Tagarchief: bouw

Sterk in groutankers, ankerpalen en alle daaraan gelieerde technieken

DSC_3499 kopiëren
Lees het gehele artikel

Enerzijds is daar het in 1963 opgerichte aannemersbedrijf De Vries Werkendam, actief in de constructieve Beton- en Waterbouw, zowel op het land als aan het water. Met vaste partners kan De Vries Werkendam grote uitdagingen aan, zoals het trillingsvrij plaatsen en trekken van damwanden tot 30 meter.

Anderzijds is daar het in 1999 opgerichte De Vries Titan, gespecialiseerd in verankeringen en funderingstechnieken. “Beide bedrijven zijn zelfstandig en werken tegelijkertijd veel samen”, vertelt Hendrik van de Woestijne, bedrijfsleider van De Vries Titan. “De Vries Werkendam opereert voornamelijk in Nederland en in de positie van hoofdaannemer. De Vries Titan is actief in heel Europa en acteert vooral als onderaannemer.”

In de zuidelijke toerit worden GEWI-ankerpalen geboord.

Duizenden palen en verankeringen

In 2020 was De Vries Titan onder andere werkzaam bij de Blankenburgverbinding, die de A20 bij Vlaardingen en de A15 bij Rozenburg verbindt met een nieuwe snelweg, de A24. “De verbinding wordt volledig ingepast in de omgeving”, vertelt Dammes Oldenburg, directeur van De Vries Werkendam en De Vries Titan. “De verbinding wordt voorzien van een landtunnel op de noordoever en een diepe zinktunnel onder het Scheur. We hebben ruim 4.000 GEWI-ankerpalen geboord ter voorkoming van het opdrijven van de1 toekomstige tunnelvloer. Vanwege de enorme diepte van de bouwput hebben de palen lengtes tot ruim 60 meter. Daarnaast hebben we ruim 600 strengankers geboord die de tunnelwanden op hun plaats houden. Om dit binnen een jaar op te leveren, werkten we soms met vijf boorstellingen tegelijk.”

Kruising met Hoekse Lijn, nadat de bouwput is drooggepompt.

Blijvend innovatief

De Vries Titan hanteert hierbij innovatieve technieken. “We ontwikkelen de technieken waar de markt op zit te wachten”, vertelt Van de Woestijne. “De sonische boortechniek bijvoorbeeld, gekenmerkt door een hoogfrequente trilling in de boormotor, waardoor het aanzienlijk minder energie vraagt om de palen in de grond te brengen. De techniek werd al toegepast bij onderzoeksboringen; wij hebben deze met de leverancier van de boormotor geschikt gemaakt voor funderingswerkzaamheden. Ook het boren van strengankers, met zowel dubbel als enkel verbuisde boortechniek is een van onze specialismes. Gecombineerd met onze nieuwe sonische boortechniek kunnen we deze ankers met heel weinig energie aanbrengen. Daarnaast wordt met dit product veel staal bespaard: een significante CO2-reductie voor de hele ankerketen.”

Het boren van strengankers in de zuidelijke toerit.

Groot verantwoordelijk­heidsgevoel

Binnen haar projecten laat De Vries Titan een groot verantwoordelijkheidsgevoel zien. Meedenken met de klant zit in het DNA van het bedrijf. “We kunnen bijna niet anders. We denken mee over het Plan van Aanpak, we zoeken de beste plek voor aanvoerroutes en zoeken de werkwijze die de minste overlast veroorzaakt. Die klantgerichte aanpak blijkt bijna altijd ook de meest efficiënte aanpak te zijn. Door niet als ankerleverancier te acteren maar als aannemer, zijn we meer partner dan onderaannemer voor onze klanten.” 

De Vries Titan werkt met eigen materieel, waarvan het merendeel voldoet aan de hoogste milieunormen. Door de brede kennis die binnen het bedrijf aanwezig is, wordt zij steeds vaker gevraagd voor grote tenders. “Er zijn ook maar weinig uitdagingen in de Bouw en Infra die we niet aankunnen.”   

“Joh, je laat zo’n wijffie toch niet hijsen?”

shutterstock_724291243-kopieren
Lees het gehele artikel

In 1981 probeerde de overheid middels deze campagne meer vrouwen te motiveren om voor mannenberoepen te kiezen. Blijkbaar was dat nodig, aangezien vrouwen in de jaren ’80 zwaar ondervertegenwoordigd waren in technische opleidingen en in technische beroepen.

