Platform over civiele techniek, ondergrondse infra, energie, bouwmaterieel & bouwmachines
Het belang van de CROW 500 bij graafschade
Bart Wernik – advocaat bij Stijl Advocaten

Het belang van de CROW 500 bij graafschade

In Nederland ligt er 1,7 miljoen kilometer aan kabels en leidingen in de grond, en mede door de energietransitie zullen dat er nog veel meer worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bij werkzaamheden in de grond nog steeds regelmatig kabels en leidingen worden geraakt. Dat gebeurde in 2021 zelfs meer dan 45.000 keer. Oftewel, ongeveer 173 keer per werkdag. 

De ‘Richtlijn zorgvuldig grondroeren van initiatief- tot gebruiksfase’, de welbekende CROW 500, is de handleiding voor zorgvuldig graven. De CROW 500 is primair een praktische richtlijn voor grondroerders, maar als het toch misgaat heeft de CROW 500 wel degelijk juridische consequenties. De richtlijn wordt dan voor juristen, advocaten en rechters een sterk handvat om te beoordelen of en welke partij aansprakelijk is voor de betreffende graafschade. 

Om bij graafschades tot schadevergoeding te komen, moet de grondroerder namelijk – kort gezegd – onrechtmatig hebben gehandeld jegens de leidingeigenaar. Van onrechtmatig handelen kan sprake zijn wanneer de grondroerder ‘onzorgvuldig’ heeft gehandeld bij de uitvoering van zijn werkzaamheden in de grond. Een schending van deze zogenaamde zorgvuldigheidsnorm is in het algemeen afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Dat is een wollig en ruim criterium. Voor de graafpraktijk is de invulling van de zorgvuldigheidsnorm echter iets vereenvoudigd.

De Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld dat er bij de invulling van de zorgvuldigheidsnorm groot gewicht moet worden toegekend aan de (naleving van de) CROW 500. Dit komt mede doordat de CROW 500 door de beroepsgroep zelf is opgesteld. Dit leidt tot de situatie dat wanneer een grondroerder een leiding raakt en hij niet heeft gehandeld conform de CROW 500, sneller kan worden aangenomen dat hij onzorgvuldig heeft gegraven en dus aansprakelijk is voor de schade. De tegenovergestelde situatie is echter minstens van even groot belang. Wanneer een grondroerder een leiding raakt en daardoor schade veroorzaakt, maar hij wel heeft gehandeld conform de CROW 500, dan is hij mogelijk niet aansprakelijk voor de schade. 

Over deze laatste situatie heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden zich uitgelaten. In deze procedure had een aannemer van een waterschap de opdracht gekregen een beschoeiing aan te brengen. Uit de KLIC-melding bleek dat er kabels en leidingen aanwezig waren. De aannemer kon deze alleen niet lokaliseren en op grond van de CROW 500 koos de aannemer ervoor om te gaan ‘graven als in een risicogebied’. Met die werkwijze maakt de CROW 500 het mogelijk om toch een grondroering uit te voeren zonder dat de betreffende kabels en leidingen zijn gelokaliseerd, aldus het hof. 

In de procedure oordeelt het hof uiteindelijk dat de aannemer conform de CROW 500 en aldus niet-onzorgvuldig heeft gehandeld. Kortom, de aannemer heeft de kabel beschadigd maar is daarvoor niet aansprakelijk.

Hoewel het altijd afhankelijk is van de specifieke omstandigheden van het geval, waaronder de wijze van procederen, is dit voor de praktijk een interessante uitspraak. Grondroerders die na een KLIC-melding een kabel niet kunnen lokaliseren, maar conform de CROW 500 er toch alles aan doen om schade te voorkomen, zijn mogelijk niet aansprakelijk wanneer zij toch een kabel raken. Tegelijkertijd benadrukt de uitspraak eens te meer het belang van de CROW 500.   ν

"*" geeft vereiste velden aan

Stuur ons een bericht

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.