Tagarchief: Centrum Hout

Dit is waarom hout dé duurzame oplossing is! 

Header-Vakwerkbrug-te-Oirschot-Bron-Wijma-Kampen
Lees het gehele artikel

Waarom hout?

Hout kent vele eigenschappen die naadloos bij de ambities, doelstellingen en eisen van de overheid passen rond klimaat-, grondstoffen- en afvalbeleid, duurzaam inkoopbeleid (MVI), milieubeleid (reductie milieubelasting) en de circulaire economie. Hernieuwbaarheid, bio-based, repareerbaarheid, herbruikbaarheid, recycling, duurzame herkomst, lage milieukosten, lage CO2-footprint, CO2-sink (opslag), lichte gewicht, bewerkbaarheid, prefabriceerbaarheid, losmaakbaarheid en mogelijkheid tot energie- en warmte terugwinning zijn karakteristiek; dit, naast de uitstekende technische en esthetische eigenschappen van dit natuurlijke materiaal. Door meer bio-based producten, zoals hout, toe te passen wordt direct invulling gegeven aan verschillende vigerende beleidsdoelstellingen.

Gebruik duurzaam gecertificeerd tropisch loofhout waarborgt herkomst en beschermt bos tegen ontbossing (Centrum Hout)

Duurzaam bio-based

Hernieuwbare materialen uit duurzaam beheerde bron zijn voor het halen van de circulaire doelstellingen van zeer groot belang. De fractie bouwmaterialen die weer terugkeert in de bouw (en gww) na sloop is volgens onderzoek zeer beperkt. De potentie tot maximalisatie van hergebruik vanuit de bestaande bouw is volgens het EIB ook in de toekomt beperkt (EIB, 2019). Hout en andere hernieuwbare, duurzaam beheerde bio-based producten zijn dus noodzakelijk ter aanvulling van het gebruik van secundaire gerecyclede materialen.

Hout is op dit moment het meeste gebruikte bio-based materiaal voor de gww. Alternatieve materialen worden steeds meer geprofileerd als ‘’bio-based’’, terwijl vaak onbekend is wat de content aan natuurlijke koolstof in het product is. Bio-based (composiet) bruggen hebben regelmatig alleen een dek van kunsthars met een, niet nader aangeduid, bio-based aandeel. Er bestaat inmiddels een Europese norm (EN 16785) om te bepalen of samengestelde producten of chemische grondstoffen aanspraak kunnen maken op de term ‘’bio-based’’, inclusief bijbehorend certificeringstraject om ‘’greenwashing’’ te voorkomen. Natuurlijke materialen als hout hoeven zich niet te laten certificeren.

Met 800 meter lengte is de Pieter Smitbrug de langste wandel- en fietsbrug in Europa (Wijma Kampen)

Niet voor niets meer duurzame projecten in hout

Steeds meer opdrachtgevers kiezen voor hout. Provincie Groningen realiseerde recent, na een uitvraag op milieukosten en CO2-footprint, de Blauwe loper, met daarin de Pieter Smit brug. Deze 800 meter lange wandel- en fietsbrug in hout (en staal) is de langste van Europa. De brug heeft een ontwerplevensduur van 80 jaar en is onderhoudsarm ontworpen. Gemeente Oirschot kreeg na wat beginnersangst voor hout bij ingenieursbureaus in 2020 haar prachtige, beeldbepalende vakwerkbrug over het Wilhelminakanaal. Ook ProRail lijkt om. Na de imposante houten dakconstructie van station Assen zal ook Station Ede-Wageningen worden verrijkt met een prachtige houtconstructie. Ook het ontwerpteam verkeersbrug Balgzand van Rijkswaterstaat heeft op een later tijdstip varianten in hout ingebracht, die beter bleken te scoren op klimaateffect, materiaalgebruik en circulariteit, dan de traditionele materialisatie.

Grafiek 3: a) Milieukosten voor het verval over de sluisdeuren bij een doorvaar-breedte van 10 meter (links) en b) 12,5 meter (rechts) (RWS, 2021)

Hoe overtuig ik de opdrachtgever dat hout duurzaam is?

De houtsector heeft op dit moment als enige bouwmateriaal, en al ruim 25 jaar, wereldwijd erkende certificeringssystemen die de duurzame herkomst van hout aantonen en waarborgen.     

