Platform over civiele techniek, ondergrondse infra, energie, bouwmaterieel & bouwmachines
Heel complexe puzzel, dus niet één oplossing

Heel complexe puzzel, dus niet één oplossing

Infra-bouwers pionieren volop met emissievrij materieel

ENI (Emissieloos Netwerk Infra) werkt in een uniek ecosysteem van koplopers aan het ontwikkelen van de emissieloze bouwplaats.
Van de 42 leden is de helft aannemer, het overige deel bestaat uit leveranciers, machineverhuurders, energiebedrijven en onderwijsinstellingen. De maatschappelijke urgentie om snel emissieloos te kunnen werken is groot. Door opdrachtgevers en opdrachtnemers in de bouw samen te brengen, tracht ENI de transitie te versnellen. Niet 2030 maar 2026 is het doel, waarbij de focus ligt op zero emissie materieel vanaf 20 ton/125 kW.

Ook OEM’s gaan op de elektrische toer. Arthur Simons (m) nam namens Mammoet Europe deze maand in Ehingen ’s werelds eerste Liebherr LTC 1050-3.1E in ontvangst. Rechts: Han Rekers van Liebherr-Nederland.

De infrasector en diens opdrachtgevers kunnen niet zonder elkaar en moeten dat ook niet willen als het gaat over de energietransitie in de bouw, zo luidt de stellige overtuiging. De opgave is groot, maar een groeiende groep van opdrachtgevers en uitvoerders heeft inmiddels al de eerste ervaringen opgedaan. De markt wordt gedomineerd door publieke opdrachtgevers zoals provincies, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en ProRail. Eind september verzorgde ENI een live webinar om de internationale bouwgemeenschap vanuit Nederlands perspectief te informeren over de laatste stand van zaken met betrekking tot ZE-machines van OEM’s. Presentator Tobias Stöcker, Manager Duurzaamheid bij GMB, ontving in de studio enkele interessante gasten.

Zo rekende directeur Erik Wagner van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) voor dat de infrasector via aanbestedingen jaarlijks tussen 10 en 12 miljard euro ontvangt vanuit de overheid. Om ons land te beschermen tegen wateroverlast wordt tot 2040 circa 40 miljard euro geïnvesteerd om 1.500 km aan dijken en ruim 400 sluizen of gemalen te versterken. “Dat is de grootste investering sinds de Deltawerken in de jaren ’60 en ’70”, vertelt Wagner. Arjan Walinga van Bouwend Nederland vult aan: “Nederland hanteert de strengste regels van Europa als het gaat om de uitstoot van NOx; 0,6% stikstof-emissie is al te hoog en het streven is 0%. Zonder ZE-machines is dat eigenlijk niet te realiseren. Op dit moment is 1% van al het materieel in ons land (grofweg 300.000 tot 400.000 stuks) emissievrij. Als je bedenkt dat Nederland een relatief kleine speler is in Europa, dat weer 16% marktaandeel van de wereldwijde populatie aan bouwmachines vertegenwoordigt, dan is er nog een lange weg te gaan.”    

De elektrische kniklader rukt steeds vaker op in het straatbeeld.

Kennis bundelen

Er zijn volgens Walinga veel argumenten om uiteindelijk te komen tot emissievrije bouwplaatsen, maar de grote vraag is: Hóe komen we daar? De SSEB-roadmap geeft wat dat betreft een goede richtlijn en tot 2030 is 1 miljard euro aan subsidiegelden beschikbaar. “Het is zaak om alle kennis die tijdens pilotprojecten is opgedaan te bundelen, om te komen tot producten van fabrikanten. Niet alleen als het gaat om zero-emissie materieel, maar ook wat betreft batterij-oplossingen en laadinfrastructuur. Wat dat betreft zijn wij als Bouwend Nederland meer voorstander om subsidie te investeren in kennis dan in projecten. Daar profiteert uiteindelijk de hele sector van.” ENI is van mening dat de SSEB-gelden geïnvesteerd moeten worden in machines die qua emissiebeperking de meeste voordelen opleveren per geïnvesteerde euro.

