Tagarchief: Andrea Vollebregt

Nederland en water: denken vanuit de toekomst

JGU_20210601_001_3128_Boskalis
Lees het gehele artikel

Het is tijd voor een overkoepelende, lange termijnvisie vanuit de politiek Als het aan Andrea Vollebregt en Hendrik Postma ligt, moet de overheid stoppen met het doorverwijzen van lokale waterproblematiek naar de regio’s. Andrea is directeur bij de Nederlandse Vereniging van Waterbouwers en Hendrik is voorzitter van het bestuur van de vereniging. In een interview met beiden kijken we naar de toekomst, niet op de korte termijn, maar juist op de lange termijn. 

“De politiek moet de moed hebben om na te denken over hoe Nederland er over 100 jaar uitziet”, zegt Hendrik. “Als we dat niet doen, lopen we constant achter de feiten aan. Nederland is te klein, je kunt niet steeds de problematiek doorverwijzen naar de regio’s. Er is een verregaande samenwerking nodig, met een overkoepelende centrale visie op de inrichting van ons land.”

‘Begin with the end in mind’

De klimaatverandering heeft ons allemaal in haar greep. De zeespiegel stijgt, er is sprake van enorme pieken en dalen in neerslag en de temperatuur loopt op. “Daar moet een plan voor komen dat verder reikt dan morgen, dat verder reikt dan de klimaatdoelstellingen van 2050”, schetst Andrea. “Het onlangs gepubliceerde IPCC-rapport vertelt niets nieuws, wat we al wisten wordt alleen nog eens aangescherpt. We moeten NU handelen. Het rapport maakt duidelijk dat er ‘bold moves’ nodig zijn, willen we nog iets wezenlijks kunnen doen.” 

Hendrik schetst dat er eerst een plan op tafel moet komen dat verder kijkt dan 2050. De klimaatdoelstellingen gaan over de mitigerende maatregelen, het plan moet gaan over de adaptieve maatregelen.  “De sector snapt de urgentie wel, de overheid is nu aan zet om duidelijkheid te scheppen en echte actie te ondernemen. En ja, drastische maatregelen leveren soms pijn op. Er zullen groepen zijn die zich meer geraakt voelen dan anderen, er zal een gevoel van onevenredigheid heersen. Maar met een goede transparante uitleg moet mogelijk zijn dat het beoogde resultaat gehaald wordt.” Andrea concludeert: “Begin with the end in mind. Met andere woorden: stel een doel en werk daar naartoe, met alle middelen en mogelijkheden die je hebt. Dit gaat niet meer over groepen, over geld, over politiek. Dit gaat over het voortbestaan van een land en haar inwoners, over veiligheid en leefbaarheid. De rekening die komt als je het niet doet, is vele malen groter dan de offers die je brengt om het doel te bereiken.”

Andrea Vollebregt, directeur van de Vereniging van Waterbouwers. Beeld: Ardito.

Schrijf niet de oplossing voor, maar schrijf een doel voor

“Het probleem is dat we het bedrijfsleven momenteel om de oren slaan met oplossingen die men moet doorvoeren. Dat remt af. Schrijf niet de oplossing voor, maar schrijf een doel voor. Vertel gewoon hoeveel CO2-uitstoot ze wanneer moeten gaan besparen en laat hen zelf bepalen hoe ze dat doen. Dan kunnen bedrijven gebruik maken van hun eigen kracht en wellicht komen daar nog verrassende methoden uit voort, waar iedereen van leert. Door iedereen de kans te geven het op zijn eigen manier te doen, motiveer je mensen. Dat voelt gewoon anders”, aldus Hendrik.

