Tagarchief: Delfzijl

Van baggerslib naar dijkenklei: “Building with Nature”

foto-kleirijperij-cell-13-melle-koelewijn
Lees het gehele artikel

In Delfzijl ligt op een terrein van zo’n 15 hectare klei te rijpen, die is gemaakt van baggerslib uit de Eems-Dollard. Een pilotproject, deze “Kleirijperij”, bedacht en uitgevoerd door een consortium met daarin Ecoshape (Van Oord, Boskalis, Arcadis, RHDHV, Witteveen+Bos, Wageningen Marine Research en Deltares), Groningen Seaports, Rijkswaterstaat, Het Groninger Landschap, Provincie Groningen en het Waterschap Hunze en Aa’s.

Het doel van deze pilot? Bruikbare klei creëren die toegepast kan worden om een afgekeurde zeedijk over een lengte van 12,5 km te kunnen verstevigen. We praten over dit unieke project met Marcel van den Heuvel, Technisch Manager Kleirijperij en Engineering Specialist bij Van Oord en Erik van Eekelen, Programmamanager bij EcoShape en Lead Engineer Environmental bij Van Oord. 

Links Erik van Eekelen, Programmamanager bij EcoShape en Lead Engineer Environmental bij Van Oord en rechts Marcel van den Heuvel, Technisch Manager Kleirijperij en Engineering Specialist bij Van Oord.

Een mooie stap vooruit voor de waterbouwsector

Waarom is Van Oord betrokken bij Ecoshape, vragen we. Van Eekelen legt uit: “Building with Nature wordt door Van Oord hoog in het vaandel gedragen. Innovatieve ontwikkelingen die bijdragen aan meer duurzaamheid in de waterbouwsector zijn belangrijk voor iedereen. De kennis daaromtrent delen we graag, zodat iedereen daarvan kan profiteren. Op deze manier worden waterbouwkundige werken beter en daarmee ook beter haalbaar. Door het Building with Nature principe willen we proactief nadenken over het gebruik van natuurlijke middelen, met een positief effect op het ecosysteem. Daar hangt een groot maatschappelijk belang aan, niet alleen voor Van Oord als aannemer, maar voor de hele Nederlandse waterbouwsector.”

100% groen bouwmateriaal

De Pilot Kleirijperij in Delfzijl bevat baggerslib uit de Eems-Dollard. Via een natuurlijk proces moet het baggerslib inklinken en uiteindelijk steekvaste klei opleveren. “Het mooie is dat wat er op de ene plaats te veel is, het baggerslib, uiteindelijk ingezet kan worden om een tekort op een andere plaats op te lossen, namelijk klei. De dijk in nood kan straks met de rijpe klei verstevigd worden op een 100% groene manier”, vertelt Van den Heuvel. “Doordat er geen aanvoer van klei vanuit verre gebieden gedaan hoeft te worden, is deze manier van werken extra duurzaam. Nog mooier is dat door het gebruik van klei als natuurlijk bouwmiddel, de dijk haar groene karakter blijft behouden. Daar waar anders asfalt als oplossing ingezet zou worden, vinden we straks een 100% groen bouwmateriaal ter versteviging.”

Juli 2019: het rijpende slib krijgt al een echte kleistructuur. (Beeld: Deltares)

Pilot volgt een eerste proef op

“Het idee is in 2014 al ontstaan, toen EcoShape een programma opstartte met de samenwerkende waddenzeehavens die allemaal last hebben van slib. Er vindt relatief veel onderhoudsbaggerwerk plaats en er kan niet hard ingegrepen worden, omdat de Waddenzee tot het Unesco werelderfgoed behoort. Samen hebben we toen projecten gedefinieerd, waaronder de kwelderproef Delfzijl en de slibmotor in Harlingen. Sedimentmanagement is een groot ding. Er waren al Ecoshape partners bezig met het Eems-Dollard probleem, toen de waterschappen aanklopten voor dijkversterking en een andere oplossing zochten dan traditioneel asfalt. Groene dijken hebben een landschappelijke waarde, vandaar dat er een grote kleibehoefte is”, vervolgt Van Eekelen. “In 2015 zijn we bij elkaar gaan zitten met onze ideeën, die we op ware schaal wilde beproeven. In juli 2017 hebben we met 6 partijen onze handtekening onder de uitvoer van deze proef gezet. Zo hebben we nu een paar hectare ingericht en is de kleirijperij een feit. Op 5 april 2018 kwam het eerste slib in het depot.”

De 15 proefvakken, ofwel depots, zijn een kleine 100 x 100 meter per stuk en hebben een gemiddelde diepte van 1,5 meter. “Iedereen was verrast hoe snel er zich een korst op de depots vormde, die waren gevuld met vloeibaar slib met een substantiedichtheid gelijk aan chocolademelk. De korst bedroeg al snel 30 tot 40 cm dikte, de klei droogt uit door krimp en inklinking. Dan komt er meer zuurstof bij”, legt Van den Heuvel uit. “Het is deels een fysisch en deels een chemisch proces. Water, zout en organische stoffen (algen et cetera) moeten eruit omdat het dijkenklei moet worden, die voldoet aan de daarvoor geldende richtlijnen met betrekking tot dichtheid, zoutgehalte en organische stoffen.” Van Eekelen voegt toe: “De eisen voor dijkenklei zijn één op één doorvertaald in de pilot.”

Tweede locatie is een feit

Inmiddels is er een tweede locatie bijgekomen, waarmee het totaalaantal proefvakken op 25 is komen te liggen. “Geen vak is hetzelfde, er wordt gevarieerd in laagdikte, soms is er sprake van een drainerende zandlaag, soms van actievere bewerkingslagen. Ook laten we sommige vakken begroeien en is er een vak dat voor de helft gevuld is met zoet water, om de zoutonttrekking te beïnvloeden. De pilot is geslaagd als we een goede businesscase kunnen maken”, aldus Van den Heuvel.

Voor Van Oord is het belangrijk om de processen in kaart te brengen waarmee andere soorten slib kunnen worden omgezet. “Als de techniek als maatwerk toepasbaar is op slib in bepaalde gebieden, waar ook ter wereld, dan kun je dus dichtbij de bron klei maken. Dit kan in sommige delen van de wereld een uitstekende oplossing worden. Daarom moeten we erachter komen hoe je het soort slib determineert, welke klei je nodig hebt en welk proces daarbij hoort”, legt Van Eekelen uit. “Voor Van Oord telt vooral deze doorvertaling naar bredere toepasbaarheid. Deze is technisch, maar juist ook gericht op omgevingsmanagement, waarbij de natuur een essentiëel component van het totaal wordt.”