Bijna 40 jaar later

We leven bijna in 2020. Bijna 40 jaar geleden kwam bovenstaande Postbus 51 reclame voorbij, om precies te zijn 39 jaar geleden. Wie niet beter weet, zou kunnen denken dat in 40 jaar tijd de maatschappij dusdanig is veranderd, of beter gezegd, maatschappelijk geëvolueerd, dat we op zijn minst zouden kunnen spreken van 40% vrouwen in de bouw en 60% mannen. Niets is echter minder waar. Cijfers wijzen uit dat er maar weinig veranderd is.

De Wet Gelijke Behandeling Man-Vrouw, waar de reclame in 1981 aan opgehangen is, zegt dat Werkgevers bij gelijkwaardige arbeid geen onderscheid mogen maken tussen vrouwen en mannen. Dit is bepaald in artikel 141 van het EG-verdrag en in Nederland in de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB). In deze AWGB zijn algemene regels ter bescherming tegen discriminatie opgenomen. Het verbod op onderscheid naar geslacht is verder uitgewerkt in de Wet gelijke behandeling man/vrouw en artikel 7:646 BW. De wet wordt zichtbaar toegepast inzake arbeidsvoorwaarden, met loon als belangrijkste punt. Basisloon, overwerktoeslagen, vakantiegeld et cetera mogen niet onderhevig zijn aan onderscheid, waar het mannen en vrouwen betreft. Toch lonkt de bouw, in ons geval de infrasector, blijkbaar (nog) niet hard genoeg.


YouTube is een mooie bron van oude reclamefilmpjes. Zo kwam ik in een STER-reclameblok uit 1981 een Postbus 51 reclame tegen, die als volgt verloopt:

De Postbus 51 reclame uit 1981.

 

Beeld: vrouw met bouwhelm op klimt in een hijskraan

Mannenstem: “Joh, je laat zo’n wijffie toch niet hijsen?”

Bouwvakster, kijkt om vanaf de trap: “Oh nee?”

Mannelijke voice-over: “Met dezelfde opleiding kunnen vrouwen ook hetzelfde werk doen als mannen. En net zo goed. Daarom is er de wet gelijke behandeling voor mannen en vrouwen. Wilt u daarover meer weten in verband met uw werk of sollicitatie? Vraag dan de folder aan. Schrijf naar ‘Man Vrouw’, Postbus 51, Den Haag.”

Beeld gedurende voice-over: Kraanmachiniste hijst betonplaat in bouwput, waar een vrouwelijke collega met een helm op de betonplaat naar de juiste plek duwt. Eenmaal op de plek, verlaat de bouwvakster de kraancabine.”

Bouwvakster, vanaf de trap: “Zo, dat was dat!”


Ze komen eraan!

De bouwsector, ook de infra, maakt geen goede indruk als het om het aandeel vrouwen gaat, dat er werkzaam is. Zeker in vergelijking met andere sectoren. Al jaren is er sprake van een vrouwelijk aandeel “menskracht” van om en nabij de 10%. Toch neemt het aantal vrouwen op vakopleiding gestaag toe. Maxim Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, stelt dat inmiddels de helft van de bouwkundestudenten op universiteiten en een derde van het aantal studenten in civiele techniek vrouw is. Dat belooft een verbetering wanneer deze studenten klaar zijn met hun studie en gaan instromen, vacatures zijn er genoeg namelijk. De grote vraag is echter: is de sector zelf klaar en genoeg voorbereid om een grotere aanwas van vrouwen te kunnen accepteren?

Nog steeds een mannencultuur, maar de wind draait langzaam

Wie GWW Magazine regelmatig leest, kan het niet onopgemerkt gebleven zijn dat er een andere wind door de sector aan het waaien is. De topvrouwen in de bouw oefenen een positieve invloed uit op vrouwen die op het punt staan carrièrekeuzes te maken. “De zachte hand” is in het spel gekomen: meer overleg, meer respect, meer bemiddeling en betere communicatie. In plaats van als kemphanen tegenover elkaar te staan in een keiharde mannenwereld, wordt er zacht gestuurd richting socialer gedrag. En dat binnen de gehele bouwkolom. Het zijn niet alleen de vrouwen op topposities die hierin momenteel een essentieel verschil maken. Het lijkt erop of ook mannen de oude cultuur zat zijn en verlangen naar een socialere omgang.