Nederland in een voortrekkersrol

“We wonen in een Delta, dus we zullen onze bijdrage moeten leveren. We moeten ons hard maken voor Europa, omdat we veel expertise hebben maar we het ook niet alleen kunnen. De wereld kun je niet in je eentje redden, maar we kunnen er als land wel voor zorgen dat we met onze kennis en kunde een voortrekkersrol hebben”, is de mening van Andrea. “Geef je het goede voorbeeld, dan gaat je geloofwaardigheid omhoog, ook al zijn we nog zo’n klein land. De waterbouw heeft wereldwijd al een ijzersterke reputatie.” Daar voegt Hendrik aan toe: “Het moet een gezamenlijke inspanning worden, we kunnen al onze kennis en kunde inzetten, maar de waterbouwsector bepaalt niet wat er gebeurt. Laten we met vereende krachten ons gezond verstand gaan inzetten en invulling geven aan een waterveilige wereld na 2050. Simpel gezegd geldt voor iedereen dat men zich minder moet laten leiden door de waan van de dag. Communicatie is daarbij van cruciaal belang. Kijk naar wat er onlangs in Limburg is gebeurd. Je moet weten wat je buurlanden van plan zijn in dergelijke noodsituaties. Als daar het protocol is dat het water zo snel mogelijk het land uit moet, dan worden wij hier verrast met een enorme water toestroom. Een Europees hoogwaterbeschermingsprogramma is dan op zijn plaats. Langs de kust is een hoogwaterbeschermingsplan makkelijker uit te voeren dan langs de rivieren. In Limburg is iedereen weer even wakker geschud, maar hoe houd je dat gevoel van urgentie vast? Het is uiteindelijk een probleem van ons allemaal.”

Hendrik Postma, voorzitter van het bestuur van de Vereniging van Waterbouwers. Beeld: Fred Ernst.

Inspraak is goed, maar besluiten moeten genomen durven worden

Nederland is het land van polderen; er zijn veel mogelijkheden tot inspraak en we werken net zo lang aan een compromis tot de meeste partijen tevreden zijn. Maar daarnaast hebben we een sterke overheid nodig die op korte termijn een richting durft te kiezen voor de lange termijn, gebaseerd op feiten en urgentie, niet op sentimenten en meningen. Het klimaatprobleem raakt ons allemaal, nu, maar in de toekomst nog meer. Alleen voelt niet iedereen dat nog op die manier. “Er moet een collectieve gedachte gaan heersen waarbij de acceptatiegraad van goede maatregelen prioriteit nummer 1 wordt. En laat hierbij voldoende ruimte voor innovatie. Ik ben er namelijk van overtuigd dat we die hard nodig hebben. Niet alleen in Nederland, maar ook ver daarbuiten. Waterbouwers laten al eeuwen zien hierin voorop te lopen en daarmee zowel ons land als menig andere delta te vormen.” 

Hendrik sluit af met de conclusie dat behalve dat ondernemers ruimte moeten krijgen om mitigerende maatregelen op eigen initiatief door te voeren, er nu aandacht moet komen voor adaptieve maatregelen. “Verzamel met elkaar de moed om de blik 100 jaar verder te richten dan vandaag, zodat elke stap die we zetten past in de kronkelige weg daar naartoe. De waterbouwers zijn klaar om ervoor te zorgen dat we ook in actie kunnen komen en onze sector in leven blijft met nieuwe aanwas. Er zullen fondsen moeten komen die dat mogelijk maken. Als wij het hier goed doen, komen de klanten uit het buitenland vanzelf kijken hoe we dat doen en ons vragen bij hun soortgelijke werken uit te voeren. Hiermee zet je eigenlijk een kettingreactie in gang en kun je als klein land toch veel doen om de wereld een stukje te redden.”     

Nederland beweegt mee met het water

Andrea-Vollebregt-edited-Ardito
Lees het gehele artikel

In het werk ontstaan innovaties en nieuwe oplossingen worden gevonden. De ervaring en kennis die je daarmee opdoet geven je de mogelijkheid om je toekomst zelf mede vorm te geven, zolang je bereid bent te blijven leren.

De wereld kijkt naar ons…

Er is een groot tekort aan jonge aanwas in de GWW-sector, dus ook in mijn sector, de waterbouw. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de jeugd kiest voor een opleiding en carrière in de GWW en de waterbouw in het bijzonder? En hoe binden we arbeidskrachten aan onze sector? Zijn de mogelijkheden die de sector biedt te weinig bekend en maakt daardoor onbekend onbemind? Laten we wel wezen: wie kiest voor een carrière in de waterbouw kan rekenen op toekomstbestendig werk en wie wil meegroeien met de sector, kan een leven lang leren.

