Tagarchief: Alliantie Markermeerdijken

Markermeerdijken: van zeedijk tot meerdijk

Foto-zeedijk
Lees het gehele artikel

De Markermeerdijken zijn van oudsher een zeedijk. Sinds de Afsluitdijk in 1932 is aangelegd, vormen ze feitelijk een meerdijk. Neemt niet weg dat ze een ongelooflijk belangrijke functie vervullen, vooral vanuit de bedreiging van de grote rivieren. En dat vraagt volgens Rob Veenman, hoogheemraad bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier om een compleet ander profiel dan een typische zeedijk. Al met al een behoorlijke uitdaging gezien de monumentale status van de Markermeerdijken.

Als hoogheemraad bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is Rob Veenman portefeuillehouder Waterveiligheid en daarmee verantwoordelijk voor het veilig leven, werken en recreëren onder zeeniveau van 1,2 miljoen Noord-Hollanders. “Van de 45 kilometer dijk tussen Hoorn en Amsterdam moet 33 kilometer verbeterd worden. Een lange afstand en gezien de ruimtelijke ordening dwars door zowel een landelijk als verstedelijkt gebied een ingewikkeld proces. Om nog maar te zwijgen over de ongelooflijk lastige ondergrond. Dat maakt de versterkingsopgave, die onderdeel is van het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) voor dijkversterkingen, tot een enorm complexe operatie.”

Niet-traditionele aanbestedingsvorm

Tien jaar geleden werd het tracé tussen Enkhuizen en Hoorn aangepakt. “Op basis van die ervaringen hebben we voor het huidige tracé gepleit voor een andere aanpak”, zegt Veenman. “Er wordt nu zoveel mogelijk gewerkt vanaf het water om de maatschappelijke verstoringen zo beperkt mogelijk te houden. Ondanks de gigantische operatie is de overlast voor omwonenden nu relatief beperkt. Tot nu toe verloopt de uitvoering ook vrijwel probleemloos. Het is onder meer te danken aan de unieke vorm van samenwerken in alliantievorm. Met deze niet-traditionele vorm van aanbesteden hebben we als hoogheemraadschap de afgelopen jaren al best veel ervaring in opgedaan. We hebben vanuit het HWBP al diverse grote projecten afgerond, zoals de Hondsbossche en Pettemer Zeewering en de Prins Hendrikzanddijk op Texel. Als je constateert dat een project om verschillende redenen omvangrijk en complex is, is het haast essentieel om andere aanbestedingsvormen te omarmen. De alliantievorm waarin publieke en private partijen samenwerken, functioneert hier op Markermeerdijken uitstekend. Je ziet dat vanaf het allereerste begin de kennis en ervaring van private partijen een belangrijke basis vormen voor de planvorming en uitvoering van het project.”

Rob Veenman, hoogheemraad bij het Hoogheem-raadschap Hollands Noorderkwartier. (Beeld: HHNK)

Monumentale status

Ondanks dat de operatie grotendeels vanaf het water wordt uitgevoerd, was het volgens Veenman toch best een klus om omwonenden ‘mee’ te krijgen. “Dat een zeedijk versterkt moet worden, daar kan iedereen zich wel iets bij voorstellen. De urgentie van het versterken van een meerdijk wordt over het algemeen een stuk minder gevoeld. Het levert een andere maatschappelijke discussie op. We versterken de Markermeerdijken dus niet vanuit de bedreiging van de zee, maar vanuit de bedreiging van de grote rivieren. Een zeedijk heeft te maken met korte periodes van eb en vloed en heeft over het algemeen een wat steiler profiel dan de meeste meerdijken. Bij een meerdijk zoals de Markermeerdijken kan het water langdurig hoog staan. Stel, het regent hevig en lang bij onze oosterburen en op zee staat een noordwesterstorm. De Maeslantkering is gesloten en er kan niet gespuid worden via de Afsluitdijk. Omdat de rivieren veel water naar onze delta afvoeren, vullen de IJssel- en het Markermeer zich. Dat hoogwaterscenario vraagt om een hele stabiele dijk in plaats van een steile dijk. Daarom gaan we de dijken op de meeste plaatsen ook niet verhogen, maar binnen- en buitenwaarts stabiliseren. Het impliceert in feite dat we een ander type dijk gaan bouwen, een meerdijk met het uiterlijk van een zeedijk vanwege de monumentale status. Dat maakt het werk alleen maar complexer.”

Behalve dat de Markermeerdijken worden getransformeerd tot meerdijk weten we er ook een heel mooi en maatschappelijk verantwoord dijkproject van te maken. “Projecten die vallen binnen het HWBP dienen sober en doelmatig gerealiseerd te worden”, erkent Veenman. “Als Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hebben we echter ruim oog voor niet-waterschapsaspecten die een bredere maatschappelijke betekenis hebben. Dat leidt tot een aantal mooie meekoppelkansen, zoals volop ruimte voor natuurontwikkeling en cultuurhistorische waarden, maar ook de aanleg van fietspaden, recreatievoorzieningen en een heus stadsstrand bij Hoorn. En daar zijn we best wel trots op”, besluit Veenman.     