“Werken moet vooral weer leuk worden, het respect voor elkaar moet prevaleren en we moeten meer samenwerken”, is het motto van de dappere vernieuwers. In diverse artikelen in dit Jaarboek en in de GWW-edities van het afgelopen jaar valt daar genoeg over te lezen. Zijn al die intentieverklaringen om de wind te laten keren een toevallige samenkomst van meningen? Absoluut niet. De sector is aan het kantelen en u weet wat dat betekent: mee kantelen is overleven. De pijn van verandering is echter te verwaarlozen in vergelijking met de kansen die daardoor ontstaan. Daarom zou u vandaag al eens rond kunnen kijken in uw bedrijf, of u bent ingesteld op 50% mannelijke werknemers en 50% vrouwelijke werknemers. Want daar gaan we toch voor?   

Start aanvang bouw dienstenhaven

animatie-dienstenhaven
Lees het gehele artikel

Na jaren van overleg met diverse maritieme stakeholders gaat deze week het grote werk aan de dienstenhaven, deelproject van Nieuwe Sluis Terneuzen, van start. Over twee jaar (eind 2021) kan de dienstenhaven met gebouw in de Buitenhaven West in gebruik genomen worden. De haven wordt 385 meter lang en op zijn breedst 95 meter.

De dienstenhaven wordt straks gebruikt voor maritieme dienstverleners die een directe connectie hebben met het sluizencomplex van Terneuzen. Naast de dienstenhaven, wordt ook een dienstengebouw en omliggende wegen aangelegd. De nieuwe plek is gunstig gelegen ten opzichte van de Nieuwe Sluis als deze gereed is.

Gebouw

Bij de dienstenhaven komt een gebouw en ligplaatsen voor de Koninklijke Marechaussee, Boluda (voorheen Kotug) en Muller Maritime Holding. De vaartuigen van deze partijen komen in de dienstenhaven te liggen. Rijkswaterstaat heeft op dezelfde locatie de Nautische Centrale Terneuzen staan.

Werkzaamheden

De voorbereidende werkzaamheden voor de aanleg van de dienstenhaven zijn in volle gang. Het bouwterrein op de Lange Middenhavendam is ingericht, grond is verplaatst en de inrit is aangepast zodat het werkverkeer voor het bouwterrein en de verkeersleiders die naar de verkeerscentrale moeten elkaar niet kruisen. Deze week starten we met het trillen van de nieuwe combiwand. We starten met één stelling. Begin 2020 volgt een tweede heistelling . We werken van noord naar zuid. Medio april 2020 zijn de heiwerkzaamheden gereed. In het tweede kwartaal van 2020 persen we circa 100.000 m3 zand om een nieuw stuk land/kistdam te creeeren.

Overlast

We werken van 9 december 2019 tot medio april 2020 met trilwerkzaamheden. De werkzaamheden liggen dicht bij de Terneuzense binnenstad en de kernen Wulpenbek en de Knol en kunnen geluid- en trillingoverlast veroorzaken. Ook wordt meer dan normaal gebruik gemaakt van de inrit door werkverkeer op de Buitenhaven.
We monitoren nauwkeurig het geluid, de trillingen en het grondwaterpeil. Op onze website www.nieuwesluisterneuzen.eu staat meer informatie.

Nieuwe Sluis Terneuzen

Eind 2022 vaart het eerste schip door de Nieuwe Sluis in Terneuzen. De Nieuwe Sluis wordt net zo groot als de sluizen in het Panamakanaal, namelijk 427 meter lang, 55 meter breed en 16,44 meter diep. De bouw is in volle gang. Naast het werk aan de sluis zelf, vinden er nog deelprojecten plaats, onder andere om ruimte te maken voor de invaart van de Nieuwe Sluis.

Veiligheidsnormen voor werkschoenen in de bouw

work-shoes-1099325_1920-kopieren
Lees het gehele artikel

Veel mensen in Nederland maken gebruik van werkschoenen. Dit komt door het grote aantal warenhuizen en loodsen in Nederland. Bij deze ondernemingen worden vaak gevaarlijke machines gebruikt die door de loods heen navigeren. Dit gaat samen met grote pallets vol producten die het einde van je voet kunnen betekenen. In dit blog zal je lezen over de minimale eisen voor goede werkschoenen waarbij je veiligheid niet in gevaar komt.

Die minimale eisen zijn er natuurlijk voor de werknemer ook al hangt er daardoor een hoger prijskaartje aan.