In de zomer- en najaarseditie van ons verenigingsblad ‘De Waterbouwer’ besteden we daar volop aandacht aan. Ik krijg vaak de vraag waarom ik voor onze sector heb gekozen. De betekenis van de sector voor ons waterrijke land is voor mij een belangrijke reden. Maar ook de veelzijdigheid van het werk en het empirische karakter van de sector. Werken in de waterbouw brengt je bij kleine werken, of juist bij hele grote. In het werk ontstaan innovaties en nieuwe oplossingen worden gevonden. De ervaring en kennis die je daarmee opdoet geven je de mogelijkheid om je toekomst zelf mede vorm te geven, zolang je bereid bent te blijven leren.

Een prachtig exportproduct

Waterbouw hoort bij Nederland, al eeuwenlang. Het is misschien wel ons bekendste exportproduct, wereldwijd. De veilige delta’s die onze waterbouwers creëren beperken zich al heel lang niet meer tot ons kikkerlandje. Wereldwijd wordt Nederland geroemd om de kennis en kunde omtrent het aanleggen van veilige delta’s, waterkeringen en watermanagement. Naast het feit dat waterbouw een belangrijk exportproduct is, is het bovenal een essentieel onderdeel van de Nederlandse economie. We houden graag droge voeten en waterwegen zijn een belangrijk onderdeel van onze logistieke keten.

Learning by doing

Waterbouw is een empirische wetenschap: learning by doing. Waterbouw evolueert voortdurend, daarom kun je in onze sector een leven lang leren. De bedrijven die werkzaam zijn in de waterbouw evolueren mee, op de golven van de verandering. Dat houdt in dat er sprake is van steeds complexer wordende omgevingen waarin en waaraan gewerkt moet worden, dat er steeds meer verantwoordelijkheid bij het werk komt kijken en het technisch materieel dat gebruikt wordt steeds weer doorontwikkeld moet worden. Het overgrote deel van de toegepaste techniek wordt ook nog eens gewoon hier, in Nederland, ontwikkeld. De waterbouw biedt om die reden ook veel werk aan belendende sectoren. Denk bijvoorbeeld eens aan scheepsdesign, de ontwikkeling daarvan en het bouwen van schepen.

Hoog water, zakkende bodem: werk aan de winkel

De nimmer afnemende taak van het veilig houden van ons land als het om hoog water en zakkende bodem gaat, wordt dagelijks uitgevoerd door werknemers die op elk niveau gekozen hebben voor hun vak. Van lager beroepsonderwijs, tot wetenschappelijk onderwijs; wie een opleiding afrondt, kan werk vinden in onze mooie sector. De verworven kennis kun je kwijt bij de vele opdrachtgevers, opdrachtnemers en ingenieursbureaus. En al doende leert men, samen weten we meer. Waterbouwers hebben ruimte nodig om hun innovaties door te kunnen voeren en nieuwe werkmethodieken uit te kunnen proberen. Zo kunnen we onze kust beter beschermen, weten we steeds meer over hoe dijklichamen zich gedragen, wat de invloed is van water op de natuur, op sluizen, op gemalen en waterkeringen… Door nieuwe kennis houden we Nederland leefbaar en veilig en blijft de economie draaien. Ook moet er ruimte zijn voor het kunnen opschalen en dient er geïnvesteerd te worden in watermanagement. Als collega in de GWW-sector vertel ik u echter niets nieuws.

Laat de mooiste motivatie voor jongeren om te kiezen voor de waterbouw zijn, dat we wezenlijk bijdragen aan Nederland, in alle facetten. Oer-Hollands werk en nog net zo belangrijk als toen, zo niet belangrijker. Nederland is nooit klaar met water en wie kiest voor waterbouw is daarom nooit uitgeleerd. Nederland beweegt mee met het water.     