Deze systemen waarborgen de maatschappelijke waarden van onder meer biodiversiteit, landschap, waterberging en rechten van lokale bevolking. Tegelijkertijd leggen deze bossen samen met de langdurige inzet van hout in de bouw en gww een enorme bijdrage aan het verlagen van het broeikaseffect. De Nederlandse overheid heeft hier dan ook speciaal duurzaam inkoopeisen voor opgesteld, die weer door de commissie inkoop duurzaam hout (TPAC) gecontroleerd worden (www.inkoopduurzaamhout.nl). Hout met een certificaat van FSC, PEFC, Keurhout of STIP, is aantoonbaar afkomstig uit duurzaam beheerde bossen en wordt gecontroleerd van ‘oogst tot waterkant’. Deze certificaten voldoen aan de duurzame inkoopcriteria van de Nederlandse overheid (TPAC). In Nederland is ‘’duurzaam hout’’ ruim voorradig. Op dit moment is ruim 83% van al het hout dat wordt geïmporteerd al voorzien van deze certificaten en dus afkomstig uit duurzaam beheerde bossen. De leveranciers die lid zijn van de Nederlandse Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen komen zelfs op 93% aantoonbaar duurzaam voor hun importen (Probos, 2021)

Grafiek 1: In de ontwerpfase is de invloed op de totale kosten het grootst (Blom, 2013)

En de ontbossing dan?

Die zorg is begrijpelijk, maar als het gaat om het gebruik van duurzaam gecertificeerd hout niet nodig. Bossen die duurzaam worden beheerd blijven door houtverkoop met certificaat in stand en kunnen weerstand bieden tegen investeerders in andere landgebruikstoepassingen. Bos in met name de tropische gebieden die niet onder duurzaam bosbeheer zijn gebracht, lopen een groot risico om te worden vernietigd. Dat komt doordat ze geen of onvoldoende geld opbrengen. Landbouwgewassen als soja, palmolie of cacao leveren veel meer en sneller winst op: ‘’A forest that earns its own living, has a greater chance of survival’’. Willen we dat bossen in de tropen behouden blijven en dat de biodiversiteit in stand blijft, dan is het juist verstandig om het duurzaam geproduceerde hout uit deze bossen wel te gebruiken. Want dat levert de benodigde inkomsten op om het beheer uit te voeren, stroperij tegen te gaan en lokale bevolking te ondersteunen. Koop dus altijd duurzaam in, neem in bestekken en aanbestedingen altijd op dat het hout moet zijn gecertificeerd en voldoet aan TPAC. Als Europa 100% duurzaam geproduceerd hout in zou kopen zou dat een positief effect hebben op het behoud van 18 miljoen hectare bos en zou jaarlijks kunnen bijdragen aan maar liefst 100 miljoen ton CO2– vastlegging  (Probos, 2020). 

Grafiek 2: MKI voor set van 2 puntdeuren + reserveset gedurende 100 jaar (casus)(RWS,2021)

Levensduur van houttoepassingen

De levensduur van een houttoepassing is vooral afhankelijk van ontwerp en detaillering. Door de juiste aandacht en energie te steken in deze fase van het project kan de meeste winst worden behaald over de gehele levensduur (zie grafiek 1). Daar waar hout langdurig in aanraking komt met grond en water, is ook de houtsoort- of productkeuze bepalend. Zo lang hout snel kan drogen is de kans op aantasting beperkt. Door slim en luchtig te detailleren kan de levensduur van een houttoepassing aanzienlijk worden verlengd. Zo blijkt uit onderzoek dat de toepassing van bijvoorbeeld het aanbrengen van een dekplank op een houten damwand de levensduur eenvoudig met gemiddeld 20% kan verlengen, van gemiddeld 36,6 jaar naar 43 jaar (Centrum Hout, 2018).

Door brugdekken anders te monteren op de onderconstructie kan aanzienlijke winst worden behaald. Na de zomer verschijnt het CROW-CUR Handboek: Hout in de Grond-, Weg- en Waterbouw, over duurzaam ontwerpen en detailleren, met veel voorbeelden van hoe de levensduur te verlengen.