De vereiste

Het belangrijkste van werkschoenen is logischerwijs het beschermen van je voeten. Een van de europese veiligheidsnormen voor werkschoenen zijn antiperofratie zolen. Deze manier van beveiliging zorgt ervoor dat geen enkele materialen je zool kunnen doorboren. Zo voorkom je dat je met je voeten in een roestige spijker stap met alle nare gevolgen van dien.
Nadat de onderkant van je voet is beschermd is het natuurlijk ook van belang dat vallende voorwerpen ook niet je werkschoenen doorboren. Daarom is het, tevens ook een van de europese veiligheidsnormen, verplicht dat de werkschoenen een veiligheidsneus bezitten. Deze veiligheidsneus zal voorkomen dat voorwerpen die vallen, denk aan grote pallets, niet je voet verbrijzelen.

De extra eisen

Hoewel deze eisen niet door de Europese Unie verplicht worden zijn ze in Nederland vaak wel vereist. Dit komt ten eerste omdat er in Nederland strengere arbeidsvoorwaarden gelden dan andere landen die ook bij de Europese Unie aangesloten zitten. Een eerste aan te raden onderdeel van je werkschoenen is de anti-slipstrip. Met deze strip zorg je ervoor dat je niet zomaar onderuit gaat op gladde oppervlaktes. Er zijn hier een aantal keurmerken voor die aantonen waar antislip voor is. Bij SRA staat het alleen voor keramische vloeren waar water op kan liggen. De SRB is bedoeld voor stalen vloeren waar glycerol voor een uitdaging kan zorgen. Bij SRC wordt zowel SRA als SRB gegarandeerd om volledige antislip te garanderen op de desbetreffende ondergrond.

Het onderhoud

Werkschoenen zijn echt onderdelen van je werkoutfit en dienen daarom goed verzorgd te worden. Dit voorkomt slijtage buiten de werkvloer. Wanneer dit niet mogelijk is bij het bedrijf waar je werkt dien je ze dus mee naar huis te nemen. Het is verstandig om de werkschoenen droog te bewaren. Het is bijvoorbeeld handig om een hygrometer te gebruiken om de vochtigheid van de ruimte waar je je schoenen bewaart goed bij te houden.

Demomiddag bouwprofessionals 28 november

geo-logo
Lees het gehele artikel

Een leegstaand gebouw met een beetje Geometius historie en ruwe, kale ruimtes. Meer hebben wij niet nodig voor de demomiddag voor bouwprofessionals. Op donderdag 28 november brengen wij het Nozema gebouw (Zenderpark IJsselstein) weer tot leven. Ervaar hoe het is om te werken met innovatieve instrumenten, die speciaal ontwikkeld zijn voor uiteenlopende (bouw)werkzaamheden.

Of het nu gaat om wegenbouw, waterbouw, nieuwbouw, renovatie of gebouwbeheer; nauwkeurige plaatsbepaling gekoppeld aan relevante informatie komt steeds meer centraal te staan. Tijdens de demomiddag ziet u onze oplossingen op het gebied van slimme maatvoering, radartechnieken, scanners, drones en augmented reality.

De demonstraties 

Trimble X7
Voor het eerst live in actie in Nederland!

Trimble SX10 en TSC7
Maatvoering en validatie

Trimble SiteVision (augmented reality)
Maakt zichtbaar wat (nog) niet zichtbaar is

C-Thrue betonradar
Een betonconstructie kent met dit instrument geen geheimen meer

Parrot ANAFI drone
Voor visualisatie vanuit de lucht

Hydra G
Monitoring met radartechniek

Opera Duo grondradarsysteem
Ideaal voor kabel- en leidingdetectie

Trimble S-serie en T4D-software
Inzicht in uw monitoring waar en wanneer u wilt

Informatie

Waar: Nozema gebouw, Zenderpark IJsselstein
Wanneer: donderdag 28 november
Tijd: 13.30 tot 16.00

Deelname is kosteloos
Mis het niet en meld u meteen aan!