Een blik vooruit met Andrea Vollebregt – Waterbouw, nu en morgen

Vollebregt-2500_0314899-1-HiResMax-Ardito kopiëren
Lees het gehele artikel

“Ik denk dat we de komende jaren een paar versnellingen zullen doormaken als het aankomt op duurzaamheid. Dat hangt mijns inziens vooral af van hoe duurzaamheidsdoelstellingen uitgevraagd gaan worden in aanbestedingen.”

Andrea merkt op dat ten opzichte van een aantal jaren geleden, inmiddels iedereen het klimaatprobleem wel erkent en graag een positieve bijdrage wil leveren. “We wonen in Nederland in een delta en juist de waterbouw heeft de kennis en kunde in huis om bij te dragen aan het ontwikkelen en uitvoeren van klimaat adaptieve maatregelen en daarmee het toekomstbestendig houden van de delta.”

Eeuwenlange ervaring in het werken op de scheidslijn land/water

“Onze expertise hebben we opgebouwd doordat we al eeuwenlang werken op de scheidslijn land/water, daar ligt de kern van onze werkzaamheden. Die toegevoegde waarde behouden we door te blijven innoveren. We zien dat we steeds weer andere middelen tot onze beschikking krijgen die tot nieuwe inzichten en innovaties leiden, zoals data waarmee slim gewerkt kan worden”, aldus Andrea. 

Samenwerken is een hele sterke competentie

Binnen de GWW kan niemand iets alleen, we hebben elkaar nodig. Andrea: “Samenwerken zit in ons DNA. Samenwerken is dan ook een hele sterke competentie, net als goed communiceren. Ook de juiste mensen op de juiste plek krijgen, op het juiste moment is van belang. Daarbij moet je elkaar willen begrijpen, elkaars belangen kennen en de ander iets gunnen.”

Opdrachtnemers dienen zo vroeg mogelijk bij projecten betrokken te worden. “Opdrachtgevers moeten goed voor ogen hebben wat het doel is van het project. Bij veel projecten die afgelopen jaren in de media waren, is geuit hoe belangrijk samenwerking daarbij is. Elkaar vertrouwen is een kwestie van geven en nemen, van elkaar kennen en begrijpen en elkaar weten te vinden op het moment dat het spannend wordt. Ook in de waterbouw veranderen de vormen van samenwerking, dat zie je aan nieuwe contractvormen, waarbij de wijze van samenwerken en elkaar vertrouwen en voldoende informeren de basis vormt. Niet elk contract past bij elk project, maar in de basis hebben ze één ding gemeen: er wordt steeds vaker aan de voorkant samen met de opdrachtgever gekeken hoe een project het beste aangepakt kan worden, waardoor de uitvoeringsexpertise en/of innovatiekracht van aannemers in een vroeg stadium meegenomen kan worden in de ontwerpen. Je ziet dit bijvoorbeeld terug in twee-fasencontracten, Bouwteam overeenkomsten, Alliantie contracten en Innovatie partnerschappen.”

Eerlijk werk voor eerlijk geld

“We dienen bij projecten risico’s samen te dragen en daar neer te leggen waar ze het beste beheerst kunnen worden. Eerlijk werk mogen verrichten voor eerlijk geld, daar moeten we nog meer naartoe”, oppert Andrea. 

Als het gaat om investeringen dan valt het volgens Andrea op dat lokale overheden anders investeren vanwege corona: “Ze hebben grote andere opgaven -en daarmee uitgaven- en daardoor schuiven infrawerken soms op. Dat heeft gevolgen. Wat men zich moet realiseren is dat het investeren in infrastructuur een randvoorwaarde is voor economische groei. Niet alleen omdat onze sector daar bij gebaat is, maar ook omdat er een positief sneeuwbaleffect door ontstaat. Uitstellen is duurder, daar ben ik van overtuigd.”