Grafiek 4: Totale levensduurkosten op basis van investeringskosten, contante waarde en totale projectkosten (RWS, 2021)

Houtsoortkeuze en levensduur

De houtsoortkeuze wordt met name bepaald door de plaats en toepassing, de bijbehorende risicoklasse en de benodigde sterkteklasse op basis van het ontwerp. Voor gebruik met grond- en watercontact zijn houtsoorten met een hoge weerstand tegen schimmels nodig, of wel met een natuurlijke duurzaamheidsklasse 1 of 2. Houtsoorten als azobé, bilinga, okan, tali, massaranduba en angelim vermelho zijn bekende houtsoorten in de gww, maar er zijn er ook andere minder bekende houtsoorten (NEN 5493: 2010) en gemodificeerde houtproducten (thermisch of chemisch) die aan deze eis voldoen. Door de gewenste duurzaamheidsklasse en sterkteklasse (prestatie-eisen) op te nemen in uw bestek of contract, en niet gemakshalve over te nemen uit een bestaand bestek, kan de toeleverancier een optimaal voorstel doen: het juiste hout op de juiste plaats. Prestatiegericht voorschrijven is niet alleen gunstig voor de prijsvorming en leverzekerheid, maar ook voor het bos. Want het duurzaam beheerde bos produceert veel meer betrouwbare houtsoorten dan nu worden voorgeschreven. Bestekteksten zijn te vinden op
www.houtindegww.nl/technische-info/.

En de (levensduur)kosten?

Beslissingen rond projecten werden tot nu toe meestal genomen op basis van de investeringskosten en risico en er was voor vervolgkosten, zoals onderhoud, niet standaard een budget beschikbaar. Ook werd er geen rekening gehouden met de milieukosten. Gelukkig nemen opdrachtgevers steeds vaker de totale levensduurkosten (Total Cost of Ownership) als basis voor beslissingen. Hierbij spelen levensduur en de milieubelasting een belangrijke rol. Naast vergelijkingen van de TCO (of Life Cycle Costing (LCC) van bruggen (RvO, 2013) en damwanden (Centrum Hout, 2016) is er recent in opdracht van Rijkswaterstaat een onderzoek in het kader van het project MultiWaterWerk (MWW) uitgevoerd naar de LCC van sluisdeuren, met het oog op meer standaardisatie in de toekomst. Op basis van een referentie opgave hebben tenderclusters de technische specificatie en bijbehorende levensduurkosten over een ontwerplevensduur van 100 jaar berekend voor sluisdeuren in staal, hout en vezelversterkt kunststof (VVK).
Uit het onderzoek blijkt dat houten sluisdeuren de meest gunstige milieukosten (MKI in €) hebben (zie grafiek 2). 

Nemen we ook het verval mee dan scoren houten sluisdeuren het beste voor sluizen met een verval tot maximaal 7 meter, bij een doorvaarbreedte van 10 en 12,5 meter. Bij een groter verval scoren stalen sluisdeuren licht beter. Sluisdeuren van vezelversterkt kunststof (VVK) en hybride sluisdeuren scoren op dit punt het slechtst (zie grafiek 3a en b). Ook op de totale levensduurkosten (TCO) scoren de houten sluisdeuren het beste over 100 jaar, ondanks tussentijdse vervanging en onderhoud (zie grafiek 4).

Meedenken en schrijven aan leidraad voor houten bruggen?

Bouwcampus, RWS, Centrum Hout en FSC Nederland werken met tientallen gemeenten, provincies, waterschappen en andere ketenpartners aan het opstellen van een ‘Leidraad Houten bruggen’ voor opdrachtgevers. Mee doen of meer weten: https://debouwcampus.nl/trajecten/hout-in-de-gww   

Literatuurlijst is opvraagbaar bij Centrum Hout

Twijfels over levensduur en circulariteit in de grond-, weg- en waterbouw

foto-3-circularie-brug-kopieren
Lees het gehele artikel

Om onze klimaat- en circulaire doelen te halen, moeten we hard aan de slag. Er zijn forse
aanpassingen, investeringen en principiële keuzes nodig om echt duurzaam, circulair en
bio-based te gaan werken en daarmee de CO2-uitstoot te beperken en het grondstoffen-
verbruik te verminderen. Het gebruik van hout in de gww kan daarin een belangrijke rol spelen. ‘Levensduur’ of ‘circulariteit’ worden nog al eens gebruikt als argument om niet voor hout te kiezen, maar dat blijkt soms wat anders te liggen dan gedacht, zo blijkt uit onderzoek.