De Pen | Veiligheid, daar kun je niet open genoeg over zijn

cees-brandsen-goede-foto-kopieren
Lees het gehele artikel

Wanneer we kijken naar veiligheid in onze sector, dan zie ik een groot verschil ontstaan. Een verschil tussen veiligheid op een vaste locatie, “binnen de hekken” en daarbuiten. Binnen de hekken hebben we met zijn allen een enorme vooruitgang geboekt. Deze wereld is dan ook beter beheersbaar dan de wereld buiten de omheining. Daar gaat de vooruitgang te langzaam, naar mijn zin. De zichtbaarheid is weliswaar verbeterd, ik constateer echter dat men al snel terugvalt in het oude doen. Waar binnen de hekken de calamiteiten zich veelal beperken tot kleine ongevallen, daar zien we langs de weg nog teveel grote incidenten plaatsvinden.

Grote bedrijven maken werk van veiligheid en kunnen grotere budgetten reserveren. Voor kleinere bedrijven is dit moeilijker, tevens is de impact van een ongeval bij een klein bedrijf veel groter. De gevolgen voor de bedrijfsvoering en de medewerkers zijn daar direct merkbaar, waarbij de impact op het personeel enorm is. Zoals gezegd, investeren in veiligheid is lastig voor kleine bedrijven. Toch treden zij vaak op als onderaannemer op grote werken. Maar al te vaak zien we dat bedrijven snel terugvallen op oude wetmatigheden. Het werken langs de weg is een samenspel tussen weggebruikers en wegwerkers. Onoordeelkundigheid van chauffeurs en misstappen van wegwerkers vormen tezamen een dodelijke cocktail aan omstandigheden.

In de bouw registreren we al enkele jaren een score van circa 20 doden op jaarbasis (volgens Cobouw). Dat is al een lager getal dan daarvoor, echter het cijfer is volledig gestagneerd. Een handicap die daarbij komt kijken is dat het leren van een ongeval onder druk staat. De angst om alle onderzoeksgegevens die horen bij een ongeval open en bloot op tafel te leggen zit er goed in. Dit heeft nu alles te maken met de gevolgen die deze transparantie kan hebben op het juridische vlak. Verzekeringsmaatschappijen claimen om een schuldige aan te kunnen wijzen. Wanneer iedereen met dezelfde voorzichtigheid de onderzoeksgegevens binnen de eigen muren houdt, zullen we nooit een correcte lering kunnen trekken uit het incident, om zo tot een verbeterde situatie te komen.

De vraag is dus: met welke groepen deel ik informatie die voortkomt uit een calamiteitenonderzoek? Welke elementen heb je nu nodig om niet alleen te leren, maar ook de consequenties te kunnen aanvaarden? De GWW-sector vindt het moeilijk om consequenties om te zetten in daden en verbeterpunten. Veiligheid, handhaving en het bijbrengen van veiligheidsbesef vormen samen een complexe driehoek. Grote bedrijven hebben hun onderaannemers om die reden niet goed “in de tang”. De enige methode om het besef aan te wakkeren, blijft toch een strikte handhaving, met consequenties voor degenen die zich niet conformeren. Werknemers mogen elkaar best aanspreken op onveilig gedrag, je schaadt er namelijk niet alleen jezelf mee, maar ook anderen.

Zullen we afspreken met elkaar dat we door zelf beter na te denken en ons beter voor te bereiden samen het veiligheidsbesef naar een hoger niveau tillen? Zullen we afspreken dat we geen uitvluchten meer accepteren? Veiligheid begint bij jezelf, je werkt veilig, of je werkt niet. Veiligheid moet in onze genen zitten. Vanuit mijn positie zal ik door blijven gaan met het ontwikkelen van een verbeterde veiligheid, dat is mijn belofte. 

Prefab faunatunnel zorgt voor tijdbesparing

aco-pro-fauntunnel-in-assen-gereed-kopieren
Lees het gehele artikel

Verkeer ervaart weinig overlast tijdens aanleg faunatunnel

Om klein wild veilig de Europaweg te laten passeren heeft de Gemeente Assen ervoor gekozen om een ecopassage aan te leggen tussen het Asserbos, het Twijfelveld en het Natura 2000-gebied Witterveld. In zeer korte tijd is de faunatunnel gerealiseerd waardoor er nauwelijks overlast was voor het verkeer.

Veiligheid voor mens en dier

Om leefgebieden van diersoorten met elkaar te verbinden en te zorgen voor een ecologische samenhang is er een fauntatunnel aangelegd onder de Europaweg in Assen. Dankzij deze faunatunnel kan klein wild –  amfibieën, reptielen zoals ringslangen, muizen, konijnen en vossen – ongestoord en veilig oversteken en zijn er minder aanrijdingen met dieren waardoor het voor het verkeer veiliger wordt. Deze faunatunnel is een onderdeel van een groter stelsel verbindingen.

