Tagarchief: duurzaamheid

Duurzaamheid in de GWW

bouwpraktijk-kopieren
Lees het gehele artikel

“Hoe oud toch nieuw is”

Als wij naar duurzaamheid in de grond-weg-en waterbouw kijken valt op dat dit eigenlijk al heel lang een onderwerp is in de dagelijkse praktijk. Bijvoorbeeld stratenmakers of eigenlijk, zoals zij tegenwoordig heten de makers van de infra, zij zijn al eeuwen duurzaam. Gebakken straatmaterialen worden eruit gehaald en weer terug gelegd. Wij weten niet beter en het is best wonderlijk dat wij ons dat niet beseffen tot vandaag. Ineens zijn wij duurzaam. Hiermee zie je dus dat het woord een enorme betekenis heeft gekregen die door dreunt in alle facetten van ons dagelijks werk in de GWW.

Reconstructie ten behoeve van klimaatproject/duurzaamheidsproject “Emmakwartier Alkmaar”. (2019)

 

Deze betekenis wordt dus gemaakt en ingevuld door processen in onze omgeving in de praktijk maar ook in regelgeving en politiek. Sommigen ervaren dit als een dwangmechanisme maar eigenlijk is het dus doodnormaal. Je zou kunnen stellen dat de nieuwe ontwikkelingen ons helpen om duurzaamheid de body te geven die wij in de sector en ons land graag willen zien.

Grondwerkzaamheden ten behoeve van klimaatproject “terugbrengen van de Jansbeek naar het centrum Arnhem”. (2018)

 

Duurzaamheid beleven op een eigen manier

Inwoners van Nederland en dus Europa beleven deze duurzaamheid ieder op eigen wijze. Daal je dan af naar de woonwijk en stel je jezelf de vraag hoe duurzaam de reconstructie van deze wijk eigenlijk is, dan is het leuk om dit aan haar inwoners te vragen. Vraag hen hoe zij het zien en ervaren. Al eerder heb ik eens een artikel in dit magazine mogen schrijven over het Emmakwartier in Alkmaar. De inwoners daar gingen steeds meer meelopen in duurzame elementen van de reconstructie en konden ons feilloos duiden hoe zij deze duurzaamheid zagen. Voor hunzelf maar ook voor hun kinderen en de toekomst van de wijk. Daar kwam ook de opmerking vandaan hoe je met oud weer nieuw maakt. Duurzaamheid letterlijk in de praktijk. Kort samengevat kun je duurzaamheid dus vatten in een geheel van materialen en menselijk denken. Absoluut een natuurlijke beweging zoals ik wel eens zeg: als je zaken de lucht in gooit komen ze toch altijd weer naar beneden, oftewel alles wat je doet keert weer een keer terug. Het circulaire denken en doen is dus een automatisme.

Rioleringswerkzaamheden “Stadhuislaan Rotterdam”. (2019)

 

Wat gaat dit betekenen voor de toekomst?

In de GWW zie je dat zo mooi met bijvoorbeeld de machines. Een  paar jaar geleden kon men zich niet voorstellen dat zo’n grote graafmachine ook elektrisch zou kunnen zijn. Die oude machines slopen wij niet, nee die bouwen wij om. Nu zijn ze er en komt de stap van hiermee werken en er dus ook naar vragen (of als eis in je bestek opnemen), aan de orde. Daarvoor moet je lef hebben, want de eerste doemdenkers kwam ik alweer op mijn pad tegen. “Ja, twee uur doet hij het en dan moet ik zeker met een stevig diesel aggregaat hem weer opladen”, hoor je dan. Ik weet zeker dat wij de komende jaren nog last zullen hebben van zulke denkers van de remmende voorsprong, maar het gaat net als de elektrische auto, eenmaal op weg gaat het vanzelf.

Dit is ook allemaal duurzaam bouwen en de GWW sector is volop in beweging op dit gebied. Grote uitdagingen staan voor ons, maar ook bedreigingen, zoals bijvoorbeeld PFAS-vervuiling maar ook CO2 uitstoot. Wij weten steeds meer en ook delen wij onze kennis veel beter en laten elkaar daarvan profiteren. In dit magazine kun je veel lezen over de kennis en ervaringen en toepassen in je dagelijkse praktijk. Dat is straks de echte winst van duurzaamheid voor ‘people, planet en profit’. Duurzaam werken is normaal, alleen wordt het tijd dat wij dat allemaal vinden!    

