david van raalten
02:53
07-06-2016

“Vind het Hansje Brinker effect voor jullie sector.”

David van Raalten is Director Delta Development bij ontwerp- en consultancybedrijf Arcadis en geeft zijn visie op hoe de railsector van de watersector kan leren door de parallellen en de verschillen uit te lichten.

Samenwerking
Als we Van Raalten vragen naar wat de railsector op korte termijn kan leren van de watersector staat volgens hem samenwerking in de keten centraal. “Dit is in de watersector een drijvende kracht. Mede doordat tijdens het kabinet Balkenende de watersector als één van de topsectoren is benoemd met het besef dat we als Nederland concurrerend willen blijven. Onze watersector is ook een exportproduct.”

Van Raalten legt uit dat hierbij overheid, bedrijfsleven en wetenschap samenwerken zoals bijvoorbeeld in Dutchwatersector.com en organisaties zoals het Netherlands Water Partnership (www.nwp.nl): Het NWP ondersteunt de watersector bij export en internationale samenwerking. 200 organisaties -profit en non profit, met activiteiten van drinkwater tot dijken- hebben zich aangesloten vanuit de overtuiging dat je samen meer impact hebt in het buitenland.

“Als Nederland zijn we trots op onze watersector en dat stralen we naar het buitenland uit. Zeg maar het Hansje Brinker effect”, aldus Van Raalten.

Beeldvorming
Een ander belangrijk punt waar de railsector van de watersector kan leren is volgens hem ‘positieve pers en media’. Hij legt uit: “Publieke opdrachtgevers in de watersector zijn zich meer bewust van water als exportproduct. Nederland als proeftuin levert mooie projecten op, waarin we continu innoveren en samenwerken. En dat levert positieve beeldvorming in het buitenland op. Hier wordt ook actief naar gezocht, voor gelobbyd en in geïnvesteerd.”

Van Raalten stelt dat het lijkt alsof innovaties in de spoorbranche zoals de Fyra of ERTMS negatief uitpakken. Dat maakt de sector schuw om te innoveren omdat er in het buitenland het beeld ontstaat dat we geld over de balk smijten voor een hsl en er vervolgens een stoptrein laten rijden. “In plaats van trots te zijn, duiken we dan dus juist weg.”

Grensoverschrijdend
De Director Delta Development van Arcadis denkt dat een deel van het succes van het Nederlandse watermanagement te maken heeft met de goede grensoverschrijdende samenwerking. “Deze wordt gefaciliteerd door internationale rivier-commissies, zoals de International Rhein Commission (IRC): dit zijn instituten die al vele decennia bestaan. Maar nog belangrijker is de Europese Flood Directive die voorschrijft dat je de bovenstroomse problematiek van hoogwater niet mag afwentelen op benedenstrooms. En dus ook niet van het ene land naar het andere land. Oftewel: Duitsland mag niet haar rivieren zomaar recht trekken, zodat het water sneller naar Nederland stroomt, waardoor wij meer problemen krijgen, hetgeen in het verleden wel gebeurde.”

Apolitiek
Van Raalten legt uit dat de Programma aanpak in de watersector succesvol is doordat ze het apolitiek maken. “Kijk naar Ruimte voor de Rivier en het hoogwaterbeschermingsprogramma. Het Ruimte voor de Rivier programma heeft meerdere kabinetten overleefd en is in haar oorspronkelijke vorm nu zo’n beetje afgerond.” Hij vraagt zich af of je programma’s als PHS en ERTMS niet ook apolitiek zou moeten maken en hoe dat dan zou moeten.

In de watersector gaat dat bijvoorbeeld dankzij het overkoepelend Deltaprogramma met een lange termijnvisie en een Deltacommissaris die aangesteld is en ‘boven de partijen’ staat en direct rapporteert aan de minister. “Via dit Deltaprogramma wordt ook jaarlijks het Deltacongres georganiseerd: de Dag van de Rail van de watersector”. aldus Van Raalten.

Hij denkt ook dat de lobby in de watermarkt naar Den Haag sterker is. “Terwijl je juist zou denken dat alle partijen wel pro OV zijn zie je toch geen harde push om zaken er doorheen te krijgen.”

Regionaal
Over de regionale aanpak van watermanagement zegt Van Raalten het volgende: “In Ruimte voor de Rivier werkt regionale aanpak heel goed met altijd een stuurgroep van diverse belanghebbenden. Dit werkte ook omdat er iets radicaal anders moest naar aanleiding van een aantal hoogwater issues in 1995 en daar was politiek besef van. Er kwam een PKB planologische kernbeslissing. Dat dwingt vervolgens af dat je daadwerkelijk de boel gaat oplossen. Vervolgens is er heel goed gerealiseerd dat lokaal draagvlak essentieel is voor een goede uitvoering: daarom zijn de regio’s ook uitgedaagd om mee te denken in de oplossingen en is toegestaan met ‘regio alternatieven’ te komen.”

Aandachtspunten voor de railsector
Tot slot heeft Van Raalten wel vijf aandachtspunten om de railsector mee te geven:

  • Iconische projecten – De sector heeft belang bij iconische innovatieve projecten: die moet je stimuleren, èn vieren, waardoor je ze ook internationaal kunt inzetten. Vind het Hansje Brinker effect voor jullie sector.
  • Governance – Maak programma’s apolitiek: kijk naar hoe het Deltaprogramma opgezet is (met vele partijen en belanghebbenden) en hoe daar één Deltacommissaris boven de partijen is gesteld.
  • Samenwerken – Gebruik actiever de Haagse lobby, en werk samen in de sector: bedrijfsleven, overheden en instituten – denk aan een soort Dutch Rail Sector.
  • Regionaal draagvlak – Maak gebruik van centrale doorzettingskracht (duidelijk programmabureau/directie), maar werk de projecten uit met lokale partijen: hierdoor komt er een lokale oplossing met draagvlak in de regio.
  • Publiceer – Blijf positieve pers creëren met de hele sector, en daarbuiten: wees trots op wat je bereikt hebt, en draag dat uit!

David van Raalten is spreker op het congres Dag van de Rail op 29 juni te Utrecht

Nederlands Instituut voor de Bouw

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen rondom civiele techniek & infrastructuur

Lees ons « Privacy statement » voor nadere informatie.

Over Nederlands Instituut voor de Bouw

GROND/WEG/WATERBOUW partners

erik bijlsma