Samenwerking ecoloog en bouw

De gemeente Assen heeft Arcadis benadert voor het ontwerpen en plaatsen van een faunatunnel, in de zuidelijke ringweg van Assen. De aannemerstak van ontwerp- en consultancyorganisatie Arcadis heeft als hoofdaannemer opgetreden in de realisatie van deze ecocorridor. Omdat de Europaweg een breed wegprofiel en een brede middenberm heeft, is er  eerst met de ecoloog van Arcadis bekeken of de monolithische faunatunnel van ACO wel genoeg effect zou hebben. Er zijn immers dieren die hier en daar licht nodig hebben in de tunnel. Omdat het dichte deel niet langer is dan 10 meter, heeft de ecoloog van Arcadis geconstateerd dat een monolithische faunatunnel een mooie oplossing is.

ACO heeft bewust gekozen voor de ontwikkeling van monolithische faunatunnels van polymeerbeton. De reden hiervoor is dat polymeerbeton een hoge buig- en treksterkte heeft, waardoor er geen wapeningen nodig zijn in het beton. De amfibieën en reptielen die zich erin verplaatsen oriënteren zich namelijk op het aardmagnetisch veld, waardoor wapeningen en dus metaalachtige producten in faunatunnels beter vermeden kunnen worden. Hierdoor is polymeerbeton het best beschikbare product voor faunatunnels. Bovendien is polymeerbeton een niet zuigend product, zodat kikkers en padden zonder uit te drogen de ecocorridor kunnen passeren.

Minimale omleiding en geen overlast voor verkeer

De Gemeente Assen wilde zo min mogelijk overlast voor verkeer en fietsende schoolgaande kinderen veroorzaken. Daarom was het noodzakelijk om deze faunatunnel te realiseren in de vakantie. Om ervoor te zorgen dat het wegvak zo kort mogelijk afgesloten zou zijn heeft ACO de standaard tunnelelementen samengesteld tot een kant en klare prefab faunatunnel met een lengte van 4 meter.

Doordat ACO de faunatunnel prefab heeft aangeleverd op het werk, is er een enorme tijdsbesparing gerealiseerd. Dankzij een strakke planning kon Arcadis de dag voor de levering  een sleuf trekken in het wegvak. Omdat de prefab betonfundatie goed uitgehard was kon Arcadis de volgende dag de faunatunnel direct verwerken en de dag erna asfalteren. Al met al heeft het plaatsen van de ACO Pro Faunatunnel slechts drie dagen per rijbaan in beslag genomen. Doordat ACO per rijbaan twee prefab elementen kon aanleveren, was er slechts een half wegvak per keer afgesloten. Hierdoor was er een minimale omleiding nodig en heeft het verkeer nauwelijks overlast ervaren. Doordat het project tijdig is opgeleverd hebben ook de schoolgaande kinderen geen hinder ondervonden.

Veiligheidsnormen in de bouw

construction-2578410_1920-kopieren
Lees het gehele artikel

Fysieke belasting is de belangrijkste oorzaak voor het oplopen van een beroepsziekte in de bouw. Een groot deel van de ongevallen in de bouw wordt veroorzaakt door vallen en struikelen. Een andere oorzaak van ongevallen in de bouw is het onbeveiligd werken op hoogte. Het vallen van hoogte gaat vaak gepaard met ernstig letsel of zelfs de dood van het slachtoffer.

Arbozorg

Iets meer dan de helft van de bouwbedrijven is in het bezit van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), terwijl dit voor alle bedrijven een wettelijke verplichting is. Echter bij veel bedrijven zijn niet alle aanwezige risico’s beschreven. Bijna de helft van de bouwbedrijven is in het bezit van een schriftelijk plan van aanpak, terwijl ook dit voor alle bedrijven een wettelijke vereiste is. De arbeidsrisico’s; tillen, duwen, trekken en dragen komen in de bouw het meest voor. Verder komen ongunstige en/of statische werkhoudingen vaak voor. Werken op hoogte is een zeer specifiek risico. Ook het werken met machines en het werken in besloten ruimten vormen een reëel risico voor de werknemers.

Beroepsziekte

De meest gemelde beroepsziekten in de bouw zijn aandoeningen aan het gehoor en aandoeningen aan het houding- en bewegingsapparaat. Van alle gemelde beroepsziekten zijn deze beide aandoeningen goed voor 91% van de meldingen.