Op initiatief van Bouwend Nederland en ENI wordt tevens gekeken naar verdere schaalvergroting. Kan de ontwikkeling van OEM’s de groeiende vraag vanuit de markt bijhouden? “Eerlijk gezegd betwijfelen we dat”, klinkt Walinga sceptisch. “Fabrikanten zullen zich nog actiever moeten inzetten, zeker als het gaat om grotere machines vanaf pakweg 20 ton.” Veiligheid is en blijft daarbij een heet hangijzer. “Batterijen verwisselen op locatie, is dat veilig? En waar ligt uiteindelijk de verantwoordelijkheid bij niet-OEM-producten? Ook onderhoud van elektrisch aangedreven machines staat nog in de kinderschoenen. Vandaar dat Bouwend Nederland korte lijnen onderhoudt met fabrikanten.”

Bij Limach rolde op 16 oktober de honderdste E18.3 van de productieband, die allemaal in Nederland zijn geleverd. Over vergroening gesproken…

Complexe puzzel

Wagner (HWBP) haakt daarop in: “De focus ligt nu nog op batterij-elektrisch, maar waterstofoplossingen komen steeds meer beschikbaar. Die ontwikkeling duurt langer, maar is veelbelovend.” Walinga spreekt van een complexe puzzel. “Er is nooit één oplossing. Dat kan een combinatie van technieken zijn. Bovendien beredeneren we vanuit wat we nú weten. Het kan goed zijn dat er op korte termijn een heel nieuwe oplossing ontstaat.” Het stadium van experimenteren is volgens Wagner inmiddels voorbij. “Of je nu wilt of niet, er in gelooft of niet, iedereen moet mee in deze ontwikkeling. Het is ons gezamenlijke doel om emissieloos bouwen te verwezenlijken.”

Vervolgens nemen Gerard van der Veer namens GMB en Dick van de Laar vanuit VolkerWessels zitting aan tafel om samen met Baerte de Brey (ElaadNL) te vertellen hoe een en ander in de praktijk functioneert. “Normaal gesproken wordt geredeneerd dat 1 liter diesel per uur gelijk staat aan 4 kW stroom”, aldus Van der Veer. “De ervaring leert dat een elektrische machine efficiënter is, zodat een 30-tons rupsgraver die normaal gesproken 20 l/uur verbruikt, nu vooruit kan met 55 kW aan stroom. Op basis van een accupakket van 300 kWh kan de machine zodoende 5 tot 5,5 uur aaneengesloten draaien.”

Meer uniformiteit

Van de Laar: “Vroeger was het gewoon een kwestie van de sleutel omdraaien en aan de slag. Tegenwoordig moet je als uitvoerder al in een vroegtijdig stadium inventariseren welke stroomaansluiting er op locatie voorhanden is en hoe ZE-machines het beste zijn op te laden.” Welke kabel gebruik je: AC of DC (snelladen)? Hoe zit het met de veiligheid? Kun je gebruik maken van Smart Charging Solutions en open source data? Van der Veer: “De oplossingen zijn er, maar we werken door heel Nederland en moeten steeds opnieuw ontdekken hoe het ter plekke werkt.” Van de Laar sluit zich daarbij aan: “Meer uniformiteit zou vanuit de opdrachtnemer zeker wenselijk zijn.” Waarop De Brey zegt: “Geef ons de tijd. Er wordt vanuit ElaadNL veel geïnvesteerd in publieke laadnetwerken, maar het ‘probleem’ in de bouw is dat die moet komen op projecten waar helemaal geen infrastructuur is. Daarom is het zaak om direct na de gunning te inventariseren en ons al in een vroegtijdig stadium te betrekken. Engineering kost tijd, maar uiteindelijk komen we er wel.” 

"*" geeft vereiste velden aan

Stuur ons een bericht

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.