Niet inzetten op 100% duurzaamheid in één keer

De komende jaren gaan vergroening en duurzaamheid een nog grotere vlucht nemen. “Er is op duurzaamheidsgebied al meer mogelijk dan er door opdrachtgevers wordt uitgevraagd. Maar of het voornemen om over 10 jaar volledig emissievrij te zijn reëel is, betwijfel ik. Volgens mij is het verstandiger om kleinere en realistische stappen te nemen, anders krijgen we te maken met kapitaalvernietiging. Doelstellingen moeten ambitieus genoeg zijn om verandering teweeg te brengen, maar realistisch genoeg om ze haalbaar te maken. Op die manier volgt het grootste gedeelte van de markt en hou je het level playing field in stand. Hierbij moet er ook voldoende aandacht zijn voor het internationale speelveld waarin een deel van onze sector opereert. ”

Andrea merkt op dat bedrijven wel de tijd moeten krijgen om het geld te verdienen dat nodig is voor het doen van investeringen die bijdragen aan vergroening. “De waterbouw is een kapitaalintensieve sector, waar schepen circa 25 jaar mee gaan. De vloot verduurzamen vraagt grote investeringen. Binnen de sector worden verschillende  mogelijkheden onderzocht, van elektrificatie tot waterstofcellen. Dit heeft te maken met de atypische vloot in de waterbouw, die niet vergelijkbaar is met bijvoorbeeld de koopvaardijvloot. Elektrificatie is bijvoorbeeld niet overal haalbaar”, zegt Andrea tot besluit.   

‘Hybride werkwijze’ houdt het sociale aspect van samenwerken levend

Andrea Vollebregt
Lees het gehele artikel

Ten tijde van dit schrijven bereidt Nederland zich voor op een tweede Coronagolf. De maatregelen die in het begin van de Coronacrisis van kracht waren en die later versoepeld werden, lijken weer aangescherpt te worden. ‘Social Distancing’ en thuiswerken komen weer volop in beeld, werkend Nederland kent ‘de drill’ inmiddels. We praten met Andrea Vollebregt, directrice van de Vereniging van Waterbouwers, over de nog immer voortdurende invloed van Corona op de sector.

“Het mooie aan waterbouwwerk is dat je tijdens de uitvoering veel buiten werkt”, opent Andrea het gesprek. “We hebben tot nu toe redelijk goed kunnen doorwerken, met de nodige aanpassingen.” Zij doelt daarmee op individueel rijden naar het werk en niet met zijn allen in een bouwkeet gaan zitten bijvoorbeeld. “Alleen in de cabine van een hijskraan heb je volledige privé quarantaine.”

Een schip is een varend quarantainegebied

Andrea heeft respect voor de grote groep bemanningsleden op schepen, waarvan een groot deel door Corona vast heeft gezeten in het buitenland. “Sommigen zitten daar nog”, schetst zij. “Door de Coronacrisis kun je niet zomaar even een crew aflossen. Sommige bemanningen hebben maanden op het schip gezeten, een hele kleine wereld. Maar het zijn aanpakkers die ook in een crisissituatie samen het beste ervan maken. Daar ben ik trots op. Een schip is eigenlijk een varend quarantainegebied. Men gaat niet aan land, hooguit even aan de kade. Mensen van buiten werd de toegang tot het schip ontzegd om veiligheidsredenen. Dat houdt in dat het uitdelen van bijvoorbeeld certificaten uitgesteld werd. De bevoorrading liep uiteraard wel gewoon door.”

Nieuwe mogelijkheden om door te kunnen werken

De hele BV Nederland heeft de slag naar digitale communicatie inmiddels gemaakt. Ook in de waterbouw, is de constatering van Andrea. “We hebben snel geleerd dat we op het digitale vlak meer kunnen dan we dachten. Onze leden zitten door het hele land en het positieve aspect van digitaal samenwerken is dat er minder gereisd hoeft te worden. Dat spaart kosten en tijd. Wij zijn er volledig in meegegaan, door het centrale vergaderen digitaal te doen. De algemene ledenvergadering heeft digitaal plaatsgevonden en we zijn ook gestart met het houden van webinars. Echt iets om er na Corona in te houden.”

