omdenken ook aandurven. Dit zou kunnen betekenen dat we nieuwe natuurgebieden moeten aanleggen, een voorbeeld hiervan is de Markerwadden, ter compensatie van kleinere niet toekomstbestendige gebieden. Mogelijk kan dit ook een bijdrage leveren om de stikstofproblematiek los te trekken. ”

Goede voorlichting is van essentieel belang

“Het is belangrijk om het publiek mee te nemen in alles, wees gewoon transparant. Neem de Maasvlakte 2 als voorbeeld: Er is veel oppositie geweest. Maar het WNF vroeg zich in een vroeg stadium al af, hoe de natuur hier dan ook van zou kunnen profiteren, als het  project dan toch gerealiseerd gaat worden.  Dat project werd tijdens de uitvoering zelfs een grote toeristische attractie. Geef het dromen niet op en doe de goede dingen om van Nederland de klimaatbestendigste en duurzaamste delta ter wereld te maken. Laten we een voorbeeld zijn. Als waterbouwers hebben we de kennis om de projecten te realiseren, die nodig zijn om die veilige positie te bereiken”, aldus Postma.

Tot besluit zegt hij: “Het toekomstbestendig maken van Nederland zou eigenlijk losgekoppeld moeten worden van de dagelijkse politiek, zoals dat ook met onze veiligheid is gebeurd d.m.v. het benoemen van de Deltacommissaris.  Dit helpt om het draagvlak te vergroten en de politiek te verbinden. ”