Platform over civiele techniek & infrastructuur
Wegenbouw & Rail

‘Zand erin, grond eruit!’

C
Een mijlpaal: vier miljoen kuub zand aangebracht.

Tekst | Jan Mol

Beeld | De Groene Boog

8 februari 2022 Leestijd 8 minuten

Deel dit artikel

Het project A16 Rotterdam, uitgevoerd door bouwconsortium De Groene Boog (met daarin de bedrijven Besix, Dura Vermeer, Van Oord, TBI (Mobilis, Croonwolter&dros), Rebel en John Laing), is het realiseren van 11 kilometer nieuwe snelweg. Deze wordt deels hoog aangelegd vanwege kruisingen met HSL, RandstadRail en de N471 en op een zachte, veenachtige ondergrond. 

Vanwege de hoge ligging en de slappe ondergrond was het noodzakelijk om in het poldergebied rondom de te realiseren weg de grond voor te belasten. Ook rondom het tunneltracé was veel zand nodig, voor de aanleg van bouwwegen. In totaal spreken we over maar liefst 4.000.000 kuub zand. Een enorme hoeveelheid. Waar haal je zoveel zand vandaan? GWW Magazine vroeg het aan Jan Span (projectmanager) en Jurian Bakker (omgevingsmanager) bij De Groene Boog.

Zand uit de Noordzee en het Markermeer

“Het ligt bij deze hoeveelheden voor de hand dat je zand uit de Noordzee haalt”, zegt Bakker en licht toe: “De vernietiging van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in mei 2019 zette echter een streep door volledige zandwinning in de Noordzee. Als gevolg van de stikstofproblematiek en om die reden het uitblijven van nieuwe vergunningen voor zandwinning op de Noordzee, werd er tevens naar een andere oplossing gezocht. Die werd gevonden op het Markermeer, waar op de Markerwadden een stroomgeul werd gerealiseerd. Daar kon het nodige zoetwaterzand gewonnen worden. In een later stadium is er via een bestaande concessie alsnog een klein deel zand uit de Noordzee gehaald.”

De keuze om deels met Noordzeezand en deels met Markermeerzand te werken werd overigens niet alleen door stikstofproblematiek bepaald. “De ziltheid van dit zand, dat als voorbelasting van de bodem gebruikt wordt, zou betekenen dat het oppervlaktewater te zout zou worden. Dat maakt dat we in twee delen hebben gewerkt. Voor het verkrijgen van de watervergunning mocht één deel, mits ontzilt, Noordzeezand zijn, het andere deel diende per se zoetwaterzand te zijn. Meer dan de helft van het totale volume (4.000.000 kuub) zand is van het Markermeer gekomen. Voor dit project moest het zand dus extra ontzilt worden, normaal spreken we over een chloridegehalte van 200mg/kg, de norm voor dit project lag op 35mg/kg.” Het zand dat van de Noordzee kwam, werd door hoppers gewonnen en naar een tussendepot gebracht in de Scheurhaven. De zuiger deponeerde het zand in binnenvaartschepen, die er vervolgens de rivier mee op gingen, om het zand al varende te ontzilten.” Span voegt toe: “Het zand werd verdeeld over vijf overslaglocaties, te weten in Nieuwerkerk aan den IJssel, op twee locaties aan de Schie in Spaanse polder, in Schiedam en in de Keilehaven in Rotterdam.

Zand laden op een van de loslocaties.

‘Bijna geen beunschip meer te vinden in Nederland’

De piek van de zandwinning was vorig jaar, toen per week tussen de 90.000 en 100.000 kuub zand zijn weg vond naar het project. Span: “We hadden een groot deel van de beunschepenmarkt nodig. Op een gegeven moment hebben we op het Markermeer een overslagponton neergelegd, om het zand met droge ladingschepen in plaats van met beunschepen naar het project te kunnen brengen.” Bakker: “Je kunt je voorstellen hoe druk het was met transport over water en weg. Er reden gemiddeld 80 vrachtwagens 13 vrachten per dag. Dat is equivalent aan het lossen van zo’n 25 binnenschepen per dag.” Span vult aan: “Dan heb je het over circa 20.000 kuub zand per dag.”

Iedere ‘club’ zijn eigen losplek

De uitdaging voor De Groene Boog zat vooral ook in het wegtransport. “Na goedkeuring van het wegtransportplan bleken de coronamaatregelen nu eens niet voor ongemak te zorgen. Er werd sowieso buiten de spits gereden, tevens was het rustig op de weg door de coronamaatregelen, waardoor we zonder al te veel hinder heel snel en efficiënt te werk konden gaan. We kozen voor een simultane werkwijze, waarbij we het storten in pools hebben opgedeeld. Langs het 11 km lange tracé had iedere ‘club’ zijn eigen losplek, compleet met eigen shovel. Zo kon er parallel aan elkaar gewerkt worden”, aldus Span.

Grond uit de tunnel-afgraving maximaal hergebruikt

Naast de aanvoer van de immense hoeveelheid zand voor de voorbelasting, komt er ook een enorme hoeveelheid grond vrij bij het afgraven van de tunnel. “Maar liefst 700.000 kuub grond”, vertelt Bakker. “Deze grond hebben we maximaal hergebruikt, voor de wangen (taluds). Wel moest de afgegraven grond eerst voldoende drogen, op een speciaal daarvoor ingericht gronddepot. Een deel van de grond is gereserveerd voor de afdekking van de tunnel, als alle betonwerk gereed is.”

Net zoals bij alle andere onderdelen van project A16 Rotterdam geldt dat een goede afstemming vooraf, een strakke planning en een flexibele aanpak het succes bepalen. “Als we kijken naar de zandaanvoer en grondafvoer, dan kunnen we rustig zeggen dat we titanenwerk hebben verricht”, zegt Span tot besluit. “Jurian en ik zijn er trots op dat door goed te werken in teamverband, over de gehele linie, er een record gebroken is als het gaat om zandverplaatsing.”     

Nieuwsbrief

Meld u aan om nieuws & updates te ontvangen.

Contact

Frank Wekking

Projectmanager

Meer online zichtbaarheid creëren via Grond/Weg/Waterbouw? Neem contact met mij op.

0%

    Stuur ons een bericht