Levensduur houten damwanden en beschoeiingen langer

Houten damwanden worden in Nederland al toegepast sinds de Romeinen. De toepassing van tropisch loophout deed zijn opgang sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw. Er is dus zeer veel ervaring opgedaan met dit materiaal. In de praktijk wordt vaak gerekend met een levensduur van 25 jaar voor houten damwanden, terwijl er zeer veel projecten bekend zijn die veel ouder zijn. Om beter inzicht te krijgen in de levensduur van houten damwanden in de praktijk, is recent een onderzoek uitgevoerd in opdracht van Centrum Hout/VVNH1). Het ingenieursbureau heeft op basis van haar assetssysteem de onderliggende dossiers van 2.390 projecten, met een gezamenlijke lengte van ruim 445 kilometer, geanalyseerd en hiervan de gemiddelde levensduur bepaald. Conclusie is dat damwanden en beschoeiingen van houtsoorten met een natuurlijke duurzaamheidsklasse 1 (NEN-EN 335) een gemiddelde levensduur hebben van 36,6 jaar. Dat is ruim boven de ontwerplevensduur van 30 jaar, die door veel opdrachtgevers wordt geëist. Er is zeker sprake van spreiding en slechter scorende projecten, maar ook werden projecten gevonden tot maar liefst 60 jaar oud. Daarmee is ook aangetoond dat een gemiddelde levensduur van 25 jaar, waar in de volksmond veel over gesproken wordt, naar boven moet worden bijgesteld.

Ook is in het onderzoek gekeken naar de factoren die invloed hebben op de levensduur: een duidelijk langere levensduur is te behalen met een goede detaillering en het toepassen van een deksloof, zo is vastgesteld. Dit zorgt voor een verlenging van de levensduur naar een gemiddelde leeftijd van 43 jaar. Geografische positie, bodemtype en waterkwaliteit lijken geen significante invloed te hebben op de levensduur. De invloed van bermbeheer zou nog verder onderzocht moeten worden, omdat deze data geen onderdeel zijn van het assetmanagementsysteem.

Red het woud

Een andere reden waarom hout niet wordt toegepast is omdat inkopers, beleidsmakers en adviseurs vaak niet goed weten waar het hout vandaan komt en of het gebruik ervan invloed heeft op ontbossing. Die zorg is begrijpelijk, maar niet nodig. Het is zelfs zo dat voor (semi)overheidsprojecten duurzame inkoopregels zijn geformuleerd voor hout en als men die toepast het bos – in met name de tropen – juist wel vaart bij het gebruik van het hout dat uit die bossen afkomstig is. Hout met een certificaat van FSC, PEFC, Keurhout of STIP, is afkomstig uit duurzaam beheerde bossen en wordt gecontroleerd van ‘kap tot schap’. Deze certificaten voldoen aan de duurzame inkoopcriteria van de Nederlandse overheid (TPAC). In Nederland is ruim 86% van al het hout dat wordt geïmporteerd voorzien van deze certificaten en dus afkomstig uit duurzaam beheerde bossen. Bossen die niet onder duurzaam bosbeheer vallen, lopen een grote kans om te worden vernietigd. Dat komt doordat ze geen of onvoldoende geld opbrengen. Landbouwgewassen als soja, palmolie of cacao leveren veel meer en sneller harde valuta op. Willen we dat bossen in de tropen behouden blijven en dat de biodiversiteit in stand blijft? Dan is het juist verstandig om het duurzaam geproduceerde hout uit deze bossen wel te gebruiken, want dat levert de benodigde inkomsten op om het beheer uit te voeren, stroperij tegen te gaan en lokale bevolking te ondersteunen: ‘Red het woud, koop duurzaam geproduceerd hout’.