Het sociale aspect van het lijfelijk aanwezig zijn bij een vergadering wil Andrea echter niet onderschatten. “Video is leuk, maar je mist een stuk lichaamstaal, gezelligheid en sfeer. Per slot van rekening is ons werk ook het verbinden van mensen. Daar nemen we dus ook geen afscheid van, we gaan er alleen selectiever mee om. Zo bekijken we of het echt nodig is om in het echt samen te komen. Is dat het geval, dan selecteren we zorgvuldig een locatie waar we kunnen vergaderen met inachtneming van de RIVM richtlijnen. We gaan dus voor de combinatie digitaal-fysiek werken, een hybride werkwijze, met de richtlijnen van het RIVM als kompas. Dat geldt niet alleen voor onze vereniging, maar ook voor ontmoetingen met opdrachtgevers. Soms is het lastig, maar we hebben er nog geen onvertogen woord over gehoord. Iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid.”

“We kunnen werken, dus laat ons werken”

Tot besluit praten we over de orderportefeuille, nu en in de toekomst. Een bron van zorg voor Andrea. “Nu werken we door aan orders die er al lagen, in aangepaste vorm. Maar hoe houden we die orderstroom op gang? De orderportefeuille moet gevuld worden en op stapel staande projecten moeten versneld op de markt komen. We kunnen werken, dus laat ons werken. Mijn angst voor teruglopende orders is niet alleen teruglopende omzet, maar  dat er door de druk ook nog mensen vertrekken uit de sector. Dan krijg je een ‘brain drain’ en zie die kennis maar weer eens terug te krijgen.

Andrea Vollebregt namens de waterbouwers

baggeren-kopieren
Lees het gehele artikel

“We mogen trots zijn op de goede naam die we wereldwijd hebben”

Op de vraag wat zij zelf met water heeft, antwoordt zij: “Na mijn European Studies in rechten, politiek en talen ben ik begonnen bij het Havenbedrijf Rotterdam. Niet alleen mijn studie sloot daar goed op aan, maar ook het feit dat ik tweetalig ben. Ik heb namelijk mijn roots in Duitsland liggen.”

Andrea Vollebregt

Andrea Vollebregt, directeur van de Vereniging van Waterbouwers.

 

Aan het woord is Andrea Vollebregt, directeur van de Vereniging van Waterbouwers. Zij volgt in die functie Edwin Lokkerbol op. “Bij het Havenbedrijf Rotterdam was ik verantwoordelijk voor de External Affairs in Duitsland, met als doel de positie van de Rotterdamse haven op politiek en bestuurlijk niveau te verbeteren. Een groot gedeelte van de overslag die er plaatsvindt, is namelijk aan Duitsland gerelateerd. Zo heb ik een band gekregen met water.”

Het drooghouden van Nederland

“Wat ik mooi vind aan de Vereniging van Waterbouwers is dat we samen met onze leden veelomvattend en belangrijk werk verrichten voor de BV Nederland. Het maatschappelijk belang van de waterbouwsector is groot”, vervolgt Andrea haar verhaal. “Waterbouwers leveren al eeuwen een bijdrage aan het drooghouden van Nederland en het in goede banen leiden van het water dat ergens naartoe moet.”

Toegevoegde waarde binnen de economie

Andrea merkt op dat de waterbouwsector van toegevoegde waarde is voor onze economie. “Kijk alleen al naar de constructieve waterbouw, die is van vitaal belang voor het toekomstbestendig maken van de Rotterdamse haven en het op peil houden van onze kustlijn en rivieren. We mogen ontzettend trots zijn op de goede naam die we wereldwijd hebben. De burger weet niet wat er allemaal binnen onze mooie sector gedaan wordt, dat vind ik soms jammer. Pas wanneer je zelf in deze sector werkzaam bent, kun je bevatten hoe omvangrijk dit allemaal is. Daarom laat ik geen kans onbenut om het werk van onze leden te promoten. Ik vertel graag waarom we in Nederland überhaupt droge voeten hebben.”