16 april 2020 | Seminar – Duurzaam ontwikkelen, bouwen en onderhouden van parkeergarages

naamloos-3-kopieren
Lees het gehele artikel

DONDERDAGMIDDAG 16 APRIL 2020 | CONGRESCENTRUM DE EENHOORN – AMERSFOORT

Duurzaamheid: misschien wel het meest gebruikte woord in alle goede voornemens en beleidsplannen die we in de bouwsector tegenkomen. Maar bij mooie woorden alleen kunnen we het niet laten. Naar aanleiding van een project dat in 2016 binnen de onderhoudssector werd gestart op het gebied van Duurzaam Onderhoud van parkeergarages, zal dit thema tijdens deze middag verder worden uitgediept door sprekers uit de hele bouwketen.

Ligt bij het ontwikkelen en bouwen doorgaans wat meer de focus op het gebruiken van duurzaam geproduceerde materialen, op circulariteit en op het beperken van de afvalstromen, zal in de gebruiks- en onderhoudsfase vooral het borgen en zo mogelijk verlengen van de levensduur van garages voorop staan.

Het is voor het eerst dat in een dergelijke levenscyclus-benadering de gehele bouwketen hierover met elkaar spreekt. De organisatie verwacht daarom een zeer inspirerende middag die door interessante sprekers met aansprekende voorbeeldprojecten zal worden gelardeerd.

Doelgroepen

Voor deze middag hebben de volgende organisaties aangegeven uitnodigingen onder hun leden te zullen verzenden: NEPROM, NEVAP, IVBN, Bouwstenen voor Sociaal (gemeentelijk vastgoed), Vexpan, Coöperatie Parkeerservice, VBR, Vabor, VLB en Betonvereniging.

Kosten

Voor het bijwonen van deze interessante middag vragen wij een bijdrage van € 145,00 excl. btw per persoon.

Voor een beperkt aantal bedrijven of leveranciers die deze middag willen ondersteunen is er een gelegenheid om in de foyer een kleine stand in te richten waar zij de deelnemers vóór, tijdens en na de lezingen (borrel) verder kunnen ontmoeten. De kosten daarvan bedragen € 750,00 excl. btw (inclusief 2 toegangskaarten).

Wilt u aan deze middag deelnemen?

Zodra het programma definitief is, zal via diverse brancheorganisaties een officiële uitnodiging worden verspreid. Mocht u daar niet op willen wachten, kunt u zich alvast aanmelden per e-mail bij: info@vbr.nl. Ook bedrijven die een kleine standruimte zouden willen reserveren kunnen hier terecht.

Vexpan Nationaal Parkeercongres: duurzaamheid in parkeren & mobiliteit

nationaal-parkeercongres-2019-kopieren
Lees het gehele artikel

Op donderdag 10 oktober a.s. organiseert Vexpan het jaarlijkse Nationaal Parkeercongres in de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) te Rotterdam. Gekozen is voor het uitdagende thema ‘Duurzaamheid in mobiliteit & parkeren’. Waar raken duurzaamheid en circulariteit het onderdeel ‘parkeren’ in de mobiliteitsketen? Hoe kan het parkeerbeleid een instrument zijn voor de invulling van duurzaamheidsambities?

Duurzaamheid in mobiliteit en parkeren

Keynotes behandelen onderwerpen zoals smart mobility, nieuwe logistieke concepten in relatie tot de aanpak van CO2-reductie. Hoe ziet een duurzame mobiliteitsketen eruit, welke nieuwe ontwikkelingen zien we opkomen? Maar vooral, wat gaat de toekomst ons brengen? Op die brandende vragen laat trendwatcher duurzaamheid en technologie Melanie van Polen in haar presentatie ‘Next mobility: een toekomst vol innovaties en oplossingen’ haar licht schijnen.

Workshops

In de middag is er de mogelijkheid om in een interactieve setting verschillende workshops te volgen. Met elkaar worden probleemstellingen uitgewerkt rondom onder andere de inventarisatie van duurzame parkeerinstrumenten voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, oplaadstress bij gemeenten, fietsparkeren en on- en off-street parkeren uit. Deelnemers kunnen kiezen uit meerdere workshops en er daarvan twee bijwonen. Kom vooral met meerdere collega’s, zodat u zoveel mogelijk van de dag meekrijgt! Een workshop kan ingeruild worden voor een tour op locatie in het Innovation Dock.

