Eeuwenoude techniek voor herstel legakkers

Onder invloed van weer en wind verdwijnen steeds meer natuurlijke legakkers met als bijkomend gevolg dat de watergangen dichtslibben. In de Loosdrechtse Plassen is bij wijze van een proefproject een uiteengevallen legakker hersteld door middel van een eeuwenoude en milieuvriendelijke methode. Dick van Aalsburg van het gelijknamige familiebedrijf vertelt over de bijzondere techniek en de interesse die ervoor bestaat ook vanuit het (verre) buitenland.

Een legakker is een langgerekt eiland waarop vroeger uitgebaggerd veen op te drogen werd gelegd om er turf van te maken. Ze zijn terug te vinden in veenplasgebieden, zoals de Nieuwkoopse Plassen en de Loosdrechtse Plassen. Door weer en wind verdwijnen steeds meer legakkers. Ze vallen uiteen en door de golfslag spoelt het veenslib eruit. De historische landschapsstructuur wordt hierdoor geleidelijk aangetast en verliest zijn natuurwaarde en recreatieve functie. Om het ‘cultureel erfgoed’ te behouden en tevens te voorkomen dat de watergangen dichtslibben, is op de Loosdrechtse Plassen een proefproject uitgevoerd voor het herstel van de legakkers.

Legakker op water

Zinkstukken
Het proefproject in de Loosdrechtse Plassen is een samenwerking van het Plassenschap Loosdrecht, Provincie Noord-Holland, Provincie Utrecht, gemeente Wijdemeren, gemeente Stichtse Vecht en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Het project is aanbesteed en na een openbare selectie is gekozen voor de methodiek van Van Aalsburg BV. “We hebben de nieuwe legakker van 250 lang en 14 meter breed compleet nieuw opgebouwd met repeterende zinkstukken in vakken van 1 m2, een rasterwerk van wilgenhout,” zegt Dick van Aalsburg. “Normaal zijn de zinkstukken ongeveer 30 centimeter dik, op de Loosdrechtse Plassen zijn ze tot wel 3 meter (!) dik uitgevoerd. Het onderste deel van de constructie bestaat uit verse wiepen (gebundelde worsten van wilgenhout, red.), die zwaarder zijn en minder drijven. Bovenin gebruiken we droge wiepen. Het stapelen en vastknopen van de zinkstukken gebeurt overlappend. Zo ontstaat er een doorlopend landstuk. Het landstuk wordt gebouwd op een ponton. Wanneer een stuk klaar is, verschuift het ponton en zinkt het landstuk af.”

Legakkers natuurlijke materialen

Natuurlijke materialen
Tijdens het bouwen zijn de zijkanten van het landstuk beschermd met een maïsdoek om uitspoeling te voorkomen. In het afgezonken landstuk zijn stortstenen aangebracht, waarna de constructie is gevuld met 7.000 m3 veenslib. Dick van Aalsburg: “Met behulp van onze baggerschepen hebben we de dichtgeslibde watergangen in de directe omgeving uitgebaggerd en het slib – na uitlekken – in de landstukken aangebracht. Door het raster van wiepen klinkt en droogt het veenslib sneller in, zodat het relatief snel beloopbaar is. Het nieuwe legakker is tot slot aangeplant met rietstekken en ingezaaid met een strook gras in het midden.”

Van Aalsburg kweekt het wilgenhout zelf in de Betuwe en verzorgt langs de Linge en onder andere in de Biesbosch het onderhoud voor Staatsbosbeheer. Dick van Aalburg: “Het snoeimateriaal kunnen we vervolgens gebruiken voor de aanleg van de nieuwe legakkers. Zo slaan we twee vliegen in één klap. Onze methodiek is volledig milieuneutraal. We gebruiken uitsluitend natuurlijke materialen.”

Het proefproject is zeer succesvol uitgevoerd en ontvangen. Dick van Aalburg: “Nu wordt het drie jaar lang gemonitord zodat straks na die periode een blauwdruk ontstaat van onze gepatenteerde methodiek. Verschillende toepassingen zijn mogelijk met deze methodiek, waaronder ook het aanbrengen van rietoevers tegen kades en damwanden. Dat zal gebeuren in fase 2, waarbij we een bestaand legakker herstellen en aan weerszijden voorzien van een nieuwe rietoever.” Volgens Van Aalsburg is het familiebedrijf al regelmatig in Duitsland actief met een vergelijkbare ‘wiepentechniek’ voor het stabiliseren van taluds en zijn ze momenteel zelfs in Suriname bezig met de aanleg van zinkstukken van Nederland wilgenhout.

Aanleg legakkers

Tekst: Roel van Gils   |   Beeld: Van Aalsburg