Aan de slag met CirculairPlus

Een belangrijk middel om milieuwinst te behalen, schaarste en afval te voorkomen en daarmee ook een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen is circulariteit. Het rijksbrede programma ‘Nederland circulair in 2050’’ beschrijft de doelstellingen om tot een circulaire economie te komen. Er wordt, door Rijkswaterstaat, het ministerie van I&W en CB23, samen met maatschappelijke partijen hard gewerkt aan het meetbaar maken van circulariteit van projecten en gebouwen. Hierbij is vooral aandacht voor de fossiele en minerale grondstoffen, omdat deze de grootste milieubelasting vormen en de grootste kans hebben om schaars te worden. De focus ligt sterk op hergebruik, recycling, waardebehoud en losmaakbaarheid. Bio-based materialen afkomstig uit duurzaam beheerde bronnen zijn hernieuwbaar en worden onder die voorwaarde niet schaars. Verder maken zij al deel uit van een gesloten (bio)cyclus door hun afbreekbaarheid en zijn daarmee al circulair. Daarnaast passen houttoepassingen in de gww ook in de technische cyclus van de ‘’harde’’ materialen, want ze zijn vaak herbruikbaar, recyclebaar en uiteindelijk ook geschikt voor energieterugwinning (bio-raffinage, thermische recycling) én zijn ze vaak ook al geheel losmaakbaar. Damwanden worden bijvoorbeeld nu al op grote schaal hergebruikt door ze in te korten en/of omgekeerd te herplaatsen, of ze op te zagen en ze weer toe te passen op de waterlijn in combinatie met een naaldhout onderstuk. Bruggen worden ontmanteld en van de onderdelen weer nieuwe bruggen gemaakt, zoals in Westervoort, Almere en Nijmegen. Meerpalen vinden gretig aftrek voor toepassing in de B&U, bijvoorbeeld als kolommen of als gevelbekleding. Hout kan dus meedraaien in zowel de biologische als ook de technische cyclus en is dus als het ware CirculairPlus.

Houten damwanden gaan gemiddeld ruim 30 jaar mee. Foto: Centrum Hout/EdM.

 

Houten bruggen, ook modulair

Een andere manier om bij te dragen aan circulariteit is het verlengen van de gebruiksduur. Het modulair maken van kunstwerken kan daarin bijdragen, omdat deze dan beter onderhoudbaar en eenvoudiger vervangbaar zijn en minder locatie gebonden. Dat geldt ook voor houten bruggen: uit onderzoek naar houten modulaire bruggen blijkt dat deze veel mogelijkheden bieden. Twee studenten van Hogeschool Windesheim analyseerden tijdens hun afstudeerproject, dat ze bij ingenieursbureau Westenberg uitvoerden, de afmetingen van Nederlandse houten bruggen. Ook spraken ze met verschillende gemeenten en andere stakeholders, zoals aannemers en Centrum Hout. Na het bepalen van de kritische factoren ontwierpen ze een standaard houten brug. Daarvoor stelden ze een bouwpakket samen met oplossingen voor onder meer de afstandhouders en een kliksysteem voor de dek-elementen. De studenten verwachten dat door de detaillering en verduurzaming de gemiddelde levensduur van een standaard modulaire houten brug 60 jaar is, waar dat nu 40 jaar is. Vervolgonderzoek is nodig om te testen of het modulaire concept in de praktijk goed werkt.

Milieuscore meer dan alleen circulariteit

Een kunstwerk kan vele circulaire eigenschappen hebben, maar als de uiteindelijke milieuscore hoog is draagt het niet bij aan de doelstellingen rond klimaat, en grondstof- en afvalbeheer, en daarmee niet aan de circulaire doelstellingen. Daarom is het belangrijk om naast het gebruik van circulaire criteria ook te kijken naar de milieubelastingen (MKI). Levenscyclus analyse (LCA) (1) helpt bij het vaststellen van circulariteit (Module C en D in MPG en DuboCalc), maar geeft daarnaast een beter beeld van de totale milieuimpact. Om deze reden heeft de houtsector ook LCA’s (2) laten maken van damwanden, beschoeiingen, dekdelen, geleiderail en wegportalen laten maken. Deze zijn te vinden op www.houtindegww.nl.     

1) Het onderzoek naar de levensduur van damwanden is gefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in het kader van het Beleidsondersteunend onderzoekthema ‘Klimaatenveloppe Klimaatslim Bos, Natuur en Hout’.

2) Het LCA onderzoek naar beschoeiingen, dekdelen, geleiderail en wegportalen is gedaan in samenwerking met Rijkswaterstaat.