Cumelabedrijf in het hart van de dijkversterking

Lees het gehele artikel

De Alliantie Markermeerdijken heeft de verplichting om bij het versterken van de ruim 33 kilometer aan dijken tussen Hoorn en Durgerdam zoveel mogelijk met lokale bedrijven te werken. Dichterbij dan aannemings- en machineverhuurbedrijf Huiberts BV kan haast niet. Het Cumelabedrijf is gesitueerd in het hart van de dijkversterking, pal naast het tijdelijke onderkomen van de Alliantie, en kent het gebied als geen ander.

Huiberts is specialist in groen, grond en infra. “We zijn actief op het gebied van grondwerk, schoeiingwerk, baggerwerk en cultuurtechnisch werk”, zegt eigenaar Kees Huiberts, tevens bestuurslid van Cumela Noord-Holland, de brancheorganisatie voor specialisten in groen, grond en infra. “Het versterken van de Markermeerdijken vormt toch wel een speciaal project voor ons. Het is letterlijk in onze achtertuin. De hoofdkeet van de Alliantie is bovendien gesitueerd op het naburige terrein dat we enige tijd geleden hebben verkocht aan de gemeente Waterland. We hebben dus letterlijk en figuurlijk een bruggetje met de Alliantie en verhuren voor dit project grondverzetmachines met machinist op regiebasis.”

Afhankelijk van vraag en beschikbaarheid plant Huiberts mens en materieel in op het project.

Afhankelijk van vraag en beschikbaarheid plant Huiberts mens en materieel in op het project. “We zijn al sinds 2019, dus vanaf het allereerste begin, betrokken bij het project. Groot voordeel is dat wij beschikken over gekwalificeerd personeel met een enorme gebiedskennis. Gebiedskennis is belangrijk in onze sector, net als het nakomen van afspraken.” Huiberts BV is door Aboma gecertificeerd voor VCA* en CO2 Prestatieladder op niveau 5, door TÜV gecertificeerd voor PSO trede 2 én is een erkend leerbedrijf voor de SOMA (machinistenopleiding) in Harderwijk.     

Complexe technische opgave vraagt om uniek samenwerkingsverband

M2-18
Lees het gehele artikel

Nadat in 2003 definitief het besluit is genomen om het Markermeer niet te gaan inpolderen, zijn de Markermeerdijken een primaire waterkering geworden. Een waterkering die 1,2 miljoen Noord-Hollanders en zo’n 25 miljard euro aan economische waarde beschermt tegen hoogwater. 

Tijdens een periodieke veiligheidsinspectie in 2006 werd het grootste deel van de dijk tussen Hoorn en Amsterdam afgekeurd. Vanaf dat moment is er volop gestudeerd over hoe de dijkversterking technisch gerealiseerd moet worden en hoe deze eruit moet komen te zien. De Markermeerdijken hebben namelijk niet alleen een waterkerende functie maar tegelijk ook een monumentale status. Kortom, een bijzonder project dat vraagt om een unieke manier van samenwerken.

De dijkversterkingsopgave behelst een traject van zo’n 33 kilometer en wordt uitgevoerd door Alliantie Markermeerdijken, een publiek-private samenwerking tussen Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Boskalis en VolkerWessels ondernemingen. “Het is een vrij uniek samenwerkingsverband, waarbij het hoogheemraadschap naast opdrachtgever ook partner is in de Alliantie”, begint Reijer Baas, Alliantiemanager bij Markermeerdijken. “De keuze hiervoor heeft alles te maken met de complexiteit van de (technische) opgave. Ook heeft het hoogheemraadschap ervoor gekozen om het bedrijfsleven al vroegtijdig bij het project te betrekken, zodat die kennis, kunde en ervaring gebruikt kan worden in de planvorming. Deze dijkversterkingsopgave is namelijk best wel vernieuwend voor de waterbouw en vraagt om innovatieve technieken en het slim organiseren van uitvoeringswerkzaamheden.”

De gemeente Hoorn investeert in de aanleg van een stadsstrand en horeca- en recreatievoorzieningen op een deel van de nieuwe oeverdijk.