Innovatieve locatie

Ieder jaar kiest Vexpan voor bijzondere locatie. Dit jaar is er gekozen voor het congresgebouw van de RDM, de voormalige “Rotterdamsche Droogdok Maatschappij”. RDM Rotterdam is de plek voor innovatie, waar verrassend dichtbij de stad bedrijven, studenten en onderzoekers samen aan technische projecten werken. Een inspirerende plek die u gezien moet hebben!

Het Vexpan Nationaal Parkeercongres 2019 is door iedereen bij te wonen. Bekijk het volledige programma op Vexpan.nl/ en meld u aan.

Ervaar de reis naar het congres als een MaaS-Experience!

We willen alle bezoekers van het congres oproepen om voor een andere manier van reizen te kiezen dan gebruikelijk. Maak gebruik van de watertaxi, elektrische scooter, gebruik de e-bike of ga met de trein. Film uw reis en vertel ons over uw ervaringen via #Vexpan, of stuur het naar info@vexpan.nl. De leukste inzending staat een mooie prijs te wachten.

Over Vexpan

Vexpan is dé autoriteit op het gebied van parkeren binnen de sector mobiliteit en stedelijke ontwikkeling. Vexpan streeft ernaar de verschillende belanghebbenden met elkaar te verbinden door informatie-uitwisseling in het kennisnetwerk, om zo integraal de kwaliteit van het vakgebied parkeren continu te verbeteren.

De Pen | Ans Rietstra Directeur Projecten bij ProRail

diner-pensant-2018-101-kopieren
Lees het gehele artikel

“Ik pleit voor burgerlijke ongehoorzaamheid zonder de wet te overtreden”

Het OV wordt gedomineerd door een duurzaam karakter. De hele context van duurzaamheid was onder meer mijn beweegreden om in 2016 toe te treden tot ProRail, als atypische functionaris op een mooie plek. Ik werk graag in het publieke domein, heb verbeteringen doorvoeren als drive en doe graag nieuwe dingen in teamverband. ProRail heeft een voorbeeldfunctie voor de rest van de markt, we zijn immers een van de grootste opdrachtgevers in de publieke sector.

Met 180 jaar op de teller zijn we ook een oude sector, waar veiligheid altijd dominant aanwezig was. Dat is prima, want iedereen die op en aan het spoor werkt zien we graag veilig thuiskomen. Door regels en voorschriften echter, constateer ik dat innovatie maar langzaam op gang komt. Om die reden heb ik nu een groep mensen aan het werk gezet om die regels en voorschriften dusdanig vorm te geven, dat aannemers innovatief kunnen en mogen zijn op het terrein van duurzaamheid en toch rendabel kunnen werken.

Oprechte bedoeling als uitgangspunt

Wanneer we oprechte bedoelingen als uitgangspunt vooropstellen, dan mogen de regels daarop aangepast worden. Om dat te kunnen doen moet de dialoog mogelijk gemaakt worden. Het is zeker geen makkelijke klus om aannemers in de gelegenheid te stellen om duurzaam te zijn, te innoveren en zichzelf daardoor niet uit de markt te laten prijzen. Dat vraagt om gezamenlijk onderzoek en de nodige experimenten. Ik pleit daarom voor burgerlijke ongehoorzaamheid zonder de wet te overtreden. We hebben behoefte aan mensen en organisaties die het voortouw willen nemen om de bedoeling van duurzaamheid vooropstellen, om de klus te klaren. Die zoektocht vindt zowel extern als intern plaats. We zoeken mensen die denken in kansen en deze ook echt benutten, in plaats van in beperkingen te denken.

Duurzaamheid gaat ook over de mens zelf

Het streven is om duurzame relaties te creëren tussen mensen, duurzame verbindingen te leggen. Daarom zoek ik mensen die zich uitgedaagd voelen en bereid zijn om voor de lange termijn te gaan. Mijn rol daarin is het inspireren en motiveren van deze mensen, ProRail is bij uitstek de geschikte organisatie voor het realiseren van een dergelijke duurzaamheidsdoelstelling. Ik ben het aan mijn stand verplicht om dat te doen, anders zou ik hier niet werken.

Deze mindset in het werk heb ik al vanaf mijn 28e. Ik ben een “mensen-mens” en geloof niet in het voorschrijven van iets zonder daar zelf ook in te geloven. Daarom bewijs ik graag dat het wèl kan. Het feit dat je iets goeds doet, iets leuks neerzet voor de mensen, is een enorme motivator. Dat je dit als projectmanager en -groep kan laten zien is geweldig!

