Platform over civiele techniek, ondergrondse infra, energie, bouwmaterieel & bouwmachines
Bouw & Infra, instroom en behoud vakkrachten
Veel volwassen instromers volgen een individueel opleidingstraject op eigen tempo.

Bouw & Infra, instroom en behoud vakkrachten

De bouw en infra is een prachtige sector. Een sector die staat te springen om personeel. Om het werven van nieuwe mensen en het behouden van huidige medewerkers makkelijker te maken, zijn cao-partijen Bouw & Infra in 2021 het programma ‘Bouw & Infra, instroom en behoud vakkrachten’ gestart. Belangrijk onderdeel van dit programma is de aandacht voor beroepsopleidingen, die essentieel zijn voor de sector, maar dreigen te verdwijnen. En er is meer. 

Aanleiding voor het optuigen van het programma was dat de bouw- en infrasector constateerde dat er meer aandacht nodig was voor de instroom en het behoud van vakkrachten, vertelt Henk Hanssen, projectleider Opleiden bij het programma Bouw & Infra, instroom en behoud vakkrachten. “Er waren heel veel signalen en ook wel wat activiteiten vanuit verschillende organisaties, maar het ontbrak aan een gecoördineerde aanpak. Reden om met een aantal partijen de koppen bij elkaar te steken, geld vrij te maken en alles onder één paraplu te brengen. Er werd een programmamanager aangesteld die samen met de branche heeft gewerkt aan een programmalijn en plan van aanpak. Om hier vervolgens versnelling in aan te brengen, zijn er coördinatoren en projectleiders aangesteld.”

Vanuit de programmalijn en het plan van aanpak zijn er drie aandachtspunten geformuleerd, zegt Maaike Westerbeek van Eerten, projectleider Switchers bij het programma Bouw & Infra, instroom en behoud vakkrachten. “Het betreft de thema’s onderwijs en opleidingen, communicatie en loopvermogen.”

De campagne ‘Jij gaat het maken’ wordt door bijna de hele sector omarmd en gevolgd.

Jij gaat het maken

Maaike vervolgt: ”Met communicatie richten we ons op de zichtbaarheid en vindbaarheid van de sector. Naast reguliere communicatie over onze activiteiten en de inzet op relevante beurzen, zetten we daarbij ook campagnes in. Een voorbeeld hiervan is de campagne ‘Jij gaat het maken’ die door bijna de hele sector is omarmd en wordt gevolgd.”

Demografische ontwikkelingen gaan de sector nopen tot innovaties.

Onderwijs en opleidingen

In Nederland was er tot voor kort geen totaaloverzicht van het beschikbare opleidingsaanbod en in de bouw- en infrasector bestond volgens Henk geen eenduidig beeld van welke beroepsopleidingen voor de sector essentieel zijn. “Laat staan dat ze vindbaar en toegankelijk waren voor de jeugd en switchers. Vanuit het programma zijn in eerste instantie beroepsopleidingen geselecteerd waarvan collectief is gezegd ‘daarin gaan wij investeren’. Deze beroepsopleidingen vormen samen de bedrijfstak kwalificatiestructuur (BKS). Daarmee is al een eerste hele grote stap gezet, want iedereen zit nu op één lijn. Nu zijn we bezig om het concreet te maken en te operationaliseren, waarbij cao-partijen definitief moeten besluiten welke beroepsopleidingen ze als essentieel aanmerken. Er ligt een voorstel, maar de exacte invulling van BKS moet nog door cao-partijen worden vastgesteld. Dat zal in de loop van dit jaar rond zijn”, verwacht Henk.   

De sector neemt haar verantwoordelijkheid en investeert in het in stand houden, het ontwikkelen en beschikbaar stellen van leermiddelen.

Van betonstaalverwerker tot balkman

De wettelijke kwalificatiestructuur (KS) is belangrijk en vormt de basis, maar sommige beroepsopleidingen die onderdeel uitmaken van de KS staan onder druk. Dat is een gegeven. “De opleidingen betonboren of betonstaalverwerker zijn bijvoorbeeld wel een regulier onderdeel van de door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bekostigde KS, maar er zijn geen of veel te weinig instromers”, constateert Henk. “Hierdoor kunnen onderwijsinstellingen deze beroepsopleidingen niet meer aanbieden (onder andere te kostbaar, red.) met als gevolg dat het ministerie er geen geld meer voor verstrekt en ze daarmee dreigen te verdwijnen. Dit, terwijl ze door de sector als essentieel zijn aangemerkt. We kunnen niet zonder betonstaalverwerker, want dan worden er bijvoorbeeld geen bruggen en viaducten meer gebouwd. En dat geldt voor zoveel meer beroepen en opleidingen, die niet in de wettelijke kwalificatiestructuur voorkomen, maar die door de sector wél als essentieel zijn aangemerkt. Denk aan bronbemaler, boormeester, hijskraanmachinist of balkman op de asfaltafteermachine. De sector neemt hier haar verantwoordelijkheid en investeert in het in stand houden, het ontwikkelen en beschikbaar stellen van leermiddelen. Op dit moment worden voorbereidende afspraken gemaakt met organisaties die deze opleidingen gaan aanbieden, ontwikkelen en uitvoeren. Het is straks aan de sector om die afspraken te bestendigen.”