Houten damwanden voldoen ruimschoots aan ontwerplevensduur

naamloos-1-kopieren-3
Lees het gehele artikel

Uit onderzoek uitgevoerd door ingenieursbureau Westenberg, in opdracht van Centrum Hout en het ministerie van LNV blijkt dat houten damwanden van hout met een duurzaamheidsklasse 1 in de praktijk een gemiddelde levensduur halen die de ontwerplevensduur van 30 jaar ruimschoots haalt.

Het is reeds algemeen bekend dat houten damwanden en beschoeiingen klimaatvriendelijk en circulair toepasbaar zijn, CO2 vastleggen en daarnaast gunstig scoren op het gebied van  milieubelasting. Veel discussie is er echter in de praktijk over de levensduur van houten damwanden. Daarom is een onderzoek uitgevoerd in opdracht van Centrum Hout/VVNH  en gefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in het kader van het Beleidsondersteunend onderzoekthema ‘Klimaatenveloppe Klimaatslim Bos, Natuur en Hout’. Doel van het onderzoek was de levensduur in de praktijk vast te stellen en te kijken naar mogelijkheden voor houtinnovatie.

Op basis van 2390 projecten, waarvan de leeftijd bekend is en met een gezamenlijke lengte van ruim 445 kilometer, is een analyse gedaan van de onderliggende dossiers en op basis van een selectie van recente en betrouwbare datasets (2015 – 2019) de gemiddelde levensduur bepaald. Conclusie is dat damwanden en beschoeiingen van houtsoorten met een natuurlijke duurzaamheidsklasse 1 (NEN-EN 335) een gemiddelde levensduur hebben van 36,6 jaar. Dat is ruim boven de ontwerplevensduur van 30 jaar die door veel opdrachtgevers wordt geëist. Daarmee is ook aangetoond dat de levensduur van 25 jaar waar in de volksmond veel over gesproken wordt naar boven bijgesteld moet worden.

Ook is in het onderzoek gekeken naar de factoren die invloed hebben op de levensduur: een duidelijk langere levensduur is te behalen met een goede detaillering en het toepassen van een deksloof zo is vastgesteld. Dit zorgt voor een verlenging van de levensduur naar een gemiddelde leeftijd 43 jaar. Geografische positie, bodemtype en waterkwaliteit lijken geen significante invloed te hebben op de levensduur. Nader onderzoek is nodig naar de invloed van groenonderhoud omdat deze informatie onvoldoende  onderdeel  is van de rapportage bij huidige reguliere onderhoudsinspecties.

Door meer aandacht te hebben voor houtinnovatie en houtsoortcombinaties is een toename in de toepassing van inlands hout mogelijk, zo is de verwachting van Centrum Hout.

Meer informatie over damwanden en andere houttoepassingen in de gww vindt u op:www.houtindegww.nl.

Ketensamenwerking houtketen vergroot kans op halen doelen

foto-2-circulaire-brug-foto-arc2-almere-kopieren
Lees het gehele artikel

Circulariteit is kwestie van doen

Hoe willen we onze klimaat- en circulaire doelen voor 2030 en 2050 halen als in bijna 96% van alle aanbestedingen in de infra geen duurzame selectiecriteria van toepassing zijn? Een beschamende conclusie uit het onderzoek ‘Duurzaamheid in openbare aanbestedingen’ van Bouwend Nederland1). Een inhaalslag is mogelijk door versneld criteria op te stellen en toe te passen én deze te koppelen aan reeds bestaande oplossingen, getoetst door betrouwbare ‘fact based’ data. De houtsector zet zich dan ook in om deze data beschikbaar te stellen en opdrachtgevers in de grond-, weg- en waterbouw te helpen ‘laaghangend fruit’ te benutten. Werk aan de winkel dus.

Belangrijkste gunningscriterium: CO2-reductie

De World Green BuildinCouncil2) concludeert in haar rapport ‘Bringing Embodied Carbon Upfront’ dat in 2030 40% reductie gehaald kan worden in de CO2-uitstoot veroorzaakt door materialen en constructies, door deze in hout uit te voeren. Deze beweringen worden ook ondersteund door (inter)nationaal levenscyclus analyse onderzoek (LCA). Provincie Groningen ging hier al mee aan de slag en gebruikte de CO2-prestatie, als ook de uitkomsten van LCA studies, als gunningscriterium voor de 800 meter lange en 3,5 meter brede iconische fiets- en voetgangers-verbinding de ‘Blauwe Loper’. Dit resulteerde in de keuze voor duurzaam geproduceerd tropisch hardhout als meest milieuvriendelijke materiaal-variant.