Veengebied

Het versterken van de Markermeerdijken vereist een maatwerkaanpak. “Er dient rekening gehouden te worden met de historische kwaliteiten van de bestaande dijk. Ook is de situatie overal specifiek, zoals een dorp tegen of zelfs op de dijk, een natuurgebied of voorland dat doorkruist wordt en ga zo maar door. Daarnaast zijn de Markermeerdijken voor een groot deel gelegen in een veengebied met een zeer slappe ondergrond. Het traject van 33 kilometer is daarom in zestien modules opgedeeld waarbij per module een eigen versterkingsmethode is uitgewerkt”, legt Baas uit. “Daarbij is uitvoerig onderzoek gedaan naar het versterken van dijken op veen. Uit dit onderzoek is een rekenmethodiek ontwikkeld, die bij de Markermeerdijken voor het eerst is toegepast. Om de methode te verifiëren hebben we proefterpen aangelegd waarop uitgebreid metingen zijn verricht om zo de sterkte-ontwikkeling en zettingen in de tijd te kunnen bepalen. We monitoren nu de ophogingen en kunnen daarmee aantonen dat we voldoen aan de sterkteontwikkeling. Voor kwaliteitsdoeleinden zijn er dan achteraf mogelijk nog een beperkt aantal proefprikjes nodig.”

98% vanaf het water

Door de slechte grondslag worden de dijken laagsgewijs opgebouwd. “Op die manier kunnen we zelfs op veen heel veel sterkte bereiken”, weet Baas. “Dat de ondergrond zo gevoelig is, hebben we gemerkt bij het aanleggen van de loswallen. In het begin van het project is een loswal onderuitgegaan, terwijl het vooraf allemaal was berekend. Dat heeft ons geleerd nóg voorzichtiger te moeten zijn met het maken van de ophoogslagen. Het zand wordt dan ook in relatief dunne lagen opgespoten vanaf het water. De werkzaamheden vinden grotendeels vanaf de aangelegde werkbaan aan de waterzijde van de dijk plaats. Zo’n 98% van alle aan- en afvoer van materiaal en materieel gebeurt via het water, met name om het kwetsbare achterland te ontzien. Hiertoe zijn aanlandingsplaatsen, zogenaamde loswallen, aangelegd en zelfs diverse vaargeulen in het Markermeer gemaakt om überhaupt met groot materieel bij de dijk te komen.”

De Alliantie werkt volgens een strakke planning om de Markermeerdijken in 2027 ‘Dijk Veilig’ op te leveren.

Meekoppelkansen

De zestien deeltracés kennen dus allemaal een eigen aanpak. “Soms wordt er ook een mix van methoden toegepast”, vervolgt Baas. “Op enkele plaatsen wordt de bestaande, monumentale dijk zelfs helemaal ontzien. In Hoorn bijvoorbeeld is gekozen om vóór de bestaande dijk een oeverdijk te creëren, die de zware golfslag afvangt. Hier realiseren we bovendien een meekoppelkans voor de gemeente Hoorn. De gemeente investeert namelijk in de aanleg van een stadsstrand en horeca- en recreatievoorzieningen op een deel van deze nieuwe dijk. Er komen bruggen tussen de bestaande en de nieuw dijk en zelfs parkeerplaatsen op de oeverdijk. Bewoners hebben zelf ideeën mogen aandragen over de invulling ervan. Sowieso is er in het voortraject veel aandacht besteed aan het informeren van omwonenden langs het gehele tracé van 33 kilometer. Dat varieerde van participatieavonden tot keukentafelgesprekken. Nu tijdens de uitvoering zijn er bouwklankbordgroepen waarin omwonenden kunnen meedenken over fasering, afsluitingen, enz. Het zijn nuttige bijeenkomsten. Bewoners zijn de oren en ogen van de omgeving.”

De Alliantie werkt volgens een strakke planning om de Markermeerdijken in 2027 ‘Dijk Veilig’ op te leveren.

Enthousiast over de samenwerking

De Alliantie werkt volgens een strakke planning om de Markermeerdijken in 2027 ‘Dijk Veilig’ op te leveren. “De versterkingsoperatie wordt gefinancierd door het Hoogwaterbeschermingsprogramma, een samenwerkingsverband van de Unie van Waterschappen en Rijkswaterstaat. Dat laatste betekent dat er ook aan de Tweede Kamer wordt gerapporteerd over de voortgang van dit project”, zegt Baas. “Buiten lopen we ondanks tegenvallers nog steeds op schema. We ervaren voortdurend de kracht van deze unieke manier van samenwerken. Kennis en kunde uit de markt gecombineerd met kennis van beheer en onderhoud, besluitvorming en wet- en regelgeving maakt dat we deze complexe opgave kunnen realiseren. Daardoor kunnen we, naast het creëren van een goed werkproces, ook goed anticiperen en reageren op veranderingen en tegenvallers, en daarbij extra (maatschappelijke)
kosten zo veel als mogelijk beperken. Alle alliantiepartners zijn dan ook heel enthousiast over deze samenwerking. Op andere plekken in ons land wordt dit voorbeeld inmiddels al gevolgd.”