Werken in beheersbare stappen

ProRail doet mee aan een aantal buitenlandse initiatieven. Als ProRail hebben we een alliantie met Rijkswaterstaat, samen wisselen we kennis uit met het buitenland. Soms is het lastig, omdat wij in Nederland een beduidend andere structuur kennen. We leren echter van elkaar en maken een goede vertaalslag voor Nederland. Geen sinecure! Wat betreft de medewerking van de politiek: we kunnen alleen maar hopen -en voor een deel afdwingen met respect- dat er maximale medewerking verleend wordt. Zelf ben ik ervan overtuigd dat we in beheersbare stappen te werk moeten gaan en daarbij eerst “het laaghangende fruit” moeten plukken. Een voorbeeld daarvan is het hergebruik van ballast. Hoe zorgen we dat het hek van de aannemer twee meter verder komt te staan? Voorschriften dienen we daarbij gedifferentieerd toe te passen. Als drijfveer geldt: “Hoe kunnen we het voor onze kinderen beter maken?”

Elkaars kracht gebruiken in plaats van misbruiken

Je krijgt je zin pas als je bedoeling goed is. Als je aan het roer staat, dan moet je zorgen dat je bemanning goede dingen doet. Eerst vragen stellen, dan pas oordelen. Als leider moet je inspireren en de dialoog faciliteren. Ruimte creëren om mensen te laten excelleren. We moeten elkaars kracht gebruiken, niet misbruiken.

Duurzaamheid is niet duur. Er kan gewoon verdiend worden, als je de zaken goed aanpakt. Wel moet men durven investeren, elke (r)evolutie heeft geld gekost!

De waarde van een project en onderneming wordt medebepaald door de mate van duurzaamheid

hl_tunnelbw2
Lees het gehele artikel

Hedendaagse vraagstukken die de nodige uitdagingen met zich meebrengen en vragen om innovatieve, werkende oplossingen zijn digitalisering, duurzaamheid, energietransitie en klimaatadaptatie. Advies- en ingenieursbureau Lievense heeft in haar dienstverlening deze vier actuele thema’s centraal staan. Tegenwoordig wordt de waarde van een project en onderneming medebepaald door de mate van duurzaamheid. Lievense streeft ernaar om een bijdrage te leveren aan duurzame oplossingen voor infra-, bouw- en milieuvraagstukken en heeft zichzelf duurzaamheidsambities opgelegd.

Lievense is bij meerdere projecten betrokken (geweest) op verschillende niveaus waarbij circulariteit een belangrijke rol speelt. In Friesland en Groningen is onder meer gewerkt aan de volgende projecten waarbij is gestreefd naar het opnieuw gebruiken van (bouw)materialen.

Gemaal Fallingabuorren in Ferwoude
Wetterskip Fryslân is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de provincie Friesland en het Groninger Westerkwartier. In opdracht van Wetterskip Fryslân heeft Lievense een studie uitgevoerd naar het gebruik van bestaand beton in een nieuwe betonconstructie. Het resultaat van deze studie is onder andere de ontwikkeling van een stroomschema om het toegestane percentage hergebruik betongranulaat per object te bepalen. In dit schema staat vermeld aan welke eisen het betongranulaat moet voldoen en wat de gevolgen zijn. Er wordt onderscheid gemaakt in het hergebruiken van nog te slopen betonconstructies die gebruikt worden voor het nieuwe betonmengsel én het toepassen van betongranulaat in het betonmengsel. De kennis is toegepast bij het project gemaal Fallingabuorren, waarbij een bestaand gemaal is gesloopt en het beton vervolgens is hergebruikt in de nieuwe betonconstructie. 

Het effect van het toepassen van betongranulaat in plaats van ‘normaal’ toeslagmateriaal, wordt sterk bepaald door de hoeveelheid. Bepalend voor de maximale hoeveelheid betongranulaat zijn de specifieke prestaties die aan het beton worden gesteld. Bijvoorbeeld de sterkte-, milieu-, en consistentieklasse en de toepassing. Voor het behalen van de circulaire doelen heeft Lievense zowel het voorlopig ontwerp, definitief ontwerp als bijhorende RAW bestek opgesteld. Het gemaal is in 2018 gerealiseerd door Oosterhuis BV uit Nijeveen.