‘Houten beschoeiingen hebben prima milieuscore’. (Beeld: Centrum Hout)

 

Voorgestelde maatregel heeft ten minste een lagere MKI dan bestaande oplossingen

Vanuit dit oogpunt heeft RWS laten onderzoeken wat het oplevert als het nu standaard toegepaste wegmeubilair vervangen zou worden door reeds bestaande biobased varianten. Conclusie is dat aanzienlijke milieu- (MKI) en klimaatwinst (CO2-emissies) gehaald kan worden (zie tabel 1). Daarom neemt RWS nu consequent houten oplossingen mee in variantstudies. Ook bij gemeenten en provincies is er toenemende interesse in het plaatsen van bijvoorbeeld houten wegmeubilair: zo heeft Provincie Zuid-Holland bij de herinrichting van de N211 al gekozen voor houten geleiderail, geluidschermen, wegportalen en abri’s van hout. Steeds meer provincies en gemeenten zijn geïnteresseerd en sluiten zich aan bij de ketensamenwerking ‘Hout in de gww’.

Recent zijn ook milieudata voor houten geleiderail, wegportalen, dekdelen (voor brugdekken en vlonders) en 12 varianten houten beschoeiingen (foto 1), toegevoegd aan de nationale milieudatabase3), zodat ook daar mee gerekend kan worden.

Voorgestelde maatregel is circulair volgens de McArthur Foundation principes

Hout en andere biobased materialen uit duurzaam beheerde bronnen hebben van nature een gesloten kringloop (biologische cyclus) en zijn daarmee van nature circulair. Samen met de capaciteit om ook nog eens te presteren op de Technische R’s, is hout eigenlijk ‘CirculaiR-Plus’ en essentieel voor het halen van circulaire doelen. Volgens onderzoek van Nibe4) in opdracht van Rijksdienst van Ondernemerschap (RvO Nederland) blijkt echter dat slechts 98% van de kansen voor biobased materialen in de bouw nog niet benut worden. Dat biedt kansen en de praktijk leert dat het eenvoudig mogelijk is: van oude bruggen (tot ruim 60 jaar oud) zijn bijvoorbeeld al nieuwe ‘circulaire’ bruggen gemaakt, zoals in Almere (foto 2), Westervoort en binnenkort ook in Nijmegen.

Wilt u meer informatie over houtsoorten, toepassingen of milieuprestaties (LCA en CO2-reductie) ga dan naar: www.houtindegww.nl en www.houtdatabase.nl.

Wilt u geïnformeerd worden over ketensamenwerking in de gww, meldt u dan aan bij de LinkedIn groep #ketensamenwerkinghoutindegww.   

Bron

Bouwend Nederland: ‘Duurzaamheid in openbare aanbestedingen- analyse 2018’, september 2019: www.bouwendnederland.nl/publicatiespublicaties.

WorldGBC: ‘Bringing Embodied Carbon Upfront’, april 2019:
www.worldgbc.org/embodied-carbon   

Nibe (juli 2019), 18 LCA-studies en EPD’s voor geleiderail, wegportalen, dekdelen en houten beschoeiingen (12 varianten) y.b.v. opname in NMD: www.houtindegww.nl

Nibe, ’Potentie voor biobased materialen in de bouw – een onderzoek naar de mogelijkheden en impact’, i.o.v. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 14 juni 2019: https://www.nibe.org/nl/nieuws/potentiebiobased

‘Scoren met hout in de GWW’

geleiderails-op-weg-naar-een-duurzame-gww-en-infra-foto-wijma-kampen
Lees het gehele artikel

Vanuit het ‘impulsprogramma circulaire economie’ heeft het afgelopen half jaar een verkenning plaatsgevonden om meer inzicht te verkrijgen in de potentie van hout en biobased producten in de GWW, een van oudsher niet-hout georiënteerde sector. In de verkenning zijn kansen en belemmeringen verkend en de sociaalecologische impact van houttoepassingen en meerwaarde ten opzichte van momenteel gebruikte materialen beschreven. Eric de Munck, adviseur milieu en duurzame innovatie bij Centrum Hout, legt uit hoe infrabedrijven kunnen ‘scoren’ met hout in de GWW.