‘There is more to it than meets the eye’

“De taak van de Vereniging van Waterbouwers is ook om te laten zien aan de wereld dat we veel meer doen dan aan de oppervlakte zichtbaar is. ‘There is more to it than meets the eye’, we leggen bijvoorbeeld infrastructuren aan waardoor vervoer over water beter kan plaatsvinden. Dat scheelt veel wegtransport, dat scheelt weer een vrachtvliegtuig. Goed voor een verminderde CO2-uitstoot en bijdragend aan minder verkeersdrukte”, schetst Andrea. “Als vereniging behartigen we de belangen van onze leden en wij vertalen voor hen wat er buiten de sector gebeurt en welke impact dat heeft binnen onze sector. Samen met opdrachtgevers kijken we hoe je nu in een uitvraag kunt zorgen dat duurzaamheid op een realistische en uniforme wijze wordt uitgevraagd, het liefst op Europees niveau. Wij willen een speelveld creëren door een brug te vormen tussen alle partijen. Van binnen naar buiten en van buiten naar binnen.”

Samen een eerlijke toekomst delen

Hoe ziet Andrea de toekomst binnen de waterbouwsector? “Het is bij veel aanbestedingen belangrijk om te komen tot een betere samenwerking met opdrachtgevers. Met eerlijk geld, voor eerlijk werk en het beleggen van risico’s waar ze het best beheerst kunnen worden. Er mag gerust aandacht zijn voor de combinatie ‘verdienen, voldoen aan de opgave, elkaar willen begrijpen en transparant zijn’. Dat begint met een open dialoog. De afgelopen jaren zijn partijen binnen projecten steeds verder van elkaar af komen te staan. Men realiseert zich dat dit moet veranderen. Risico’s worden verlegd en worden daarmee ondraagbaar voor partijen, waardoor niet kan worden voldaan aan verwachtingen.”

Kijken naar persoonlijke competenties

Er is een andere manier van denken en omgaan met elkaar nodig, begrijpen we. Andrea beaamt dat en zegt: “Stel jezelf eens de vraag, welke mensen je nu op een project zet. Kijk eens naar welke persoonlijke competenties mensen hebben, naast vakkennis. Dat is een interessante stap, waar we als vereniging op aan willen sluiten en onderzoek naar willen doen.”

Eeuwen van innovatie-kracht helpen Nederland het nieuwe tijdperk in

Tot besluit praat Andrea over de klimaatproblematiek. “Onze leden spreken niet over problemen, maar zien kansen. Ze houden Nederland al eeuwen droog door continu te innoveren. Er heerst vertrouwen in de sector. Wij zijn ervan overtuigd dat we Nederland verder kunnen helpen, het volgende tijdperk in. Dat vraagt om innovatie en aanpassing, daar zijn we goed in.”    

Andrea Vollebregt nieuwe directeur Vereniging van Waterbouwers

andrea-kopieren
Lees het gehele artikel

Andrea Vollebregt is op 1 januari 2020 gestart als nieuwe directeur van de Vereniging van Waterbouwers. Zij volgt hiermee Edwin Lokkerbol op die ruim vijf jaar directeur van de vereniging is geweest.

Vollebregt (39) werkt sinds mei jl. als Senior Adviseur Markt voor de vereniging. Daarvoor was zij onder meer tien jaar werkzaam voor het Havenbedrijf Rotterdam als Manager External Affairs Duitsland. Andrea Vollebregt is blij met haar benoeming. “Ik kijk er naar uit me nog breder in te zetten voor deze sector die een belangrijke toegevoegde waarde heeft voor de BV Nederland, maar die ook aan de vooravond staat van grote veranderingen.”

Nederland staat voor grote opgaven op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en klimaatadaptatie. De waterbouwers hebben de kennis en kunde in huis om een belangrijke bijdrage te leveren aan de gestelde doelen. Belangrijk daarbij is om deze thematiek in de praktijk en de samenwerking met de opdrachtgevers verder vorm te geven. Ook het actuele (inter)nationale politieke speelveld, met thema’s zoals stikstof, PFAS en de Europese Green Deal, vragen om een stevige belangenbehartiging. Het bestuur heeft er het vertrouwen in dat Andrea Vollebregt de juiste persoon is om dit succesvol gestalte te gaan geven.