Duurzaamheid

Gemaal Fallingabuorren Ferwoude.


Brug Aldwaldmersyl in Oudwoude
Voor gemeente Noordoost Friesland heeft Lievense een studie uitgevoerd naar de toepassing van een tweedehands brug in samenwerking met OHPEN Ingenieurs, Farsk Architecten en Hogeschool NHL Stenden.

De Aldwaldmersyl is een oude sluis in de Wâlddyk, een slaperdijk ten noorden van Kollum in Noordoost Friesland. De bestaande brug is aan het eind van zijn levensduur en heeft onvoldoende draagvermogen voor het hedendaagse verkeer. Voorkeur ging uit naar een circulaire oplossing, namelijk het benutten van een tweedehands brug. Het valdeel van een oude brug uit buurtschap Ritsumasyl werd mogelijk geschikt geacht om de brug aan de Wâlddyk in Oudwoude te vervangen.

Het idee om een oude brug te hergebruiken, ontstond uit een innovatieve samenwerking tussen de overheid, het onderwijs en het bedrijfsleven. Betrokken partijen bij dit project waren advies- en ingenieursbureau Lievense, DDFK Gemeenten, NHL Stenden, FARSK, Koninklijke Oosterhof Holman en OHPEN Ingenieurs betrokken. Alle betrokkenen zagen de noodzaak in van het hergebruiken van schaarse middelen en het doorbreken van traditionele samenwerkingsvormen.

Het haalbaarheidsonderzoek, dat inzicht geeft in de wijze waarop het vernieuwen van de brug in Oudwoude tot stand komt, werd met een positieve conclusie afgesloten. Vervolgens werd een inpassingsplan opgesteld waarin alle stappen van de plaatsing van de brug uitgebreid beschreven zijn. Achteraf bleek dat het tweedehands brugdek chroom-6 bevatte wat uiteindelijk heeft geleid tot het niet benutten van dit brugdek. De bestaande brug wordt grotendeels gehandhaafd. Lievense verzorgt hierbij de begeleiding van het constructief ontwerp.

Dit project heeft aangetoond dat het mogelijk is om op relatief korte termijn duurzame initiatieven in de praktijk te brengen. De focus in dit project lag op het doel en minder op mogelijke obstakels, eenvoudigweg omdat de obstakels vooraf nog niet bekend waren. Met het project ‘Tweedehands brug Aldwaldmersyl’ heeft het projectteam laten zien dat zij vooroplopen als het gaat om het hergebruiken van grote bouwmaterialen. 

Duurzaamheid

Bestaande brug Aldwaldmersyl. (Beeld: Vliegend.nl BV)


Amalia tunnel Julianaplein te Groningen
In 2008 is het Julianaplein in Groningen gereconstrueerd. Hierbij is onder meer de Amaliatunnel speciaal voor fietsers en voetgangers gebouwd. Binnen het D&C contract is de Amaliatunnel destijds door Lievense ontworpen in prefab elementen die middels naspanning aan elkaar zijn gekoppeld. 

Met de komst van de zuidelijke ringweg in Groningen dient de Amaliatunnel te worden verwijderd. Met de kennis van nu leent het ontwerp zich prima voor hergebruik. Gezien de geringe leeftijd van de tunnel zal deze worden gedemonteerd en op een andere locatie binnen de gemeente Groningen worden hergebruikt. 

In de nieuwe situatie is het niet meer mogelijk de tunnelelementen op de oorspronkelijke wijze te koppelen en de waterdichtheid te garanderen. Daarom is gekozen voor aanleg boven de grondwaterstand op een (onderheide) betonvloer. Het haalbaarheidsonderzoek van het hergebruik van de tunnel wordt momenteel uitgevoerd door Lievense. 

“Duurzaam bouwen, maar niet ten koste van de kwaliteit”

cover-2-kopieren
Lees het gehele artikel

Betoncentrales leveren een grote bijdrage aan een groenere bouwsector, ook voor grond-, weg- en waterbouw. Duurzaamheid speelt een steeds grotere rol bij de voorbereiding en uitvoering van projecten. Het Duurzaamheidsverslag Betonhuis Betonmortel dat onlangs is gepresenteerd brengt de vergroening van de sector in kaart.