De afgelopen decennia heeft Centrum Hout samen met Rijkswaterstaat regelmatig de toepassing van hout in de GWW bekeken. Met het oog op de klimaatdoelstellingen en het kabinetsbeleid is het volgens De Munck in een stroomversnelling geraakt. “We zullen op een andere manier met grondstoffen moeten omgaan en dat biedt mogelijkheden voor de toepassing van hernieuwbare grondstoffen zoals biobased producten én hout. Om te bekijken wat de mogelijkheden zijn, heeft er zoals gezegd een verkenning plaatsgevonden van juni 2018 tot februari 2019. Er werden innovaties langs de snelweg, zoals een geleiderail en wegportalen van hout, in opdracht van RWS getoetst op milieuscore (MKI), CO2-reductie, circulariteit en grondstofuitputting. De resultaten zijn verbluffend.”

Duurzaam geproduceerd hout
Rijkswaterstaat is van oudsher beton en staal georiënteerd, stelt De Munck. “Maar dat is aan het veranderen. Dat wordt bevestigd door het feit dat Tjeerd Rozendaal, HID bij Rijkswaterstaat, op 14 februari jl. in een videoboodschap gericht aan de bezoekers van Infratech2019 onderstreepte dat zijn organisatie vanwege de milieu- en klimaatvoordelen specifiek in gaat zetten op hout.” De Munck vult daarop aan: “Hout levert, gezien het hernieuwbare karakter en de producteigenschappen, een belangrijke bijdrage aan de klimaatdoelstellingen en de circulaire economie. Dit sluit aan op de ambitie van het Rijksbrede programma Circulaire Economie. De productie (‘groei’) van hout leidt tot opname van CO2, die door de boom wordt omgezet in hout. Wanneer hout dan ook andere materialen vervangt, wordt veel CO2 bespaard.” Het is volgens De Munck een misvatting dat het toenemend gebruik van hout ontbossing in de kaart speelt. “Als bewust wordt gekozen voor hout uit duurzaam beheerde bossen, dan betekent dat deze bossen juist in stand worden gehouden. Hout geeft namelijk waarde aan het bos en voorkomt daarmee omvorming naar landbouw. Ontbossing is dus een symptoom. We kunnen dus zelf wat tegen ontbossing doen, vooral door bewust in te kopen en te kiezen voor duurzaam geproduceerd hout.”

Centrum Hout

FSC gecertificeerde damwanden gereed voor verzending.


Ambities zichtbaar maken
Onderzoek naar de milieu-impact van geleiderails, fietsbruggen en damwanden laten grote verschillen zien tussen de toegepaste materialen, waarbij hout het meest positief scoort. De Munck: “Duurzaam, hernieuwbaar, biobased, circulair, op al die punten kan hout aan de doelstellingen van een opdrachtgever voldoen. Door toepassing van hout als alternatief voor de meer conventionele materialen in de infrasector, kun je zelfs extra ‘punten’ scoren in vergelijking met conventionele materialen. Daarnaast bieden innovatieve toepassingen in hout, zoals een geleiderail, hectometerpalen, wegportalen, verkeersborden en geluidsschermen, ook mogelijkheden om duurzame ambities zichtbaar te maken. De provincie Zuid-Holland heeft bij de renovatie van de N211, waar 21 innovaties zijn toegepast, waaronder een houten geleiderail en wegportalen. Een bewijs dus dat het kan.” 

Centrum Hout

Tropisch bos beschermen door Duurzaam Hout te kopen – FSC Bos Kameroen.

Positieve ontwikkelingen in de markt die er voor kunnen zorgen dat hout wordt verkozen boven andere materialen in de GWW, zijn de komst van Lifecycle Analyses (LCA), Lifecycle Costs (LCC) en Total Cost of Ownershipmodellen (TCO’s), waarin de kosten en milieuaspecten van de hele levenscyclus worden meegenomen, stelt De Munck. “Ook in de ‘natte’ waterbouw is hout een interessante optie om mee aan de slag te gaan. En behalve Rijkswaterstaat hebben inmiddels ook de Rijksgebouwendienst en ProRail interesse getoond om meer hout te gaan toepassen.” Heeft u als opdrachtgever of aannemer interesse om hout toe te passen in uw project, neem dan contact op. Dan helpt de houtketen u graag verder.