Persoonlijke bescherming

Om veilig te kunnen werken kunnen individuele werknemers persoonlijke bescherming nodig hebben. Beschermingsmiddelen die gericht zijn op vitale onderdelen als hoofd, ogen, oren, handen en voeten kunnen het risico op (blijvend) letsel aanzienlijk verminderen. Valbescherming moet vallen vanaf grote hoogten voorkomen.

Er zijn bij de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) drie soorten:

  1. Categorie I: bescherming bij lage risico’s zoals een zonnebril, regenkleding en eenvoudige handschoenen.
  2. Categorie II: bescherming bij middelhoge risico’s zoals een veiligheidsbril en een veiligheidshelm.
  3. Categorie III: bescherming bij hoge risico’s zoals een harnasgordel.

Om er zeker van te zijn dat uw werknemers optimaal worden beschermd dient de werkgever deugdelijke beschermingsproducten aan te schaffen. Bij Bowork weet u zeker dat de beschermingsmiddelen voldoen aan het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen. De veiligheidseisen verschillen overigens per risicocategorie.

Kwaliteitseisen

PBM mogen pas gebruikt worden als ze aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Belangrijk is dat het PBM voorzien is van een CE-markering en een gebruiksaanwijzing. De fabrikant moet een technisch dossier van het product aanleggen en aangeven welke veiligheid van de PBM verwacht kan worden. Het spreekt voor zich dat bij categorie III de eisen het hoogst zijn. De productie van de beschermingsmiddelen moet vallen onder een door de EG erkend kwaliteitsborgingssysteem. Een voorbeeld hiervan is ademhalingsbeschermingsapparatuur.

Met de juiste middelen en met goede voorlichting kunt u werknemers beschermen tegen vele risico’s. Kies daarom uitsluitend voor gecertificeerde beschermingsmiddelen.

 

Vervanging en renovatie in de infrastructuur

naamloos-3-kopieren
Lees het gehele artikel

We staan voor de grootste onderhoudsopgave in onze geschiedenis. De komende jaren vervangt en renoveert Rijkswaterstaat tientallen bruggen, tunnels, sluizen en viaducten. Veel daarvan zijn gebouwd in de jaren 50, 60 en 70 en dringend toe aan een opknapbeurt. Het gaat om een enorme klus waarbij samenwerking tussen de overheid en de markt belangrijker is dan ooit.


Jan Slager, directeur Vervanging en Renovatie bij Rijkswaterstaat en spreker op het congres Beheer en Onderhoud van infrastructuur.

Programma vervanging en renovatie

Met het Programma vervanging en renovatie voor bruggen, tunnels, sluizen en wegen wil het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de bestaande infrastructuur verjongen, vernieuwen en verduurzamen. Veel bestaande infrastructuur is tientallen jaren oud. In de tussentijd is niet alleen de infrastructuur veranderd, maar ook het transport en daarmee de belasting van onder andere bruggen en viaducten. Bij vervanging of renovatie van bestaande infrastructuur wordt gekeken naar het gebruik ervan in de toekomst. Hierbij wordt ook de (veranderende) omgeving en de impact hiervan op de infrastructuur meegenomen in de besluitvorming.

“Je kunt niet zomaar bestaande infrastructuur vervangen. Een brug bijvoorbeeld is ontworpen op basis van criteria waar die toentertijd aan moest voldoen. Een van de opties is om te bekijken hoe die brug nog tientallen jaren mee kan. In dat geval gaan we voor het verlengen van de levensduur. Slimme monitoring is in dit geval nodig. Dat kan met behulp van data. Op deze manier kun je verandering in belasting meten waardoor je kunt bepalen of onderhoud intensiever moet. Een andere optie is vervanging van de brug. In dat geval moet gekeken worden of er opnieuw voor eenzelfde brug moet worden gekozen, of dat de toekomst vraagt om iets anders.”

 

Bouw Instituut

Bron: Rijkswaterstaat. A16 en Van Brienenoordbrug over de Nieuwe Maas.

 

Prognose
Rijkswaterstaat maakt een prognose waarin wordt aangegeven wat er in de aankomende jaren moet worden vervangen of gerenoveerd. Dit gebeurt elke twee jaar en kan je zien als een soort APK keuring. Rijkswaterstaat heeft het wegennet en het waternet in beheer. “We moeten gaan bekijken hoe we dat gaan organiseren. We kunnen niet alles tegelijkertijd, want dan staat heel Nederland bij wijze van spreken stil. Samen met onze partners; gemeenten en provincies staan voor eenzelfde opgave.”