We kunnen niet vroeg genoeg beginnen om studenten en zij-instromers op alle mogelijke manieren te motiveren voor een carrière in de bouw en infra.

Loopvermogen

Een ander aandachtsgebied binnen het programma ‘Bouw & Infra, instroom en behoud vakkrachten’ is het onderdeel loopvermogen. “In elke provincie is er een aanspreekpunt voor zowel bedrijven, dus werkgevers die op zoek zijn naar personeel, als potentiële switchers”, legt Maaike uit. “Dit onderdeel vloeit voort uit het zij-instroom project ‘van bank naar bouw’ van Bouwend Nederland dat een aantal jaren geleden is opgezet als gevolg van de vele reorganisaties in de bankensector. De insteek was dat mensen die goed zijn met cijfers ook prima konden werken in de bouw en infra, bijvoorbeeld als calculator. Op basis daarvan is zelfs een tv-format ontwikkeld en dat is later weer verweven in de campagne ‘Jij gaat het maken’ gericht op zowel de jongeren als de switchers. We trekken het nu veel breder dan alleen de bankensector. “Mensen uit andere sectoren die geïnteresseerd zijn en zich willen oriënteren op de bouw en infra kunnen terecht bij een van de vele adviseurs in de regio. Zij helpen bij die oriëntatie en zetten diverse faciliteiten (‘bouwstenen’) in om de switchers op weg te helpen in de bouw- en infrasector. De bedoeling is om op die manier zoveel mogelijk mensen te koppelen aan een goede opleiding en/of werkgever.” 

26.000 vacatures

In de bouw en infra is volop werk te vinden. “Er staan momenteel zo’n 26.000 vacatures open”, weet Maaike. “Door vergrijzing en te weinig instroom op scholen en opleidingen, maar ook de maatschappelijke noodzaak van de bouw van meer woningen of de verduurzaming van huizen, is het tekort de laatste jaren alleen maar verder toegenomen. Het effect daarvan wordt over een of jaar of drie pas echt zorgelijk als de uitstroom van pensionado’s op stoom komt. Daarom kunnen we niet vroeg genoeg beginnen om studenten en zij-instromers op alle mogelijke manieren te motiveren voor een carrière in de bouw en infra.” 

Henk Hanssen, projectleider Opleiden bij het programma Bouw & Infra, instroom en behoud vakkrachten.

Structurele basis

De demografische ontwikkelingen gaan de sector volgens Henk nopen tot innovaties. “Te meer omdat we in de toekomst met minder mensen een grotere productie moeten leveren. Dat betekent dat je nu al als sector moet nadenken over hoe we gezamenlijk invulling kunnen geven aan die toekomstige uitdagingen als die druk op de arbeidsmarkt blijft bestaan. Binnen het programma zijn we daarom druk bezig met voorbereidende werkzaamheden om grip te krijgen op de toekomstige instroom en om opleidingen te ontwikkelen specifiek gericht op de uitdagingen en veranderingen die eraan zitten te komen. Om die reden is besloten dat we het programma ‘Bouw & Infra, instroom en behoud vakkrachten’ niet meer als project beschouwen. Met ingang van 1 januari 2025 worden de activiteiten vanuit het programma voortgezet vanuit een nieuwe organisatie bestuurd door werkgevers en werknemers. Het programma krijgt dus een structurele basis. En daar zijn we met z’n allen toch best een beetje trots op.”

Maaike Westerbeek van Eerten, projectleider Switchers bij het programma Bouw & Infra, instroom en behoud vakkrachten.

Leren op eigen tempo

Organisaties in de bouw en infra weten elkaar gelukkig steeds beter te vinden, merkt Maaike op. “Zo wordt de campagne ‘Jij gaat het maken’ steeds meer als bindmiddel gebruikt om gezamenlijke initiatieven te ontplooien voor de instroom van potentieel nieuwe vakkrachten. Er wordt meer en meer samen opgetrokken. Ook wordt erkend dat het een branchebreed initiatief is, geïnitieerd door de sector zelf. Opleiders gebruiken het bijvoorbeeld om scholieren aan te trekken. De ambitie is ook om het onderdeel loopvermogen breder in te zetten om mensen, die binnen de branche werkzaam zijn en willen doorgroeien, te behouden voor de sector.” Volgens Henk moeten zij ondersteund worden met een passend opleidingsaanbod. “Het systeem zal anders ingericht moeten worden met de nadruk op modulariteit en flexibiliteit. Want, waarom zou je zaken moeten leren die je eigenlijk al weet? Het motiveert veel meer als wordt voortgeborduurd op de reeds aanwezige kennis. De Stichting Vakbekwaamheid Gebouwde Omgeving doet dat al en biedt modulaire beroepsopleidingen aan op niveau. Deze vallen buiten het wettelijk kader, maar worden middels NLQF-inschaling wel gewaardeerd en hebben effect. Veel volwassen instromers volgen hier een individueel opleidingstraject op eigen tempo.” 

Het leveren van maatwerk werkt heel motiverend, merkt Maaike op. “Mensen zijn veel meer geneigd om de eigen regie te pakken en gericht op zoek te gaan naar werk dat bij ze past en waar ze blij van worden. En dat is uiteindelijk toch het doel: vakkrachten laten instromen en behouden voor deze mooie sector.”     

"*" geeft vereiste velden aan

Stuur ons een bericht

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.