“We lopen in Nederland ver voorop waar het gaat om duurzaamheid van beton. We zijn al heel lang bezig met verduurzaming van de betonindustrie en hebben een grote slag gemaakt. De CO2-uitstoot daalt al vijf jaar”, zegt Paul Ewalds, sectorsecretaris Betonmortel van Betonhuis. De cijfers ondersteunen zijn uitspraak: uit het Duurzaamheidsverslag Betonmortel blijkt dat we met de 15 miljoen kuub beton die Nederland jaarlijks produceert slechts 1,5% van de CO2-uitstoot veroorzaken. In de EU is dat gemiddeld 4 tot 6% en wereldwijd zelfs 9%. Ten opzichte van 2012 wordt bij de productie van betonmortel nu 10% minder CO2 geproduceerd.

Zuinig transport

De verduurzaming van de betonindustrie vindt voor een belangrijk deel plaats op het gebied van energiegebruik, waaronder transport en de brandstof voor truckmixers valt. Zuinig rijden, verplaatsen van wegvervoer naar vervoer over water, efficiëntere logistiek en de overgang naar niet alleen elektrisch rijden maar ook elektrische truckmixertrommels leveren een aanzienlijke CO2-besparing op, zo meldt het verslag. Ook de transportafstand naar het werk is daarbij relevant, zegt Ewalds: “Er is bij diverse regionale overheden het besef gerezen dat de betonindustrie een belangrijke plek heeft, ook in het stedelijke gebied. Betoncentrales gaan hier prima samen met wonen en vervullen een maatschappelijke functie bij onder andere de realisatie van de bouwopgave. Ook dit levert kortere transportafstanden op.”

Slim gebruik van bindmiddelen

De grootste bijdrage aan de CO2-uitstoot van betonmortel wordt veroorzaakt door het bindmiddel. Verduurzaming gaat dan om de keuze van het cement, maar ook om het gebruik van alternatieve bindmiddelen zoals vliegas en hoogovenslak. Bij de productie daarvan komt minder CO2 vrij. Daarnaast wordt het hergebruik van materialen steeds verder geoptimaliseerd. Het gebruik van secundaire grondstoffen, waaronder betongranulaat, ballastgrind, vliegas en hoogovenslak is afgelopen jaar licht gestegen ten opzichte van 2016 van 4,2 naar 4,5%.

“Dit zijn mooie resultaten”, zegt Ewalds. “Maar dat wil niet zeggen dat het niet beter kan. Daarvoor heeft Betonhuis twee instrumenten. De eerste is het CSC-keurmerk. Dat is zes jaar geleden gegroeid uit een Nederlands initiatief om de betonketen, van grondstof tot beton, duurzamer te maken. Het CSC-keurmerk is nu internationaal. Nederlandse bedrijven zijn houder van ongeveer de helft van de certificaten, maar andere landen zoals Turkije en Duitsland zijn op de goede weg.”

Het tweede instrument is de Benchmark Betonmortel, een online vergelijkingstool voor een duurzame bedrijfsvoering en productie. Betonbedrijven die lid zijn van Betonhuis kunnen de gegevens van hun productieproces zoals bindmiddelen, toeslagstoffen en energieverbruik, online invoeren en vergelijken met het gemiddelde in Nederland. “Wij denken dat deze vrijwillige methode om aan de slag te gaan met duurzaamheid onze leden beter helpt dan het opleggen van maatregelen. En dat dit werkt blijkt wel uit de resultaten van deze rapportage.”

Kennis in huis

Ewalds benadrukt dat alleen focussen op duurzaamheid in de betonindustrie een risico inhoudt. “Duurzaamheid gaat voor ons niet boven kwaliteit. Het gebruik van andere soorten bindmiddel kan invloed hebben op de levensduur en de bestendigheid tegen externe factoren zoals zout water. Een voorbeeld: als je kiest voor een betonproduct met een zeer lage CO2-uitstoot, bijvoorbeeld door een alternatief bindmiddel te gebruiken en ook nog eens een hoog gehalte aan betongranulaat wil toepassen, dan kan de levensduur van het product korter zijn. Je kunt niet alles tegelijk hebben.”

Ewalds benadrukt dat het maken en verwerken van goede betonmortel met de gewenste eigenschappen heel veel kennis en expertise vereist. “Het is echt een vak. De leden van Betonhuis Betonmortel hebben die kennis in huis. Bij complexe projecten, waarbij duurzaamheid en circulariteit een rol speelt, is het verstandig in de bestekfase onze leden te betrekken bij het bouwproject.”