Voorkomen van storingen
Een van de merkbare gevolgen van ouder wordende infrastructuur, zijn storingen waardoor wegen en vaarwegen – tijdelijk – worden afgesloten. “De impact op het vaarwegennet en wegennet van storingen is groot, dus die wil je voorkomen. We hebben nog wel eens last van storingen. Bijvoorbeeld door motoren die aan het eind van hun leven zijn, of motoren waarbij te laat onderhoud heeft plaatsvonden. Dat kun je voor zijn met metingen, hierdoor kun je tijdig repareren. Hierdoor kun je het onderhoud doen op het moment waarop het gewenst is in plaats van wanneer het noodzakelijk is. Op deze manier veroorzaak je minder overlast voor gebruikers en de omgeving. Daarnaast levert dit vaak besparingen op.”

Data in de infrastructuur
Die storingen wil je zo veel mogelijk voorkomen. Monitoring van bijvoorbeeld de bruggen die nog niet op de lijst staan om te worden vervangen, kan dan helpen. “Die monitoring levert data op die iets vertellen over de staat van de brug. Die data stellen we beschikbaar aan de markt. Samen met de markt willen wij toewerken naar predictive maintenance, met als doel storingen voor te zijn.”

Innovatie in de infrastructuur
De onderhoudsopgave speelt niet alleen in Nederland, maar in een groot deel van West Europa waaronder Duitsland, Italië en België. Dit betekent dat Nederland in samenwerking met andere landen gezamenlijk kan optrekken als het gaat om innovatie in infrastructuur waardoor de levensduur hiervan verlengd kan worden. Zo wordt er wereldwijd vergelijkend onderzoek verricht naar slimme methodieken om met behulp van data voorspellingen te doen over de levensduur van infrastructuur.

Toekomstperspectief
“De vervanging en renovatie van infrastructuur in Nederland zal nooit klaar zijn. We kijken nu zo’n 30 jaar vooruit. Alles van vroeger moet nu vervangen of gerenoveerd worden. Als dat gebeurd is moet de infrastructuur worden aangepast die nu of recent gebouwd is. Naast renovatie heb je ook te maken met het reguliere onderhoud. Gezien deze opgave moeten we het anders gaan doen dan hiervoor. We moeten onderkennen dat het niet iets eenmaligs is waarmee we daarna klaar zijn. Dit betekent dat we structureler moeten gaan nadenken over het vervangen of renoveren van infrastructuur waarbij ook moet worden gekeken naar het gebruik in de toekomst, toekomstige functionaliteiten en nieuwe criteria zoals circulair en duurzaamheid. Hoe verder je vooruitkijkt, hoe ongewisser de toekomst. Wat betekent de opkomst van autonome auto’s en drones bijvoorbeeld voor de belasting van de infrastructuur in de toekomst? Dit soort vragen zijn nu in beeld, alleen de antwoorden hierop zijn nog niet te geven. Voor een deel denken we zelf na over mogelijke toekomstige scenario’s, maar we bespreken dit ook met de markt.”

Dialoog met de markt
“We zijn nu samen met marktpartijen aan het kijken hoe we deze opgave gezamenlijk gaan realiseren. Hierbij gaat het ook over beschikbare kennis en capaciteit die nodig zijn om de onderhoudsopgave te kunnen realiseren. Veel medewerkers gaan met pensioen de komende jaren. Tegelijkertijd leveren technische opleidingen niet voldoende potentiele nieuwe medewerkers af om dit gat op te vangen. Hier hebben niet alleen wij mee te maken, maar ook de marktpartijen.”

Prioriteiten stellen
“Geen idee of er voldoende financiële middelen voorhanden zijn om alle toekomstige opgaven te realiseren. Natuurlijk maken we een prognose, maar pas later krijg je op basis van uitgebreider onderzoek meer inzicht in de daadwerkelijke kosten. Op basis van technische urgentie, beschikbare capaciteit en financiële middelen en uiteraard de politieke keuzes daarin zullen we gaan prioriteren wat met voorrang moet worden vervangen of gerenoveerd. Uiteraard staat het waarborgen van de veiligheid hierbij altijd voorop.”